‘In Europa komt geen enkel bedrijf weg met afvallozingen die in Tunesië en Marokko wel zijn toegestaan’

Reportage

Fosfaatgiganten trekken zich niets aan van impact op inwoners Gabès, Tunesië

‘In Europa komt geen enkel bedrijf weg met afvallozingen die in Tunesië en Marokko wel zijn toegestaan’

Een lokale milieuactivist spreekt een massa toe tijdens een betoging tegen de milieuvervuilende fosfaatindustrie in Gabès, Tunesië

Safouan Kbibieh, een lokale milieuactivist, spreekt in Gabès, Tunesië, tijdens een protest tegen de fosfaatvervuiling door Tunisian Chemical Group (GCT). De demonstranten eisen de sluiting van het complex (21 oktober 2025)

Een lokale milieuactivist spreekt een massa toe tijdens een betoging tegen de milieuvervuilende fosfaatindustrie in Gabès, Tunesië

Safouan Kbibieh, een lokale milieuactivist, spreekt in Gabès, Tunesië, tijdens een protest tegen de fosfaatvervuiling door Tunisian Chemical Group (GCT). De demonstranten eisen de sluiting van het complex (21 oktober 2025)

Fosfaatafval kan je in Europa niet zomaar lozen in de omgeving, dat schaadt de gezondheid, het milieu en de economie. In Tunesië en Marokko gebeurt het wél, nota bene bij het maken van producten voor ons, Europeanen. Tienduizenden inwoners van Gabès willen dat de fosfaatfabriek er per direct dichtgaat.

Gabès, een stad in het zuidoosten van Tunesië, lijkt net een doolhof. Maar Saad, een doorwinterd activist, loodst ons deze donderdagochtend in een kleine tien minuten door ogenschijnlijk identieke straten naar het strand van de wijk Chatt Essalam.

Moeizaam klauteren we een met gras en onkruid begroeid dijkje op, Saad voorop. Het uitzicht valt niet tegen. De zee glinstert onder de nog hete oktoberzon.

Maar als we omlaag kijken, zien we onze voeten nog net niet in de drab wegzakken. En het stinkt. Toch ziet de werkelijkheid er net iets minder erg uit dan de apocalyptische landschappen van op de foto’s: zwart zand, dode schildpadden en aangespoelde scholen vissen.

‘Tsja, dit is het dus’, zegt Saad mismoedig. Teruglopend doen we een soort oefening: probeer de geur te beschrijven aan iemand die hem niet kan ruiken. Online lazen we: ‘een verstikkende mix van zwavel en ammoniak.’

Het is de geur van de Groupe Chimique Tunisien (GCT). De inmiddels beruchte fosfaatfabriek staat aan de rand van Chatt Essalam. Rond het 55 jaar oude en nu zwartgeblakerde industriecomplex staan politiebusjes en bewapende, in uniform gestoken politiemannen.

Binnen in het complex zitten meerdere wereldwijd exporterende fabrieken. Ze zijn gespecialiseerd in het verwerken van het fosfaat uit de mijnen rond de stad Gafsa tot meststoffen en fosforzuren.

Die laatste stof komt onder andere voor in cola, heel veel voedingsmiddelen, medicijnen en was- en schoonmaakmiddelen. Eenmaal verwerkt gaan deze producten naar internationale, op hun beurt ook wereldwijd exporterende chemische bedrijven. Het is dus onduidelijk hoeveel Tunesisch fosfaat in België en Nederland belandt.

Spierkrampen, benauwdheid, kanker

Onze donderdagochtend was begonnen in café Marina, pal tegenover het College Chatt Essalam. De middag voordien was, zoals meerdere keren per week, weer een gaswolk uit de fosfaatfabriek ontsnapt, waarna tientallen leerlingen met acute ademnood naar de dichtstbijzijnde eerste hulp waren gebracht. Sommige ouders hoorden dat pas door een telefoontje van een vader die precies op dat moment in het café zat.

Makram Rejeb, zo bleek hij te heten, zat daar donderdagochtend weer. Hij had ‘alles zien gebeuren’ en kon zich de hele scène zo voor de geest halen. Weer de oranjeachtige rook, de scherpe, prikkelende geur die ook het café binnendrong.

Terwijl Rejeb aanhoorde welke leerlingen dit keer zaten te wachten op de reddingsdiensten, in paniek door hun plotselinge hevige benauwdheid, reed de Protection Civile haar ambulances de straat in. Een inderhaast gemaakt filmpje moest hij van de politie op zijn mobieltje verwijderen. ‘Er is hier geen vrijheid meer.’

Rejebs vrienden Abdelfatteh en Hmida luisteren mee en mengen zich in het gesprek. Ze blazen stoom af. Dat niemand ooit de luchtkwaliteit komt opmeten. ‘Wanneer het waait, kunnen we onze ramen niet open vanwege al het stof.’ Dat de slachtoffers van gaswolken het niet alleen plotseling heftig benauwd krijgen, maar ook van die gekke spierkrampen hebben.

Dat er in het dichtstbijzijnde ziekenhuis te weinig zuurstofmaskers zijn. Dat ze in de steek worden gelaten door artsen, ‘de maffia’. Baby’s met luchtweg- en ademhalingsproblemen. Ouders, broers, zussen en vrienden met botontkalking of kanker.

Fosfor is een chemisch element (met symbool P in de tabel van Mendelejev) dat uit fosfaat wordt geëxtraheerd. Daarna kan het verwerkt worden tot fosforzuur.

In meststoffen zit zowel fosfaat als fosforzuren. Fosforzuren worden ook gebruikt in de productie van was- en schoonmaakmiddelen (detergenten), in de voedingsindustrie (o.a. in frisdranken) en in industriële toepassingen, en fosfaten voor diervoeding.

Detail van een affiche tegen vervuiling (kinderen met een mondkapje op, met op de achtergrond rokende schouwen van een fabriek)

Detail van een affiche van de actiegroep Stop Pollution uit Gabès, Tunesië.

Europeanen mee schuldig

Wat al luisterend naar al die verhalen in café Marina misschien nog het meest schokt, is de gedachte dat wijzelf medeschuldig zijn aan hun slechte gezondheid. Anders gezegd: ons Europese voedingspatroon en onze strenge afvalstoffenwetgeving.

Omdat in Frankrijk geen fosfaat mag worden geloosd, zette het Franse concern Phosphea in 2003 een eerste fabriek op binnen de Groupe Chimique. Phosphea is wereldwijd nummer twee op het gebied van fosfaten voor diervoeding.

Een ander voorbeeld is Prayon. Dat heeft zijn hoofdkantoor in België, waar ook geen fosforgips mag worden geloosd. Dankzij fosfaat uit Marokko is Prayon wereldleider in fosforzuur en medicijnen geworden.

‘Geen enkel land accepteert vervuiling als het de middelen heeft om de productie uit te besteden’, zegt Abdelhamid Amri, mijnexpert en voormalig directeur van de fosfaatfabriek in Gafsa, telefonisch. ‘In West-Europa komt geen enkel bedrijf weg met afvallozingen die in Tunesië en Marokko wel zijn toegestaan.’

Ziekmakende industrie met koloniale wortels

Al is dat niet de enige oorzaak van de toestanden rond de Groupe Chimique, licht Amri toe. In zekere zin betekende fosfaat voor Tunesië wat steenkool voor België betekende. Met slechts 3,5% van de mondiaal beschikbare reserves – tegenover ongeveer 70% in Marokko – was Tunesië ooit wel ’s werelds vijfde grootste fosfaatproducent.

In de regio Gafsa leefden nomaden. Tot de Franse overheersers daar eind 19de eeuw fosfaat ontdekten. Ze lieten een complete infrastructuur van fosfaatwinning en transport bouwen. En villa’s met rode pannendaken en gas, water en elektriciteit voor de benodigde buitenlandse werknemers. Daartussen: valleien, berghellingen, industrie en een spoorlijn om de Europeanen op hun gemak te stellen in deze ‘‘vijandige’’, onherbergzame omgeving.

Gaandeweg groeide de fosfaatindustrie uit tot een weliswaar ziekmakende maar almachtige werkgever voor sommigen, en een meedogenloze bron van long- en huidziekten, kanker, vervuiling en grondwateruitdroging voor de meeste anderen.

Zoals onderzoekers van het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute (TNI) medio 2019 schreven in hun rapport Extractivism and Resistance in North Africa: een soortgelijke tweedeling, tussen ‘kapitaalophoping enerzijds en verarming anderzijds’, zie je ook in Khouribiga. Dat is de grootste, in 1923 eveneens door de Fransen ontdekte fosfaatmijn van Marokko. ‘Deze op exportgerichte winning van grondstoffen levert welvaart noch werkgelegenheid op voor de lokale bevolking.’

‘En toen, in 2011, was er de Tunesische revolutie’, pakt Amri de draad op. ‘In de jaren daarna legden sociale protesten rond Gafsa soms wekenlang de fosfaatwinning plat. Dus haperde de fosfaattoevoer naar Groupe Chimique en moesten de fabrieksinstallaties daar steeds aan en uit. Stel je voor wat dat met de kwaliteit van die machines doet. Intussen zijn we overgeschakeld op een andere methode om de fosfaatmijnen te ontginnen én kwamen er geologische uitdagingen bij.’

‘Door al die toestanden hadden de fosfaatbedrijven, beiden eigendom van de staat, noch de elkaar opvolgende regeringen, die al tot over hun nek in de economische misère zaten, geld en aandacht voor onderhoud en renovatie van de fosfaatindustrie.’

Een trein volgerladen met fosfaat in Metlaoui, Tunesië

Een trein volgeladen met fosfaaterts verlaat de mijn van Kef Eddour in Metlaoui, Tunesië.

Onrust

Nu is het alweer maanden onrustig in Gabès. Tienduizenden inwoners eisen, gesteund door veel Tunesiërs buiten de stad, dat de fosfaatfabriek per direct dichtgaat.

Hoewel velen er rekening mee houden dat president Kais Saied die beslissing misschien wel nooit zal durven nemen. Óf hij laat met de fabriek zo’n 15% van de export verdwijnen, óf hij kiest voor de sloop van het milieu, de banen van de boeren en de vissers, tegen de gezondheid ook van de 450.000 inwoners van Gabès.

Het zal bovendien aan Saied knagen dat de staat ook nog de miljoenen dollars moet aflossen die vorige regeringen leenden voor Groupe Chimique bij een Tunesische en een Saoedische bank.

Een massa lokale bewoners in Gabès, Tunesië, is verzameld op straat en houdt borden met slogans als 'Stop Pollution' in de lucht.

‘Onze mogelijkheden zijn uitgeput’, zegt visser Sassi Alya telefonisch. ‘Keer op keer gaan we in gesprek met de fosfaatfabriek. Ze konden niets verzinnen voor de 14.000 ton radioactieve fosforgipsresten die dagelijks in onze zee worden geloosd.’

‘Honderden collega’s moesten daardoor noodgedwongen iets anders gaan doen. Degenen die het nog redden, zijn duizenden dinars aan inkomsten verloren. Vissoorten als kabeljauw en octopus zijn helemaal of bijna helemaal uit de Golf van Gabès verdwenen. Plus: door de vervuiling moeten we veel vaker nieuwe netten aanschaffen.’

Volgens experts van de Europese Unie, die in 2015 berekeningen maakten voor het EU-programma ter ondersteuning van lokaal milieubeheer van de industriële activiteit in Gabès, verliest de regio Gabès jaarlijks minstens 35 miljoen euro als gevolg van de milieuvernietiging door de fosfaatfabriek. Dat verlies zit vooral in de visserij, het toerisme en de landbouwsector.

‘“Fosfaattweeling” in Safi, Marokko’

Elders, bij het West-Marokkaanse kuststadje Safi waar ook al ruim vijftig jaar een kunstmest-en fosforzuurfabriek staat, verrijst intussen een gloednieuwe, alles vervangende “fosfaathub”: een “hypermodern industrieel innovatiecentrum”, zoals onder meer webmagazine L’éco.ma het formuleerde.

Volgens fosfaatgigant Office Chérifien des Phosphates (Groupe OCP) is dat ‘een enorme stap voorwaarts in de realisatie van onze strategie’. Dit Marokkaanse fosfaatbedrijf is een van de grootste fosfaat- en kunstmestbedrijven ter wereld en mede-eigenaar van Prayon. Ambitieus als OCP is, beoogt het concern ‘een actieve bijdrage te leveren aan de inspanningen voor milieubehoud’ door een nieuwe groene zone, een buffer tussen de industriële complexen van het nieuwe fosfaatcentrum en de stedelijke gebieden.

Maar volgens het rapport van het Transnational Institute vormen Safi en Gabès ‘een fosfaattweeling in de extractivistische hel’. Dat ‘extractivisme’ verwijst naar, vooral West-Europese, landen die natuurlijke grondstoffen uit de bodem halen en daarbij geen rekening houden met de lokale bevolking.

Op de voorgrond: een manifestatie tegen de fosforfabriek in Gabès, Tunesië. Op de achtergrond de fabriek zelf, met een duidelijk zichtbare rookwolk.

Zicht op de fosforfabriek in Gabès (bovenaan de foto). Op de voorgrond een deel van een manifestatie tegen diezelfde fabriek.

Mensen zoals Zeinab Taouane bijvoorbeeld, die in Safi de milieuorganisatie IRHAM oprichtte. Touane appte mij over het dagelijks leven in Safi. Daar raakten de inwoners bijna gewend aan ‘pas gewassen wasgoed dat vergeelt. Verwelkte tuinen. Ernstig verzwakte zwerfdieren. Wit stof dat uit de fabrieken op huizen, planten en dieren neerdwarrelt en irritatie van de luchtwegen bij mensen en bot- en tandziekten bij dieren veroorzaakt’.

En er hangen constant chemische geuren in de lucht, schreef Touane. ‘Je ruikt het vooral wanneer de wind richting woonwijken waait.’ Ook vertelden vissers en boeren over ‘verdwenen vissoorten en gewichtsverlies of kreupelheid bij hun dieren’.

Daarvoor zijn fosfaat importerende landen medeverantwoordelijk, volgens Taouane. ‘Want door hun kritiekloze aankoop van de grondstoffen steunen zij een intensief winningsmodel dat vervuiling, milieuvernietiging en gezondheidsrisico’s voor mensen en dieren veroorzaakt. Die landen zouden zich veel actiever kunnen en moeten opstellen door strenge milieunormen te eisen en verantwoorde en transparante toeleveringsketens te bevorderen.’

Business as usual

Een paar dagen na de reis appt Saad moedeloos dat er niets lijkt te veranderen. Nog steeds ontsnappen er ‘bijna dagelijks gaswolken uit de fosfaatfabriek’.

Die ochtend waren er nieuwe slachtoffers bij College Chatt Essalam. ‘Alleen willen de autoriteiten nu de indruk wekken dat alles “normaal” is. Dus mogen de ambulances hun sirenes niet meer aanzetten en worden de slachtoffers naar verderop liggende ziekenhuizen vervoerd.’