Alleenstaande mannelijke vluchtelingen en hulpverlenend personeel ‘on hold’

Klein Kasteeltje: ‘Ik wacht uren in de kou, dan moet ik terug naar niets. Geen eten, geen slaapplek, niets’

© Tine Danckaers

Woensdag 5 december, half negen. De Wetstraat is in crisismodus over het Migratiepact. De regering dreigt te vallen over een debat dat over migratie en niet over vluchtelingen gaat. Die hebben recht op bescherming. Alleen is dat recht niet iedereen gegeven, zo blijkt uit de praktijk.

Een beetje verder in Brussel staat een rij mensen te wachten, stil en geduldig in de kou, wellicht onder de indruk van de perscamera’s en de actievoerders hier aanwezig. De rij die hier nu aan de achterpoort van het Klein Kasteeltje staat is kleiner dan de dagen ervoor. Waar maandag een rij van tweehonderd mensen stond, lijkt het nu een goed gevulde helft.

Mensen die zich niet kunnen aanmelden, waarvan sommigen al dagen, zelfs nachten in de rij staan, keren terug naar de straat. Dat zijn steevast alleenstaande mannen.

Minder wachtenden betekent echter niet meer vooruitgang. ‘Mensen die hier al voor de zoveelste keer staan aan te schuiven, keren niet per se dagelijks terug’, zeggen aanwezige hulpverleners en vrijwilligers. ‘Ze zijn het urenlange wachten in de kou beu.’ Dat urenlange wachten zou nochtans opgelost moeten zijn met de nieuwe regeling die sinds deze week van kracht is. Sinds maandag 3 december doet het opvangcentrum Klein Kasteeltje immers dienst als eerste aanmeldpunt voor asielzoekers. Met andere woorden: wie toekomt in ons land en asiel wil aanvragen, moet zich hier aanmelden.

‘De eigenlijke bedoeling is dat mensen zich hier van 9 tot 13 uur kunnen aanmelden’, bevestigt Geert De Vulder, woordvoerder van de Dienst Vreemdelingenzaken. ‘Dit is net om te vermijden dat we mensen moeten weigeren. Maar nu beperken we ons tot maximaal een uurtje. Wij moeten immers de beslissing van de staatssecretaris volgen om ons te beperken tot 50 tot 60 aanmelders per dag. Die limiet geldt nog steeds.’

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken liet die limiet in de tweede helft van november instellen. Concreet wil dit zeggen dat niet iedereen die in de rij wacht, zich kan aanmelden. Maandag konden 52, dinsdag 62 en gisteren 84 mensen (waaronder 27 kinderen) zich aanmelden voor een asielaanvraag, zegt De Vulder.

‘De meest kwetsbare profielen —gezinnen, vrouwen, zieken, jonge niet begeleide minderjarigen— worden uit de rij gehaald en krijgen voorrang.’ Mensen die zich niet kunnen aanmelden, waarvan sommigen al dagen, zelfs nachten in de rij staan, keren terug naar de straat. Dat zijn steevast alleenstaande mannen: voor hen is geen opvang voorzien.

‘Waarom?’

De Palestijnse Amir[*] komt aan mijn mouw trekken. Hij wijst naar zijn onderbeen, doet zijn schoen uit, toont de servetten die hij erin heeft gestoken. ‘Hij heeft pijn, kan niet goed meer stappen, en de koude helpt niet’, zegt zijn vriend in gebroken Engels. Een hulpverlener van het Rode Kruis verwijst hen voor medische zorgen door naar de humanitaire hub in het Noordstation. Alweer een andere plek, moeilijk te bereiken met een toch al pijnlijk been. Amir en zijn vriend slapen ‘in een Brussels park’, hebben zich al dagen niet gewassen, en vooral: ze snappen hier niets van. ‘We dachten dat België ons zou respecteren maar we zien iets totaal anders. Waarom gebeurt dit? Niemand geeft ons antwoord.’ Ze vinden -zonder omwegen- België een hard land met een koud hart.

Meneer Keno noemt hij zichzelf. Hij is journalist en vertelt dat hij aan een chronische hartziekte lijdt, waarvoor hij dagelijks medicijnen moet pakken. Ook hij slaapt ergens in een Brussels portaal, ook al is hij op de hoogte van nachtopvang bij Samusocial. De rij om daar binnen te geraken is echter gigantisch. Hij kan het fysiek ook niet aan om daar te gaan staan, laat staan om er naartoe te lopen.

Waarom hij wegging uit Gaza, vraag ik hem. Hij kijkt me aan. ‘Ik heb mijn problemen. U bent ook journalist, u zou moeten weten wat er ongeveer aan de hand is in Gaza.’ Meer wil hij niet kwijt, uit angst straks het toch al fragiele recht op bescherming te verliezen. Hij wachtte zes maanden en betaalde maar liefst 1500 dollar aan Hamas om via Rafah, de grensovergang met Egypte, Gaza te verlaten. Nu is hij hier vijf dagen en ziet hij hoe vrouwen, kinderen en gezinnen hem telkens voorgaan. ‘Ik begrijp dat zulke kwetsbare profielen voorrang krijgen maar ik begrijp niet dat ze telkens maar een paar mensen binnenlaten. Waarom mag niet iedereen binnen?’

© Tine Danckaers

Zijn asielquota wettelijk ?

Staatssecretaris Francken stelde een beperkingsmaatregel in voor het aantal mensen die zich dagelijks bij de DVZ kunnen aanmelden als asielaanvragen. Die maatregel achtte hij nodig ‘als gevolg van een nieuwe acute asielcrisis’. Er is inderdaad een stijging van asielaanvragen, zeggen hulporganisaties, maar zeker niet van die aard dat er sprake zou zijn van een nieuwe asielcrisis of om zo’n maatregel in te roepen.

‘De asielquota die de staatssecretaris oplegt, is ons inziens in strijd met bestaande wetgeving, onder meer met de Vreemdelingenwet en de Europese Procedurerichtlijn’

‘De asielquota die de staatssecretaris oplegt, is ons inziens in strijd met bestaande wetgeving, onder meer met de Vreemdelingenwet’, zegt Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Artikel 50 legt de verplichting vast om zo snel mogelijk een asielaanvraag in te dienen als een asielzoekers het land binnenkomt. De maatregel staat ook lijnrecht tegenover de Europese Procedurerichtlijn die eigenlijk hetzelfde zegt.’

Samen met zes andere organisaties trekt de vluchtelingenorganisatie nu naar de Raad van State om de limietmaatregel te laten schorsen. De uitspraak is voorzien op 17 december. Zolang blijft de limiterende maatregel van kracht.

Hulpverleners wijzen als verklaring van de opvangcrisis ook naar de uitwerking van het afbouwplan — het plan van Francken om opvangcentra en lokale opvanginitiatieven nog verder af te bouwen tegen het einde van het jaar. Sinds het begin van dit jaar werden bijna 4000 plaatsen gesloten en werd personeel afgedankt. Hulporganisaties en betrokken administraties waarschuwden dat de gevolgen van dit afbouwplan als een boomerang terug zouden komen. De afbouw is te drastisch en houdt te weinig rekening met fluctuerende asielinstromen, klinkt het.

De gevolgen zijn intussen duidelijk: de opvangnetwerken zijn verzadigd en ook de bufferplaatsen in de bestaande opvangcentra zitten vol. Eerder al stelde de regering de sluiting van zeven opvangcentra uit naar 2019. En zeer recent, op 5 december, kregen de gemeenten de opdracht om lokale opvangplaatsen voor asielzoekers die aangevinkt stonden om tegen einde december te sluiten in het kader van het afbouwplan, voorlopig toch open te houden.

Ook “niet-kwetsbare” jongeren vallen uit de boot

Abdullah[*], een Afghaanse jongen, vertelt dat hij vier dagen in België is. Hij staat voor de derde dag op rij aan het Klein Kasteeltje. ‘Ik wacht 3,5 uur in de kou, en er gebeurt niets. Als het vandaag is zoals de andere dagen moet ik terug naar niets: geen eten, geen slaapplek, niets.’

Abdullah blijkt minderjarig te zijn. Wie een niet begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) is, hoeft eigenlijk niet in de rij te staan maar kan zich tot 15 uur aanmelden bij het asielloket hier of tot 17 uur bij de dispatchingdienst van Fedasil. Alleen is ook dat voor velen zeer onduidelijk. ‘Iedere minderjarige die zich bij Fedasil aanmeldt voor 15 uur, heeft opvang’, zegt Mieke Candaele, woordvoerster van Fedasil. Jongeren kunnen daarna tot 22 uur terecht in het kader van het Winterplan, via de Dienst Voogdij.

Net daarover trekt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen aan de alarmbel. Sinds september zijn er immers problemen bij het toekennen van opvang aan NBMV ‘s avonds en tijdens de weekends. Wie quasi gezond is, mannelijk en vijftien of ouder is, zou op die momenten geen bescherming krijgen. Ook hier krijgen anderen voorrang omdat de opvangplaatsen in de eerste opvangfase voor NBMV volzet zijn. Het winterplan van Fedasil waarbij jaarlijks extra plaatsen worden voorzien, is nog niet in werking getreden. Ook voor jongeren is het opvangnetwerk verzadigd, klinkt het.

Uiteindelijk geraakt Abdullah toch binnen, nadat iemand hem onder de hoede neemt en de bevoegde Dienst Voogdij belt. Die belt op haar beurt de DVZ om te vragen Abdullah binnen te laten voor registratie en een directe opvangplaats.

‘Het is de omgekeerde wereld’, zegt een toekijkende vrijwilliger die anoniem wil blijven. ‘De normale gang van zaken zou zijn dat de DVZ die jongeren eruit pikt en toeleidt naar het bevoegde loket voor NBMV. Maar ze zijn bang dat iedereen zich dan als minderjarige uitgeeft.’ De vraag is of dat laatste niet te vermijden is door de ingestelde limiet op te schorten zodat iedereen de kans krijgt om zich aan te melden.

Chaos en onderbemanning

Naast een puur aanmeldcentrum moet het Klein Kasteeltje mensen ook een opvangcentrum worden voor nieuwe instromers, om van daaruit beter en meer op maat te kunnen oriënteren naar een definitieve opvangplaats. Dat is nu nog niet het geval. ‘In het ideale scenario kunnen mensen voor vijf dagen in het Klein Kasteeltje terecht. Dat biedt tijd en ruimte om hen op een menselijke en duurzame manier een opvangplaats op hun maat toe te wijzen’, zegt Mieke Candaele van Fedasil.

‘Sinds de asielcrisis van 2015 is men het opvangnetwerk blijven afbouwen. Het personeel -onderbemand- stelt zich altijd maar rekbaarder op om de orde in de chaos te houden’

© Tine Danckaers

‘Maar om dit te kunnen doen, hadden we een “leeg” Klein Kasteeltje moeten hebben, hadden de bewoners moeten vertrekken. Dat kan niet omdat de opvangnetwerken vol zitten.’ Momenteel telt het Klein Kasteeltje nog tussen de vijfhonderd en zeshonderd vaste bewoners die op termijn zouden moeten vertrekken. Tweehonderd bedden zijn ter beschikking van nieuwe asielzoekers die hier voorlopig slechts één nacht terechtkunnen. Met andere woorden: ook dit plan verloopt niet goed.

‘Dit is geen kwestie van onmacht. Het is een kwestie van pure onwil van Francken.’ Daarmee zegt Daniel Alliet, pastoor van de Begijnhofkerk in Brussel, wat vele hulpverleners niet hardop durven of mogen zeggen. Er heerst al lang onvrede bij hulpverleners, alleen wil niemand dat publiek gezegd hebben.

Toch trokken personeelsleden van Fedasil deze week aan de alarmbel. ‘De werkomstandigheden zijn slecht, met slecht materiaal’, zegt Hilde de Leeuw, secretaris ACV Openbare Diensten. Maar ook zij verwijst naar wat velen zeggen: het gaat vooral om de overvolle asielcentra in combinatie met structurele personeelstekorten.

‘Het personeel -onderbemand- stelt zich altijd maar rekbaarder op om de orde in de chaos te houden’, zegt De Leeuw. ‘Sinds de asielcrisis van 2015 is men het opvangnetwerk blijven afbouwen. Tijdelijk personeel vloeide af, er waren opvallend veel langdurig zieken, en nu merkt men dat er personeelstekort is.’ Momenteel rekruteert Fedasil tijdelijke contracten maar de selectieprocedures zijn traag. ‘De druk op het personeel is zeer hoog, zowel qua werksfeer als psychologisch, want het gaat hier om zeer geëngageerde mensen, dit zijn hulpverleners die toch graag ondersteuning zien.’

Het geven van een politiek commentaar wil De Leeuw vermijden maar ze noemt de wachtrijen buiten en de situatie in het Klein Kasteeltje een hopeloze situatie in de ogen van de hulpverleners. ‘We verwachten nu een krachtig signaal van de Fedasildirectie en wachten op een sociaal overleg. Dat is tot nu uitgebleven.’

[*] schuilnaam omwille van privacyredenen

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur