Kilometers om niet te vergeten

Baanbreker

Meer dan driehonderd asielzoekers stapten dit weekend van Molenbeek naar Antwerpen. Ze vroegen niet alleen aandacht voor hun eigen, vaak uitzichtloze, situatie. Ze stapten in naam van alle asielzoekers en vluchtelingen: nu en hier, of aan de grenzen van Europa, maar evengoed vroeger in de vooroorlogse vluchtelingenkampen. En, ze hielden halt op opvallende plaatsen: de Mechelse Dossinkazerne, het Fort van Breendonk en het Antwerpse Schoonselhof.

  • © Riet Dhondt Vilvoorde, de eerste halte tussen Brussel en Mechelen. © Riet Dhondt
  • Mzximvs VdB (CC BY-SA 2.0) De elfjarige joodse Simon Gronowski werd in 1943, samen met zijn moeder en zus, vanuit de Mechelse Dossinkazerne op de trein naar Auschwitz gezet. Mzximvs VdB (CC BY-SA 2.0)
  • © Tine Danckaers Na een lange dag stappen luisteren asielzoekers naar Simon Gronowski. © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers De groep achter deze verbindende oproep is heel divers. Tussen de stappers bevinden zich onder meer mensen die nooit een antwoord kregen op hun regularisatieaanvraag tijdens de eenmalige regularisatiecampagne van 2009, Afghaanse kerkbezetters en asielzoekers uit Ebola-landen. © Tine Danckaers

‘Mijn vader was een sans-papiers. Een sans-papiers avant la lettre.’  14 februari 2015. Terwijl de wereld de liefde viert op Valentijnsdag, luisteren driehonderd asielzoekers in de Mechelse Dossinkazerne naar Simon Gronowski’s verhaal.

Het is zowat de laatste horde van een zware dag. Na een voettocht van meer dan 25 kilometer, meestal zonder aangepast stapschoeisel — zelfs teenslippers en plateauzolen passeren de revue — lijkt de vermoeidheid bij velen de overhand te hebben.

Maar Gronowski weet toch te bezielen, krijgt applaus als hij zich uitspreekt tegen de opsluiting van mensen en tegen de repatriëring van kinderen.

Mzximvs VdB (CC BY-SA 2.0)

De elfjarige joodse Simon Gronowski werd in 1943, samen met zijn moeder en zus, vanuit de Mechelse Dossinkazerne op de trein naar Auschwitz gezet.

Vergelijkbare mechanismen

De elfjarige joodse Simon Gronowski werd in 1943, samen met zijn moeder en zus, vanuit de Mechelse Dossinkazerne op de trein naar Auschwitz gezet. Met de hulp van weerstanders kon hij, samen met zestien anderen, in Boortmeerbeek ontsnappen aan het dodentransport. Zijn moeder en zus bleven op de trein en keerden nooit meer terug.

Gronowski’s verhaal heeft op het eerste gezicht geen parallel met dat van de driehonderd asielzoekers die op twee dagen tijd van Molenbeek, via Vilvoorde, Mechelen, Breendonk naar Antwerpen stappen. Hun doel: aandacht vragen voor de uitzichtloze situatie waarin ze als (nog) niet erkende asielzoekers zitten. Toch ligt de analogie bij het bredere verhaal: namelijk in het fenomeen van discriminatie en uitsluiting.

© Tine Danckaers

Na een lange dag stappen luisteren asielzoekers naar Simon Gronowski.

Vreemdelingen van de jaren 1930

De uitkomst van Evian was duidelijk: de dertig deelnemende landen lieten weten dat ze hun vluchtelingenbeleid niet wensten te versoepelen.

‘Meer dan 95 procent van de mensen op onze fotowand (de mensen die vanuit de Dossinkazerne werden gedeporteerd) waren “vreemdelingen” ’, vertelt Marjan Verplancke. ‘Dit waren mensen op de vlucht voor de toenmalige pogroms in Polen, Rusland, en later voor het naziregime. Ze hadden te maken met mechanismen van uitsluiting en xenofobie, mechanismen die we vandaag ook opnieuw zien opduiken.’

Verplancke verwijst naar een vooroorlogs “appel aux réfugiés”, een oproep aan de Joodse vluchtelingen die ook in het museum van de Dossinkazerne een plek kreeg. ‘Het is de vluchtelingen sterk afgeraden te praten op straat of in de tram, rond te lopen in het stadscentrum en openbare plaatsen als cafés, restaurants, bioscopen en dergelijke te bezoeken.’ De boodschap was duidelijk: leef in de marge en probeer zo weinig op te vallen.

Of er was de falende Conferentie van Evian in 1938 om het probleem van de Joodse vluchtelingen te behandelen. Ook de uitkomst van Evian was duidelijk: de dertig deelnemende landen lieten weten dat ze hun vluchtelingenbeleid niet wensten te versoepelen.  De landen die een jaar later toch overstag gingen om vluchtelingen op te vangen ­— België, Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk — deden dat niet met open armen.

Vreemdelingen vandaag

Nieuw is dat de stappers deze keer niet alleen aandacht vragen voor hun eigen situatie.

Anno 2015 kijken Europese lidstaten weg van de grenslanden en van de ramp van Lampedusa, waarbij in twee jaar geleden in oktober 366 mensen de dood vonden op zee.

En net onder de vlag van Lampedusa stappen driehonderd asielzoekers vandaag voor hun rechten. Vorig jaar deden honderden Afghanen dit hen al voor toen ze de woonplaatsen van Elio Di Rupo en Maggie De Block bezochten om hun protest uit te drukken tegen het Belgische uitwijzingsbeleid naar Afghanistan.

Nieuw is dat de huidige stappers niet alleen aandacht vragen voor hun eigen situatie. Ze stappen in naam van alle asielzoekers en vluchtelingen: nu en hier, aan de grenzen van Europa, maar evengoed vroeger in de vooroorlogse vluchtelingenkampen.

© Tine Danckaers

De groep achter deze verbindende oproep is heel divers. Tussen de stappers bevinden zich onder meer mensen die nooit een antwoord kregen op hun regularisatieaanvraag tijdens de eenmalige regularisatiecampagne van 2009, Afghaanse kerkbezetters en asielzoekers uit Ebola-landen.

‘In de eerste plaats willen we het grote publiek sensibiliseren over de situatie en de rechten van actievoerders’, vertelt Riet Dhondt, mede-organisator van de mars. Daarbij staat het recht op menselijke waardigheid en vrijheid voorop.

De groep achter deze verbindende oproep is heel divers. Tussen de stappers bevinden zich onder meer mensen die nooit een antwoord kregen op hun regularisatieaanvraag tijdens de eenmalige regularisatiecampagne van 2009, Afghaanse kerkbezetters en asielzoekers uit Ebola-landen. Hun vragen gaan van tijdelijke bescherming, regularisatie na een lang verblijf, over recht op werk en deelname aan de Belgische samenleving.

Dubbel doel

De grondstoffen raakten zonder problemen Europa binnen, de mensen die er tussen zaten, waren dood.

‘Tegelijk brengen we hulde aan de oorlogsvluchtelingen van vroeger en de Lampedusadoden en alle anderen die in het hedendaagse Europa hun leven lieten, op zoek naar een betere plek. We willen de stappers zelf ook duidelijk maken dat er altijd mensen zijn geweest die hebben gestreden tegen racisme.’

Daarom ligt op zondag 15 februari ook het Fort van Breendonk op de route van de voettocht. Daar werden de weerstanders die destijds Simon Gronowski hielpen ontsnappen, geëxecuteerd. ‘We willen hulde brengen aan die mensen, die op jonge leeftijd hun leven gaven voor solidariteit met anderen.’

Een andere opvallende stopplaats is het Antwerpse Schoonselhof. ‘We willen ook een eerbetoon brengen aan alle Lampedusaslachtoffers’, legt Dhondt uit. ‘Dat doen we op een heel symbolische plek: daar waar de “eerste gestorven bootvluchtelingen” in België liggen begraven.’

Op kerstdag 1995 kwam de Elise D. in de haven van Antwerpen aan. Behalve een vracht cacao had de cargo ook twee dode verstekelingen en één overlevende aan boord. De twee anonieme doden uit Ivoorkust werden, via een solidariteitsactie, toch eervol begraven in het Hobokense Schoonselhof. ‘Symbolischer kon het niet zijn’, aldus Riet Dhondt. ‘De grondstoffen raakten zonder problemen Europa binnen, de mensen die er tussen zaten, waren dood.’

Dhondt hekelt het huidige antimigratieklimaat maar is ook hoopvol. Veel vrijwilligers en organisaties zetten zich in om de stappers te onthalen met soep, een maaltijd en een bed. Na een korte oproep via sociale media, gaven vele sympathisanten financiële bijdragen waarmee de inkomtickets voor de stappers in Breendonk kunnen worden betaald. ‘Die solidariteit van burgers is hartverwarmend.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur