Migranten zoeken op de Middellandse Zee: ‘Ik zou zelf nooit in zo'n bootje durven stappen’

Reportage

Ngo-schepen redden mensen en documenteren wat de autoriteiten doen

Migranten zoeken op de Middellandse Zee: ‘Ik zou zelf nooit in zo'n bootje durven stappen’

Een bemanningslid van reddingsschip Humanity 1 spuit reddingsvesten die op het dek liggen schoon.
Een bemanningslid van reddingsschip Humanity 1 spuit reddingsvesten die op het dek liggen schoon.

Benthe Vermeulen

15 juli 202617 min leestijd

Het is makkelijk wegkijken wanneer het gaat over grote woorden als migratiepact en Europees migratiebeleid. Maar op Sicilië wordt de impact van dat beleid op mensenlevens heel zichtbaar. Voor de bemanningsleden van de Humanity 1 bijvoorbeeld, een van de vijftien reddingsschepen die mensen gaat opvissen uit rubberbootjes op de Middellandse Zee.

Het is acht uur in de ochtend en de straten van Ortigia, het historisch centrum van de Italiaanse stad Siracusa, liggen er nog slapend bij. Die rust is bedrieglijk. Over een uur stromen de smalle steegjes vol met toeristen in shorts en zomerjurken, op zoek naar beschutting tegen de genadeloze Siciliaanse zon. In de etalages van de kalkstenen panden worden allerhande prullaria aangeprezen, van terracotta vazen tot plastieken slippers.

Op een kwartier wandelen van Ortigia is het reddingsschip Humanity 1 aangemeerd in de haven. Het blauw met gele schip deelt er het water met privéjachten en dobberende plezierbootjes.

Het schip is eigendom van de Duitse ngo SOS Humanity en patrouilleert op de centrale Middellandse Zee, langs de migratieroute die de Internationale Organisatie voor migratie (IOM) bestempelt als een van de dodelijkste ter wereld. Sinds het begin van dit jaar zijn er in dit deel van de Middellandse Zee 863 mensen officieel geregistreerd als vermist of gestorven, blijkt uit de IOM-cijfers.

Begin 2026 werden op zee lichamen gevonden in zo’n verre staat van ontbinding dat identificatie onmogelijk was.

Maar het werkelijke dodental ligt veel hoger volgens de IOM. Zo kende 2026 een ongemeen dodelijke start van het jaar voor mensen op de vlucht: cycloon Harry teisterde in januari de regio van Sicilië en daardoor steeg de dodentol op zee met meer dan 150% tegenover de start van 2025. Ngo’s rapporteerden begin 2026 dat op zee lichamen gevonden werden in zo’n verre staat van ontbinding dat identificatie onmogelijk was.

Ondertussen heeft de Europese Unie in juni de grootste hervorming van haar migratiebeleid ooit doorgevoerd, met het EU-migratiepact en de bijhorende terugkeerverordening. Brussel presenteert het pact als een “solidair en eerlijk” instrument voor beheer en normalisering van grenscontroles, maar ngo’s als SOS Humanity getuigen van een beleid dat de mensenrechten met de voeten treedt.

Twee redders op zee kijken naar een met mensen overladen rubberen sloep

Op de Middellandse Zee, 3 juli. Een civiel reddingsschip heeft een boot met 47 migranten kunnen bereiken.

Een enkeltje Middellandse Zee

Terwijl Ortigia langzaam ontwaakt, is het aan boord van de Humanity 1 al druk. De 29-koppige bemanning is net teruggekeerd van vijf weken op zee. De bemanning voerde tijdens hun rotatie één reddingsactie uit, waarbij ze 47 mensen uit een half leeggelopen rubberbootje in veiligheid bracht. Onder hen waren zes kinderen, de jongsten nog geen twee jaar oud.

‘Toen ik voor het eerst op een reddingsboot stapte, wist ik niet wat ik zag: zoveel mensen samengepropt op een rubberboot. Ik bleef maar denken: wat doen ze hier in godsnaam op open zee?’

Op enkele dagen tijd moeten de bemanningsleden het schip opnieuw bevoorraden en opknappen voor een volgende missie. Het ruikt er naar vers aangebrachte verf en op de achtergrond is het gezoem van een generator te horen. Aan de achterkant van het schip overspant een groot beige zeil het dek. Er is plek voor zo’n 200 geredde mensen.

We spreken er met Dragos, de zoek- en reddingscoördinator. Om de bemanningsleden te beschermen tegen criminalisering door de Italiaanse overheid, gebruiken we enkel hun voornaam. ‘Toen ik in 2017 voor het eerst op een reddingsboot stapte, wist ik niet wat ik zag: zoveel mannen, vrouwen en kinderen samengepropt op een rubberboot. Ik bleef maar denken: wat doen ze hier in godsnaam op open zee?’

Met zijn negen jaar dienst en 120 reddingsacties is de Roemeen een van de meest ervaren reddingswerkers in de regio. ‘Het werk heeft me nederig gemaakt. Mensen zouden nooit in zo’n situatie van diepe wanhoop terecht mogen komen. Zelf zou ik uit angst nooit op zo’n bootje durven stappen, ze maken bijna altijd water.’

Er is één redding die Dragos bijna het werk deed neerleggen. ‘Op 27 januari 2018 hadden we een reddingsactie van een grote, witte, half leeggelopen rubberboot. Toen we aankwamen, lagen er al mensen een meter diep en bewusteloos in het water. Er waren dode moeders en kinderen die nooit zijn teruggevonden. Daarna zei ik dat ik nooit meer zou terugkomen. Maar toen werd ik weer opgeroepen en verliep alles goed.’

Boten aan de ketting

De Humanity 1 maakt deel uit van een burgervloot, een samenraapsel van verschillende ngo’s actief op de Middellandse Zee.

Dragos heeft in zijn negen jaar bij de burgervloot de houding van de Italiaanse overheid en de EU zien evolueren. In het begin was er een golf van solidariteit in de vorm van Mare Nostrum, een grootschalige Italiaanse zoek- en reddingsoperatie. Maar die werd in 2015 opgedoekt en vervangen door een Europese operatie onder leiding van de Europese grenswacht Frontex.

In 2019 verdwenen ook die EU-schepen van het maritieme toneel. Vandaag circuleren er boven de Middellandse Zee enkel nog Frontex-vliegtuigen en hoogtechnologische drones, op zoek naar gammele bootjes onderweg naar Europa.

Ngo’s sprongen in het gat dat Italië en de EU lieten. Zo ontstond er vanaf 2015 een micro-universum van zoek- en reddingsoperaties door burgers in het zeegebied tussen Libië, Tunesië en Italië. In 2025 telde de burgervloot vijftien reddingsschepen, zeven zeilboten en vier vliegtuigen en waren 21 niet-gouvernementele organisaties (ngo's) betrokken bij het redden van levens in de Centrale Middellandse Zee.

Een man aan boord van het reddingsschip Humanity 1 zit en staart over de reling naar zee.

Maar dat wordt de ngo's niet in dank afgenomen door de Italiaanse overheid. Rome stelt dat hun acties een ‘aanzuigeffect’ creëren. De Italiaanse regering onder leiding van Giorgia Meloni (van het uiterst rechtse Fratelli d'Italia) introduceerde in 2023 daarom de Piantedosi-wet, die het werk van de burgervloot aan banden moet leggen. Na elke uitgevoerde redding moeten ngo-schepen onmiddellijk doorvaren naar een haven die het Italiaanse coördinatiecentrum hen aanwijst, helemaal in het noorden van Italië.

‘Ze sturen je naar Ravenna of Genua. Dat kost ons acht dagen heen en terug. Acht dagen waarin we geen reddingen mogen uitvoeren’, zegt Dragos. En dat terwijl het internationaal maritiem recht voorschrijft dat een schip verplicht is hulp te bieden aan een vaartuig in nood.

De Justice Fleet, een in november 2025 opgerichte alliantie van 13 ngo’s, spreekt van moedwillige sabotage van de burgervloot door Italië. Sinds de wet in werking trad, zijn ngo-schepen al 41 keer aan de ketting gelegd, goed voor 1075 verloren dagen, liet Justice Fleet begin juni weten. In diezelfde periode registreerde de IOM meer dan 6409 vermisten en doden op zee. Verschillende bemanningsleden die we spreken, vermoeden dat Italië hen probeert weg te houden uit het werkingsgebied.

Onder vuur

Humanity 1-bemanningslid Dragos zag de wetgeving strikter worden, maar heeft ook de situatie op zee zien verruwen, door de aanwezigheid van de kustwacht van Libië. ‘Ze gedragen zich onvoorspelbaar. Tijdens de afgelopen vijf weken op zee weken ze niet van onze zijde.’

Volgens Dragos gaat het om een intimidatiestrategie, want dat schaduwen kan onverwachts omslaan in geweld. ‘Twee jaar geleden kwam de Libische kustwacht dreigen met wapens. Ze sprongen aan boord van de boot die we aan het redden waren en sleurden mensen mee’, vertelt hij.

We zitten inmiddels aan een kleine tafel in zijn kajuit. Omdat de airco het enkele dagen geleden begaf, is het er broeierig heet.

De Humanity 1 wordt via verschillende kanalen op de hoogte gesteld van noodsituaties. ‘We staan zelf op de uitkijk en krijgen oproepen van andere ngo’s of mayday-signalen’, zegt Dragos.

Hij haalt een stuk papier tevoorschijn en tekent in snelle halen een overzicht van de situatie op zee. ‘Stel dat we na een oproep koers zetten richting een boot in nood, en de Libische kustwacht is op vijf mijl afstand, dan maak je geen schijn van kans. Binnen de vijftien minuten halen ze je in, want ze beschikken over speedboten die tot drie keer sneller zijn dan dit schip.’

Dragos tekent kleine cirkeltjes op het papier: ‘Als je op de radar ziet dat een Frontex-vliegtuig plotseling rondjes begint te vliegen, betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat ze een boot hebben gespot. Is dat dicht bij de Libische kust? Dan heeft het voor ons geen zin om uit te varen.’

‘Veel overlevers zeggen dat ze nog liever sterven op zee dan terugkeren naar Libië.’
Sofia, communicatiecoördinatrice Humanity 1

Verschillende bemanningsleden uiten vermoedens dat er een directe lijn bestaat tussen de Frontex-vliegtuigen en de Libische autoriteiten. Wanneer we daarover navraag doen bij Frontex, ontkent dat een rechtstreekse link met de kustwacht. Wel wijst het agentschap op zijn juridische verplichtingen: volgens het internationaal recht moet het het Libische coördinatiecentrum in Tripoli waarschuwen zodra het een boot in nood spot binnen de Libische reddingszone.

‘We zijn ons uiteraard bewust van de situatie in Libië en we zijn er niet blij mee dat we de Libiërs moeten inlichten. Maar de eerste prioriteit is het redden van mensenlevens’, zegt Frontex-woordvoerder Krzysztof Borowski..

Onderschept

De Libische kustwacht neemt onderschepte mensen mee terug naar Libië. Daarmee schendt ze het internationale non-refoulementbeginsel, dat verbiedt om mensen op de vlucht terug te sturen naar een land waar hun leven of vrijheid gevaar loopt.

‘Veel overlevers zeggen dat ze nog liever sterven op zee dan terugkeren naar Libië’, vertelt Sofia, de communicatiecoördinatrice aan boord. We spreken haar onder een overkapping in de haven.

Tijdens de laatste rotatie registreerde de Humanity 1 minstens drie onderscheppingen door Libië, vertelt ze: ‘We zien die lege boten drijven, zonder motor of spullen. Dan weet je dat de opvarenden teruggenomen zijn. Soms zijn we net een uur te laat om iemand te redden van een martelkamer (in Libië, red.)’, zegt ze, terwijl haar blik over de kade dwaalt.

Wie door een Europees schip gered wordt, valt onder Europese rechtspraak en heeft dus recht om asiel in Europa aan te vragen, oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nochtans in 2012. Om die reden besteden de EU en Italië het reddingswerk uit aan onder andere Libië, via partnerschappen en miljoenenbudgetten.

Dit beleid oogst al jaren felle kritiek van de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties. In een rapport uit 2023 concludeerde een VN-onderzoeksteam dat er sterke bewijzen zijn dat er misdaden tegen de mensheid plaatsvinden in Libische detentiecentra.

De Libische kustwacht voert volgens het rapport doelbewust levensgevaarlijke onderscheppingen op zee uit om mensen dan met geweld terug te brengen. Eenmaal terug op het vasteland belanden ze vaak opnieuw in de handen van mensensmokkelaars en milities. In de centra is de realiteit inktzwart: foltering, verkrachting en psychologische terreur zijn er de norm.

De boten waarmee de Libische kustwacht migranten op zee onderschept, worden onder andere gedoneerd door Italië. In 2017 sloten de twee landen een akkoord waarin Italië zich verbindt tot technologische ondersteuning bieden aan Libië. Concreet betekent dit dat het onder meer trainingen geeft en schepen schenkt. Zo werden er in 2018 twaalf schepen ter waarde van 2,5 miljoen euro aan Libië overgedragen.

De Europese Unie onderschreef de samenwerking met Libië in 2017 in de Verklaring van Malta en hernieuwde ze al tweemaal. De Unie heeft tal van samenwerkingsverbanden met de Libische overheid op het vlak van migratie. Daarbij gaat het om grote budgetten: zo werd er via bilaterale akkoorden 224 miljoen euro voor Libië voorzien van 2021 tot 2027.

De grijze zone van het EU-migratiepact

De Italiaanse Mati, kort voor Mathilde, is onafgebroken in de weer achter haar laptop. We kunnen haar snel spreken tussen het opstellen van documenten door. Als protection representative aan boord is het haar taak om geredde mensen voor te lichten over de Italiaanse asielprocedure.

‘De gevolgen van het Europese beleid zien we nu al op de Middellandse Zee. Het dwingt mensen om langere, veel gevaarlijkere routes te nemen, wat de sterftecijfers op zee verder opdrijft. Het nieuwe EU-migratiepact en de terugkeerplannen versterken dit schadelijke grensregime alleen maar’, zegt ze, een sigaret stevig tussen de vingers geklemd.

Mati werkte eerder langs de Balkanroute en op het Italiaanse eiland Lampedusa. Ze heeft jaren ervaring met het doorgronden van het Europees migratiebeleid. En nu is er ook het migratiepact: ‘Het idee is dat mensen direct na aankomst zeven dagen worden vastgehouden in een gesloten faciliteit. Daar moet snel beslist worden over een start van een asielprocedure óf repatriëring. Maar hierdoor is er amper nog ruimte voor fatsoenlijke juridische bijstand of het herkennen van iemands kwetsbaarheden.’

Waar Mati zich grote zorgen over maakt, is dat mensen zich bij aankomst in een van deze screeningcentra wel fysiek op Europees grondgebied bevinden, maar niet juridisch. ‘Het pact creëert een grijze zone. Het is onduidelijk of de Europese mensenrechtenverdragen van toepassing zullen zijn.’

Ze geeft een voorbeeld: ‘De overheid wil in zeven dagen controleren of iemand een gevaar voor de samenleving vormt. Daarvoor zet ze databanken op en verzamelt ze biometrische gegevens. Dat is problematisch, omdat het pact niet specificeert hoe het recht op privacy gerespecteerd zal worden.’

Mati communiceert voorzichtig met de geredde mensen over de nieuwe regels. ‘Het is cruciaal dat we geen onnodige paniek zaaien, maar ook geen valse verwachtingen scheppen bij mensen over de weg die ze nog moeten afleggen. Europa heeft zijn eigen grenzen, nieuwkomers stuiten hier ook op sociale muren. Pas na een dag of vier zie je het besef langzaam bij de overlevers aan boord indalen: dat ze écht weg zijn uit Libië, maar dat de strijd hier opnieuw begint.’

Voor Mati is de rol van ngo-schepen duidelijk: ‘We mogen dit soort beleid niet normaliseren, van onderscheppingen op zee tot een steeds strenger grensregime. Daarom is het essentieel dat ngo-schepen op zee aanwezig blijven om te documenteren wat de autoriteiten daar doen.’

Mati van SOS Humanity

Mati informeert geredde mensen aan boord over de asielprocedure. ‘Pas na een dag of vier zie je het besef langzaam indalen: dat ze écht weg zijn uit Libië, maar dat de strijd hier opnieuw begint.’

De trechter

Ondertussen valt langzaam de avond over de haven. Een deel van de bemanning maakt zich klaar voor pizza in Ortigia. Anderen nemen met een trekrugzak op de rug afscheid van hun collega’s.

‘Soms denk ik dat het moeilijker is voor de Europese crew om terug te keren naar huis dan om te blijven’, zegt Zeina terwijl ze de vertrekkende bemanningsleden gadeslaat. ‘Zij praten straks met vrienden en familie over ervaringen die niemand écht kan begrijpen. Voor mij, als persoon uit het Midden-Oosten, zijn onderwerpen als geweld en verkrachting door onze historische context tot op zekere hoogte genormaliseerd, ook al breekt dat mijn hart.’

Zeina is de cultureel bemiddelaar aan boord. Ze groeide op in Caïro, Egypte, waar ze nog steeds woont. ‘Ik heb aan boord mensen ontmoet die op nog geen kwartier reizen van mij vandaan woonden. Ik beschouw hen dan ook niet als “overlevers”, maar als mijn mensen. Ik zie mezelf als een trechter tussen de crew en de geredde mensen.’ Ze praat met een zachte stem, die nauwelijks uitkomt boven het monotone gezoem van de generator.

‘Het Europees beleid jongleert met mensenlevens.’
Zeina, cultureel bemiddelaar op de Humanity 1

Met sommige van de geredde mensen houdt Zeina nog contact. ‘Ik ontmoette hier aan boord een Soedanese jongen die wilde doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk. Hij was bereid om zijn leven nóg een keer te riskeren: in de jungle van Calais, in de handen van mensensmokkelaars en op zee. Mijn hart brak. Hij had zijn familie verloren in Soedan en zijn broer was tijdens de reddingsoperatie verdronken. Toch had hij de kracht om door te gaan. Enkele weken later stuurde hij me dat hij veilig was aangekomen.’

Voor we vertrekken, benadrukt Zeina de veerkracht van de mensen op de vlucht. ‘Het Europees beleid jongleert met mensenlevens. Politici dicteren wat “veilige landen” zijn, maar door te migreren bepalen deze mensen zélf hoe ze hun leven willen leiden. Zolang er niet voor iedereen voedselzekerheid is, zullen er ook nooit echt veilige landen bestaan.’

Lunapark voor toeristen

Bij zonsondergang keren we terug naar Ortigia. Onderweg staan toeristen in de rij voor een restaurant, terwijl ze zichzelf koelte toe wapperen met de menukaart. Naast de authentieke voordeuren hangen kleine Airbnb-sleutelkastjes. Op de Piazza del Duomo schiet een straatverkoper een blauw flikkerlichtje de lucht in.

Om de spanning tussen deze twee werelden te begrijpen, hebben we een laatste afspraak. Met Lidia Ginestra, een lokale journaliste die opgroeide in Siracusa. We ontmoeten haar op een rotsachtige pier met uitzicht op het historische centrum.

Een deel van de Siciliaanse bevolking steunt het beleid van de uiterst rechtse premier Meloni. Volgens Ginestra is dat niet los te zien van lokale frustraties: ‘Ortigia is een lunapark voor toeristen geworden. Scholen zijn gesloten, het postkantoor is nu een vijfsterrenhotel en de bioscoop is nu de grootste souvenirshop. De gewone bewoners worden verdreven. Als je hier een baan wilt, heb je buiten de toerismesector amper keuze.’

Er gapen volgens haar diepe kloven tussen de realiteit op zee en die op het land. ‘Het is ontzettend belangrijk dat ngo-schepen op zee levens redden. Maar er is aan land dringend nood aan een politiek perspectief. Wat heeft het voor zin om iemand te redden als die morgen weer wordt teruggestuurd?’

‘Echte verandering begint niet in een bubbel van progressieve ngo-medewerkers. Ze begint bij de mensen die brood op de plank nodig hebben en uit wanhoop op leiders als Meloni stemmen.’
Lidia Ginestra, Siciliaans journaliste

De sleutel ligt volgens de journaliste in het contact met de lokale bevolking. ‘Echte verandering begint niet in een bubbel van progressieve ngo-medewerkers. Het begint bij de mensen die simpelweg brood op de plank nodig hebben en uit wanhoop op leiders als Meloni stemmen. We moeten spreken met de locals die Siracusa moeten verlaten om werk te vinden. Pas als we laten zien dat hun economische strijd direct verbonden is met die van de migranten die Libië ontvluchten, veranderen we de maatschappij.’

Ginestra wijst op de hypocriete Europese houding: ‘Het is voor ons makkelijker om te denken dat het kwaad van buitenaf komt. De soldaat die koelbloedig mensen vermoordt, dat is tastbaar. Maar ondertussen financieren wij de Libische kustwacht om diezelfde mensen tegen te houden.’

‘We schieten de kogels niet zelf af. Maar een drone-operator die zijn slachtoffers niet eens ziet, staat moreel gezien niet ver af van de westerse toerist die vrolijk bootritjes maakt in het midden van een massagraf’, zegt ze, terwijl ze met haar handen in de richting van de Middellandse Zee wijst.

Beeld van een half leeggelopen zwarte rubberboot in de Middellandse Zee

Een lege reddingsboot, onderschept door de Libische kustwacht. Die brengt de opvarenden terug naar Libië. ‘Veel overlevers zeggen dat ze nog liever sterven op zee.’

Logo of Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek, with stylized "pd" in a pink square and text in bold pink font.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek