‘Voor het eerst proberen Europese leiders mensenrechten af te zwakken in plaats van uit te breiden’

Analyse

Het EU-migratiebeleid test de mensenrechten

‘Voor het eerst proberen Europese leiders mensenrechten af te zwakken in plaats van uit te breiden’

Overzichtsbeeld van een Italiaans centrum voor de opvang van asielzoekers in Albanië

Het Italiaanse detencieccentrm voor uitgewezen asielzoekers nabij het Albanese dorpje Gjadër.

Overzichtsbeeld van een Italiaans centrum voor de opvang van asielzoekers in Albanië

Het Italiaanse detencieccentrm voor uitgewezen asielzoekers nabij het Albanese dorpje Gjadër.

Europese leiders flirten met de afbraak van de mensenrechten. Onder het mom van het inperken van migratie en het verzekeren van de nationale veiligheid, wordt de reikwijdte van de mensenrechten steeds vaker openlijk in vraag gesteld. En dat is niet onschuldig, oordelen mensenrechtenexperten. 

In het voorjaar van 2024 keurde de Europese Unie het asiel- en migratiepact goed. Dat treedt op 12 juni 2026 in werking. Het pact voorziet onder meer in strengere grenscontroles, een gemeenschappelijke databank met biometrische gegevens en terugkeerprocedures aan de grenzen. Daarnaast moet het de solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van opvang versterken en zorgen voor een grotere harmonisering van de asielregels.

Begin deze maand bereikten de Europese instellingen nog een onderling akkoord over nieuwe wetgeving die het terugkeerbeleid van mensen zonder wettig verblijf moet versnellen. Dat vormt het juridisch sluitstuk van het bredere Europese asiel- en migratiepact.

Of de uitvoering van dit nieuwe wetgevende kader de mensenrechtentoets doorstaat, moet de toekomst uitwijzen. Het is wel zeker dat Europese leiders, onder het mom van migratiebeleid, steeds vaker aan de basisprincipes van het Europese mensenrechtenverdrag knagen. 

Terugkeerhubs

Met de terugkeerwet opent Europa de deur om de omstreden terugkeerhubs in landen buiten de EU mogelijk te maken. Mensen zouden naar landen uitgewezen worden waar ze niet noodzakelijk een band mee hebben. Deze terugkeerhubs zijn geen nieuw idee. Europese leiders hebben al herhaaldelijk geprobeerd om migratie buiten de grenzen te beheren. 

Zo tekende toenmalig Brits minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel in 2022 een akkoord met Rwanda om er mensen zonder papieren naar te deporteren en daar in tijdelijke centra onder te brengen. Maar een oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hield de eerste vlucht aan de grond. 

Italiaans detentiecentrum voor asielzoekers in Albanië

Italië opende in het Albanese Gjadër een detentiecentrum voor uitgewezen asielzoekers.

Ook Italië sloot een akkoord over een terugkeerhub in Albanië, maar botste dan weer op juridische bezwaren van nationale rechters. Zij baseerden zich hierbij op een uitspraak van het Europees Hof van Justitie om de definitie van “veilige landen” in vraag te stellen. 

De terugkeerhubs worden vandaag politiek breed gedragen. Dat blijkt uit recente wetgevende initiatieven. Met de Europese terugkeerwet en het EU-pact voor asiel en migratie, krijgen deze initiatieven nu ook een juridische basis. Daarnaast kunnen we het brede politieke draagvlak ook afleiden door de directe verwijzing naar de hubs in een politieke verklaring ondertekend door alle ministers van Buitenlandse Zaken van de 46 lidstaten van de Raad van Europa.

Dat is problematisch, vinden mensenrechtenorganisaties. ‘Terugkeerhubs schuiven de verantwoordelijkheid voor terugkeer en bescherming af op landen buiten de Europese Unie, terwijl fundamentele vragen over mensenrechten en rechtsbescherming onbeantwoord blijven. Die rechtsbescherming komt zelfs almaar meer in het gedrang’, zegt Flor Didden, expert migratie bij koepelorganisatie 11.11.11. 

Tot nu toe stond de rechterlijke macht op de rem wegens een gebrek aan garanties dat in dergelijke hubs dezelfde rechtsbescherming bestaat als binnen de EU. Het wordt afwachten of de EU en haar lidstaten in de toekomst de rechterlijke macht zullen kunnen overtuigen dat dit effectief zo is. Ondertussen voeren politici de druk op de rechters zichtbaar op.

De 27 EU-lidstaten ondertekenden allemaal het EU-charter van fundamentele rechten. Sinds het Verdrag van Lissabon van 2009 is dat charter bindend voor de EU-lidstaten. Daarnaast ondertekenden ze ook de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De nationale rechtbanken doen dat. En het Hof van Justitie van de EU ziet erop toe dat de EU-wetgeving in alle landen op dezelfde wijze wordt toegepast. De Europese Commissie kan een zaak starten tegen een EU-land of EU-lidstaten kunnen tegen elkaar een zaak beginnen.
Het Europees Hof van Justitie gaat ook na of Europese wetgeving niet in strijd is met EU-verdragen of grondrechten. Het Hof heeft bijvoorbeeld al geoordeeld dat terugkeerhubs in derde landen mogelijk zijn, mits erop wordt toegezien dat de mensenrechten er gerespecteerd worden. 

Naast een eigen handvest ondertekenden alle EU-lidstaten ook allemaal het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit verdrag is bindend en ondertekend door 46 Europese lidstaten van de Raad van Europa, die geen EU-instelling is. Nationale rechtbanken zien toe op de naleving ervan in eigen land. Maar burgers die in eigen land de rechtsmiddelen hebben uitgeput, kunnen ook naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg trekken. 

Mensenrechtenschendingen

Ook ons land blijft niet gespaard van de druk op de rechterlijke macht. Recent zorgde minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) voor heel wat deining met haar omstreden opvangstop voor asielzoekers. Uitspraken van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State oordeelden dat die ongrondwettelijk was, en deed dat eerder ook bij voorgangster Nicole De Moor (cd&v). 

Maar Van Bossuyt zette het beleid voort en gaf ook die instructies aan de ambtenaren van Fedasil om geen opvang te bieden aan asielaanvragers die al in een ander EU-land een aanvraag tot internationale bescherming hadden lopen. Het zorgde voor onrust bij Fedasil, het uitvoerende agentschap. In een open brief distantieerden 477 personeelsleden zich van de dagelijkse schendingen van de rechtsstaat. 

Ook een initiatief van premier Bart De Wever (N-VA) in mei vorig jaar riep twijfels op over het respect voor de rechtsstaat. Samen met acht andere Europese regeringsleiders schreef hij een open brief waarmee hij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in vraag stelde.

De brief, die er kwam op initiatief van de Italiaanse premier Giorgia Meloni en de Deense Mette Frederiksen, stelde dat ‘de reikwijdte van het verdrag te ver was uitgebreid’. Landen zouden meer beleidsruimte nodig hebben om mensen zonder papieren die criminele feiten hadden gepleegd het land uit te zetten, klonk het. ‘De interpretatie van de Europese Mensenrechtenconventie heeft ervoor gezorgd dat de verkeerde mensen beschermd worden’, aldus nog de brief.

Het EHRM publiceerde na die brief een factsheet en documenteerde hoe in de laatste tien jaar slechts 2% van de klachten die het ontving over migratie ging. In slechts 6% van de gevallen (van die 2%) gaf de EHRM de klager gelijk. 

‘Dit is ongezien, en ik draai toch al even mee.’
Kati Verstrepen (Liga voor Mensenrechten)

Het Hof duidde dus hoe landen zelden veroordeeld worden voor mensenrechtenschendingen in migratiezaken. In de praktijk gaat het vooral over een veroordeling wegens het ontbreken van garanties dat de uitgewezen gedetineerde geen gevaar loopt na terugkeer in het land van herkomst. 

Door de druk op het EHRM op te voeren, en te spreken over een conflict tussen veiligheid, mensenrechten en migratiebeleid, scherpen belangrijke politici het negatieve frame van mensen met een migratieverhaal aan.

Verklaring van Chişinău

De politieke brief was het startpunt van een proces waarbij de 46 lidstaten van de Raad van Europa tot een gezamenlijk standpunt proberen te komen op het vlak van mensenrechten en migratie. 

Twee Belgische instituten – het Federaal Migratiecentrum Myria, en het Federaal Instituut voor de bescherming en bevordering van de rechten van de mens (FIRM) – waarschuwden dat ons land al enkele voorstellen deed die ‘op gespannen voet staan met het universeel karakter van mensenrechten en de rechtstaat’. 

Ook Kati Verstrepen, mensenrechtenadvocate en voorzitter van de Liga voor Mensenrechten, drukte zich tijdens Act for Peace in Ieper, enkele dagen voor de ondertekening, nog bezorgd uit.

Op 15 mei jongstleden namen de lidstaten van de Raad van Europa in Moldavië de verklaring van Chişinău aan. Daarin herbevestigden ze hun steun voor het EHRM. Dat die tekst er een stuk gematigder uitziet dan wat ons land oorspronkelijk op tafel had gelegd is goed nieuws, vindt Verstrepen. ‘Het principe van universaliteit wordt in de tekst benadrukt.’ Maar waakzaamheid blijft geboden, voegt ze eraan toe. 

Niet enkel mensen met een migratieachtergrond moeten zich zorgen maken over deze ontwikkelingen.’
Professor Başak Çalı

Vooral de reden waarom de tekst tot stand is gekomen, baart Verstrepen zorgen. ‘De verklaring kwam er omdat negen regeringsleiders stelden dat landen gehinderd worden in het repatriëren van criminele migranten. Dat die stelling vertrekt vanuit een onwaarheid, blijft verontrustend.’

Verstrepen baseert zich op de nota van Myria en het FIRM. Die benadrukt dat het Hof in de overgrote meerderheid van de gevallen niet tussenkomt en dat er aan de beoordeling van de nationale autoriteiten over het uitwijzen van veroordeelden niet getornd wordt, zoals de negen regeringsleiders wel beweren. 

‘Het is ook problematisch dat de uitvoerende macht de rechterlijke macht zegt hoe ze iets moet interpreteren’, voegt Verstrepen eraan toe, waarmee ze verwijst naar het principe van de scheiding der machten.

‘Het is uiteraard goed dat de tekst vermeldt dat het verbod op folteren absoluut is’, vervolgt Verstrepen. ‘Maar een punt verder lees ik: “De beoordeling van de minimale ernst van mishandeling die als onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing wordt aangemerkt, is relatief en hangt af van alle omstandigheden van het geval”. Dat het verbod op folteren absoluut is, maar de minimale ernst dan toch “relatief” wordt genoemd, is voor mij tegenstrijdig.’

11.11.11., de koepel van Internationale Solidariteit, wijst erop dat er opnieuw een politieke opening gemaakt wordt voor terugkeerhubs. Kati Verstrepen sluit zich daarbij aan. ‘De tekst van Chişinău is slechts een politieke verklaring, maar ze toont nog maar eens aan dat 46 landen het aanvaardbaar vinden dat mensen naar derde landen worden gestuurd waar ze niet noodzakelijk banden mee hebben.’

Ongezien

Of deze verklaring van Chişinău ook een impact zal hebben op de rechtspraak van het EHRM over migratie valt af te wachten. Politici hebben in principe de macht om mensenrechtenverdragen te wijzigen, maar daarvoor moeten alle nationale parlementen een wijziging goedkeuren. Dat is een veel moeilijker proces dan een politieke verklaring, waar weinig terugkoppeling voor nodig is. 

‘Aan het verdrag is geen letter gewijzigd’, legt professor Başak Çalı uit. Çalı is professor internationaal recht aan de Universiteit van Oxford. ‘Dit is een politiek signaal, een vraag om de rechtspraak van het EHRM te ijken op de politieke wensen op vlak van migratiebeleid.’

‘Dit is ongezien’, oordeelt Verstrepen. ‘En ik draai toch al even mee.’ Çalı bevestigt, want volgens haar is het niet nieuw dat Europese lidstaten vragen aan het Europees Hof om de mensenrechten niet op een ruime manier te beschermen. ‘Maar het is nog niet eerder op zo’n zeer gerichte manier gedaan, waarbij bepaalde zeer fundamentele beginselen, zoals het verbod op foltering, worden aangevallen. Dat is wel heel nieuw’, stelt ze verontrust. 

‘Deze verklaring leert ons vooral dat Europese, democratisch verkozen regeringen een zo groot mogelijk vrijheid willen op vlak van migratiebeleid. Ze willen de maximale vrijheid om te deporteren wie ze willen.’ 

De rechterlijke uitspraken die politieke weerstand opwekken, gaan over de omstandigheden in gevangenissen in derde landen waar veroordeelden aan zouden worden uitgeleverd. Het verbod op foltering moet bijvoorbeeld kunnen gevrijwaard blijven. Ook het recht op een familieleven, al is dat een stuk beperkt in detentie, kan worden geschonden als de familie nog wel in het gastland woont, terwijl de gedetineerde naar het land van herkomst wordt overgebracht. ‘Europese landen geven nu het signaal dat dit hun probleem niet is’, stelt Çalı.

Reden tot bezorgdheid

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is altijd “hervormd” geweest, zegt professor Çalı. Sinds haar ondertekening in 1950 werden er 16 amendementen aan toegevoegd. ‘Maar die dienden om de bescherming uit breiden, nooit om ze af te zwakken. We bevinden ons nu in een politiek klimaat waarin dat voor het eerst gesuggereerd wordt. En al is deze tekst geen amendement, het is wel duidelijk een standpunt.’ 

Zo wordt migratiebeleid het hellende vlak waarop de universaliteit van de mensenrechten getest wordt. Maar mensenrechten, en de toepassing ervan, worden niet louter gehandhaafd door het EHRM in Straatsburg. Ze zijn verankerd in nationale wetgeving, in de verdragen van de EU en in internationale verdragen, waar ook nationale rechtbanken en het Hof van Justitie van de EU op toezien. 

Nu het migratie- en asielpact van de EU in werking treedt, kan dat hof zich verwachten aan vragen van de nationale hoven. Daarom vindt Çalı dat waakzaamheid is geboden. ‘We zien steeds vaker dat in het politieke anti-migratiediscours migranten worden gezien als de oorzaak van economische ongelijkheid. Ze worden als zondebok aangeduid, en ze zouden minder rechten verdienen.’ Çalı waarschuwt dat dit soort discours met de tijd vaak overslaat op andere doelgroepen, zoals vrouwenrechten- en lgbtqi+-activisten, die dan de zondebok worden. 

‘Niet enkel mensen met een migratieachtergrond moeten zich zorgen maken over deze ontwikkelingen.’

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in

Tags