‘Misplaatst wantrouwen mag hulp aan Syriërs niet blokkeren’

Syrische dokters in Turkije waarschuwen de internationale gemeenschap. Niet alleen Syrië maar ook de buurlanden hebben financiële steun nodig. Als de wereld wil vermijden dat een hele generatie verloren gaat, als Europa wil vermijden dat Syriërs massaal blijven instromen, is hulp nodig. Win-win heet dat.

‘Het is simpel. Je kan de ‘vluchtelingenkwaal’ voor Europa eenvoudig oplossen: door degelijke hulp naar Turkije te sturen. Als er niet meer hulp komt hier, dan mag jouw minister er zeker van zijn dat Syriërs naar Europa en dus België trekken.’ Aan het woord is Wael Al Rass. Anderhalf jaar geleden startte hij met een aantal mededokters een centrum voor psychologishe hulp in Reyhanli.

Het centrum in het Turks stadje aan de Syrische grens is gericht op de vele Syrische vluchtelingen die zich hier en in de wijdere omgeving bevinden.

‘Dit is absoluut geen overbodig werk, noch luxehulp. Onverwerkte trauma’s bij kinderen kunnen tot tikkende tijdbommen leiden.’

© Tine Danckaers

Wael al Rass

Al Rass pleit niet voor zijn winkel in Reyhanli, ‘in Reyhanli hebben we voorlopig geen bijkomende hulp nodig’. Maar, zegt hij, nu is de buitenlandse hulp in de eerste plaats gericht op grensposten, zowel in Turkije als Syrië. Landinwaarts is er echter een tekort aan steun. ‘En dan spreek ik over structurele hulp, geen projectkranen die na een paar maanden weer worden dichtgedraaid, waardoor we projecten weer moeten stopzetten en medewerkers moeten bedanken voor hun ondersteuning.’

‘En’, voegt hij toe, ‘dit is absoluut geen overbodig werk, noch luxehulp. Onverwerkte trauma’s bij kinderen kunnen tot tikkende tijdbommen leiden. Vergeet niet dat die kinderen de toekomst van ons land vormen.’

Agressie en huishoudelijk geweld

Het geestelijk gezondheidscentrum organiseert niet alleen consultaties in het centrum zelf maar werkt ook in scholen, vluchtelingenkampen en doet huisbezoeken. ‘We zijn gericht op alle groepen: mannen, vrouwen en vooral kinderen.’

© Tine Danckaers

Diploma-uitreiking in Syrische school in Turkije. De middelen en dus ook het leerniveau zijn beperkt. Maar het geeft de kinderen wel een bezigheid.

‘Natuurlijk zijn er enorm veel kinderen die kampen met psychologische problemen door wat ze hebben meegemaakt’, zegt Beshr. ‘Oudere kinderen die bedwateren, stijgend agressief – al dan niet aangeleerd – gedrag zijn wel degelijk symptomen van een oorlog. We zien ook veel kinderen met ADHD en depressies.’

‘Familiestructuren zijn ingezakt door migratie en de erbarmelijke omstandigheden waarin veel mensen terechtkomen.’

‘Ook binnen de familiesfeer zijn er grote problemen omdat familiestructuren door migratie en de erbarmelijke omstandigheden waarin veel mensen terechtkomen, zijn ingezakt:  we merken veel huishoudelijk geweld, nochtans een taboe dat zich niet gemakkelijk laat detecteren.’

Uit een studie, uitgevoerd door het Syrische Nationaal Centrum voor Mentale Hulp bij 1500 Syrische schoolkinderen in Turkije, bleek dat maar liefst 90 procent van hen een vorm van psychologische hulp nodig had. ‘Niet iedereen heeft individuele begeleiding nodig, laat dat duidelijk zijn. Maar groepssessies kunnen kinderen al helpen om trauma’s te verwerken’, aldus Beshr.

Niet alles psychische symptomen zijn rechtstreeks te linken aan oorlogstrauma’s. ‘Een kind met ADHD is daar wellicht mee geboren. Huishoudelijk geweld kan altijd aanwezig geweest zijn. Maar de omstandigheden zijn in elk geval niet ideaal. En ook in oorlogssituaties blijft een patiënt met een psychische aandoening een patiënt met een psychische aandoening die opvolging nodig heeft.’

‘Zoon van de revolutie’

De Syrische burgeroorlog  heeft, daar hoeft geen tekening bij, een enorme impact op de geestelijke én fysieke gezondheidszorg, zowel op korte als lange termijn. Die werd letterlijk platgebombardeerd. Veel gespecialiseerde artsen vluchtten weg uit de oorlogsregio’s.

‘De noden zijn groot’, zegt Admar Martini. Zelf woont hij letterlijk in deze polikliniek in het centrum van Reyhanli. ‘Ik moet niet thuis zijn want mijn familie – in de VS – heb ik al tien maanden niet gezien.’

© Tine Danckaers

De zesjarige Abdelatif is oorlogsvluchteling. Hij is blind en half verlamd, en heeft geen toegang tot langdurige gezondheidszorg.

Het hospitaal dat de groep in de nabijgelegen Turkse stad Antakya oprichtte, werd opgedoekt, onder druk van Turkije.

‘Ik kan hier niet weggaan en de mensen achterlaten. Ik ben als vele andere Syriërs hier, een zoon van de revolutie.’ Martini en zijn medewerkers zijn niet enkel actief in Turkije maar werken, met de steun van de hulporganisatie Orient, ook in Syrië. ‘We komen ook in hot areas zoals Idlib, waar we een nieuw veldhospitaal hebben opgezet.

‘Jisr ash Shugur, BIrat Armanaz, Kafr Bili het zijn allemaal hot areas waar zwaar gevochten wordt en veel mensen hun huizen zijn ontvlucht. Onze ploeg in in Noord-Syrië bestaat uit driehonderd dokters en paramedici die zowel ambulante medische hulp verlenen als in veldhospitaals werken. In totaal, logistieke staf inbegrepen, zijn we met 800.’

‘Werken is zeer gevaarlijk in Syrië. Meer dan twaalf medische stafmedewerkers werden gedood toen het hospitaal tijdens een aanval van het regime werd bestookt.’

Zelf werd Admar Martini kort gearresteerd door het Syrische regime toen hij in Idlib nog werkzaam was voor het Syrische Rode Kruis. ‘Ik had geluk. Onze manager niet, hij werd gedood.’ Het medische hulpnet mag dan groot zijn, het heeft niet de fundamenten die garanties bieden op constante hulp.  Zo werd het hospitaal dat de groep in de nabijgelegen stad Antakya oprichtte, opgedoekt, onder druk van Turkije.

Geen excuses alsjeblieft

‘Men vindt iedereen verdacht’, zegt Martini. ‘Ook de internationale organisaties zijn zeer op hun hoede, hebben enorm veel wantrouwen. “Iedereen heeft wapens, dus iedereen is een potentiële terrorist, en dus kunnen we geen geldstromen toestaan”. Dat is het westerse mantra dat hulpstromen blokkeert. Natuurlijk hebben mensen wapens nu. Dit is een oorlog tegen een smerig regime dat zijn eigen burgers doodt. Mensen moeten zich kunnen verdedigen, maar zullen die wapens opnieuw uit hun huizen halen als de situatie veilig is.’

‘Geloof me. De helft van Syrië is intussen bevrijd van het Assad-regime’, aldus Martini. Of er nu al over transitie is nagedacht? ‘We weten absoluut dat we een internationale bemiddelaar nodig zullen hebben. Want zeker in Damascus zal er bloed vloeien als Assad valt. Om te voorkomen dat onschuldige alawieten zullen worden vermoord, zal de hulp van een internationale interventie onder VN-mandaat onontbeerlijk zijn.’

Over Daesh of de Islamitische Staat is hij kort. ‘Dat zijn geen Syriërs. Dat zijn mensen die hun gezicht niet eens durven tonen. Ze zullen verwijderd worden, ook al lijken ze nu onoverwinnelijk.  Maar dat is een vals beeld. Keer de vraag om en vraag je af hoe het mogelijk is dat internationale surveillancevliegtuigen de goederen-, wapen- en oliekonvooien van Daesh niet konden detecteren?’

Dit artikel verscheen eerder op 26 mei 2015 en werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur