In het spoor van de ‘black snake’

Omstreden pijpleiding Keystone XL verdeelt en heerst: ‘Toch stem ik weer op Trump’

 Inge Hondebrink

‘Het is niet eerlijk als ze ons land afpakken’, vertellen Lisa en Ted Hoffman

  Haar Indiaanse naam is ‘de Grizzlybeer staat op’. Tressa Welch kreeg hem tijdens een ritueel waarbij pijlen onder de huid van haar bovenarm werden gestoken. De littekens geven haar inheemse naam kracht. Met bezwerende gebaren spreidt ze de geurende rook van zacht brandende salie langs onze lichamen. Bij de Missouri rivier geplukte mint en gedroogde conifeertakjes in een paars zakje worden plechtig overhandigd; het zijn kruiden die de indianen van het Fort Peck reservaat in de noordelijke staat Montana gebruiken bij hun rituelen.

De Keystone XL pijpleiding zal als hij klaar is van Alberta, Canada tot aan de Golf van Mexico lopen. De productie van Canadese teerzandolie kan dan met 150 procent omhoog. Nadat Barack Obama het omstreden project in 2015 had stilgelegd, gaf opvolger Trump vorig jaar in maart toestemming om de pijpleiding toch aan te leggen. 

Ondertussen werd er in Noord Dakota bij Standing Rock maandenlang geprotesteerd tegen de aanleg van een pijpleiding onder de Missouri. In februari vorig jaar werd het protestkamp door leger en politie ontruimd. Die pijpleiding ging slechts onder één belangrijke rivier door, de Keystone XL kruist drie grote rivieren. 

Ze gingen ook mee nadat president Trump in maart vorig jaar een streep door het veto haalde dat zijn voorganger Barack Obama over de aanleg van de Keystone XL had uitgesproken. Uit protest liep Tressa Welch met een groep vrouwen 110 kilometer van de oostgrens naar de westgrens van het Fort Peck reservaat. Een spiritueel leider zong het waterlied en brandde tabak en kruiden bij de rivier. Hoog boven de stoet zag ze een adelaar cirkelen, een ‘gezant van de Grote Geest’. Meestal brengt hij goed nieuws maar zoals het er nu uitziet, gaat de aanleg van de ‘black snake’ gewoon door.

Opstandige Indianen

Op diezelfde dag klonk in het eerste stadje buiten het reservaat, zo’n honderd kilometer naar het westen, gejuich. Dagelijks verzamelen boeren zich er bij de John Deere-dealer; in de koffiehoek tussen de groengeel glimmende landbouwmachines was Trumps go-ahead geweldig nieuws.

Drie jaar eerder had het al moeten beginnen, denken de mannen, maar Obama legde de Keystone XL in 2015 stil en toen er ook nog die opstandige Indianen en andere militanten bij Standing Rock bijkwamen, had dat de discussie over olie en pijpleidingen weer eens doen oplaaien. ‘Ik ben blij dat het gezond verstand zegeviert’, verzucht de knoestige RJ Winderl. ‘Als die demonstranten gewoon zouden werken, hadden ze daar niet wekenlang kunnen zitten.’

‘Er loopt hier al zoveel onder de grond en een pijpleiding lijkt me veiliger dan een trein’

Deze naar eigen zeggen niet zo grote boer heeft zevenhonderd koeien en verbouwt tarwe, erwten en linzen die helemaal naar India worden vervoerd. Veel land heeft hij nodig om ook maar iets te kunnen oogsten want het is ‘als een woestijn’.

 Inge Hondebrink

‘Ik ben blij dat het gezond verstand zegeviert’, RJ ziet de Keystone XL graag komen

Lang voor Obama’s veto tekende hij een contract met TransCanada voor een kort stukje pijp dat onder een uithoek van zijn land zal lopen. Vierduizend dollar boden ze hem; risico’s heeft hij niet besproken voor de dertig jaar dat er dikke asfaltolie door de pijpleiding zal stromen. ‘Ze hebben alles onder controle, en ze zeiden dat ze een dubbele wand maken voor als de pijp onder de rivier doorgaat.’ Dat Transcanada, het Canadese bedrijf dat de Keystone XL bedacht heeft, de lege prairiestaten als ‘low consequence’ bestempelt, en minder duur staal voor de pijpen wil gebruiken, is hem niet meegedeeld.

Mensen van TransCanada inspecteren de route al met vliegtuigjes , zegt RJ lachend. Hij is gebeld of ze zijn gravel mogen gebruiken voor een weg naar een toekomstige pompinstallatie. ‘Er loopt hier al zoveel onder de grond en een pijpleiding lijkt me veiliger dan een trein.’

Eerder werkte Tressa Welch voor een oliebedrijf. Als indiaanse onderhandelde ze met reservaatbewoners over heilige plekken en andere bijzondere locaties. ‘Ik was heel jong, verdiende veel. Ik realiseerde niet goed wat ik deed.’ Sinds ze Standing Rock bezocht, is ze voltijds ‘water protector’ geworden.

Tressa Welch wil oude rituelen terugbrengen in het reservaat dat lijdt onder lethargie en alcoholisme. Wanneer ze haar volk ‘vertegenwoordigt’, draagt ze een gekleurde rok, versierde mocassins en haar haar in een vlecht. ‘Normaal loop ik in jeans’, zegt ze besmuikt.

Indianenreservaat versus Trumpstadjes

Ik ga liever terug naar de tijd van vóór de Europeanen, die ons dwongen in reservaten te leven en onze taal niet meer te spreken

Er staan, zoals overal bij de afgelegen prairiehuizen, meerdere pickuptrucks rond het huis. Zij kan toch ook niet zonder olie? Er volgt een geschiedenisles, waarbij Tressa benadrukt dat zij het liefst te paard zou gaan en in een tipi zou leven. ‘Terug naar de tijd van vóór de Europeanen, die ons dwongen in reservaten te leven en onze taal niet meer te spreken. Ze vonden ons wilden.’

Ze vervolgt: ‘Het is onmenselijk dat je moet vechten om je water schoon te houden.’ Veel steun uit de Trumpstadjes buiten het reservaat, waar sommigen de indianen steevast ‘wagonburners’ en ‘prairieniggers’ noemen, krijgt ze waarschijnlijk niet.

 Inge Hondebrink

‘Normaal loop ik in jeans’, maar wanneer ze haar volk ‘vertegenwoordigt’ draagt Tressa een gekleurde rok, versierde mocassins en een vlecht

Honderd mijl naar het zuidoosten staat Dena Hoff fier tussen haar schapen bij de wildstromende Yellowstone rivier. Op de oever vliegt een gier op van een aangespoelde coyote. Twee adelaars met witte koppen cirkelen hoog in de lucht.

Dena Hoff is al meer dan 35 jaar schapenboer. Van haar drie kinderen woont haar dochter het dichtste bij; zeshonderd kilometer verder aan de andere kant van Montana.

Ze voert een eenzame strijd tegen de Keystone XL die tien mijl verderop onder de Yellowstone zal doorgaan. De pijpleiding zal drie grote rivieren kruisen - de Missouri, de Yellowstone en de Lewis - en daarnaast nog tal van kleintjes. Mensen in Montana willen niet geïnformeerd worden, zegt Dena Hoff, en ze zijn ook niet gewend hun mond open te doen. ‘Ze denken dat ik gek ben, maar ik blijf erover praten. Als er maar eentje van mening verandert, is dat een begin.’

De ultieme nachtmerrie van de prairiebewoners is een herhaling van Standing Rock, dat er mensen van heinde en verre de vlakte opkomen om de rust te verstoren. ‘Maar’, zegt Dena stellig, ‘er zijn maar twee soorten pijpleidingen: degene die lekken en die gaan lekken. Het is onvermijdelijk.’ Dena Hoff maakte het zelf mee. Drie jaar geleden had ze dagenlang geen drinkwater nadat er meer dan twaalfhonderd vaten ruwe olie in de Yellowstone rivier lekten. Ook in 2011 barstte een pijpleiding onder de rivier. Het kostte Exxon Mobile 135 miljoen dollar om de boel op te ruimen.

Verbod op protest

Na Standing Rock is de rechtse denktank ALEC, medegefinancierd door de zeer conservatieve gebroeders Koch, met een modelwet gekomen die alle soorten van infrastructuur moet beschermen: de Critical Infrastructure Protection Act. De wet maakt het onder andere strafbaar om bij een pijpleiding te protesteren. Op overtreding staat een fikse boete of gevangenisstraf, en niet alleen voor individuen maar ook voor organisaties die een actie steunen.

‘De “Critical Infrastructure Protection Act” noem ik de “Hitler-Mussolini wet”. Als ik een brief naar de krant stuur dat de Keystone XL niet in ons algemeen belang is, krijg ik dan een boete?’

Dena Hoff: ‘Ik noem het de “Hitler-Mussolini” wet. Als ik een brief naar de krant stuur dat de Keystone XL niet in ons algemeen belang is, krijg ik dan een boete?’ Binnen ALEC hebben tabaks-, farmaceutische en olie- en gasindustrie een zware stem. De wet is in Iowa, Ohio en Wyoming al van kracht. In Montana staat hij op de agenda.

Ondertussen maken handhavers in de regio de borst nat voor mogelijk protest tegen de Keystone XL. Er klonk bulderend gelach toen een diender bij een bijeenkomst zei dat hij zat te wachten tot ‘de hippies’ de rivier over zouden steken. Het verstomde toen dezelfde politieman vervolgde: ‘maar als ik merk dat ze géén Amerikaans staal gebruiken voor de pijpleiding, loop ik over naar de andere kant!’

De weg naar Marmath op de grens met Noord Dakota leidt door National Grassland vol dor gras. Tot er zich een filmdekor ontvouwt van grillige rotsformaties. Je verwacht een indiaan met een geweer, klaar om de anderen te seinen dat er weer een pionierswagen door de vallei rijdt.

In Marmath kruist 1st Street met Mainstreet; eromheen liggen straatjes met kapot asfalt. De huizen die overeind staan, zijn veelal onbewoond. Ertussenin trailers en zelfgebouwde optrekjes. Naast het in 1914 gebouwde Mystic Theatre in Mainstreet dat recentelijk een lik verf heeft gekregen, zitten twee mannen op gitaren te tokkelen. ‘Ooit woonden er wel vijfduizend man hier aan de spoorweg, nu kom je net aan de honderd als je katten en honden meetelt’, zegt Jacob MrGarr lachend.

Pionierende homesteaders kwamen hier begin vorige eeuw aan, al snel gevolgd door de aanleg van de spoorlijn. In 1910 kreeg Marmarth zijn naam. Wikipedia noemt Marmarth de ‘grootste stad’ van Stoke county. De gemiddelde leeftijd is er rond de dertig en het jaarinkomen is een vijfde van het gemiddelde inkomen in Noord-Dakota.

De ghosttown ademt wildwestverhalen. De bende van Jesse James zou hier gevangen hebben gezeten; langs Mainstreet staan nog twee kooien met zware ijzeren tralies. De fameuze indiaanse krijgsheer Sitting Bull kreeg er halverwege de 19e eeuw een legerkogel in zijn heup. En President Theodor Roosevelt schoot een paar decennia later bij de Little Missouri rivier zijn eerste buffel èn zijn eerste grizzlybeer.

‘Olie is een natuurproduct’

Op het podium van het Mystic Theatre staat een enorme Amerikaanse vlag. Ernaast een loungebank, in de zaal verweerde rood pluchen klapstoeltjes. Een man met een vlassig baardje is druk bezig met snoeren, een ander probeert de toetsen van de oude piano uit. ‘Vanavond hebben we muziek, Music at the Mystic, kun je horen wat Marmarth doet met de mensen die hier neerstrijken’, zegt Greg die het lijkt te organiseren. Zijn blikje Budweiser gaat in één teug naar binnen.

Jacob mcGarr die buiten onverdroten verder tokkelt, kwam twaalf jaar geleden in Marmath aan. Op zijn dertigste heeft hij vier kinderen. Naast hem zit een oudere man met grijze baard en een hoed die zijn ogen verbergt. Zijn vrouw is dit jaar overleden en hij zingt vanavond een zelfgeschreven liedje over haar. Zijn podiumdebuut. Om hun heen liggen lege blikjes.

‘Het zou cool zijn hier weer een winkel te hebben, zodat ik melk kan kopen voor mijn kinderen’

Jacob werkt in de olie ‘van de Canadese grens tot hier en verder naar het zuiden’. De Keystone XL is een zegen voor de regio, denkt hij. Marmarth overleeft nu op de paar toeristen die op het verval afkomen. Als er werk is, gaat de streek weer bloeien, voorspelt hij. ‘Het zou cool zijn hier weer een winkel te hebben, zodat ik melk kan kopen voor mijn kinderen’. Voor écht grote boodschappen moet hij 130 kilometer rijden naar de dichtstbijzijnde Walmart.

Hij heeft wel eens een olielekkage meegemaakt, dáár is hij niet bang voor. ‘Toen stonden we met een ploeg van wel drieduizend man olie op te vegen, middenin de nacht, in korte broek en op cowboylaarzen. We zijn een familie hier, geen werkploeg.’ Hij is ervan overtuigd dat een olielek op korte termijn schadelijk is, maar als de ‘natuurlijke substantie na een tijdje is ingedaald verbeter je juist de grond. Uiteindelijk is het een natuurproduct.’

Tegen de avond verzamelen zich een tiental belangstellenden – vooral vrouwen – in het theater. Er wordt nog driftig met snoeren gesleept en de microfoon wordt keer op keer getest. Buiten stapt een heel gezin met cowboyhoeden uit een pickuptruck; ze gaan bij het verderopgelegen Steakhouse naar binnen. Na een paar liedjes met een harmonica in de verkeerde toon, een zanger met mooie stem die tot drie keer toe zijn tekst kwijtraakt – ‘oh shit moet ik weer opnieuw beginnen’ – is het de beurt aan de man met de grijze baard die een loflied op zijn overleden vrouw heeft geschreven. Op rij vijf zit hij op het rode pluche te knikkebollen, zijn hoed nog dieper over de ogen getrokken.

‘Trump brengt welvaart’

In Baker, niet ver van Marmath, lopen twee interstate pijpleidingen dwars door de stad. Daarom is er een terminal met wat olietanks. Als de Keystone XL realiteit wordt, komen daar drie reuzentanks bij met een capaciteit van zeshonderduizend vaten. Op een kaal stuk land ten westen van het stadje is al een septic tank aangelegd en ook een enorm waterreservoir voor het ‘men camp’, het kamp waar de naar schatting duizend werkers van Transcanada zullen wonen. Het winderige winkelcentrum vlakbij Mainstreet zal weer opbloeien.

Op zaterdagochtend is er maar één diner open. In het halletje hangt een A-viertje met de aankondiging van een benefietdiner voor de National Rifle Association. Binnen zitten een achttal mannen – eentje petloos – aan de koffie. ‘Sprechen Sie nicht Deutsch?’, vraagt een man met een geblokt hemd. Hun (over)grootouders komen uit Noord-Europa. Karl vertelt trots dat hij 39 jaar in de olie werkte, zelfs voor Shell. ‘De meeste mensen in deze stad hebben wel iets met olie te maken.’

‘Trump is géén politicus. Hij zegt het zoals hij het ziet; en precies zo staan wij, Montanans, in het leven’

De mannen stemden allen Trump, hij heeft onze mentaliteit, zegt een iets jongere man van rond de zeventig met helblauwe ogen. ‘Jullie vinden de prairie mooi, het zwarte vee op het groene veld. Maar als de kalveren in de gierende storm bij min 25 omvallen en je moet er midden in de nacht uit…. elk kalf duizend dollar waard….’ Hij zwijgt even om zijn woorden te laten indalen en vervolgt triomfantelijk, ‘Dát is Trump! Hij is géén politicus. Hij zegt het zoals hij het ziet; en precies zo staan wij, Montanans, in het leven.’

Als we tegenwerpen dat sommige mensen in Europa de Amerikaanse president nogal onberekenbaar vinden, vallen de mannen de laatste spreker bij. Trump heeft de Keystone XL veilig gesteld, hij brengt welvaart naar Baker, Montana. Beloofde hun eigen republikeinse senator Steve Daines geen achthonderd banen voor Montana? En ook nog eens meer dan tachtig miljoen dollar belastinginkomsten waarvan een groot deel naar onderwijs zal gaan? Iedereen profiteert mee van Trumps beslissing om de Keystone XL wèl aan te leggen, zegt de man met de felle ogen. De anderen knikken enthousiast. En de energierekening van veel Amerikaanse families zal ook nog eens flink omlaag gaan. Zo schilderde senator Daines de nabije toekomst.

Die demonstranten zoals in Standing Rock met zijn indianen en hun sympathisanten moeten hun mond houden, vinden de mannen unaniem; en laten ze vooral thuis blijven. De jongere man lacht schamper: ‘Het was daar een gemene bende. Ze waren gewoon op elkaar aan het schieten, die gekken.’

De stemming aan tafel wordt grimmiger. Nee, tegenstanders van hun president hebben geen poot om op te staan. Net zoals die grondeigenaren in Nebraska twee staten verder die naar de rechter stapten om de Keystone XL tegen te houden. Karl bromt: ‘Die lui stoppen elke ochtend honderden liters diesel in hun traktoren maar houden wel tegen dat er meer olie naar Amerika komt. Zonder diesel kunnen ze hun bedrijven sluiten. Ik snap niet dat ze dát nou niet begrijpen in Nebraska.’

Nebraska Easements Action Team

Het hete achterzaaltje van Pizzeria Valentino’s in Norfolk, Nebraska – bijna duizend kilometer naar het zuidoosten - zit bomvol. Vanavond is er een avond van NEAT (Nebraska Easements Action Team), opgericht door jurist Brian Jorde om landeigenaren te helpen bij de onderhandelingen met Transcanada.

Voor de glazen deur staan borden om mee te nemen: No trespassing. Protect property rights and water. Binnen veel geblokte bloezen en gelooide gezichten. Een enkeling draagt een shirt met Pipeline fighter erop. Eén vrouw heeft wel vijftig badges op haar trui. Ook Jane Kleeb, oprichter van de grassrootsbeweging Bold Nebraska en sinds kort ook voorzitter van de Democratische Partij, is aanwezig om over lopende rechtszaken te praten.

Afgelopen november dwong de rechter Transcanada de route van de pijpleiding aan te passen vanwege milieurisico’s voor de Sandhills en de onderaardse Ogallala-rivier die miljoenen mensen van water voorziet. Omdat er nu opnieuw contracten moeten worden getekend, zijn de landeigenaren langs de herziene route plots pionnen geworden in de strijd tegen Transcanada. Ze zijn mondiger dan negen jaar geleden toen het allemaal begon, denkt jurist Brian Jorde, en dat kan het proces drastisch vertragen. En misschien zelfs tegenhouden.

Een kleine vrouw met strenge mond en lange grijze vlecht werd in december benaderd door Transcanada omdat haar land aan de nieuwe route ligt. Ze vroeg hen wat ze moest doen bij een lekkage. ‘Water kopen, zeiden ze. Hoe kan ik voor honderdvijftig koeien flessen water kopen?’ Zij en haar man sloten zich meteen bij NEAT aan.

‘Laat je niet afleiden door de dollars! Het bedrag dat Transcanada kwijt is aan het afkopen van landeigenaren is maar 1,4 procent van het totale budget van de Keystone XL’

Met zoveel republikeinen in het zaaltje houdt Brian Jorde zich ver van politiek, maar naarmate de avond vordert, haalt hij feller uit naar de olie-industrie. Dat het bedrag dat Transcanada kwijt is aan het afkopen van landeigenaren maar 1.4% is van het totale budget van de Keystone XL: ‘Laat je niet afleiden door de dollars!’

En hoe oliebedrijven de politiek manipuleren: ‘Ze strooien geld rond en krijgen wat ze willen. En ze noemen het democratie.’ De kaartjes van Brian Jorde worden zwijgend weggestopt; na de lawine van woorden lijkt de zaal in verwarring. Het besef dringt door dat je in je eentje zwak staat maar om je als republikein bij zo’n actiegroep aan te sluiten, is voor een aantal mensen nog net een brug te ver.

Democraten en republikeinen werken samen

Brian Jorde geeft het woord Jane Kleeb van Bold Nebraska, een kekke verschijning met handgemaakte bebloemde cowboylaarzen. Ze praat met vuur: ‘Hoe mooi is het dat democraten die dachten dat àlle republikeinen klimaatverandering ontkenden nu samenwerken met republikeinen die hen voor treehuggers uitmaakten!’ Ze zet uiteen hoe het met de rechtszaken staat en probeert het verzet nog wat aan te vuren. Als er vragen kunnen worden gesteld, klinkt als enige reactie: ‘I like your boots!’

Brian Jorde neemt het over en benadrukt dat NEAT niet partijgebonden is maar dat de aangesloten juristen mensen willen steunen bij de onderhandelingen. ‘Ze kunnen je niet genoeg betalen voor de risico’s die je loopt.’ Wat hij in dit gezelschap – nog – wijselijk voor zich houdt, is dat het zijn einddoel is om mensen over te halen helemaal geen contract met Transcanada aan te gaan.

‘Ik stem weer op Trump maar ik schrijf hem eerst een brief dat ik wat nu gebeurt niet leuk vind’

De vrouw met de grijze vlecht en haar drie koppen grotere man nemen de no trespassing-borden mee voor thuis. Ze lieten Transcanada al weten dat alle contacten via NEAT lopen en hoorden sindsdien niets meer. ‘Het is niet eerlijk als ze ons land afpakken’, zegt de vrouw en begint te huilen. Het land wordt al meer dan honderd jaar bewerkt door de familie van haar man Ted Hoffman. Hij weet niet goed wat te doen. ‘Ze is er kapot van’, zegt hij zacht. Lisa Hoffman: ‘Ik denk dat de president geen research heeft gedaan naar wat er bij een lekkage kan gebeuren. Hij keek ernaar en dacht: dit is geld, dit is goed!’ Ondanks alles stemt Lisa Hoffman een volgende keer toch weer op Trump: ‘Ik stem op hem maar ik schrijf hem eerst een brief dat ik wat nu gebeurt niet leuk vind.’

 Inge Hondebrink

‘Het is niet eerlijk als ze ons land afpakken’, vertellen Lisa en Ted Hoffman

Begin mei gaat de telefoon, het is iemand van Fort Peck waar onze reis begon. Ver weg in het reservaat is een oliebron aan het lekken geslagen. Een boer zag vanuit een vliegtuigje olie naar een drinkplek stromen. Eenmaal op locatie bleek er op het water meer dan tien centimeter olie te drijven.

Twee weken later is er veertienhonderd ton vervuilde grond afgevoerd. Het opruimen duurde meer dan een maand. De oliebron - eigendom van een bedrijf ver weg in Oklahoma - was sinds december niet meer in gebruik.

Dit verhaal is gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten in Nederland.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift