Open mijnbouw verslindt Cerro de Pasco, Peru
‘Ooit verdwijnt alles in de put’
)
© Merel Overloop
)
© Merel Overloop
Hoog in de Andes maakt een open mijn een gapend gat midden in de Peruaanse stad Cerro de Pasco. Elke illegale uitbreiding slokt steeds meer huizen en straten op. Bewoners willen dat overheid of mijnbedrijf Volcan eindelijk iets onderneemt om hun stad te redden. Of ze trekken weg van de gigantische put.
Vanop een van de omringende heuvels gezien is de stad Cerro de Pasco een uitgestrekte verzameling gebouwen rond een gigantische put. En dat op een hoogte van 4380 meter in de Peruaanse Andes.
Aan de rand van die put staat het huis van William Gomez Luis. Of beter gezegd: de ruïne ervan. Op de plek waar William als kleuter op het voetbalpleintje speelde, zien we nu een muur met daarachter afgegraven terrein waarop camions op en aan rijden. In zijn nieuwe huis, elders in de stad, toont William ons het schilderij dat hij van het plein maakte.
Verderop in de stad doemen grote woonblokken op. Daar worden we onthaald door Deysi Colqui Quiroz terwijl het vlees voor het middagmaal al in de pan ligt te sudderen. Ze wilde eigenlijk liever forel voor ons klaarmaken. ‘Maar die komt uit het vervuilde meer van Pun Run, dus heb ik maar vlees van de markt meegebracht voor jullie.’
Enkele straten verder staat leraar David Daga Rivera voor de klas. ‘In Cerro de Pasco doen we aan mijnbouw.’ David heeft het met zijn leerlingen van het vierde leerjaar over de voor- en nadelen van mijnbouw. ‘Wat hebben wij in het midden van onze stad, meisjes?’ ‘El tajo abierto’, de open put, roepen de leerlingen in koor.
Onder en boven de grond
De put waarrond Cerro de Pasco uitdijt, wordt in trapjes steeds dieper naar het midden toe en draagt de naam Raúl Rojas. Hij is twee kilometer breed en meer dan 600 meter diep. De kleuren van Raúl tonen alle mineralen die er de afgelopen decennia ontgonnen zijn: zilver, koper, goud...
Het is een landschap waarvan de mond van de gemiddelde Europeaan openvalt. Maar voor de meer dan 67.000 inwoners van Cerro de Pasco is het de normaalste zaak van de wereld.
Het stadsdeel waar Deysi woont en waar David lesgeeft, heet San Juan Pampa. Die wijk wordt het nieuwe deel van de stad genoemd, omdat ze pas na de open mijn werd aangelegd. Williams oude huis staat in Ayapoto, een wijk die ondertussen volledig opgekocht werd door het mijnbedrijf.
Cerro de Pasco kent dan ook een lange geschiedenis. Vermoedelijk zochten de Inca’s al lang naar zilver, koper, lood en goud in de regio Pasco. In de 17de eeuw, aldus de legende, ontdekte een herder er zilveren draden toen hij in een grot ging schuilden voor het gure weer. Voor de Spaanse kolonisator was het lang een van de belangrijkste mijnbouwgebieden.
En met de ontwikkeling van mijnbouw in de regio ontwikkelde zich de voorbije vierhonderd jaar ook de stad Cerro de Pasco.

© Merel Overloop
Toch was het pas vanaf de jaren 1950 dat er in Cerro de Pasco overgegaan werd op dagbouw, zoals open mijnbouw in het jargon genoemd wordt. Sinds het Amerikaanse Cerro de Pasco Copper Corporation de mijn industrialiseerde, is ze vaak van eigenaar veranderd. ‘De buitenlanders hebben ons toen iets goeds gebracht, maar bij de privatisering onder president Fujimori is het misgelopen’, zegt geboren en getogen Cerreño William daarover.
Onder het neoliberale bewind van Alberto Fujimori in de jaren 1990 kende Peru een grote privatiseringsgolf. Na een korte periode van nationalisering onder staatsbedrijf Centromin werd de mijn in Cerro de Pasco in 1999 dan ook verkocht aan Volcan, een Peruaans privébedrijf.
En Volcan droeg in 2011 de site in Cerro de Pasco over aan zijn eigen dochteronderneming Cerro S.A.C. ‘Dat deden ze om sociale redenen’, zegt Deysi. Waarmee ze erop doelt dat het moederbedrijf de verantwoordelijkheid voor de nefaste gevolgen van mijnbouw in de stad afschuift op het dochterbedrijf.
In 2025 haalde Volcan volgens eigen analyses nog 3,5 miljoen ton zink-, lood-, koper-, zilver- en gouderts uit de site in Cerro de Pasco. Daarvan zou de opbrengst tot het jaar daarvoor grotendeels in handen zijn gevallen van de belangrijkste aandeelhouder Glencore. Maar die Zwitserse gigant verkocht in 2024 zijn aandelen aan het Canadese Transition Metals, dochterbedrijf van het Argentijnse Integra Capital.
Illegale uitbreiding
‘Toen Volcan de mijn kocht, hebben ze ons ons water afgenomen’, mijmert William. ‘Maar zonder water en licht kan je hier niet blijven. En zo is mijn wijk, Ayapoto, verdwenen.’
Hij zag de rand van de put de poorten van zijn geliefde wijk naderen en de inwoners een voor een wegtrekken. ‘Hier terugkeren maakt me nostalgisch. Mijn vader en moeder zijn hier gestorven. Mijn vrienden, buren en familie zijn vertrokken. Er is niemand meer.’
Tot 2024 woonde William nog met zijn gezin in Ayapoto, hoewel de vervallen huizen toen al meer op een ruïne dan op een woonwijk leken. Uiteindelijk besloot hij zijn huis te verkopen aan Volcan en te verhuizen naar een nieuwer stadsdeel voor de veiligheid en het welbevinden van zijn vrouw en vier dochters. ‘Wanneer je je huis verkoopt, verkoop je eigenlijk je geweten samen met de geschiedenis van Cerro de Pasco. Ooit zal alles verdwijnen in de put.‘

Mijnbedrijf Volcan/Cerro SAC koopt woningen en terrein op in de buurt van de mijn (opschrift bordje: propiedad privada, privé-eigendom).
© Merel Overloop
‘Officieel hebben we bij de gemeenteraad momenteel geen enkele aanvraag voor de uitbreiding van de put ontvangen ter evaluatie’, verklaart burgemeester Julio Rupay Malpartida. ‘Maar meter per meter breidt het mijnbedrijf de put uit zonder compensatie te voorzien voor de publieke plaatsen die daarbij verdwijnen.’
Net daarom heeft de gemeente bijvoorbeeld een straat aangelegd net naast de put. Die moet verdere illegale uitbreiding op die plek tegenhouden.
Stad verplaatsen
Het Peruaanse parlement voerde nochtans al in 2008 een wet in die de duurzame stadsontwikkeling van Cerro de Pasco ‘van openbaar nut en nationaal belang’ verklaarde.
Hij schrijft plannen voor om de vervuiling aan te pakken, gezondheidszorg te voorzien en de verdere ontwikkeling van de stad en het omliggende platteland mogelijk te maken. Want door de mijnbouw is de vervuiling en de nood aan gezondheidszorg groter, en sommige stadsdelen zijn niet ontwikkeld omdat de mijnbedrijven er niet in wilden investeren.
Die ley 29293 schrijft ook de verplaatsing van de stad, verder weg van de mijnput, voor. De wet kwam voort uit de parlementaire commissie voor inheemse volkeren en kwam er nota bene op vraag van de bevolking zelf.
Een commissie moest, in samenspraak met mijnbedrijf en overheid, een plan opmaken voor de financiering van de investeringen en de verplaatsing. Alleen werd de wet nooit echt uitgevoerd. ‘Een stad verplaatsen kost geld, maar er is nooit bepaald wie voor de kosten van de verplaatsing moet opdraaien’, zegt burgemeester Rupay. Mijnbedrijf noch overheid willen betalen.
De stad verplaatsen leek in 2008 een goed idee, maar de gevolgen ervan werden nooit goed uitgedacht. ‘In plaats van de bevolking te helpen, draait die wet nu in het nadeel van de bevolking uit.’ Want zolang hij in voege blijft, blokkeert wet 29293 de verdere ontwikkeling van de stad. Investeren in een stad die verplaatst zal worden, is namelijk nutteloos. ‘Daarom ijveren wij momenteel voor de aanpassing van die wet.’
De afgelopen jaren zijn daarvoor nog verschillende pogingen gedaan, via nieuwe wetsvoorstellen. In 2020 werd er bijvoorbeeld nog een wetsvoorstel ingediend om de verplaatsing van de stad niet uit te voeren maar wel een sociale en economische reactivering van de stad mogelijk te maken.
Verplaatsing van de stad is onmogelijk, beweert onderzoeker Flaviano Bianchini. Met zijn ngo Source International doet Bianchini al sinds 2008 onderzoek naar de vervuiling in Pasco, maar ook in andere regio’s over de hele wereld die met gelijkaardige problematieken kampen. ‘Mijnbouw heeft een gigantische impact op gebieden over de hele wereld, zij het in Peru, Indonesië of Congo. Maar als je het mij vraagt, dan is Cerro de Pasco er het ergst aan toe van alle gebieden waar mijnbouw een probleem vormt.’
Dat komt, volgens Bianchini, door de duur en verspreiding van mijnbouw in de regio Pasco. De eerste vervuiling dateert al van eeuwen geleden en is niet alleen voelbaar in de stad Cerro de Pasco, maar ook in omliggende landbouwgemeenschappen.
Zo is de kleur van het water in het meer van Quiulacocha knalrood. De meeuwen (quiula in het Quechua) waarnaar de gemeenschap naast het meer (de cocha) is vernoemd, zijn weggetrokken toen het meer een opslagplaats voor mijnafval werd.
Lood in het bloed
De conclusie van het onderzoek van Source International is duidelijk. Het mijnbedrijf vervuilt zowat alles: water, bodem en lucht.
Wat dan weer ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van de bevolking. ‘Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er nul komma nul procent twijfel dat het mijnbedrijf alles vervuilt. Stroomopwaarts van de mijn is de San Juan-rivier schoon’, legt Bianchini uit. ‘Stroomafwaarts is ze vervuild met zware metalen, zoals lood, arseen en cadmium.’
‘Dat zijn exact dezelfde elementen die we ook terugvinden in het haar van mensen in Cerro de Pasco, én het zijn dezelfde elementen die de ziektes veroorzaken waaraan inwoners lijden.’
Die ziektes zijn onder meer ‘nierklachten en hematologische problemen’ (ziekten gelinkt aan bloed en lymfeklieren, red.), legt verpleegkundige Luis Angel Talavera Reynoso van het lokale publieke ziekenhuis uit. ‘Maar ook spier- en botziekten, en in sommige gevallen wordt zelfs het zicht van patiënten aangetast.’ Ironisch genoeg bevindt het gebouw waar deze patiënten behandeld worden zich op enkele tientallen meters van de tajo abierto en het hoofdkwartier van Volcan.
Talavera is er verantwoordelijk voor alles wat met zware metalen te maken heeft. ‘Vroeger was het de hoge hoeveelheid lood in het bloed van patiënten die hematologische ziekten en zenuwziekten veroorzaakte.’ Daarom staat Cerro de Pasco bekend als de stad met de niños con plomo en la sangre, ‘de kinderen met lood in het bloed’.
‘Maar bij de 400 patiënten die we in 2022 onderzocht hebben, had slechts 10 tot 15 procent nog problemen veroorzaakt door lood.’ In de overgrote meerderheid van de gevallen, bleek uit het onderzoek, is arseen momenteel het probleem.
De verpleegkundige voegt eraan toe dat zij ‘in Peru niet beschikken over de juiste specialisten en laboratoria om klinische studies uit te voeren. Daardoor kunnen we de exacte symptomen van vergiftiging door zware metalen niet analyseren.’ En dat zorgt ervoor dat Talavera en zijn collega’s hun patiënten niet de aangepaste behandeling kunnen geven die ze zouden willen.
Ze werken daarom vooral preventief. Daarbij is de beste maatregel die families kunnen nemen: verhuizen naar een gezondere omgeving. Sommige families volgden die raad en vertrokken, maar dat is voor de meeste families in Cerro de Pasco onmogelijk, geeft Talavera toe.
Slechte relatie
‘Er zijn oplossingen om de regio te zuiveren’ zegt Bianchini. ‘Alleen wil niemand daarvoor betalen. Het bedrijf niet en de overheid niet.’
De overheid heeft wel een aantal dingen gedaan, maar niets dat echt een oplossing biedt, volgens de onderzoeker. ‘Ze hebben bijvoorbeeld een bestrijdingsplan voor vervuiling van de rivier en ze hebben een hek gebouwd rond de put en de afvalhopen.’

Kinderen spelen een kleine speeltuin in Cerro de Pasco, naast de hopen mijnafval.
© Merel Overloop
‘Politici beloven telkens opnieuw om de vervuiling aan te pakken, maar uiteindelijk komt daar niets van in huis’, getuigt leraar David.
Met mijnbedrijf Volcan of dochterbedrijf Cerro S.A.C. lijkt niemand echt contact te hebben. Ondanks herhaaldelijk bellen naar de verantwoordelijke voor gemeenschapsrelaties en meerdere malen passeren bij het hoofdkwartier, kregen ook wij geen reactie van Volcan. Nochtans schrijft het bedrijf op zijn website ‘overtuigd te zijn dat milieubeheer, de gezondheid en veiligheid van haar medewerkers en zinvolle gemeenschapsontwikkeling essentieel zijn voor het succes en de continuïteit van het bedrijf’.
‘De relatie tussen ons als autoriteiten en het mijnbedrijf is slecht. Het gaat zo ver dat wij via gerechtelijke stappen moeten eisen dat het mijnbedrijf aan milieuvereisten voldoet, sociale verplichtingen nakomt en belastingen betaalt’, zegt burgemeester Rupay.
Ook Bianchini slaagde er, in de 17 jaar dat hij in Pasco werkt, nooit in met het bedrijf te spreken.
Leegstand en werkloosheid
Doordat een deel van de huizen verdween voor de put, is er vandaag een tekort. Gezinnen improviseren op sommige plekken in de stad nederzettingen zonder publieke infrastructuur, de zogenaamde asentamientos humanos. Maar tegelijkertijd staan de woningen die de Cerro de Pasco Copper Corporation bouwde voor de mijnwerkers en hun gezinnen grotendeels leeg.
In onbewoonde appartementen ligt de vloer bezaaid met afval en overblijfselen van vroegere bewoning. Van andere appartementen is de deur dichtgemetseld door het bedrijf. ‘Dat doen ze om te voorkomen dat mensen zouden terugkomen’, zegt Deysi, terwijl ze ons de appartementen naast het hare toont.

Woningen die het mijnbouwbedrijf in het verleden bouwde voor de mijnwerkers, zijn nu verlaten. Soms worden de deuren zelfs dichtgemetseld.
© Merel Overloop
Op de buitenmuren van de woonblokken staat propiedad privada geschilderd, ‘privé-eigendom’, met daarbij het logo van Volcan.
‘In een gebouw van het bedrijf wonen heeft zo zijn voordelen. We betalen niet voor licht en water en moeten geen hoge huurkosten ophoesten’, zegt Deysi, van wie de echtgenoot voor Volcan werkt. ‘Maar het biedt geen stabiliteit, door de korte arbeidscontracten van het bedrijf. Het is tijdelijk, elke keer voor vier of vijf maanden, en daarna ligt ons lot in Gods handen.’
In de woonblokken waar Deysi en haar gezin wonen, is plaats voor zo’n 36 gezinnen. Momenteel wonen er nog 3.
De mijn brengt goud, werk en infrastructuur, zeggen de leerlingen van David in de klas. ‘Maar de mijn brengt ook slechte dingen, niet?’
Als leraar en inwoner heeft David de stad de voorbije dertig jaar zien veranderen: ‘Voor mijn leerlingen is de mijn geen belangrijk onderdeel van hun leven meer. De meerderheid van hun vaders werkt nu in handelszaken of als ambtenaar. Een tiental jaar geleden was Cerro de Pasco echt nog een mijnstad. Als er toen 15 kinderen in mijn klas zaten, hadden er 10 een mijnwerker als vader. Maar nu zijn er nog maar weinig leerlingen die tot mijnwerkersfamilies behoren.’
De werkgelegenheid voor lokale werkkrachten is sterk afgenomen doordat weinig mensen nog een vast contract krijgen. Bovendien is er tegenwoordig minder activiteit in de open put in het midden van de stad. Volcan heeft ook twee ondergrondse mijnen en twee metaalverwerkingsinstallaties in Cerro de Pasco – en in die laatste zijn vooral gespecialiseerde werkkrachten zoals ingenieurs nodig.
Ook in andere delen van het land is het bedrijf actief, samen met vele andere mijnbedrijven. Deysi’s echtgenoot werkt ook niet in de mijn in Cerro de Pasco zelf, maar op een andere site van Volcan in de regio.
Met de vraag naar werknemers is ook de nood aan huisvesting gedaald en staan veel campamentos, mijnwerkerswijken, leeg. Volgens Volcans duurzaamheidsrapport uit 2024 werkten er in dat jaar slechts 380 mensen op de mijnsite van Cerro S.A.C. Daarvan zouden slechts 198 mensen uit de regio Pasco afkomstig zijn, net als nog 140 werknemers van het moederbedrijf Volcan. De overige werknemers werden uit Lima, Junin en andere Peruviaanse regio’s gerekruteerd.
Verder schrijft Volcan 737 werknemers in Cerro de Pasco te hebben via gespecialiseerde bedrijven in onderaanneming. Dat maakt dat slechts een klein deel van de economisch actieve bevolking in Cerro de Pasco rechtstreeks of onrechtstreeks in dienst is bij het lokale mijnbedrijf.
Toch gaan in de klas van David bijna alle handen de lucht in wanneer hij vraagt wie er iemand kent die in de mijn werkt, want veel mensen – vooral mannen – werken ook op andere mijnsites en bij andere mijnbedrijven in de regio. Burgemeester Rupay beweert nochtans dat ‘de economie van de stad niet aangetast worden als de mijn haar activiteiten zou stoppen.’
Veel Cerreños verlieten de koude stad in de bergen al voor warmere oorden met meer toekomstperspectief. Met betere studeermogelijkheden, een betere gezondheidszorg, beter werk, betere huisvesting.
Ook het gezin van Deysi denkt erover Cerro de Pasco te verlaten nu de oudste zoon zestien geworden is en aan hogere studies zal beginnen. Deysi zelf blijft liever in haar geboortestad, maar ze ziet de toekomst van haar zonen liever in een grotere en lager gelegen stad als Huancayo of Lima.
Hoop voor de toekomst
Als er een volksraadpleging georganiseerd zou worden over het al dan niet sluiten van de mijn, dan zou de bevolking ervoor kiezen om de mijn open te houden, denkt David. ‘Maar enkel op voorwaarde dat er zorg wordt gedragen voor het milieu.’
Burgemeester Rupay is er dan weer van overtuigd dat de bevolking zou stemmen voor het vertrek van het mijnbedrijf, of voor de komst van een meer verantwoordelijk bedrijf.
‘Ik hou van mijn land met al zijn deugden en defecten’, zegt Deysi overtuigd. ‘Maar ik hoop dat er meer milieubewustzijn komt, zodat alle exploitatie uiteindelijk niet tevergeefs geweest zal zijn.’
En daarbij sluit David zich aan: ‘Hopelijk krijgt deze stad op een dag de eer toebedeeld die ze verdient voor alles wat ze voor Peru gedaan heeft. Maar de geschiedenis leert ons dat steden geëxploiteerd en vervolgens vergeten worden. Kijk maar naar Potosí in Bolivia bijvoorbeeld. Momenteel is Pasco een van de armste regio’s van Peru, maar ze hebben hier wel alle rijkdom aan mineralen uit de grond gehaald.’
We contacteerden mijnbedrijf Volcan opnieuw met een vraag om reactie op de claims in dit artikel, maar kregen geen antwoord.
Lees ook
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in


