Dossier: 

Op Grieks grondgebied stroomt de miserie samen

Het hardvochtige migratiebeleid van de vorige regeringen en de voortwoekerende economische crisis maken dat veel migranten die al jaren in Griekenland wonen het land achter zich laten om elders hun heil te zoeken. Tegelijk is Griekenland een tussenstop voor de Syrische vluchtelingen op weg naar Europa. En zo werd het kleine dorpje Idomeni het beginpunt – of liever een flessenhals –  van een menselijke rivier noordwaarts doorheen de Westelijke Balkan.

  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis
  • © Vasilis Tsartsanis © Vasilis Tsartsanis

Het lijkt alsof er alles aan gedaan wordt om de scene zo miserabel mogelijk te doen lijken. De regen valt met bakken uit de lucht. Een tiental mensen zoekt beschutting onder een boom, tevergeefs. Een voor een ogen ze compleet doorregend. De meesten van hen zijn mannen, maar houden zich ook enkele vrouwen en kinderen schuil onder het gebladerte. Heel het terrein langs de treinsporen is herschapen in een modderpoel, bezaaid met afval. Een groepje Afghanen probeert een bussel hout aan te steken, zonder succes.

© Vasilis Tsartsanis

De trein als gids

De treinrails net buiten het Noord-Griekse dorp Idomeni verbinden Thessaloniki met Skopje, de hoofdstad van Macedonië. Idomeni is de laatste stop op Grieks grondgebied. Een paar seinposten en rangeersporen markeren de grens met Macedonië, voor de rest is er niets dat erop wijst dat hier het ene land in het andere overgaat. Griekenland heeft een 228 km lange grens met Macedonië, maar het grootste deel loopt door bergachtig gebied.

De Macedonische politie heeft een bar slechte reputatie als het gaat om de behandeling van vluchtelingen

De spoorlijn is echter de belangrijkste reden waarom Idomeni zo’n populaire passage geworden is. De rails zijn het oriëntatiepunt bij uitstek, en gidsen de vluchtelingen doorheen Macedonië en Servië tot in Hongarije. Het is een route met geschiedenis. De spoorlijn volgt de loop van de Vardar, de rivier die in de Ottomaanse periode de belangrijkste verbinding was tussen de Westelijke Balkan, en het noorden van Griekenland.

Een van de Afghanen bij het smeulend kampvuur probeert met een paar woorden zijn verhaal samen te vatten. Voor hem is het de tweede keer dat hij Europa probeert binnen te geraken. De vorige keer bereikte hij Groot-Brittannië, maar werd opgepakt en naar Kaboel gerepatrieerd. Dat hinderde hem niet om opnieuw te vertrekken richting Europa. Met alle risico’s van dien.

Al gauw komen de verhalen over de situatie aan de overkant van de grens. De Macedonische politie heeft een bar slechte reputatie als het gaat om de behandeling van vluchtelingen. Een man maakt driftige bewegingen met zijn armen. Hij spreekt maar een paar woorden Engels, maar het is zo ook wel duidelijk wat hij wil vertellen: een flink pak slaag met de stok. Een andere toont de schrammen op zijn gezicht. Om de mensen te ontmoedigen de grens over te steken, houdt de Macedonische grenspolitie regelmatig razzia’s op de plekken waar migranten de nacht doorbrengen. Slaapzakken en kleding worden afgepakt en in brand gestoken, geld en telefoons gestolen.

Crimineel geweld

Behalve de politie opereren er criminele groepen die het voorzien hebben op het geld en de schamele bezittingen van de vluchtelingen, en ook zij schuwen het geweld niet. Iemand haalt zijn gsm boven en toont een foto van een van hun slachtoffers met een bloedige snijwonde aan het hoofd. Terwijl we aan het praten zijn komt er een jeep van de Macedonische grenspolitie aanrijden. Een van de kinderen krimpt onmiddellijk van schrik ineen. Als de Macedoniërs zien dat de vluchtelingen niet alleen zijn, maken ze snel rechtsomkeert.

Als je in de handen van de maffia valt, ben je alles kwijt. Ze weten goed genoeg dat niemand zich om ons bekommert.

Bashar is een van de weinige Afghanen die vlot Engels spreekt. Ondanks het feit dat ook hij nat tot op het bot is, houdt hij de moed erin. ‘Al drie keer heb ik geprobeerd de grens over te steken, zonder succes. Een keer ben ik tot in Skopje geraakt, maar daar werd ik gearresteerd en terug gestuurd.’ Terwijl we praten wandelen we langs de treinsporen.

Plots merkt Bashar op dat we in Macedonië zijn. ‘Geen probleem, de moeilijkheden beginnen pas verderop in het stadje. Behalve de politie lopen daar ook allerlei maffiatypes rond, gewapend met messen en vuurwapens. Als je in hun handen valt, ben je alles kwijt. Ze weten goed genoeg dat niemand zich om ons bekommert. Wat kan je doen? Naar de politie gaan om aangifte te doen?’

Bashar woonde zeven jaar in Griekenland. Hij spreekt vloeiend Grieks en wil eigenlijk niet weg. Maar zonder papieren is het in het huidige economische klimaat gewoon onmogelijk om een job in het zwart te vinden. ‘Ik wil naar Duitsland of Zweden. Al vijftien jaar ben ik onderweg. Pakistan, Iran, Turkije, Griekenland,… Vijftien jaar, en ik sta hier nog steeds met lege handen.’ In de regen dan nog.

Lokale solidariteit

Idomeni en het naburige dorp Evzoni zijn slechts het startpunt van de lange reis noordwaarts door Macedonië, Servië en Hongarije. Deze migratiestroom doorheen de Balkan, de zogenoemde Westelijke Balkanroute, begon aan te zwellen sinds 2012. Voorheen trachtten de meeste migranten via de Griekse havenstad Patras Italië te bereiken, een optie die almaar moeilijker wordt. Of ze bleven gewoon in Griekenland, een andere optie die eveneens steeds moeilijker wordt, zij het om economische redenen. 

© Vasilis Tsartsanis

Idomeni is niet de enige passage. Ook ten noorden van de Griekse stad Florina maken migranten de oversteek. Tot in 2014 liep er een alternatieve route door Albanië, Kosovo en Servië naar Hongarije, maar die is in ongebruikt geraakt. Toch werd de transitmigratie pas zichtbaar in Idomeni in de nazomer van 2014, vertelt Vasilis Tsartsanis, een van de lokale vrijwilligers die zich het lot van de vluchtelingen aantrekt.

Supermarkten gaven voedsel om uit te delen, mensen brachten kleding… Zelfs inwoners die voor Gouden Dageraad gestemd hadden kwamen helpen.

‘In het begin ging het vooral om mensen uit Pakistan en Bangladesh, en in mindere mate om Afrikanen,’ aldus Vasilis. ‘Maar je zag hen nooit. Aan de grens kon je merken dat er groepen gepasseerd waren, maar alles gebeurde ‘s nachts. Later kwamen de Afghanen, gevolgd door de Syriërs. Na de zomer is de situatie geëxplodeerd. Opeens werd Idomeni geconfronteerd met honderden vluchtelingen aan de grens, niet alleen mannen zoals voorheen, maar evengoed families met kinderen. Momenteel is het wat rustiger, maar zodra het lente wordt, verwacht ik opnieuw een massale toeloop.’

De bevolking van de grensdorpen Idomeni en Evzoni en het naburige stadje Polykastro zag zich geconfronteerd met honderden vluchtelingen die door de velden zwierven in weer en wind, wachtend op een gelegenheid om de grens over te steken. Hun reactie was er een van overweldigende solidariteit, aldus Vasilis.

‘Het was een schok voor de mensen hier toen het probleem openbarstte. Van alle kanten kwam er hulp. Supermarkten gaven voedsel om uit te delen, mensen brachten kleding,… Zelfs inwoners die voor Gouden Dageraad (Griekse fascistische partij) gestemd hadden, kwamen helpen. Maar een kleine gemeenschap als de onze kan zo’n probleem niet dragen op lange termijn. Er moet een oplossing komen.’

© Toon Lambrechts

Griekenland is al jaren de slechtste leerling van de Europese klas als het gaat over migratie.

Griekenland is al jaren de slechtste leerling van de Europese klas als het gaat over migratie. Het land werd al meermaals op de vingers getikt door Europa en door mensenrechtenorganisaties. Ondanks alle kritiek lieten de vorige regeringscoalities het migratieprobleem verder escaleren. Een dieptepunt was de operatie Xenios Zeus, waarbij de politie zo’n 85.000 mensen op straat arresteerde om hun verblijfsdocumenten te controleren. De nieuwe coalitie onder leiding van Syriza heeft een heel andere kijk op migratie, maar het is nog te vroeg om van die ommezwaai iets te merken.

Tegelijk kreunt het land onder een economische crisis waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Dat maakt dat migranten steeds moeilijker in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Als heel wat Griekse jongeren hun heil elders gaan zoeken omdat er simpelweg geen jobs zijn, dan is het niet moeilijk te begrijpen dat de economische mogelijkheden voor mensen zonder papieren al helemaal niets voorstellen.

Ook de geografie zit niet mee. Griekenland is Europa’s meest zuidoostelijke uithoek. Dat maakt dat het land de eerste stop is voor migranten uit zowel het Midden-Oosten, Afrika als verderaf gelegen landen zoals Afghanistan, Pakistan en Bangladesh. Vooral de uitzichtloze burgeroorlog in Syrië en Irak bracht een nieuwe stroom vluchtelingen op de been.

De combinatie van een steeds grotere groep migranten die na jaren in Griekenland gewoond te hebben weg willen, samen met een eveneens aanzwellende transitmigratie richting West-Europa doorheen de Balkan verklaart waarom deze route de laatste drie jaar op weg is om een van de belangrijkste toegangswegen tot Europa te worden.

Vluchtelingenhotel

Een onbestemd hotel aan de grens met Macedonië. Normaal gezien is dit de plek waar vermoeide chauffeurs een nachtje doorbrengen alvorens hun reis verder te zetten. Vandaag lijkt de eetzaal van het hotel eerder op de recreatiezaal van een vluchtelingencentrum. Hier logeren de mensen – althans zij die het kunnen betalen – terwijl ze proberen hun oversteek te regelen. Veruit de meesten zijn Syriërs, een enkeling komt uit Irak.

‘Ik wil graag naar Duitsland, maar eigenlijk maakt het niet meer zoveel uit. Een kamer waarvan de deur op slot kan, een gevoel van veiligheid, dat is al voldoende.’

De broer Ashraf en Kareem zijn nieuw hier. Hun plan was om op eigen houtje de oversteek te wagen, maar de verhalen over de brutaliteit van de Macedonische politie en de afpersing door schimmige criminele groepen hebben hen bang gemaakt. ‘We werden benaderd door kerels die vroegen of we geld bij hadden. Hun tweede vraag was of we wapens op zak meedragen om ons te beschermen. Ik vertrouw het hier niet,’ vertelt Ashraf. ‘Er lopen hier mensen rond met een massa cash geld op zak en verschillende telefoons. Hoe komen ze daaraan?’

Ashraf en Kareem komen uit Damascus. Beide broers werkten in het ooit rijke nachtleven van de stad, Ashraf als DJ, Kareem als barman. De oorlog veegde hun wereld van de kaart. ‘We zijn gevlucht voor de verplichte dienstplicht. Het regime stopt je gewoon een geweer in de handen, je krijgt niet eens een training. Ik ben geen vechter,’ aldus Ashraf. ‘We hadden een goed leven in Syrië, maar dat is voorbij. Ik wil graag naar Duitsland, maar eigenlijk maakt het niet meer zoveel uit. Een kamer waarvan de deur op slot kan, een gevoel van veiligheid, dat is al voldoende.’

De broers lieten Damascus achter zich, verbleven enkele maanden in Turkije om vervolgens de Egeïsche Zee over te steken richting Griekenland, een trip die Ashraf niet snel zal vergeten. ‘We kregen de garantie dat we van kust tot kust zouden reizen, zonder te moeten zwemmen, met maximum 20 mensen aan boord. Het bleken allemaal leugens. We werden met 40 op een rubberboot gepropt en op ons eigen de donkere zee opgestuurd. Nooit was ik zo bang. Midden op zee kwam het tot ruzie over de vaarrichting, gelukkig heeft een grotere boot ons opgemerkt en begeleid. Ieder van ons heeft 1000 euro betaald voor een plek op de boot, dus reken maar uit.’

Plots stokt zijn verhaal. Ashraf kijkt ongemakkelijk rond, zijn Engels begint te haperen. Hij heeft een van de mannen opgemerkt die hem deze ochtend benaderd heeft met de vraag om geld. Nauwelijks een dag is hij hier, en in een zin vat hij de situatie samen. ‘Wij Syriërs zijn wandelende eurotekens voor iedereen.’

Vers geld

De komst van de Syriërs heeft de dynamiek aan de grens grondig overhoop gegooid. Tot na de zomer van 2014 was het makkelijk om in de omgeving van Idomeni de grens over te steken. Goedkoop ook. De meeste vluchtelingen wandelden eenvoudigweg langs de treinsporen Macedonië binnen, kochten een busticket in Gevgelija, de eerste stad op Macedonisch grondgebied of zetten hun tocht te voet verder. Een paar honderd euro volstond om de Macedonische politie de andere kant te doen uitkijken als je de pech had om gesnapt te worden.

© Vasilis Tsartsanis

Vluchtelingen zijn het ideale slachtoffer voor smokkelaars, criminelen en politieagenten met slechte intenties.

Maar de toename van transitmigranten uit Syrië en Irak veranderde de zaken. Voor hen is Griekenland slechts een tussenstop, een hindernis die zo snel mogelijk genomen dient te worden. Duitsland is bij uitstek de meest populaire bestemming, gevolgd door Zweden en Oostenrijk. Heel de reis van Turkije naar West-Europa kost 7000 tot 9000 euro. Het budget van de Syriërs ligt dus gevoelig hoger dan dat van de mensen die na jaren van moeizaam overleven in Griekenland, al dan niet clandestien, elders hun heil zoeken.

Het geld van de transitmigranten heeft heel wat begeerte opgewekt. In nauwelijks een half jaar tijd is er een bloeiende mensensmokkel ontstaan, met heel wat duistere kantjes. Op eigen houtje oversteken is stukken moeilijker geworden. De coördinatie tussen de smokkelaars en de Macedonische politie of de criminele groepen maakt het bijna zeker dat migranten zonder de juiste contacten gearresteerd en/of beroofd worden.

Als smokkelaars aan de Griekse kant weet krijgen van groepen vluchtelingen die zonder hun diensten de grens oversteken, wordt er gebeld naar de andere kant dat er mensen aankomen die niet onder hun bescherming staan. Iedereen weet maar al te goed dat, eens over de grens, de vluchtelingen loslopend wild zijn. Niemand die het voor hun rechten zal opnemen. Ze zijn het ideale slachtoffer voor smokkelaars, criminelen en politieagenten met slechte intenties.

Gegijzeld in Macedonië

Madje wringt nerveus in de handen. De jonge Syriër uit Daraa gaat het er vanavond op wagen. Hij heeft al een paar keer geprobeerd om op eigen houtje over te steken, maar zonder succes. Keer op keer vatte de Macedonische politie hem bij de kraag. Nu heeft hij een afspraak met een van de smokkelaars die buiten het hotel op hem wacht, samen met nog enkele andere Syriërs. Maar de smokkelaar in kwestie heeft een slechte reputatie. Madje weet niet wat te doen.

Twee dagen later blijkt zijn vrees gegrond. Er komt een sms-bericht binnen of hij alstublieft, zo snel mogelijk, de contactpersoon van de smokkelaar kan aanspreken om het geld te overhandigen. De Pakistaanse bende die de grensovergang tussen Macedonië en Servië controleert heeft hem en zijn metgezellen opgesloten in de kelder van een huis ergens in de grensregio. Als het geld niet doorkomt dreigen ze daar vast te komen zitten. De hele avond wordt er heen-en-weer gebeld, in de ochtend komt er het verlossende bericht dat de situatie opgelost is. Het maakt de verhalen over ontvoeringen, afpersing en verdwijningen plots een stuk aannemelijker.

De jungles van Europa

Een korte rit leidt van de treinsporen tot bij een stukje bos ergens ten velde. Een paar barakken die normaal gezien gebruikt door boeren om hun spullen op te bergen dienen nu als onderdak voor wie geluk heeft. De rest slaapt buiten. Dit is een van Europa’s nieuwste “jungles”, zoals de vluchtelingen deze plekken noemen. Overal waar transitmigratie in een flessenhals terecht komt schieten dit soort jungles uit de grond. In Calais en in Patras, in het zuiden van Italië, en nu ook hier in Idomeni. Het zijn de wachtkamers waar migranten zich ophouden alvorens aan de volgende etappe te beginnen van de lange reis naar wat een beter bestaan zou kunnen zijn.

© Toon Lambrechts

De meer humane aanpak van migratie die de nieuwe Syriza-regering voorstaat, is duidelijk nog niet overal doorgedrongen.

Een paar vluchtelingen staan al te wachten op het medisch team, de rest duikt druppelsgewijs op uit het struikgewas. Zeker de helft heeft medische zorg nodig. Een jongen van een jaar of tien heeft lelijke blaren op zijn hand. Een jonge vrouw zit onophoudelijk te snikken. Ze heeft pijn, de dokter vermoedt een appendix-ontsteking, ernstig genoeg om haar mee te nemen naar het ziekenhuis van Polykasto.

Zijn vermoeden blijkt juist, de vrouw moet vandaag nog een operatie ondergaan. Maar ze wil niet blijven, ze heeft geen papieren. Uiteindelijk weten de dokter en Vasilis haar te overtuigen om toch in het ziekenhuis te blijven, maar een dag later al staat de politie aan haar bed. De meer humane aanpak van migratie die de nieuwe Syriza-regering voorstaat, is duidelijk nog niet overal doorgedrongen. Of het gaat om een papieren belofte.

Altijd wel een gaatje

Terug in het hotel. Aan een tafeltje zitten drie kerels uit Raqqa, ooit een onbekende stad in Syrië, nu de hoofdstad van het zelfverklaarde kalifaat. De twee broers en hun neef zijn op de vlucht voor het schrikbewind van de nieuwe heersers. De jongste broer vertelt over het leven vroeger in Raqqa. Hij is het type mens waarvoor er in Syrië geen plaats meer is. Een stille stem, dromerige ogen,…

‘Zie je die mannen daar, die aan het dansen zijn? Stuk voor stuk smokkelaars. Zij amuseren zich, met ons geld. Deze plek stinkt.’

Hij opent zijn telefoon en laat de schilderijen zijn die hier gemaakt heeft. Mooie vrouwenportretten, maar vandaag aanleiding genoeg om zwaar gestraft te worden door de IS-strijders die de lakens uitdelen in Raqqa. Als hij vertelt over al de pogingen die hij, zijn broer en zijn neef al ondernomen hebben om de grens over te steken, pauzeert hij even. ‘Misschien heb ik zo’n ding nodig, ik ken het juiste Engelse woord niet.’ Hij neemt mijn pen en notitieboekje, en in een paar trekken verschijnt er een luchtballon.

Een paar dagen later is hij niet meer te zien in de eetzaal van het hotel. Zijn broer is er wel nog, op van ongerustheid. Saleh, de jongste met de dromerige ogen, is vertrokken met een smokkelaar. Ze hebben al hun geld bijeen gelegd om toch voor een van hen de overtocht te betalen.

Normaal gezien zou hij vanochtend in Lojane aankomen, maar het is al avond en er is nog geen nieuws. Terwijl de oudste broer zich ongerust zit te maken, heeft een vijftal luide muziek opgezet om te dansen. ‘Zie je die mannen daar, die aan het dansen zijn? Stuk voor stuk smokkelaars. Zij amuseren zich, met ons geld. Deze plek stinkt.’

De situatie aan de Grieks-Macedonische grens is de laatste maanden erg verslechterd. Meer en meer mensen komen er vast te zitten, wachtend op hun kans, terwijl de prijs voor de oversteek blijft stijgen en er vaker verhalen over crimineel geweld opduiken. Toch meent Vasilis Tsartsanis dat de grens dichtgooien niet de juiste oplossing zou zijn.

‘De smokkelaars vinden altijd wel een gaatje. De route langs Idomeni is de meest zichtbare, de meest humane. De grens hier sluiten zou als gevolg kunnen hebben dat mensen weer via Albanië gaan reizen. Daar is niemand die zich het lot van de vluchtelingen aantrekt. Blokkeren gaat de stroom niet stoppen, er staan gewoon te veel mensen klaar om de tocht te maken, en er is gewoon te veel geld mee gemoeid. De enige oplossing is vluchtelingen de mogelijkheid geven legaal asiel aan te vragen in Europa. Nu drijft het beleid hen recht in de armen van criminelen die handenvol geld verdienen aan hun miserie. Europa moet de moed hebben om die feiten onder ogen te zien.’

© Vasilis Tsartsanis

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.