Het Libanese vluchtelingenkamp waar de tijd bleef stilstaan

Dollars van Kushners "vredesplan" doen vluchtelingen in Shatila hun recht op terugkeer niet vergeten

© Mashid Mohadjerin

Shatila: een wijk in Beiroet die al decennia dienst doet als Palestijns vluchtelingenkamp

Jared Kushner, de politiek adviseur en schoonzoon van Donald Trump, maakte gisteren in Bahrein het economische luik van de Deal van de Eeuw bekend, zijn vredesplan voor het Midden-Oosten. Kushner wil 50 miljard dollar bijeen brengen voor de ontwikkeling van de Palestijnse Bezette Gebieden.

Ook de buurlanden, waar veel Palestijnen wonen, zouden een stuk van de taart krijgen.

Maar de Palestijnse president veegde het voorstel van tafel. En Hamas kondigde aan dat ‘Palestina niet te koop is’. Vluchtelingen hebben het economisch nog moeilijker sinds Trump besliste om de Amerikaanse bijdrage aan UNRWA (het VN-agentschap voor bijstand aan Palestijnse vluchtelingen) te schrappen. Zij weten al lang wat het Akkoord van de Eeuw voor hen betekent.

MO* was Jared Kushner voor en ging eind maart al poolshoogte nemen in Shatila, de wijk in Beiroet, Libanon, die al decennia dienst doet als Palestijns vluchtelingenkamp. Het kamp herbergt nu dubbel zoveel vluchtelingen als vóór het uitbreken van de oorlog in Syrië.

‘Naar de verdommenis’

De motregen die sinds de ochtend op Beiroet neerdaalt, doet het vluchtelingenkamp van Shatila er nog miezeriger uitzien. Niet dat de zon een groot verschil uitmaakt. Wie het kamp ooit bezocht, stelt vooral vast dat de tijd op deze specifieke plek van de aardbol is blijven stilstaan, decennialang.

De elektrische draden slingeren in de straten boven de hoofden van de passanten of liggen vervlochten met waterleidingen gewoon op de grond, zoals het geval is op het pleintje waar het kantoor van Artsen Zonder Grenzen gevestigd is. Het doet denken aan een lijf met ingewanden die naar buiten hangen en versterkt het gevoel van onveiligheid. Niet geheel onterecht, want mensen lopen daadwerkelijk het risico om geëlektrocuteerd te worden.

Het is nog vroeg in de voormiddag. Dat is tenminste het gevoel dat je krijgt als je door de straatjes van Shatila wandelt. Het is er stil, de straten zijn leeg. Alleen het sissende geluid van de regen laat zich horen.

Niet te vergelijken met de dagen voordien. Toen scheen de zon en was het er erg druk. De imposante foto van Yasser Arafat begroet de voorbijganger vanuit elke hoek. Maar ook foto’s van andere belangrijke leiders en slogans overal.

Aan politieke statements is er in Shatila geen gebrek. ‘Garbana, garbana’, ‘Het is naar de verdommenis, niets aan te doen’, luidt de tekst op de muur boven de ingang van wat een appartementje lijkt te zijn. Op een kleine affiche krijgt de lezer de volgende raad: ‘Bewaar uw wapen voor uw zwarte dag’, naar analogie van het in de regio vaak gebruikte spreekwoord ‘Bewaar uw witte cent voor uw zwarte dag’.

‘Mijn zoon groeit niet. Ik heb medicatie nodig. Kun jij me helpen?’

Het kamp is niet groter dan een vierkante kilometer, maar om er je weg te vinden heb je begeleiding nodig. Een buitenstaander valt gemakkelijk op.

‘Denkt u dat de VN kunnen helpen om mijn dochter van haar man te laten scheiden?’, vroeg een dame toen ze me het kantoor van Artsen Zonder Grenzen zag buitenkomen. Een vreemde vraag. De VN die zou kunnen tussenkomen in een echtscheiding. ‘Haar man behandelt haar slecht. En hij wil haar bovendien naar Syrië terugsturen en daar achterlaten’, zei ze.

Bij een bezoek aan een vrouwenorganisatie trok één van de aanwezige dames aan mijn mouw: ‘Mijn zoon groeit niet. Ik heb medicatie nodig. Kun jij me helpen?’, vroeg ze. Een andere vrouw wees naar haar zoontje: ‘Ook hij groeit niet’, zei ze. Een derde vrouw vertelde hetzelfde over haar zoon.

Vandaag valt vooral de stilte op. Het is 29 maart, de Dag van de Bodem. Een belangrijke herdenkingsdag waarop de Palestijnen zichzelf en de wereld herinneren aan wat de kern van hun zaak is, vertelt Salah Salah, lid van de Palestijnse Nationale Raad en jarenlang actief geweest in het extreem linkse Volksfront voor de bevrijding van Palestina. ‘De kern van de Palestijnse kwestie is de gebondenheid aan de bodem, de gebondenheid aan het eigen huis, het eigen dorp, de eigen stad’, zegt hij. Maar van grote festiviteiten is er in Shatila geen spoor.

De herdenking gebeurt op sommige locaties en wordt kort gehouden, vertelt men me. De scholen en de openbare diensten werken niet, maar de slager en de groenteman zijn open. ‘De dag herdenken door winkels te sluiten is geen optie’, zegt Khaldat Hoessein, voorzitster van de Solidariteitsvereniging voor Sociale en Culturele Ontwikkelingen in Shatila. ‘Mensen verdienen al heel weinig. Ze kunnen het zich niet veroorloven om vrijaf te nemen.’

© Mashid Mohadjerin

Sinds het begin van de oorlog in Syrië kwamen ruim 1,5 miljoen vluchtelingen naar Libanon. Ook naar Shatila

Armoede

De plotse roep van vermoedelijk een jonge man breekt de stilte. Op een brutale manier, tenminste voor wie het niet gewend is. Daarna wordt het muisstil. Er is geen tegenstem te horen. Zou het om een ruzie gaan?

Malak, een Syrische vluchtelinge die sinds 2014 in het kamp woont, is niet verrast. ‘Dit is hier gewoon’, zegt ze met een cynische toon. ‘Er kan hier van alles gebeuren. Er kan zelfs geschoten worden. Het beste wat je doet als je zoiets hoort, is binnen blijven, tot het over is.’

Malak is een van de ruim anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen die naar Libanon zijn uitgeweken na het uitbreken van de oorlog in Syrië. De vluchtelingen vormen nu naar schatting een kwart van de totale bevolking van Libanon.

Waarom Malak voor Shatila gekozen heeft? ‘Omdat je nergens anders minder huur betaalt’, zegt ze. Samen met haar man en hun zes kinderen huurt Malak een kamer voor 200 dollar per maand.

‘Het kamp van Shatila heeft vier oorlogen meegemaakt, plus de slachting van Sabra en Shatila in 1982. Er is dus van bij de start armoede in het kamp’

Het zijn dus niet alleen de Syrische Palestijnen die hun toevlucht hebben gezocht in de al bestaande Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon. Ook Syriërs hebben de weg naar de kampen gevonden. Dat betekent een zware druk op de schrale voorzieningen in een vluchtelingenkamp als Shatila, en het leidt tot spanningen tussen de inwoners van het kamp.

‘De situatie van de Palestijnse vluchtelingen was al voor het uitbreken van de oorlog in Syrië slecht’, zegt Khaldat Hoessein van de Solidariteitsvereniging voor Sociale en Culturele Ontwikkeling. ‘We hebben opeenvolgende oorlogen meegemaakt. Met elke keer vernieling en heropbouw, vernieling en heropbouw. Zeker het kamp van Shatila. Dat maakte vier oorlogen mee, plus de slachting van Sabra en Shatila in 1982. Er is dus van bij de start een situatie van armoede in het kamp.’

‘Daarnaast hebben de Palestijnse vluchtelingen in Libanon geen burgerrechten en ook geen sociale rechten. Ze hebben geen toegang tot heel veel beroepssectoren. De ingenieur, de dokter, de taxichauffeur, de handelaar: het zijn allemaal beroepen die de Palestijn niet mag uitoefenen en dat weegt natuurlijk op economisch en sociaal vlak.’

‘Armoede is slechts één aspect daarvan. Andere aspecten zijn ontevredenheid, ontgoocheling en pessimisme. Jongeren kunnen in deze omstandigheden gemakkelijk in de val van extremistische groepen trappen, of zoeken naar alle mogelijke middelen om te immigreren met alle gevaren van dien, of beginnen met drugshandel.’

‘We willen ook niet genaturaliseerd worden, want dat betekent dat we het recht op terugkeer naar ons land kwijtraken’

‘De Libanese staat beschouwt ons als vreemdelingen, ondanks het feit dat we al zeventig jaar in Libanon gevestigd zijn en ondanks de internationale en Arabische overeenkomsten. Die voorzien dat de staat alle vormen van zorg moet garanderen tot we terug naar ons land keren. De Palestijnen in Libanon hebben geen toegang tot medische en sociale voorzieningen. Een Palestijn mag geen huis kopen buiten de kampen. Dat is niet het geval in Syrië, bijvoorbeeld, waar de Palestijnen alle burgerlijke en sociale rechten hebben, behalve politieke rechten, die hebben ze niet, en dat willen we zelf ook niet’, zegt Khaldat Hoessein. ‘We zijn geen vragende partij voor politieke deelname. We willen ook niet genaturaliseerd worden, want dat betekent dat we het recht op terugkeer naar ons land kwijtraken.’

De komst van nieuwe vluchtelingen naar de kampen vormt niet alleen een druk op de voorzieningen, het betekent ook meer concurrentie op de arbeidsmarkt en op de huurmarkt, de verlaging van de lonen en een toegenomen bevolkingsdichtheid. ‘Op de kleine oppervlakte van Shatila wonen er momenteel 22.000 mensen, meer dan de helft van hen komen uit Syrië’, zegt Hoessein.

De Palestijnse vluchtelingen uit Syrië kunnen geen beroep doen op de steun van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR). Want voor de Palestijnen werd sinds de stichting van de staat Israël en het uitbreken van de Palestijnse vluchtelingenkwestie UNRWA, het VN-agentschap voor bijstand aan Palestijnse vluchtelingen, in het leven geroepen.

Akkoord van de Eeuw

‘In theorie zou UNRWA een noodhulpprogramma moeten opzetten om de Palestijnse vluchtelingen uit Syrië op te vangen’, zegt Hoessin. ‘Maar dat kan niet door de zware financiële moeilijkheden waarin de organisatie zich bevindt na de beslissing van Trump om de Amerikaanse bijdrage stop te zetten.’

‘UNRWA heeft onderwijs kunnen garanderen voor de nieuwkomers, maar ten koste van het welzijn van de andere kinderen. Zo heb je nu zestig leerlingen in één klas. De huurprijzen zijn de hoogte ingegaan. Voor een kamer moet je nu tot 300 dollar per maand betalen. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen betaalt de hele som voor de mensen die daarvoor in aanmerking komen, terwijl de steun van de UNRWA zich beperkt tot slechts 100 dollar per maand.’

‘De financiering van de UNRWA is de enige garantie dat het engagement van de internationale gemeenschap om de vluchtelingenkwestie op te lossen, gehandhaafd blijft’

‘Nadat Trump in het kader van zijn Deal of the Century de Amerikaanse bijdrage aan de UNRWA met meer dan 60 procent verminderde, zijn een aantal landen tussengekomen. Ze hebben bijgelegd om te vullen wat de Amerikanen leeg hadden gelaten. Maar we willen niet dat het geld van de Golfstaten of van Turkije komt’, zegt Hoessein.

‘Wij willen dat de financiering van UNRWA de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap blijft. Dat is de enige garantie dat het engagement van de internationale gemeenschap om de vluchtelingenkwestie op te lossen, gehandhaaft blijft. Zoals de VN-resolutie 194, die aanleiding gaf tot de oprichting van de UNRWA, voorziet.’

‘Zijn ze nog niet klaar met fotograferen?’, hoorde ik een jongeman luidop vragen bij ons eerste bezoek aan het kamp een paar dagen eerder. Deze vraag bleef in mijn hoofd nazinderen. Zijn de Palestijnen het niet beu dat er zoveel journalisten, onderzoekers, fotografen al jaren over de vloer komen en dat er niets wezenlijks verandert?

Voor Khaldat Hoessein is er juist nu meer nood aan aandacht voor hun situatie. Eerst was er de Arabische Lente, die de aandacht voor de Palestijnen fors deed verminderen. En nu zijn het de Syrische vluchtelingen die de meeste aandacht kregen van internationale hulporganisaties. Dat komt, volgens de voorzitster van de Solidariteitsvereniging voor Sociale en Culturele Ontwikkeling, doordat de Palestijnse vluchtelingen uit Syrië in bestaande Palestijnse kampen wonen en daardoor minder zichtbaar zijn.

De situatie is enorm verslechterd nadat Trump besliste om UNRWA niet meer te steunen

Abu Mjahed, verantwoordelijke voor een vereniging die activiteiten voor kinderen organiseert, is niet te moe om voor de zoveelste keer in herhaling te vallen. ‘Het is dat de situatie niet vooruitgaat, het blijft maar achteruitgaan’, zegt hij.

Waar hij wel moeite mee heeft, is wanneer buitenlandse organisaties Palestijnen in hokjes zetten en opsplitsen. ‘Waarom willen sommigen alleen met vrouwen en meisjes werken?’, vraagt hij zich af. ‘Betekent dat dat mannen en jongens het beter stellen? We willen dat men gezinnen benadert, eerder dan specifieke categorieën’, zegt hij. ‘Iedereen lijdt onder de omstandigheden waarin we leven. Jong en oud, vrouw en man, kind en volwassene.’

Over de financiële situatie van UNRWA is Abu Mjahed niet minder cynisch. ‘Gewoonlijk klagen de Palestijnen over UNRWA. Tot vorig jaar, toen zijn ze UNRWA beginnen verdedigen’.

Het is dat de middelen van de UNRWA nooit op het niveau van de noden waren. Maar de situatie verslechterde enorm nadat Trump besliste om UNRWA niet meer te steunen. Nu is de onzekerheid groter. Organisaties en instellingen weten niet of ze voor het volgende seizoen de nodige middelen zullen hebben of niet. Ze staan constant onder psychologische druk.

Verenigingen proberen de lacunes te vullen in de gezondheidszorg en in het onderwijs. De vereniging waar Abu Mjahed verantwoordelijk voor is, organiseert bijlessen voor scholieren. ‘Daar is nood aan, want 48,8 procent van de leerlingen blijft zitten. Dat is een hoog cijfer en dat komt omdat onderwijs meer is dan alleen een klas, een tafel, een stoel en een leerkracht.’

‘We zijn in tijden waar moderne en technische middelen noodzakelijk zijn in het onderwijs. Maar hoe zien de scholen van UNRWA eruit? Er zijn geen speelplaatsen zoals het hoort, noch toiletten zoals het hoort, noch drinkwater, verlichting, verwarming of verkoeling, noch materiaal voor de lessen, noch computers. Wat is dat dan voor school? Dat is altijd zo geweest, voor en na de crisis.’

© Mashid Mohadjerin

‘Een vervangland’

‘Ze willen dat de Palestijnse vluchtelingen ophouden met vluchteling-zijn’

Zowel voor Khaldat Hoessein als voor Abu Mjahed is het verhaal van de druk op de Palestijnen niet nieuw. ‘De bedoeling van de oprichting van UNRWA was van bij de start om de Palestijnen te laten versmelten in de landen waar ze opgevangen worden. Dat is wat Groot-Brittannië en de VS wilden. Maar dat is niet gelukt.’

‘En sinds 1955 heeft UNRWA een tekort in het budget. Maar als UNRWA geen geld heeft en de basisvoorzieningen niet kan garanderen, wie moet dat dan doen? Wat is de oplossing dan voor de Palestijnen?’, vraagt Abu Mjahed.

‘Ze hebben de Arabische Lente gebruikt om van de Palestijnse kwestie van de eerste de laatste kwestie te maken, maar dat is hen niet gelukt, en bedankt dat het project in Syrië mislukt is’, zegt hij. ‘Daarna kwam de beslissing van Trump om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen en de ambassade naar daartoe te laten verhuizen. En nu zijn het de vluchtelingen van wie ze af willen. Ze willen dat de Palestijnse vluchtelingen ophouden met vluchteling-zijn. Ze willen een vervangland voor de Palestijnen.’

Abu Mjahed blijft op dezelfde rustige toon spreken, ondanks zijn grote verontwaardiging en verbittering.

‘Ons volk geeft het niet op. Onze hoop is de jeugd en de terugkeer is noodzakelijk’

‘In het dagelijks leven wordt het schrappen van de middelen voor UNRWA en het voortdurende tekort in het budget vertaald in de elektriciteit die onderbroken wordt, het drinkwater dat niet beschikbaar is, want in Shatila gebruiken we zeewater, het vuilnis dat zich opstapelt en niet opgehaald wordt, want er zijn geen arbeiders om het op te ruimen.’ ‘

Zelfs de medicijnen die wij krijgen zijn niet van goede kwaliteit, om maar te zwijgen over mensen die kanker hebben of aan een hartziekte lijden. Als mijn kind ziek wordt, bij wie moet ik dan terecht? En eerlijk gezegd verwijt ik de Amerikanen en de Israëliërs niets. Ik verwijt het de Palestijnen’, zegt Abu Mjahed. ‘Want waarom komen we niet op voor onze rechten? We zijn al honderd jaar aan het vechten, waarom zwijgen we nu?’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Salah Salah heeft, ondanks zijn hoge leeftijd en de opeenvolgende crisissen, hoop voor de toekomst. Hij heeft altijd geloofd in het gewapende verzet ‘om de simpele reden dat je geen kans krijgt om je vreedzaam te verzetten’, zegt hij. ‘Is de Mars van Terugkeer die de Gazanen ondernomen hebben geen vreedzaam verzet?’, vraagt hij.

Zijn hoop is de jeugd. ‘Onze revolutie is zoals elke revolutie. Ze kan door moeilijkheden gaan, maar de basis is intact gebleven. De wil om terug te keren is er nog. De strijd is open en heeft verschillende vormen. In Gaza, in de bezette gebieden, in de gevangenissen… Ons volk geeft het niet op. Onze hoop is de jeugd en de terugkeer is noodzakelijk’.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur