Geen uitweg voor wie in Grieks vluchtelingenkamp Moria verbleef

Lesbos na de brand: traangas, prikkeldraad en Europese onverschilligheid

© Toon Lambrechts

Manifestanten op Lesbos: ‘Ze gaan ons hier opsluiten als dieren. Ik wil niet naar een nieuw kamp, ik wil vrijheid.’

De Griekse autoriteiten zijn druk in de weer om op Lesbos een nieuw, tijdelijk vluchtelingenkamp op te zetten, na de brand in Moria. Maar de mensen op Lesbos willen niet opnieuw opgesloten worden. Hoe lang houden ze het uit op straat, nu de politie noodhulp tegenhoudt? Toon Lambrechts ging praten met de mensen op Lesbos die niemand wil en die niets meer te verliezen hebben.

‘Azadi! Azadi!’, wordt luid gescandeerd. ‘Vrijheid!’ De massa trekt in de richting van de politieblokkade. Wat deze mensen willen is duidelijk, wat ze niet willen ook. Weg van dit eiland, weg uit Griekenland, naar Europa.

Geen nieuw kamp, geen nieuwe tenten. Genoeg met eindeloos wachten in erbarmelijke omstandigheden, net voor de deur van een nieuw leven. Maar zelfs reizen naar Mythilini, de hoofdstad van het eiland Lesbos, blijkt al teveel gevraagd. De oproerpolitie is massaal aanwezig en staat klaar om in te grijpen.

Even loopt de spanning op wanneer een vrouw het bewustzijn verliest, bevangen door de warmte en de drukte, maar een ambulance is snel ter plaatse.

‘Niemand hier heeft nog iets te verliezen, want we zijn toch al alles kwijt.’

Omdat het duidelijk is dat er toch geen doorkomen aan is, keert de betoging zich richting Kara Tepe, het tweede vluchtelingenkamp op het eiland, iets verderop. Maar algauw is de fut eruit. Het vuur van enkele dagen geleden, de dagen op straat onder de brandende zon, honger en dorst hebben de meeste mensen murw geslagen.

Toch wordt er de volgende dag opnieuw betoogd, en dit keer grijpt de politie wel in. Het protest wordt beantwoord met traangas, de menigte is in een oogwenk uit elkaar gedreven. Verschillende kinderen raken bevangen door het gas, alsof de situatie nog niet erg genoeg was.

© Toon Lambrechts

 

© Toon Lambrechts

Migranten op Moria betogen: ‘Help ons, Europa’ (bordje midden) en ‘We willen alleen vrijheid’ (rechts).

‘Dieren hebben een beter leven’

‘Sorry, mag ik iets vragen?’ Jean, een jonge Congolees, wil iets kwijt. ‘Waar blijft de internationale gemeenschap? En Europa?’ Een goede vraag, zonder bevredigend antwoord.

‘Het loopt hier uit de hand’, zegt Jean. ‘Griekenland heeft dit niet meer onder controle, of het wil gewoon geen oplossing vinden. En de mensen van het eiland staan op het punt om zelf het recht in handen te nemen. Dit hier is een bom, dit gaat ontploffen. We slapen al vier dagen op straat. Niemand hier heeft nog iets te verliezen, want we zijn toch al alles kwijt.’

Niet ver van de Lidl-supermarkt is het Griekse leger druk in de weer om een oude schietbaan naast een kazerne om te vormen tot een nieuw kamp. Er staan al verschillende rijen witte tenten met het blauwe logo van het UNHCR, het VN-agentschap voor de Vluchtelingen. Vrachtwagens met grind, mobiele toiletten en graafmachines rijden af en aan.

© Toon Lambrechts

 

De plek is omheind met stevig hekwerk en komt aan de andere kant uit op de zee. Een ideale locatie, al is het wel duidelijk dat hier zeker niet genoeg plaats is om iedereen op te vangen.

Ook Rahim, afkomstig uit Afghanistan, slaat van achter de omheining de werkzaamheden gade. Hij is al een jaar en enkele maanden op Lesbos, zijn vriend negen maanden. Hij heeft zijn twijfels bij het nieuwe kamp. ‘Ze gaan ons hier opsluiten als dieren. Ik wil niet naar een nieuw kamp, ik wil…’ Hij moet even naar het woord zoeken. ‘Ik wil vrijheid.’

Rahim vraagt zich af of zijn keuze Afghanistan te verlaten wel de juiste was. ‘Ik weet het niet meer, misschien is het beter terug te gaan. Er is niets voor ons in Europa.’

© Toon Lambrechts

 

Griekenland droomt van gesloten kampen

Ondanks het feit dat het kamp nog volop in aanbouw is, begint men toch de eerste vluchtelingen al binnen te laten. Op vrijwillige basis voorlopig, en na registratie en een coronatest. Een stormloop om binnen te raken is het voorlopig niet.

Veel mensen willen wel, uitgeput en platgeslagen na de brand en na vier nachten op straat te hebben doorgebracht. Maar velen vrezen dat wie eens het nieuwe kamp binnengaat, er niet meer uit komt.

Het was altijd al de intentie van de nieuwe Griekse regering om alle vluchtelingen in gesloten kampen onder te brengen, en de brand lijkt daarvoor een uitgelezen gelegenheid. Over de bewegingsvrijheid die het nieuwe kamp zal bieden heerst onduidelijkheid. Toch schuiven families aan om een plek te bemachtigen, want zeker niet iedereen zal hier terechtkunnen.

Hamid is alvast niet van plan de rij te vervoegen. Hij migreerde eerder al naar Europa en belandde daarbij in Italië. Maar hij weigerde een document te ondertekenen dat hij niet begreep, kreeg het aan de stok met de politie en werd gedeporteerd naar Egypte, zijn land van herkomst. Nu is hij opnieuw op weg naar Italië, waar zijn vrouw op hem wacht.

‘Het leger is hier, de politie is hier, heel het terrein is omheind met prikkeldraad. Ze beweren dat het enkel voorlopig is dat het kamp gesloten is, omwille van het coronavirus, maar volgens mij worden we voorgelogen.’ Waar dan wel naartoe, dat weet Hamid ook niet te zeggen.

Na de brand: nog maar eens uitstel

In Moria zelf is het vuur ondertussen uitgewoed, op enkele smeulende hopen as na. De plek heeft alles van een oorlogszone. Het kamp en de twee heuvels langs beide zijden ervan steken asgrijs en roetzwart af tegen de rest van het landschap. De stilte is haast compleet, op het gezoem van een drone van een televisieploeg na.

Het contrast met het Moria van voorheen kon niet groter zijn. In het overbevolkte kamp was het voor de brand haast onmogelijk om een moment van rust te vinden in de chaos.

In het laaggelegen deel van het kamp, buiten de officiële sectie, staan de geraamtes van de tenten nog overeind. Hier en daar zijn de logo’s van de verschillende vluchtelingenorganisaties nog zichtbaar. Waar het vuur een plek heeft overgeslagen, ligt die bezaaid met kleren en andere persoonlijke spullen die haastig zijn achtergelaten.

© Toon Lambrechts

 

Hogerop, in de secties waar mensen zelf hun tenten en hutten hadden opgetrokken, heeft de brand het hevigst gewoed. Vaak zijn het niet meer dan wat stenen en metalen gebruiksvoorwerpen die eraan herinneren dat hier tot enkele dagen geleden mensen woonden.

‘Het lijkt hier nu wel een beetje op Syrië.’

Binnen de omheining van het officiële kamp blijft niet veel over dan verwrongen metaal. De wooncontainers, de sanitaire voorzieningen, de kantoren van de asieladministratie… Niets is gespaard gebleven. Op het gerammel van golfplaten in de wind na hangt ook hier dezelfde onwezenlijke stilte.

© Toon Lambrechts

 

In de voormalige kantoren van het European Asylum Support Office (EASO) staan enkel de banken nog overeind. Hier hebben duizenden en duizenden mensen uren wachtend doorgebracht, hopend op nieuws over hun asielaanvraag. Tussen het puin vechten magere katten en ratten om etensresten. De vloer is bezaaid met verkoolde computers en half verbrande documenten en paspoorten. Voor veel mensen zal deze brand nog maar eens een eindeloos uitstel van een beslissing over hun status betekenen.

Toch huist er nog een handjevol mensen aan de rand van het kamp. Een groep Syriërs heeft zijn intrek genomen in een tent die gespaard is gebleven. ‘Het lijkt hier nu wel een beetje op Syrië’, zegt een van hen die zijn donkere gevoel voor humor niet is kwijtgeraakt.

‘We willen liever niet bij de grote groep op de weg slapen. En het nieuwe kamp vertrouw ik niet. Dat wordt een gevangenis, daar ben ik zeker van. Dus blijven we voorlopig hier, en zien we wel.’

Strategie van uithongering

De politie verhindert hulp door ngo’s en daar zit een strategie achter: het verzet van de vluchtelingen breken.

Op zondag, de vijfde dag na de brand, verhardde de politie zijn aanpak. De pers komt er niet meer in. Ook ngo’s krijgen het steeds moeilijker om water en voedsel uit te delen, ondanks het feit dat de nood aan hulp met het moment urgenter wordt. De temperatuur klimt overdag nog vlot boven de dertig graden, en schaduw is schaars. Het risico op uitdroging is groot.

De vluchtelingen die zich nog ophouden in het uitgebrande kamp en de olijfboomgaarden eromheen, krijgen het bevel om hun spullen te pakken en op te krassen.

© Toon Lambrechts

Op zondag, de vijfde dag na de brand, verhardde de politie haar aanpak.

Achter het verhinderen van hulp door de politie zit een strategie: het verzet van de vluchtelingen breken. Maar weinig mensen willen vrijwillig naar het nieuwe centrum, of naar de ferryboot in het plaatsje Sigri die als noodopvang moet dienen. Want eens binnen gaan de deuren dicht, zo vreest een meerderheid van de vluchtelingen.

Dat was al de bedoeling voor de brand, en de Griekse eerste minister Kyriakos Mitsotakis (Nea Dimokratia) heeft de voorbije dagen al verschillende keren die intentie bevestigd, net als zijn partijgenoot en de minister voor Migratie Notis Mitarachi. Het is echter niet duidelijk of ze doelen op het tijdelijke kamp van vandaag of op een nog te bouwen centrum. Er zullen ook geen transfers naar het vasteland plaatsvinden. Dat weten de vluchtelingen. Maar hoe lang ze op straat kunnen blijven, zeker zonder hulp, ook daar is een grens aan.

Hulp, maar geen transfers

En Europa, het Europa waar men hier op Lesbos zo vurig op hoopt? Dat is voorlopig zuinig met hulp. Vierhonderd niet-begeleide minderjarigen werden al van het eiland geëvacueerd.

Enkele EU-lidstaten, onder andere Duitsland en Frankrijk, vangen hen op. Duitsland heeft zich bereid getoond nog eens 1500 kwetsbare gezinnen te verwelkomen. Ook Nederland neemt 50 minderjarigen op — ook al wordt dat aantal dan wel weer afgetrokken van eerdere afspraken om kwetsbare vluchtelingen van elders op te vangen.

Voor u zich vrolijk maakt over die cijfertjesneukerij van onze noorderburen: België vangt twaalf niet-begeleide minderjarigen op. Een pak minder dus, ondanks het feit dat verschillende lokale besturen zich bereid hebben getoond mensen op te vangen. Minister De Block haastte zich wel om te zeggen dat de opvang van die twaalf niet de volledige Belgische inspanning zou zijn. Maar wat ons land dan wel zal doen, wist ze nog niet te melden.

Veruit de meeste vluchtelingen blijven tot nader order vastzitten op een plek waar ze niet willen zijn en die hen ook niet wil. Het is die spreidstand die ontvlamde en de huidige crisis veroorzaakte.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.