Werken op honderd meter diepte

Christoph Warnez is al zestien jaar beroepsduiker.  Hij begon als onderwaterlasser bij Hydrex, een Antwerps shippingbedrijf dat over de hele wereld scheepsherstellingen en –inspecties uitvoerde. Enkele jaren en peperdure opleidingen later, onderhoudt deze eenenveertigjarige  Belg ’s werelds grootste olie- en gasinstallaties. Diep onder zee.

  • Public Domain ‘Persoonlijk vind ik mijn werk niet vervuilend. Als er morgen niemand meer inspecties en diktemetingen wil uitvoeren, dan heb je geheid een ecologische ramp. Voor jouw deur.’ Public Domain
  • © Christoph Warnez Christoph en collega op een productieplatform in de Noordzee. © Christoph Warnez
  • © Christoph Warnez Duikerschip waarop Christoph soms werkt. Het heliplatform en de witte duikersklok zijn goed zichtbaar. © Christoph Warnez
  • © Christoph Warnez Selfie van collega's van Christoph in duikersklok op terugweg van de zeebodem naar het duikerschip. © Christoph Warnez

Al in de Oudheid doken mensen de zee in, op zoek naar schelpdieren, sponzen en koraal. Hun exploten zijn uitvoerig beschreven in Griekse en Romeinse teksten.

Deze duikers werden urinatores genoemd, naar de aandrang om te urineren bij contact met (koud) water. Zij doken wellicht reeds tientallen meters diep.

Er bestond bij de Romeinen ook een groep van wrak- en bergingsduikers, van duikers die bruggen hielpen bouwen en fundamenten leggen voor havens. Zij zijn de voorlopers van de hedendaagse beroeps- of werkduikers.

‘Het duiken moet zo natuurlijk aanvoelen, dat men er niet bij stilstaat.’

Christoph Warnez: ‘Voor een beroepsduiker komt duiken op de tweede plaats. Het is slechts een manier om op onze werkplek te komen. Het duiken moet zo natuurlijk aanvoelen, dat men er niet bij stilstaat. Onder water werken is heel anders dan boven. Een klein visje lijkt plots een kanjer en je ondervindt ook veel meer weerstand. Als je iets wil dichttimmeren, zal je veel harder moeten slagen met je hamer.’

Christoph begon als lasser en werkte onder meer voor Interbrew in Leuven, waar hij de leidingen herstelde waarin Stella werd gepompt. Daarna begon hij onderwater damwanden te herstellen, scheepsschroeven schoon te spuiten of gas- en olieleidingen te onderhouden, diep op de zeebodem.

‘Ik vond lassen best een leuke job, maar ik wilde reizen en had daar het geld niet voor. Hydrex, een shippingbedrijf uit Antwerpen, maakte reclame met de slogan: Wil je de wereld zien, wordt beroepsduiker. Ik heb dan in Nederland een opleiding gevolgd waardoor ik tot 50 meter diep werken mocht uitvoeren. Eerst ging het om klusjes in Duinkerke en Le Havre. Een schroef polijsten. Een scheepswand repararen. Tankers inspecteren die een aanvaring hadden. Soms namen we het vliegtuig naar Afrika, Amerika of Azië. Het was best een leuke tijd, maar ik was nooit thuis. Ik had twee tassen: eentje met propere en eentje met vuile kleren. De vuile kleren plofte ik bij thuiskomst neer, nam de andere mee en weg was ik.’

© Christoph Warnez

Christoph en collega op een productieplatform in de Noordzee.

Noordzee bezaaid met satellieten

Na drie jaar ging de jonge scheepslasser aan de slag bij Noordhoek, een Nederlands bedrijf dat offshore gasleidingen inspecteert. Vandaag is Christoph freelancer. Ik tref het, dat ik hem kan interviewen in Gent. Binnenkort is hij alweer op zee, in opdracht van Bluestream. Dat bedrijf zal inspecties uitvoeren op gasleidingen van Suez. Zoals vele beroepsduikers is Christoph vaak en lang van huis.  Is het niet voor werken, dan wel voor bijscholing. Vorige week volgde hij nog een klimopleiding waardoor hij voortaan ook laswerken mag uitvoeren hoog in de palen van productieplatformen.

Christoph Warnez: ‘Wij noemen die dingen in de Noordzee geen boorplatformen. Het zijn productieplatformen. Een produtieplatform zorgt ervoor dat olie of gas naar boven komt en doorgepompt wordt. De kleintje platformen noemen we satellietjes. Een leiding waarlangs het gas wordt opgepompt, heet een conductor. Als er een nieuw gat moet geboord worden, wordt een boorplatform boven zo’n productieplatform gesleept. Eén van mijn taken is boorplatformen met zandzakjes te stabiliseren, als er op de zeebodem free spans of holtes zitten.’

Leven op helium

De Noordzee is bezaaid met productieplatformen en leidingen, ver uit het zicht van de strandgangers. Nochtans is de offshore olie- en gasindustrie van relatief jonge datum. Pas sinds de zeventiger jaren begonnen duikers op dieptes van 150 à 200 meter werken uit te voeren aan leidingen en heipalen, aan pompen en valves. Dat zijn klepafsluitingen die een boorput verbinden met de conductors, waarlangs het zwarte goud naar boven vloeit, opgestuwd door de druk van water en gesteente.

Christoph Warnez: ‘In Noorwegen zijn er al beroepsduikers 500 meter diep gegaan, maar dat was meer een stunt dan echt werken. Gemiddeld opereren wij op maximaal 150 meter. Daarvoor moet je wel een bijkomende opleiding volgen.’

Een opleiding tot saturatieduiker. Daarbij wordt het lichaam, onder hoge druk, verzadigd met een mengeling van zuurstof, helium en andere gassen. Zoiets gebeurt meestal aan boord van een schip of op een productieplatform.

‘Stel: wij moeten werken uitvoeren op 100 meter. Op die diepte heerst een bepaalde druk. In de saturatietank blazen ze dezelfde druk in, om ons lichaam voor te bereiden. Soms doet dat wel pijn, want een lichaam bestaat voor 60 procent uit water. Je gewrichten worden met andere woorden ook samengedrukt. Na een paar uur, ben je klaar om te duiken.’

Space Odyssey

Het lijkt op een ruimteschip, zoals Christoph het beschrijft. De duikers worden per zes opgesloten in een leeftank die hermetisch wordt afgesloten en vervolgens volgepompt met gassen. De leeftank is een kleine ruimte, soms amper 2,5 meter diameter groot. Je  kan er staan en er is net genoeg ruimte voor stapelbedden en een klein tafeltje. Via een water- en luchtdicht sluizensysteem begeven de duikers zich van de leeftank naar een tweede compartiment– de wetpod – waaraan een duikersklok is bevestigd. Eens alle duikers daarin zitten, wordt de diving bell vergrendeld. 

Alle drie compartimenten bevinden zich op het platform of in de romp van het schip en staan onder dezelfde druk als diep onder water. Wanneer de duikers op druk zijn en in de duikersklok zitten, wordt die afgekoppeld en via een gat in de romp van het schip, de zogenaamde moon pool, te water gelaten. Een navelstreng of umbilical zorgt voor communicatie, gastoevoer en warmtetoevoer vanuit het schip.

Christoph Warnez: ‘Als we op 100 meter diep zitten, gaat het luik onderaan de klok open. Vermits de druk in de klok gelijk is aan de waterdruk, blijft het binnen droog en kunnen we met onze duikerspakken in- en uitzwemmen. Na een volle werkdag gaan we met de klok terug naar omhoog. Dan worden we versluisd naar de leeftank, waar we nog altijd helium, zuurstof en andere gassen inademen. We eten en we slapen. Meestal worden we na twaalf uur, wakker gemaakt en begint weer een nieuwe werkdag.’

© Christoph Warnez

Duikerschip waarop Christoph soms werkt. Het heliplatform en de witte duikersklok zijn goed zichtbaar. Helemaal links een reddingsloep die tegelijk een tank is. Bij onvoorziene evacuatie mogen saturatieduikers immer niet onmiddellijk in contact komen met de normale luchtdruk boven water.

Enclave-economie

Terwijl Christoph koffie zet, kijk ik even rond in zijn living. Er hangen geen foto’s aan de muur van zeeën of duikers. Nergens zie ik duikattributen. Geen scuba die rondslingert. Geen polshorloge dat de diepte of decompressietijd aangeeft. Wat moet ik mij voorstellen bij zo’n leven offshore?

Duikers die op zo’n platform werken of in een ruimteschip onder hoge druk, leven in limbo. Hun normale bestaan, waar Belgische wetten en gewoonten gelden, lijkt even op pauze te staan. Er gelden andere wetten op het schip en al zeker in de tank waarin een saturatieduiker leeft.

‘Mensen uit de olie- en gasindustrie worden afgeschermd, omdat zij regelmatig gekidnapt worden voor losgeld.’

Christoph Warnez: ‘Een groep duikers op druk brengen, kost best veel geld. Helium is duur en zuurstof ook. Gemiddeld blijven beroepsduikers 28 dagen in zo’n saturatiesysteem. In Noorwegen goed 21 dagen. En vaak staat zo’n leeftank dan nog in de hull van het schip, dus kan je niet eens naar buiten kijken.’

Ik vraag me af hoeveel beroepsduikers van de wereld zien. Offshore oliewinning is een enclave-economie, zeker in Afrika. Noch de olie, noch het geld en al zeker niet het personeel, raken kant noch wal.

Christoph Warnez: ‘Mensen uit de olie- en gasindustrie worden inderdaad afgeschermd, omdat zij regelmatig gekidnapt worden voor losgeld. Dat vinden bedrijven naturlijk zeer vervelend. Want die willen gewoon dat er gewerkt wordt en al die poespas moeten zij niet. Bovendien zijn vele productieplatformen of FPSO’s – schepen omgebouwd tot drijvend productieplatform – moeilijk bereikbaar, tenzij per helikopter. Toen ik in Afrika werkte, werden wij veelal opgehaald van de luchthaven, in een busje gezet en gelijk met een helikopter naar onze bestemming gevlogen. Dan zag je inderdaad niet veel van het land. Maar je had toch het idee dat je ergens anders was.’ (lacht).

Zee ziek?

Op de tafel ligt een stethoscoop. ‘Is je vrouw dokter?’, vraag ik Christoph, die in de weer is met het espresso-apparaat. ‘Dat is van mijn zoon’, roept hij boven het geraas uit. Hij is nu getrouwd en doet het rustiger aan dan vroeger. Zijn schip ligt in Den Helder, de Nederlandse thuishaven voor marine en offshore bedrijven. Meestal is hij niet meer dan een paar weken van huis. Of hij nooit ethische vragen heeft bij zijn werk? 

‘Natuurlijk wel. Stel je voor dat ik morgen in jouw achtertuin een fabriek neerpoot en de boel afscherm. In ruil voor het beetje geld dat ik jou elk jaar betaal, mag jij niet langer in je eigen achtertuin. Wellicht op aansturen van bedrijven die anders niet willen investeren, geeft de VN tegenwoordig concessies voor diepzeemijnbouw. Ik kan me vergissen, maar hadden we niet eerder afgesproken dat de zeebodem van van niemand was?!’

Ik wil nog iets weten, voor de deur achter me toevalt. Begin dit jaar zakte een vat Brent-olie onder de grens van 50 dollar. Dat maakt investeren in groene energie volgens sommigen nog minder aantrekkelijk. Hoe kan uitgerekend hij, een duiker, die toch verzot is op onderzeese fauna en flora, meewerken aan de vervuilende gas- en olieindustrie? Zag ik in zijn studieboeken niet allerhande prenten van algen, mossels en pokken?

Christoph Warnez: ‘Ik moet die dingen van het platform spuiten, vandaar. Weet je? Ik vind het gemakkelijk om kritiek te geven op olie en gas, maar is elektriciteit zoveel properder? Jij rijdt toch ook met de wagen? Jij loopt toch ook rond op rubberzolen? Persoonlijk vind ik mijn werk niet vervuilend. Ik timmer voort aan dingen die iemand anders heeft neergepoot. Wist je dat er in de Noordzee gasleidingen aan het lekken zijn? Niemand vindt dat erg, want het is maar gas. Stel je voor dat het olie is. Als er morgen niemand meer inspecties en diktemetingen wil uitvoeren, dan heb je geheid een ecologische ramp. Voor jouw deur.’

Dit artikel verscheen eerder in het lentenummer van MO*, neem nu een jaarabonnement voor slechts €20.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur