Afghanen met gegronde vluchtredenen zitten muurvast in Turkije

Wie wil Afghaanse vluchtelingen? Turkije al zeker niet

© Moe Zoyari

In Turkije leven duiken Afghanen op de vlucht onder in het ondergrondse leven. Dat betekent: onderbetaald werd, weinig of geen inkomen en geen recht op onderwijs of gezondheidszorg.

Afghanen die vluchten voor de Taliban botsen in Turkije letterlijk tegen muren: ze kunnen niet verder, ze kunnen niet terug en ze mogen ook niet blijven. MO*journaliste Tine Danckaers trok naar Turkije en documenteerde de impasse waarin Afghaanse vluchtelingen daar zitten. Europa rekent intussen op Turkije als grenswacht van de Unie.

Update 11 augustus

Een nieuw rapport van 11.11.11 en het Nederlandse onderzoeksplatform Upinion schetst een alarmerend beeld van de situatie van Afghaanse vluchtelingen in Turkije. Voor het rapport werden 110 Afghanen in Turkije bevraagd.

Opvallende conclusies:

  • De helft van de ondervraagden vreest gedwongen terugkeer
  • 20% werd slachtoffer van pushbacks aan de Turkse grens
  • 78% geeft aan de woonplaats niet te mogen verlaten
  • 64% geeft aan niet te kunnen voorzien in basisnoden
  • Geld lenen is de belangrijkste bron van inkomen, belangrijker dan inkomen uit werk.
  • 1 op de 10 bevraagden heeft familieleden onder 18 die werken.
  • Geen van de bevraagden geeft aan financiële steun te ontvangen van de VN, NGO’s of de EU.

1 jaar na de Taliban-overname vraagt 11.11.11 specifieke maatregelen om Afghanen op de vlucht beter te beschermen. 11.11.11 wijst ook op de groeiende grimmige sfeer in Turkije ten aanzien van Afghaanse vluchtelingen.
Meer over de oplopende spanningen tussen migranten en de Turkse  kan u ook lezen in een reportage in het septembernummer van MO*.

In tegenstelling tot de voorbije, druilerige dagen breekt de zon door wanneer we met Mohammad (een schuilnaam) op stap gaan in Van, een Koerdische stad in het oosten van Turkije op nog geen honderd kilometer van de grens met Iran. De toppen van de bergen rond de stad zijn vandaag voor het eerst zichtbaar.

Mohammad trekt een capuchon over zijn grote, Pakistaanse, wollen muts, hij zet zijn bril af en kijkt me vragend aan. Snel stop ik mijn Europese haren onder een kap. We lopen verder, voorbij het blikveld van de bewaker van de begraafplaats.

‘Als in januari de echte winter uitbreekt, zullen er nieuwe grafheuvels bijkomen. Als men de lichamen in de bergen vindt, tenminste.’

In de voorbije maanden kreeg dit kerkhof opvallend meer bezoek van journalisten en fotografen. Zeer tegen de zin van de autoriteiten, die het niet hebben begrepen op pottenkijkers. “Gidsen” als de Afghaanse Mohammad, die perslui rondleiden en deksels van het riool lichten, lopen daarbij risico’s. Toen een Afghaanse vriend van Mohammad journalisten rondleidde, kreeg hij de Turkse veiligheidsdiensten aan de deur. Uit angst voor deportatie houdt de vriend zich nu gedeisd.

Dit is het tweede kerkhof dat we bezoeken. Mohammad knikt in de richting van twee kleinere heuveltjes rechts van ons. ‘Kinderen.’ We lopen langs de kleien grafheuvels. Een aantal daarvan dragen een bordje met een nummer. Hier liggen de niet-geïdentificeerde lichamen van de bootramp op 27 juni 2020. Op die dag kapseisde op het meer bij de stad een boot, waarbij minstens 61 vluchtelingen omkwamen.

27 juni 2020: bootramp in Van

De stad Van, in het oosten van Turkije, ligt aan een meer. Drie belangrijke routes voor mensensmokkel zijn de twee twee autowegen rond het meer én de tocht over het meer zelf. Op 27 juni 2020 eiste die laatste route een meedogenloos hoge tol: tijdens een plots opgestoken storm kwamen 61 vluchtelingen om. De helft van hen waren Afghanen.

Het is zeer waarschijnlijk dat er nog meer slachtoffers waren, vertelt advocaat Mahmut Kaçan, die meewerkte aan een onderzoeksrapport over het incident. De enige overlevende van de bootramp was een van de smokkelaars, eigenaar van de boot. Hij getuigde dat er minstens zeventig tot tachtig mensen op de boot waren. Van de vijf of zes vrouwen aan boord werd geen lichaam teruggevonden.

De gezonken boot bevindt zich nog altijd op 107 meter diepte op de bodem van het meer, wellicht met nog stoffelijke resten aan boord. De overheid werd gevraagd om de boot naar boven te halen en de lichamen te bergen, maar die vraag bleef onbeantwoord.


Mohammad wijst naar de verse laag sneeuw, hoger op de bergflanken. ‘Als in januari de echte winter uitbreekt, met sneeuwstormen en temperaturen die ver onder nul duiken, zullen er nieuwe grafheuvels bijkomen’, merkt hij op. ‘Tenminste, als men de lichamen vindt van de onfortuinlijken die de barre winterkou in de bergen niet overleefden.’

Vluchtelingen die de smokkelroute via Iran naar Turkije willen nemen, moeten door de bergen. Ze zijn te voet en hebben zelden een uitrusting die is aangepast aan deze snoeiharde trektocht.

© Moe Zoyari

De doden op de Iraans-Turkse smokkelroute worden zelden geïdentificeerd, en dus worden ze anoniem begraven op een van de drie kerkhoven van Van (oosten van Turkije).

Advocaten in Van beschreven in een rapport de menselijke tol op deze Iraanse-Turkse smokkelroute tijdens de gure winter van 2020. Op 28 februari werden nabij de grens tussen Iran en de provincie Van de bevroren lichamen van dertien asielzoekers gevonden. Op 15 februari: drie doden. Op 12 maart: zeven doden.

Zelden worden die doden geïdentificeerd, en dus worden ze anoniem begraven op een van de drie kerkhoven van Van. Weg. Zonder naam. Alsof ze nooit deel waren van een verhaal.

Verdeelcentrum Van

Anonimiteit is een overlevingsstrategie voor Afghanen die in Van ondergronds moeten blijven. De Koerdische stad staat in Turkije bekend als het ‘verdeelcentrum’ van vluchtelingen.

Dat heeft alles te maken met haar strategische ligging. Van deelt een lange landgrens met Iran en ligt aan de oevers van het grootste meer van Turkije. Het maakt van de bergstad de perfecte doorsteekplaats op een cruciale mensensmokkelroute tussen Azië en Europa.

Hier worden vluchtelingen verzameld. De betere betaler komt terecht in safehouses, onderduikwoningen; de minder gefortuneerden moeten het doen met loodsen voor vee, buiten de stad.

‘Met zeker tweehonderd mensen zaten we samengepakt in een grote stal’, vertelde Saeed (schuilnaam), een Afghaanse jongen die ik ontmoette in Istanbul. ‘We werden twee dagen vastgehouden in gure omstandigheden, zonder water, met slechts één toilet. We moesten bellen met een contact in Teheran, waarna het laatste deel van ons geld werd vrijgegeven. Pas daarna konden we die plek verlaten.’

De meesten trekken net zoals Saeed verder, westwaarts, het Turkse binnenland in. Naar steden als Ankara, Izmir en Konya, met als grootste trekpleister miljoenenstad Istanbul. Vluchtelingen hopen er werk te vinden in de vele verborgen sweatshops, in de hoop hun lege beurzen aan te vullen en verder te kunnen trekken naar Europa.

Maar niet iedereen trekt verder. Mohammad en zijn familie verlieten bijna tien jaar geleden Pakistan, waar ze als vluchtelingen woonden. In Van wachten ze al jaren op hervestiging. Een plan waar twee jaar geleden enigszins schot in leek te komen, maar dat door de coronapandemie steeds meer op de lange baan wordt geschoven.

© Moe Zoyari

 

Beperkte mobiliteit

Nahida (schuilnaam) trok zeven jaar geleden weg uit Iran, samen met haar man en hun toen twee maanden oude zoontje. Omdat ze de dochter was van een gemengd huwelijk, tussen haar Iraanse moeder en Afghaanse vader, had ze geen recht op een geboortecertificaat of op de Iraanse nationaliteit.

‘We vertrokken toen we na een dispuut in onze families het bevel kregen om het land te verlaten.’ Niets hadden ze. ‘De vlucht was moeilijk, heel moeilijk.’ Meer wil ze daarover niet kwijt. Langzaam rollen twee tranen over haar wangen, herinneringen over trauma’s die onuitgesproken moeten blijven. ‘In Van aangekomen hadden we zelfs geen hout voor onze kachel.’

Toen haar man na vijf maanden werk vond, ging het beter. Maar hun situatie blijft precair. Zoals de meeste andere mensen zonder wettig verblijf valt Nahida’s man terug op onderbetaald werk in een uiterst zwak statuut: in pakhuizen, fabrieken, bouwondernemingen, handelszaken… Wie even uitvalt, wordt meteen vervangen door een andere wachtende op een hondenjob. Want het is beter dan niets.

Elke week moeten niet-Turkse en niet Syrische asielzoekers zich aanmelden. Wie de stad wil verlaten, moet daarvoor toestemming vragen.

Terwijl we praten, bereidt Nahida’s zoontje op het kamerbrede bed zijn lessen voor een nieuwe schoolweek voor. Hij spreekt intussen vloeiend Turks en Koerdisch, talen die Nahida zelf nauwelijks spreekt. ‘Waarom niet? Ik wil hier niet blijven.’

Maar Nahida en haar gezin zijn officieel geregistreerd als asielzoekers, wat hen met handen en voeten bindt aan de stad Van. Elke week moeten Nahida zich aanmelden bij het lokale lokale Directoraat voor Migratiemanagement, net als mijn “gids” Mohammad en andere niet-Turkse en niet-Syrische asielzoekers in Van. Wie het grondgebied van de stad wil verlaten, moet daarvoor officiële toestemming vragen.

Registratie beperkt dus drastisch de mobiliteit van asielzoekers. Anderzijds geeft het hen toch voorrechten in vergelijking met de niet-geregistreerde vluchtelingen in Turkije. Want registratie geeft toegang tot basisdiensten als onderwijs en gezondheidszorg.

© Moe Zoyari

Een terugkeercentrum in Turkije. Veel Afghaanse nieuwkomers laten zich niet registrere als asielzoeker, omdat ze weten dat registratie hen naar een terugkeercentrum kan leiden.

Toegegeven, die toegang is wankel, zeker nu de economische crisis almaar steviger inhakt op het dagelijkse Turkse leven. Zo begrijp ik dat de de toegang tot de gezondheidszorg voor geregistreerde vluchtelingen heel beperkt is, of zelfs onbestaande. Maar er is wel een wettelijke basis. Wie daarentegen niet geregistreerd is, mag hier zelfs niet eens zijn.

En met die registratie loopt het goed fout. Turkije weigert om jonge, alleenstaande Afghanen in Turkije te registreren als asielaanvragers, sinds al minstens zes maanden voor 15 augustus, de dag dat de Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel overnamen. ‘En sinds 15 augustus is de registratie voor álle Afghaanse nieuwkomers stopgezet’, zegt Mahmut Kaçan, vreemdelingenexpert en advocaat in Van. ‘Ook Afghanen met een overduidelijk politiek profiel, mensen die in Afghanistan het risico op vervolging lopen, kunnen in Turkije geen internationale bescherming aanvragen.’

Afghanen moeten blijven, maar mogen niet

In de zogenaamde kosmopolitische regio’s en steden als Istanbul, Izmir en Ankara geldt al veel langer de registratiestop voor Afghanen en andere niet-Syrische nationaliteiten. Afghanen die zich hier vestigen, staan voor gesloten deuren wanneer ze internationale bescherming willen vragen.

Maar die regel zette de toestroom naar Istanbul niet stop. Het district Zeytinburnu, aan de Europese kant van Istanbul, staat vandaag bekend als een satellietdorp voor Afghanen. Zeytinburnu is, net als Van, een doorsteekplaats met safehouses voor Afghanen die verder willen trekken.

De snelste uitweg uit het ondergrondse leven in Turkije is de illegale en riskante doortocht naar Europa.

Bij een koffie vertellen Saeed en zijn kompaan het ontzettende relaas van hun vlucht. Die tocht eindigt voorlopig in Istanbul. Hun kansen op werk beperken zich hier tot bandwerk in naaiateliers voor een schamele 350 Turkse lira, ongeveer 18 euro, per week. In een ander koffiehuis in Zeytinburnu vertellen Rahim en Reza (schuilnamen) een complex verhaal over lokaal dorpsverzet in Afghanistan, gedwongen migratie in eigen land en de nood om Afghanistan te verlaten.

De Afghaanse nieuwkomers die ik spreek, zijn niet geregistreerd, omdat ze weten dat registratie hen naar een terugkeercentrum kan leiden. Ook vóór de registratiestop diende die registratie nergens toe, zeggen migratie-experten. ‘Geregistreerde Afghanen moeten in Turkije blijven, vanuit het idee dat ze zullen hervestigd worden. Alleen: niemand wil hen hervestigen’, zegt postdoctoraal onderzoekster Karolina Augustova, die een jaar lang in Istanbul werkte. ‘Sommige mensen die ik in Van ontmoette, wachten al tien jaar op hervestiging. Maar niemand wil hen.’

‘Turkije weet dat, het kent het limbo,’ zegt Augustova, ‘en heeft bijgevolg zijn veiligheidsapparaat tegen Afghaanse immigratie enorm opgetrokken.’ De realiteit? De snelste uitweg uit het ondergrondse leven in Turkije is de illegale en riskante doortocht naar Europa.

Wie wil de Afghanen?

In Istanbul ontmoet ik apotheker Hamid (schuilnaam) samen met twee Afghaanse dokters, alledrie vluchtelingen. Hamid behoort tot de Hazara’s, een etnische groep die door de Taliban geviseerd wordt. Hij werkte in Afghanistan jarenlang voor de Verenigde Naties en andere internationale hulporganisaties, zoals Save The Children.

Hamid voelde de grond wegschuiven onder zijn voeten toen de Taliban oprukten naar Kaboel. Nog voor 15 augustus bemachtigde hij een visum om via Iran naar Istanbul te gaan. Het plan: vanop een veilige plek internationale bescherming aanvragen en zijn gezin laten overkomen. Maar zijn situatie vandaag is slecht. Zijn stapel brieven met aanvragen voor internationale bescherming is hoog.

‘Ik moet een sponsor in Frankrijk aanwijzen om er een visum te krijgen, maar ik ken er niemand. En dat terwijl ik financieel op eigen benen kan staan.’

Het staat in schril contrast met de paar antwoordbriefjes die hij kreeg van officiële internationale instanties. ‘Toen ik aanklopte bij de VN, kreeg ik als antwoord dat die geen asiel kan bieden omdat het geen staat is, en dat ik me dus moet richten tot de lidstaten van de VN. Die sturen me terug naar de VN, met de melding dat die als werkgever verantwoordelijkheid draagt. De clou is: de VN behoort toe aan zijn 193 lidstaten, en omgekeerd wil geen van die landen tot de VN behoren wanneer wij om asiel vragen. Dus daar sta je dan.’

Met een toeristenvisum van zes maanden kon hij naar Turkije reizen, maar zijn verblijfsvergunning hier is beperkt. ‘Het immigratiekantoor was heel duidelijk, na die tijd moet ik weg. Het advies dat ze nog meegaven: investeer in onze economie, onderneem en koop een huis. Maar ik mag niet eens werken.’

Zijn gezinsleden verblijven nog in Afghanistan, ze grepen, zoals vele Hazara’s, naast de evacuatievluchten. Ze leven intussen ondergedoken.

Wanneer ik weer in België ben, stuurt Hamid me via WhatsApp een update. Hij vroeg een humanitair visum aan in Frankrijk, en dat land verwerpt zijn aanvraag tenminste niet meteen. ‘Maar ik moet een sponsor aanwijzen, en ik ken niemand in Frankrijk. En dat terwijl ik financieel op eigen benen kan staan en hen bankafschriften kan bezorgen. Maar zo werkt het blijkbaar niet.’ Alweer een dood spoor.

Ankara biedt geen soelaas

In de hoofdstad Ankara ontmoet ik Reza en Salima (schuilnamen). Ze zijn net, een paar weken geleden, verhuisd van het dure Istanbul naar een betaalbaarder buitendistrict van Ankara. In de nog lege flat van het koppel hoogopgeleide Afghanen luister ik naar hun verhaal. Alweer een relaas van twee mensen die bescherming en hervestiging moeten vinden vóór hun toeristisch visum, dat een jaar geldig is, verstrijkt.

Vooral Salima, die net als haar man Hazara en sjiitisch is, liep in Afghanistan in de kijker. Ze werkte jarenlang als Afghaans parlementslid, was betrokken bij een ngo die opkomt voor vrouwenrechten en werkte samen met de VN-missie in Afghanistan, UNAMA.

‘We hebben geluk gehad’, zegt Salima. ‘Op 14 augustus, een dag voor de val van Kaboel, konden we een vliegtuig nemen naar Turkije. Een dag later en we waren gedwongen geweest tot een bestaan van onderduiken in Afghanistan.’

‘Waar we niets over lezen, is het realiteitsbesef in het Westen dat de armoede in Afghanistan een heel geldige reden is om te vluchten.’

Afghanistan is onleefbaar, zeggen Salima en Reza. Ze vrezen dat de internationale wereld in dat besef toegevingen zal doen tegenover de Taliban om Afghanistan uit de dodelijke economische impasse te halen. ‘De armoede is er totaal, we lazen allemaal hoe ouders hun kinderen verkopen’, zegt Salima.

‘Wat we niet lezen, is het realiteitsbesef in het Westen dat die armoede een heel geldige reden is om te vluchten. We lezen evenmin over de mensen die tijdens de nacht worden opgepakt en verdwijnen; dat zijn geen verzinsels, maar realiteit.’

‘We lezen ook nauwelijks over de niet-soennitische en niet-Pasjtoen minderheden die geviseerd worden. De eerste minister kondigde aan dat alle ambtenaren vanaf nu niet langer Dari maar Pasjtoe moeten spreken. In Herat kreeg onderwijzend personeel te horen dat ze hun etnie en religie moeten laten registreren. Waar eindigt dit?’

Teruggaan is geen optie, zeggen Reza en Salima. Ze hebben nu hun hoop gevestigd op een humanitair visum in Australië of Canada.

Pushbacks

‘We kunnen er honderd procent zeker van zijn dat Turkije geen mensen deporteert naar Afghanistan’, zegt Ibrahim Vurgun Kavlak, algemeen coördinator van ASAM, de grootste Turkse hulporganisatie voor vluchtelingen. We ontmoeten elkaar in het hoofdkantoor in Ankara. ‘Wel horen we, van advocaten die contact hebben met asielzoekers in terugkeercentra, over deportaties naar de Turks-Iraanse grens.’

De Koerdische advocaat Mahmut Kaçan kan dat bevestigen. ‘Afghanen die aan de Turks-Iraanse grens worden tegengehouden, maken honderd procent kans dat ze teruggeduwd worden naar Iran. Maar wie toch de grens over raakt en zich in Turkije aanmeldt voor registratie (als asielzoeker, red.), wordt administratief aangehouden, naar een terugkeercentrum gebracht en zo goed als zeker naar de grens teruggebracht.’

Het zijn flagrante inbreuken van Turkije tegen het internationaal recht, maar ook tegen de eigen vreemdelingenwetgeving:

‘De Turkse regering beschouwt de Afghanen niet als asielzoekers of vluchtelingen, wel als vreemdelingen die een crimineel feit plegen.’

Kaçan kan een boek schrijven met de getuigenissen van Afghanen over de zogenaamde pushbacks, het teruggeduwd worden zonder de kans te krijgen om asiel aan te vragen.

‘Ik werd gecontacteerd door een Afghaanse journalist die voor TOLO News heeft gewerkt, een Afghaanse nieuwszender die al onder vuur lag in Kaboel voor de Taliban. In een tijdspanne van 20 dagen heeft zijn gezin hier 6 keer te maken gekregen met pushbacks. Zijn vrouw werd ook seksueel lastiggevallen. Ze werden geslagen, opgesloten in militaire buitenposten aan de grens, hun telefoons werden vernietigd, en daarna werden ze opnieuw over de grens geduwd.’

Bovendien wacht Afghaanse vluchtelingen die illegaal de grens oversteken een zware boete, van minstens 500 dollar. ‘De Turkse regering beschouwt hen niet als asielzoekers of vluchtelingen, wel als vreemdelingen die een crimineel feit plegen. De politie legt hen die boete op, zonder boe of ba, zonder ondervraging over hun mogelijke vluchtmotieven.’

En nu?

Nog voor de Taliban Kaboel overnamen, schoot de internationale wereld in een kramp uit angst voor een Afghaanse vluchtelingenstroom. In Europa gaan opvallend veel stemmen op om Afghanen op te vangen in de buurlanden Pakistan en Iran. Ook al huisvesten die al grote aantallen Afghaanse vluchtelingen.

Tegelijk wordt naar Turkije gekeken als grenswacht van Europa. Ook onze eigen staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) is die mening toegedaan.

© Moe Zoyari

Europa rekent op Turkije als grenswacht voor de Unie. Het moet mensen op de vlucht uit oostelijker regio’s tegenhouden, zodat die de Europese grenzen niet bereiken.

Iran en Pakistan sloten hun grenzen. Turkije stuurde meteen meer troepen naar zijn grens met Iran en kondigde aan dat het zijn grensmuur met Iran zal voltooien. Er staat al een 200 kilometer lange muur, die grotendeels gefinancierd is door Europa, en daar komt straks nog 50 kilometer grenshek bij. Turkije is duidelijk in zijn communicatie: het land huisvest al jaren 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen en wil daar geen ‘tsunami van Afghanen’ bij.

Maar dat soort uitspraken zijn puur politieke retoriek, zeggen migratie-experten. Ze vormen een buffer tegen het groeiende antimigratiediscours in Turkije. Dat zwol de voorbije twee jaar heel erg aan, mee als gevolg van de zware economische crisis die de Turkse bevolking hard treft.

Transparante data van de Turkse overheid over de immigratie, deportaties en registraties van Afghanen ontbreken. Maar waarnemers zeggen dat er sinds 15 augustus niet merkbaar meer Afghanen de grens oversteken. Het is de logica zelve: de hordes die Afghanen moeten nemen om te vluchten, zijn torenhoog. Intussen dreigen de Afghanen die wél konden vluchten muurvast te zitten in Turkije.

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3248   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur