Na de revolutie in Soedan: ‘Wij zullen het land weer opbouwen’

Reportage

De strijd tussen burgers en generaals bij het ontstaan van een nieuw Soedan

Na de revolutie in Soedan: ‘Wij zullen het land weer opbouwen’

Na de revolutie in Soedan: ‘Wij zullen het land weer opbouwen’
Na de revolutie in Soedan: ‘Wij zullen het land weer opbouwen’

Het is maandag 9 maart. De nieuwe Soedanese premier Abdalla Hamdok is op weg naar zijn werk. Plots wordt zijn konvooi aangevallen. De premier blijft ongedeerd, maar de aanslag is het zoveelste teken dat de recente revolutie in Soedan nog lang niet voltooid is. Wat nu? Samira Bendadi ging die vraag ter plaatse stellen.

© Samira Bendadi

Als er iets is dat de Soedanezen koste wat het kost willen vermijden, is het dat Soedan opnieuw een militaire dictatuur wordt.

© Samira Bendadi

Soedan gaat door een transitieperiode, na de grote volksopstand van vorig jaar. Maar de revolutie is nog lang niet voltooid, en de situatie blijft fragiel. De nieuwe Soedanese premier Abdalla Hamdok overleefde begin deze week nog een bomaanslag.

De revolutie in Soedan, in 2019, stootte president Omar al-Bashir na dertig jaar van de troon en bracht een burgerpresident voort: Abdalla Hamdok. Hij moet het land nu door de transitieperiode loodsen, in samenwerking met het leger.

Die opdracht is niet evident, dat weten de Soedanezen. Ze blijven daarom op straat komen. Ze zijn trots op wat ze bereikt hebben, maar beseffen heel goed dat hun revolutie nog lang niet voltooid is.

Het is 30 januari wanneer ik in Khartoem rondloop. Het is middag en dertig graden Celsius. De ‘Tuin van het Parlement’, het parkje tegenover de Bank van Khartoem, is de enige groene plek in het centrum van de hoofdstad waar je voor de felle zon kunt schuilen.

Jonge mensen zitten er thee of koffie te drinken, documenten in te vullen of zaken te bespreken met pen en papier. Een groep studenten heeft eten bij zich en wil met een picknick het einde van hun cursus Engels vieren en van elkaar afscheid nemen. Maar de sfeer is geladen.

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

Ondertussen hebben tientallen soldaten en enkele tanks plaatsgenomen voor het gebouw van het hoofdkwartier van het leger. Andere soldaten begeven zich in alle rust naar andere strategische plekken, om ze te bewaken of om het verkeer om te leiden. Er is opgeroepen om te betogen voor het gebouw van de Ministeriële Raad. Dat is het orgaan dat de revolutie heeft voortgebracht, naast de Soevereine Raad, om Soedan door de transitieperiode te loodsen. De overgangsregering, zeg maar.

Als er iets is dat de Soedanezen koste wat het kost willen vermijden, is het dat Soedan opnieuw een militaire dictatuur wordt.

De oproep komt van de Soedanese vakbondskoepel SPA (Sudanese Professionals Associations). Daarin zijn verschillende beroepsgroepen verenigd, zoals dokters, advocaten, onderwijzers en journalisten. De SPA speelde een belangrijke rol bij het kaderen van de revolutie in Soedan.

De richtlijnen die de SPA via sociale media verspreidde, zijn duidelijk. Eerst verzamelen op drie strategische punten in het centrum van Khartoem, en van daaruit vreedzaam stappen naar het gebouw van de overgangsregering.

De betogers willen de nieuwe leiders aanzetten om snel werk te maken van de benoeming van burgers aan het hoofd van de provincies. Momenteel zijn alle gouverneurs militairen. En als er iets is dat de Soedanezen koste wat het kost willen vermijden, is het dat Soedan opnieuw een militaire dictatuur wordt.

‘Ze komen eraan!’, zegt Leila, een van de studentes in het park, wanneer ze de eerste betogers de straat van haar school ziet instormen. ‘Kom, we gaan mee!’, zegt ze. Enkele vriendinnen aarzelen niet en sluiten zich aan bij de mars.

‘Thawra, Thawra, revolutie, revolutie tot de overwinning!’, roepen de meisjes met de betogers mee. Ze zijn met duizenden. Ze komen uit drie richtingen en smelten samen in de straat waar de overgangsregering gevestigd is. ‘Dat is niets vergeleken met de betogingen van voor de vorming van de overgangsregering’, vertelt Khayar Abdallah, vertegenwoordiger van het weerkundepersoneel bij de vakbondskoepel SPA.

Khayar Abdallah doet niet mee aan de mars, maar toetert wanneer hij betogers ziet passeren

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

© Samira Bendadi

Het volk moet blijven spreken

Deze betoging krijgt niet de steun van alle leden van de Krachten van Vrijheid en Verandering, de coalitie van oppositiegroepen die met de SPA één front vormen tegen het regime van president Omar al-Bashir, sinds 1 januari 2019.

Maar dat is geen probleem, vindt Khaled Fathi, vertegenwoordiger van het journalistennetwerk binnen de vakbondskoepel. Er is discussie over en dat is op zich niet slecht, vindt hij. ‘Dit land is van het volk, en het is belangrijk dat het volk blijft spreken.’

En de straat spreekt. Op een blad papier of op een stuk karton vraagt de ene betoger grote schoonmaak in de staatsinstellingen van het oude regime. Een andere vraagt aandacht voor de hervorming van de media. Nog anderen roepen om gerechtigheid voor de slachtoffers.

En terwijl de massa luidop blijft scanderen, heeft zich een cirkeltje gevormd rond jongeren die op de grond zijn gaan zitten, het hoofd gebogen met borden in de hand, en in alle stilte naar een rouwliedje luisteren. Een moment van herdenking en verdriet.

Ook Leila en haar twee vriendinnen hebben moeite om hun tranen tegen te houden. ‘De Soedanezen houden heel erg van elkaar’, zegt SPA-weerkundeman Khayar Abdallah me later.

© Samira Bendadi

Een moment van herdenking en verdriet, tijdens de betoging op 30 januari.

© Samira Bendadi

De staat heeft gefaald

Het lijkt alsof de Soedanezen zijn ontwaakt uit een nachtmerrie die dertig jaar heeft geduurd.

Khartoem in 2020 doet heel erg denken aan Caïro in 2011. De trots, de hoop, de droom, de inzet, de bruisende activiteit, zowel artistiek als intellectueel, die zich manifesteerden in het zog van de val van de Egyptische president Moebarak, zijn hier aanwezig. Zelfs sommige slogans komen terug: ‘We zorgen voor gerechtigheid of sterven zoals zij’, verwijzend naar de doden en de gewonden die vielen tijdens de revolutie.

Een sit-in in het voorjaar van 2019 was het hoogtepunt van het Soedanese protest, eerst tegen al-Bashir en later tegen de militaire inmenging. Hij duurde uiteindelijk 58 dagen.

De plaats van de sit-in is nu als het ware een open galerij. Geen plek op de muren zonder tekening, slogan of uitspraak. Een artistieke getuigenis van de revolutie in al haar gelaagdheid. ‘Wij zullen opbouwen’, staat er te lezen, zowel op papier in de handen van sommige betogers als op de muren van Khartoem. De slogan verwijst naar Soedan, uiteraard.

Het lijkt alsof de Soedanezen uit een nachtmerrie zijn ontwaakt. Een nachtmerrie die dertig jaar lang heeft geduurd. Waar religie een instrument was om te verbieden, uit te sluiten, te onderdrukken, mensen uit elkaar te drijven en corruptie te institutionaliseren.

Voor de meeste Soedanezen heeft de staat op alle niveaus gefaald en heeft het regime van al-Bashir verdeeldheid gezaaid tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Volgens hen heeft hij de burgeroorlogen in de hand gewerkt, wat ertoe leidde dat Zuid-Soedan zich afscheurde in 2011.

Met het verlies van Zuid-Soedan raakte Khartoem 75 procent van haar olie-inkomsten kwijt. Al-Bashir is er niet in geslaagd om dat te verhinderen.

De Verenigde Staten hadden economische sancties opgelegd tegen het regime van al-Bashir, en die werden in 2017 gedeeltelijk opgeheven. Maar dat kon niet beletten dat de economie verder naar beneden kelderde. De waarde van het Soedanese pond ging dramatisch achteruit ten opzichte van de dollar.

© Samira Bendadi

Graffiti en tags in Khartoem vertellen het verhaal van de jonge revolutie, van de prijsstijgingen, de roep om vrijheid en de afgezette president al-Bashir.

© Samira Bendadi

Scholieren, vakbonden en wijkcomités

Het begon allemaal toen de subsidies op basismiddelen opgeheven werden en de prijzen de pan waren uitgerezen. Brood werd van de ene dag op de andere driemaal duurder.

Dat joeg leerlingen van de middelbare scholen op 19 december 2018 de straat op. Eerst in de stad Ad-Damazin in het zuidoosten van het land. Daarna sloten universiteitsstudenten zich aan bij het protest dat intussen ook in de stad Atbara uitgebroken was.

De Soedanezen zijn trots op wat ze verwezenlijkt hebben en vertellen graag over hun revolutie.

Het protest was intens, en dat zette de vakbondskoepel SPA ertoe aan om de eisen op te trekken van loonsverhoging naar de val van het regime. Vanaf het moment dat ze naar buiten trad als onafhankelijke organisatie, in 2017, kreeg de SPA het vertrouwen van de bevolking. Op haar Facebookpagina riep de organisatie op om zich op donderdag 25 december te verzamelen in het centrum van de stad en de mars naar het hoofdkwartier van het leger te starten.

De Soedanezen zijn trots op wat ze verwezenlijkt hebben en vertellen graag over hun revolutie, met alle details. ‘De strategie van de SPA bestond erin om het protest levend te houden en de veiligheidsdiensten geen rustmoment te gunnen, om hun slagkracht te verzwakken. De SPA begon de wijkcomités te ondersteunen. In alle steden kwamen er verzetscomités’, vertelt de 27-jarige Bakri al-Omda, die zelf leider is van één van die wijkcomités in Khartoem.

‘Op zondag en dinsdag werden betogingen in de wijken georganiseerd, en op donderdag werd er in het centrum van de hoofdstad betoogd. Woensdag was de dag waarop de straten werden schoongemaakt en graffiti op de muren werd aangebracht. Er waren ook nachtbetogingen. Wij waren zelf verrast door de grote opkomst. Daarna kwam het idee om barricades te gebruiken zodat de voertuigen van de ordediensten zich moeilijker konden voortbewegen’, zegt Bakri.

‘We vroegen ons af of het zou lukken om de mars van 25 december stipt te laten starten’, zegt de jonge activist. ‘Wij wisten niet hoe we dit voor elkaar zouden krijgen, want stiptheid is vaak niet echt ons sterke punt in Soedan. Maar het gebeurde. Stipt om 13 uur deed een vrouw spontaan een zagroutha (een traditionele vreugdekreet die vrouwen bij feesten maken, hier eerder als verzetskreet, sd). Sindsdien beginnen alle marsen met een zagroutha, vertelt Bakri.

Jong en vrouwelijk

‘Onze eisen zijn belangrijker dan onze angst. Als je het absolute minimum niet hebt, wat blijft er dan over?’

Terug naar het Karthoem van 30 januari 2020. ‘Wie geen vreugdekreet maakt, is een koza!’, roept een jonge man richting Leila en haar vriendinnen. En de reactie is meteen drie lange zagroutha’s. Koza, de vrouwelijke vorm van het woord kooz, is de bijnaam die wordt gegeven aan de aanhangers van het regime van al-Bashir. Een belediging in deze revolutionaire tijden.

Vrouwen zijn zeer sterk aanwezig in deze revolutie. ‘Betogen op donderdag was ideaal’, vertelt de 31-jarige Aïcha Etteribi, een van de duizenden vrouwen die van bij het begin meedeed aan het protest. Ze is afkomstig uit een andere provincie, maar woont en werkt al een paar jaar in Khartoem. ‘Het is het einde van de werkweek. Veel mensen die op het werk, op school of op de universiteit zijn, kunnen zich gemakkelijk bij de mars aansluiten. Voor vrouwen is dat zeker handig.’

Zoals veel ouders wilde de moeder van Aïcha niet dat haar dochter meeliep met de betogingen. Uit angst voor haar veiligheid. ‘Maar later deed ze er zelf aan mee’, lacht Aïcha.

© Samira Bendadi

Lana Haroun

© Samira Bendadi

‘Onze eisen zijn belangrijker dan onze angst. Als je het absolute minimum niet hebt, wat blijft er dan over?’ vraagt haar collega Lana Haroun zich af. Lana studeerde statistiek en werkt voor een exportbedrijf. Haar vader is professor aan de universiteit. In haar gezin van vijf zijn er vier volwassen die werken. ‘Toch is zoiets als fruit kopen een probleem, om maar te zwijgen over de kosten van onderwijs of gezondheidszorg’, zegt ze.

Lana Haroun is ook de persoon die de foto maakte van Alaa Salah, de studente die met haar traditionele, witte gewaad op het dak van een auto revolutionaire leuzen scandeerde. De foto ging viraal en was aanleiding voor de buitenlandse media om Alaa Salah uit te roepen tot symbool van de Soedanese revolutie.

Symbolen horen nu eenmaal bij revoluties. Lana vindt het een goede zaak. Ze kwam zelf door die bewuste foto in de schijnwerpers te staan en werd gecontacteerd door internationale media, van CNN tot The New York Times en BBC. ‘Goed dat de buitenwereld dit heeft gezien’, zegt ze.

‘Maar belangrijker dan de kwestie van de vrouw is de revolutie zelf’, benadrukt ze. ‘Als ik op straat kom, doe ik dat niet alleen voor de vrouw. Ik doe dit voor alle Soedanezen. Voor mannen, vrouwen en kinderen. Want iedereen ziet af.’

Van geweld naar consensus

Eén van de cruciale momenten in het protest was de beruchte sit-in. Die ging van start op 6 april.

‘Het was aanvankelijk niet de bedoeling om een sit-in te houden in Khartoem’, zegt Lana Haroun, die vaak eten en water bracht voor de mensen ter plaatse. De protestactie was bedoeld om Omar al-Bashir te doen aftreden. Het leger greep in en stootte hem van de troon. Een Militaire Raad nam de macht over. Maar de revolutionairen keerden niet terug naar huis. Ze wilden ter plaatse blijven, tot de macht aan een burgerleiding kon worden overgedragen.

De sit-in eindigde op 3 juni op een brutale manier met het ingrijpen van legereenheden, waaronder de Janjaweed-militie. Die wordt ervan beschuldigd in Darfoer oorlogsmisdaden te hebben gepleegd.

Het resultaat was meer dan 120 doden en een onbekend aantal gewonden. Lichamen werden in de Nijl gegooid. Er werd verkracht en sommige mensen zijn nog altijd vermist.

Wat daarna volgde, was een algemene staking en burgerlijke ongehoorzaamheid. Uiteindelijk werd er een compromis bereikt: de overgangsperiode zou geleid worden in een samenwerkingsverband tussen militairen en burgers, en die periode zou men drie jaar laten duren. De oppositie wilde aanvankelijk een transitie van vier jaar, het leger wilde twee jaar. Er werden dus ook op dat vlak toegevingen gedaan.

‘Dit is een revolutie die gebruikmaakte van de wapens van haar tijdperk: de sociale media.’

Er kwam een Soevereine Raad, waarin evenveel militairen als burgers zetelen. Die Soevereine Raad wordt in de eerste fase van de overgangsperiode door een militair geleid, generaal Abdel Fatah al-Burhan. In de tweede fase wordt hij vervangen door een burger.

Daarnaast werd er een Ministeriële Raad gecreëerd, een overgangsregering met aan het hoofd Abdallah Hamdok — de man van de aanslag begin maart. Hij is een burger die een internationale carrière achter de rug heeft.

Organisatie van de Soedanese staat

‘De revolutie heeft alle lagen van de bevolking verenigd en de Soedanezen in al hun verscheidenheid en diversiteit dichter bij elkaar gebracht’, zegt Khaled Fathi van de SPA. ‘Het is een revolutie die gebruikmaakte van de wapens van haar tijdperk, de sociale media.’

De Soedanese revolutie valt op door de sterke organisatie, en daar speelde de SPA een cruciale rol in. ‘Natuurlijk hebben we geleerd van de fouten van anderen’, zegt Khaled, verwijzend naar de revolutie in Egypte. ‘Maar we hebben vooral geleerd van de Soedanese geschiedenis zelf.’

Soedan heeft sinds de onafhankelijkheid in 1956 verschillende militaire staatsgrepen gekend en dat is iets wat veel Soedanezen niet opnieuw willen meemaken. Uiteindelijk was Omar al-Bashir zelf een militair.

Nu nog schuiven mensen aan voor de bakkerijen. Er is een tekort aan brood en aan benzine.

Al die elementen verklaren waarom de SPA en andere oppositieblokken die de Verklaring van Vrijheid en Verandering ondertekend hebben, doorzetten met het protest, ook na de afzetting van de president. En waarom ze geen heil zien in het organiseren van verkiezingen op korte termijn.

‘Eerst moet de basis gelegd worden voor de rechtsstaat’, zegt Khaled. ‘Het is te vergelijken met het leggen van kanalen, zodat het water kan doorlopen en het zaad kan ontkiemen. Het is dus belangrijk dat er snel werk wordt gemaakt van de eerste hervormingen die al werden aangekondigd’, zegt hij. Ook zou het leger al zijn economische activiteiten moeten overhevelen naar het ministerie van Financiën.

Een revolutie van de middenklasse

Ook al begon de revolutie in Soedan omwille van de hoge broodprijzen, nu nog schuiven mensen aan voor de bakkerijen. Er is een tekort aan brood en aan benzine. Sommigen verdenken de contrarevolutie ervan de oorzaak van die tekorten te zijn. Maar om de erbarmelijke economische situatie aan te pakken, moet er eerst vrede komen. Dat is de overtuiging van de leiders van de revolutie.

‘Deze revolutie is er niet in geslaagd om de sociale eisen van de bevolking om te zetten in politieke eisen.’

Al van toen al-Bashir nog aan de macht was, zijn er onderhandelingen met de rebellen die nog altijd actief zijn in het land, onder andere in Darfoer. Maar nu is de tijd gekomen om die onderhandelingen in een stroomversnelling te laten komen. Zonder vrede kan niet gewerkt worden aan ontwikkeling, is de redenering.

Maar ondanks de compromissen blijft het duwen en trekken tussen de militaire en de burgerlijke leiding. De ontmoeting begin februari in Oeganda van generaal al-Burhan met de Israëlische eerste minister Benjamin Netanyahu zorgde voor veel spanningen. De regering werd niet op de hoogte gebracht van de ontmoeting, laat staan geconsulteerd.

Maar daarbovenop zijn er andere uitdagingen voor de Soedanese revolutie. Op een van de graffiti staat te lezen: ‘Wij zijn bang voor onze revolutie van de elites.’ En dat is ook de kritiek van Ammar Ibrahim Baker, vertegenwoordiger van de veeteeltsector binnen de vakbondskoepel SPA. ‘Deze revolutie is begonnen door de allerzwaksten in de samenleving. Die hebben daarvoor een hoge prijs betaald, want het waren zij die in de sit-in bleven. Maar het is nu een middenklasserevolutie.’

‘De echte noden van het grootste deel van de bevolking worden niet vervuld’, gaat hij verder. ‘Zoals de andere revoluties in de regio is deze revolutie er niet in geslaagd om de sociale eisen van de bevolking om te zetten in politieke eisen.’

© Samira Bendadi

De Soedanezen blijven protesteren. ‘De echte noden van de bevolking worden ook na de revolutie nog steeds niet vervuld.’

© Samira Bendadi

‘Het discours gaat meer over de vrijheden dan over economie’, vervolgt Ammar Baker. ‘Wat aan het gebeuren is, is een herpositionering van de machtigen, van de kapitalisten en de militairen die zelf kapitalisten zijn, met de medewerking van delen van de middenklasse. De noden van de lagere klasse zijn niet prioritair. Dit kan alleen veranderen als de wijkcomités, die een grote rol speelden in de opstand, politieke eisen zouden kunnen formuleren. Spijtig genoeg zijn ze niet goed georganiseerd.’

‘Een ander gevaar situeert zich op globaal niveau, in het imperialisme en het neoliberalisme. Het wordt belichaamd door die organisaties die het middenveld worden genoemd. Ngo’s die het liever hebben over pakweg vrouwenrechten, individuele vrijheden en LGTBI dan over de armoede, geletterdheid en gezondheidszorg. Ook zij vormen een gevaar voor deze revolutie.’

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.