Gruwelijke agressie van Israël in Libanon
Libanese vrijwilligers in de oorlog: ‘We hebben jouw solidariteit nodig, niet je liefdadigheid’
)
Hulpverleningsorganisaties delen voedsel en basisbenodigdheden uit aan ontheemde gezinnen in de wijk Bachoura, een wijk in Beiroet die de afgelopen weken door Israëlische raketten werd getroffen.
© Reuters / Amr Abdallah Dalsh
)
Hulpverleningsorganisaties delen voedsel en basisbenodigdheden uit aan ontheemde gezinnen in de wijk Bachoura, een wijk in Beiroet die de afgelopen weken door Israëlische raketten werd getroffen.
© Reuters / Amr Abdallah Dalsh
De Israëlische aanvallen en bombardementen op Libanon zijn vreselijker en gruwelijker dan ooit. Het aantal ontheemden groeit dan ook schrikbarend snel. Hoewel de sporen van de burgeroorlog nog niet zijn uitgewist, kent Libanon ook een lange geschiedenis van solidariteit. MO* sprak met mensen in Libanon die zich belangeloos inzetten om anderen te helpen.
In amper drie weken tijd is Libanon veranderd in een humanitaire crisiszone. Onder het mom van de vernietiging van Hezbollah, voert Israël oorlog tegen een hele bevolking. Sinds 2 maart, toen Israël het staakt-het-vuren verbrak, vermoordde het meer dan 1094 Libanezen, waaronder minstens 118 kinderen.
Meer dan 3000 mensen raakten gewond. Daarbij viseert Israël ook hulpdiensten en medische zorgverlening. Zo’n 128 medische voorzieningen werden verwoest, 8 ziekenhuizen werden doelgericht gebombardeerd, 5 ervan zijn nu buiten dienst. Meer dan 54 Libanese hulpverleners werden vermoord.
Dat zijn oorlogsmisdaden.
Israël verspreidde daarbij ook ontheemdingsbevelen die ze “evacuatiebevelen” noemden. Die werden door António Guterres, Secretaris-Generaal van de VN, bestempeld als “illegaal”. De ontheemdingsbevelen gelden voor zo’n 14% van het grondgebied, waardoor Libanon plots in de top drie staat van landen met het hoogste aantal interne ontheemden in verhouding tot zijn bevolking. In nog geen drie weken tijd stak het Soedan en Somalië – landen die er jaren over deden om in dit soort crisis terecht te komen – voorbij.
Er zijn nu meer dan 1.200.000 mensen ontheemd, waarvan 370.000 kinderen. Dat betekent dat zowat één op de vier mensen geen woning meer heeft en geen toegang krijgt tot hygiënische voorzieningen, voedsel of water. Dit in een land waar amper tot geen staatssteun voorhanden is.
De staat voorziet momenteel in opvang voor hooguit 135.000 mensen. De overgrote meerderheid heeft dus geen andere keuze dan op straat te slapen, in tenten, of in geïmproviseerde opvangplaatsen.
Dat is voor veel Libanezen niet nieuw. Sinds zijn ontstaan, en dus lang voor de oprichting van Hezbollah in 1983, is Israël niet gestopt met het bezetten en vernielen van, en het voeren van oorlog tegen Libanon.
‘Deze escalatie voelt existentiëler, beslissender. Voor iedereen. Dit gaat om de overleving van ons als natie, als volk. En niemand weet waar dit naartoe gaat.’Nasri Sayegh jr., artiest en vrijwilliger
En dus wordt er teruggegrepen naar het decennia oude mechanisme van de vrijwilligers. Libanon kent immers een lange geschiedenis van solidariteit. Waar een staat faalt, zijn het de mensen die elkaar dragen.
In een mum van tijd worden restaurants en cafés inzamelpunten voor dekens, voedsel, matrassen en medicijnen. Kunstcollectieven worden solidariteitscollectieven die campagnes opzetten om donaties in te zamelen. Van de ene op de andere dag verlaten mensen hun werk en trekken de straat op om te helpen. Daar waar verwoesting is, bouwen mensen weer op. Al voelt dat in Libanon eerder aan als Atlas die tot het einde der tijden de wereld op zijn schouders moet dragen. Geen rust, geen ademruimte.
Hoe houdt een bevolking zich staande tijdens zo ontiegelijk veel geweld en vernieling? MO* sprak in Libanon met drie vrijwilligers die niets anders kunnen doen dan proberen.
‘Ik kan niet meer aan morgen denken’
Voor kok, florist en volleerd vrijwilliger Maya Noise begon het al in de oorlog van 2006. ‘Ik was 12 en ging naar de American University of Beirut (AUB) om verzorgingspakketjes te verdelen.’ Maar het is pas na de explosie in 2020, waarbij honderden mensen het leven lieten en meer dan 6500 gewonden vielen, dat Maya zich echt engageerde. ‘Ik begon sandwiches te maken in mijn keuken en sloot me aan bij verschillende initiatieven, zoals Nation Station, een gemeenschapskeuken in Beiroet.’
In oktober 2024, net in de week dat ze een event zou organiseren, startte het offensief van Israël in Libanon. ‘We hebben toen met Nation Station meteen geschakeld en voluit ingezet op hulpverlening door gratis maaltijden te verdelen onder de mensen in nood’, legt Maya uit. ‘Dat doen we vandaag nog steeds, zo’n 2500 maaltijden per dag.’

De gemeenschapskeuken van Nation Station deelt dagelijks 2500 maaltijden uit onder mensen in nood.
Daarnaast zocht Maya geld bij buitenlandse donateurs waarmee ze voornamelijk matrassen, kussen en dekens kocht. Ze vond een magazijn, verzamelde meer vrijwilligers en startte een geïmproviseerd distributiecenter.
Toen de Israëlische bombardementen op 2 maart weer begonnen, voelde Maya enkel wanhoop en uitputting. ‘De oorlog is hier nooit gestopt. Israël schond het staakt-het-vuren bijna dagelijks, maar deze keer wisten we dat het veel erger zou zijn, met een veel grotere impact.’
Maya en haar vrijwilligers hadden lessen getrokken uit 2024. Ze hebben zich nu georganiseerd in verschillende teams, werken in shiften en leveren in bulk. ‘Ik ben tegelijk een soort hotline en callcenter’, zegt ze.
Maar het komt met een zware kost. ‘Ik ben niet oké’, zegt ze daarover. ‘Na oktober 2024 werd ik depressief, en ik heb besloten daar ook heel open over te zijn. Ik ga niet doen alsof alles oké is. Sinds 2 maart vermoordt en verwondt Israël elke dag een klas vol kinderen. Hoe kan je daar niet depressief van worden?’, vraagt Maya zich retorisch af.
‘Ik sta als vrijwilliger niet buiten deze oorlog’, gaat ze verder. ‘Ik ben er evenzeer slachtoffer van. Ik kan niet meer aan morgen denken, of aan de toekomst. Maar ik sta hier toch elke dag omdat ik het niet kan aanzien dat mensen in de regen en de koude op de grond zouden moeten slapen.’ Maar ze wil ook dat mensen weten waarom ze dit doet. ‘Ontheemding ontstaat niet uit het niets, dit wordt veroorzaakt door de agressie van Israël.’
)
Kok, florist en volleerd vrijwilliger Maya Noise
Gaza-doctrine
En die agressie kent vooralsnog geen einde. Israël maakte bekend dat het het Zuiden van Libanon voor onbepaalde duur wil bezetten om er een “bufferzone” van te maken. Daarmee gaat het volledig voorbij aan het feit dat Libanon een soevereine staat is, waarvan de landsgrenzen internationaal erkend en onbetwist zijn.
Bovendien wil Israël alle woningen en infrastructuur in de regio vernielen, naar het voorbeeld van het Palestijnse Rafah. Dat zijn oorlogsmisdaden en schendingen van het internationale recht. Francesca Albanese, Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden van de VN, verklaarde dan ook dat de “Gaza-doctrine” nu officieel door Israël wordt ingezet in Libanon.
Al meer dan twee jaar kan Israël ongestraft de grootste gruwel uitvoeren in Palestina, en nu dus ook in Libanon. De EU heeft nog steeds geen wapenembargo afgekondigd en het handelsakkoord blijft overeind, ondanks dat de eigen instellingen het land momenteel vervolgen voor genocide. En dus blijven de Libanezen aangewezen op elkaar.
Vermenigvuldigd met een miljoen
‘Weet je wat er anders is?’, vraagt Nasri Sayegh Jr., een Libanese artiest. ‘Niemand vraagt ditmaal nog om een staakt-het-vuren omdat iedereen weet dat Israël zich er niet aan houdt. Israël is gegroeid en sterker geworden. De bommen en drones zijn krachtiger en meedogenlozer, de methodes nog gruwelijker. Maar Israël moet zich blijkbaar aan geen enkel recht meer houden. Ze verklaren openlijk wat ze willen: etnische zuivering en bezetting.’
Nasri werd in 1978 geboren en weet niet anders dan dat het buurland zijn eigen land wil bezetten en vernielen. ‘Maar deze escalatie voelt existentiëler,’ zucht hij, ‘beslissender. Voor iedereen. Dit gaat om de overleving van ons als natie, als volk. En niemand weet waar dit naartoe gaat.’
Nasri doet al sinds 1996 aan vrijwilligerswerk, maar net zoals bij Maya, heeft dat een prijs. Lichamelijk, maar ook emotioneel. Van ’s ochtends tot ’s avonds rijdt hij rond en levert noodzakelijke hulp. ‘Maar ik ben niet jong meer’ zegt hij. ‘Ik heb nog steeds dezelfde dromen, dezelfde hoop en dezelfde woede, maar mijn lichaam is niet meer hetzelfde.’
En toch rijdt hij elke dag rond. Het is ook een manier om zijn verstand te bewaren. ‘Ik voel me veiliger als ik rondrijd dan als ik thuis zit te wachten op de bommen.’
‘We hebben alles nodig!’, verklaart Nasri. ‘Alles wat je thuis hebt staan, zeep, water, kleding, kussens, babyvoeding, maandverband, voedsel, materiaal om te koken … we hebben alles nodig, maar vermenigvuldigd met een miljoen.’
De mensen die hulp nodig hebben, vormen geen homogene groep. Het gaat om vrouwen met pasgeboren baby’s, ouderen zonder medicijnen, migranten zonder status, andersvaliden zonder zorg. Het gaat letterlijk om iedereen, zonder onderscheid. ‘Voor veel ontheemden is dit bovendien niet de eerste keer’, weet Nasri. ‘Dat maakt het zo surreëel en gruwelijk. Het gebeurt opnieuw, opnieuw en opnieuw.’
Hij krijgt vaak de vraag van westerse platformen om beelden te delen van de ‘slachtoffers’. ‘Dat doe ik niet’, zegt hij stellig. ‘Ik ga jouw medelijden niet voeden. We hebben jouw solidariteit nodig, niet je liefdadigheid. Wij zijn hier en wij zijn trots.’
Nasri weet dat veel mensen om hen geven en heeft een boodschap: ‘Informeer jezelf, open je hoofd en leer bij. Er zijn hier al zoveel boeken en rapporten over geschreven. Het is dringend, het is nodig.’
‘Want mensen vergeten ook de kracht van verbeelding’, gaat hij verder. ‘Het is onze zuurstof. En daar heb je kennis voor nodig. Kennis en liefde. Dat is hoe we blijven vechten. We moeten blijven zien dat een andere realiteit mogelijk is.’ Nasri pauzeert even om dan nadrukkelijk verder te gaan. ‘Dat is niet naïef. Het is onderdrukking tegengaan.’
Maximaliseren van schade en gruwel
Nasri is ervan overtuigd dat we in deze donkere tijden een massale constructie van verbeelding nodig hebben. Van Brussel tot Beiroet. Solidariteit is nu nodig, meer dan ooit. ‘We moeten helemaal niet allemaal hetzelfde denken’, vindt hij. ‘We moeten anders zijn en toch samen sterk staan in het gevecht tegen onmenselijkheid, voorbij Gaza, voorbij Libanon.’
‘Hier in Libanon hebben we geen keuze. Wij zijn voortdurend alert en bewust. Elke vrijwilliger, elk collectief is een soort slapende cel die meteen wakker wordt als het huis in brand staat. Je denkt er zelfs niet over na. Er is meteen een gevoel van urgentie, van zorg. Ik denk niet dat dat zo uniek is. Het is een reflex die je moet koesteren.’
Maar die reflex vormt voor Israël, tragisch genoeg, een bewust doelwit. De double tap-methode houdt in dat ze een eerste keer bombarderen, dan wachten tot de hulpverlening op gang is gekomen, om dan opnieuw te bombarderen. Het is een maximaliseren van de schade en de gruwel, en vaak een doelgerichte aanval op hulpverleners en omstaanders die te hulp schieten. Het is een illegale aanval op intrinsieke menselijkheid. Als mensen uit schrik niet meer helpen, is de horror compleet.
Het is begrijpelijk dat Libanezen angstig zijn. Angstig en kwaad. Niet alleen op de vijand, maar ook op de staat. ‘Het is absurd’, vertelt Nasri. ‘Na zoveel oorlogen zouden we experten moeten zijn in het beschermen van mensen, in opvang te bieden. Maar ondanks wat we allemaal hebben meegemaakt, slaagt onze overheid daar niet in. Elke dag ben ik bij de mensen in de kampen en op straat, maar ik heb er nog nooit officiële instanties gezien.’
Daarom zijn de vrijwilligers er. Keer op keer. Maar de spanning tussen de groepen neemt toe en Nasr vreest voor een nieuwe burgeroorlog. ‘We moeten het huis net samenhouden. Het staat al in brand, laat ons het samen blussen in plaats van het vuur te voeden.’
Van 1975 tot 1990 kende Libanon een gruwelijke burgeroorlog. Veel van de sektarische breuklijnen van toen zijn vandaag nog voelbaar. Er is weinig vertrouwen. En het is net dat sektarisme dat Israël heel bewust voedt. Het is immers veel succesvoller om een tegenpartij te bevechten die zich meer met interne gevechten bezighoudt dan met terugslaan.
Vrouwen spelen sleutelrol
Ook Leen Habhab aarzelde na 2 maart niet om vrijwillig hulp te verlenen. Leen is psychologe en maakt deel uit van het Women’s Peacebuilding Initiative. ‘Ik heb de kennis en de kunde, ik hou van mijn land en ben trots Libanees. Waarom zo ik mijn hulp als psycholoog niet aanbieden?’
Dat doet ze met groepssessies in verschillende opvangcentra. ‘Een vroege ondersteuning kan gezondheidsproblemen op lange termijn voorkomen. Het zorgt ervoor dat stress en angst niet omslaan in woede en conflict.’
De focus in de centra ligt op vrouwen. Zij ondervinden niet alleen de grootste impact van een crisis, maar ook van gendergerelateerd geweld. Terwijl ze de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de familie, kinderen en ouderen, moeten ze ook nog eens hun eigen leven op de rails houden.
‘Toch zijn vrouwen geen slachtoffers’, zegt Leen. ‘Ze spelen een sleutelrol in het opbouwen van vrede en veerkracht en voorkomen vaak dat hun echtgenoten en zonen geweld plegen. Als we vrouwen ondersteunen, ondersteunen we een hele gemeenschap.’
Leen ziet dagelijks veel vormen van angst bij de ontheemden. Er heerst een gevoel van onveiligheid, gevoed door de breuk tussen de gemeenschap van ontheemden en de gastgemeenschap. Ze zijn allemaal angstig en boos en projecteren die gevoelens op elkaar. Voor veel Libanezen is de burgeroorlog nooit geëindigd. En de afwezigheid van de staat die het gevoel van onveiligheid vergroot.
‘Maar’, bezweert Leen, ‘desondanks helpen Libanezen elkaar nog. Het is een actief verzet tegen die mentale breuklijnen. Dat is enorm krachtig, maar tegelijk enorm moeilijk. Die spanning tussen uitsluiting en grote solidariteit, maakt het zo typisch Libanees.’
Niemand is nog veilig. Nergens.
Mensen leven in grote onzekerheid. Wat gaat er nog gebeuren? Zal Israël het zuiden van Libanon bezetten? ‘Groepssessies helpen om een veilige omgeving te creëren die noodzakelijk is voor psychologische hulpverlening’, legt Leen uit. ‘Maar net die veilige omgeving is afwezig. Niemand is nog veilig in Libanon. Nergens.’
‘Als je je huis verliest, gaat het niet enkel om muren. Je verliest een groot deel van je leven, van je herinnering’, doceert de psychologe. ‘Na een moeder is een huis de voornaamste bron van veiligheid. Zeker voor kinderen. Het is de plek waar ze spelen en leren.’
‘Je huis verliezen zorgt voor angst en stress. Het gebrek aan privacy en het voortdurende gevoel van gevaar, leiden dan weer tot andere, grotere stoornissen. Mensen geraken uitgeput. Er is geen enkel rustpunt meer. Al lang niet meer.’
Libanezen bewegen van crisis naar crisis: de oorlog van 2006, het economisch verval – wat een vorm van geweld op zich is, de explosie in 2020, de oorlog in 2024 en nu dit. Het creëert een complex trauma dat alleen maar accumuleert.
‘Elke persoon reageert op een eigen manier. Over het algemeen zien we veel mensen lachen en grappen maken’, duidt Leen. ‘Of de boel ontkennen door te feesten. We zien slaap- en eetstoornissen, mensen die psychologische medicijnen zonder voorschrift nemen, mensen die hardnekkig vloeken … het zijn allemaal symptomen, maar ook voedingsbodems voor conflict.’
Volgens Leen Habhab bevindt Libanon zich in een nationale, mentale gezondheidscrisis. ‘Ik vind het dan ook mijn plicht als psycholoog om te helpen, ondersteuning te bieden, de accumulatie te ontmijnen, sociale banden te versterken en conflict te ondermijnen.’
Welke hand?
Veel vrijwilligers antwoordden ontwijkend op de vraag hoe het met hen ging. ‘Ik mag niet klagen. Ik heb nog een dak boven mijn hoofd’.
Leen vindt het logisch. ‘Vrijwilligers staan niet los van de crisis, ze maken er zelf deel van uit. Die duale rol van overleving, iemand die ondersteunt maar ook zelf leidt, kan leiden tot emotionele vermoeidheid. Ze luisteren naar moeilijke verhalen en zien schrijnende situaties. Dat leidt tot indirect trauma, wat wil zeggen dat je het trauma van een ander voelt, en overlevingsschuld. Die vrijwilligers hebben ook psychologische ondersteuning nodig.’
Ondersteuning die er niet is. En toch doen zij onverzettelijk verder. Atlas, de wereld en de schouders. Organisaties zoals Nation Station, Humans of Dahieh, AgriMovement, maar ook individuen zoals Leen, Nasri, Maya en Jad Essayli, die in tien dagen tijd meer dan 65.125 dollar inzamelde om mensen een dak boven het hoofd te kunnen geven. Of Em Mohammed die in haar eigen keuken kookt voor 200 ontheemden per dag. Of kunstenaars zoals Sama Beydoun, die hun werk veilen om te kunnen doneren.
Niemand weet wat morgen brengt, maar in Libanon blijven de handen reiken. De vraag is welke hand de wereld wil schudden: de hand van zij die zorgdragen, of de hand van zij die vernieling brengen?
Lees ook
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in






