Dekoloniseer de architectuur
‘Afrikaanse architectuur moet niet conservatief zijn, wel authentiek’

Charlie Namuyamba droomt van een rol als architect tussen de mensen.
© Elien Spillebeen

Charlie Namuyamba droomt van een rol als architect tussen de mensen.
© Elien Spillebeen
Jean Marie Murhala Corneille, Sarah Daboné en Elien Spillebeen
06 februari 2026 • 15 min leestijd
De kolonisatie heeft veel architecturale kennis op het Afrikaanse continent uitgewist. Maar vandaag staat een nieuwe generatie klaar om de Afrikaanse architectuur weer in de schijnwerpers te zetten. MO* zocht in Burkina Faso en Congo de architecten van morgen op.
Bouwen is bijna zo oud als de mensheid, maar in veel Afrikaanse landen is door de kolonisatie de lokale kennis over materialen uitgewist of als minderwaardig weggezet.
Neem nu de Bushi, een van de belangrijkste gemeenschappen in Zuid-Kivu, in het oosten van Congo. Daar waren van oudsher ronde woningen heel gebruikelijk.
Dat had volgens Gervais Cirhalwira Nkunzimwami tal van voordelen. Als chef bouw- en infrastructuurwerken aan het Hoger Pedagogisch Instituut in Bukavu betreurt hij het verlies aan waardering voor deze eigen bouwcultuur.
Die was bijvoorbeeld veel beter aangepast aan de lokale klimatologische omstandigheden. ‘Bij dit type huizen vloeit het water op een natuurlijke manier weg. Daardoor is er een kleinere kans op overstromingen en grondverschuivingen.’
Op een stuk grond konden bovendien verschillende woningen staan. De invulling veranderde, het aantal eenheden ook, afhankelijk van de familiesamenstelling. ‘Deze woningen bevorderden het gemeenschapsgevoel’, is zijn overtuiging.
Deze bouwstijl verdween tijdens de Belgische koloniale periode (1885-1960). ‘De Belgen zagen deze woningen als inheems en dus inferieur’, legt Nkunzimwami uit. De rechthoekige huizen die zij in de regio introduceerden, en lokaal de naam ‘ibanda’ kregen, werden uiteindelijk de norm.
Deze ibandahuizen werden volgens hem destijds door de lokale bevolking al in vraag gesteld. ‘Mensen zagen dat ze het sneller begaven tijdens het regenseizoen en bij overstromingen.’
‘Desondanks heeft vrijwel heel Bukavu voor dit type bouw gekozen,’ betreurt hij, ‘met desastreuze gevolgen voor het milieu en de leefbaarheid in de stad.’
Een andere nadeel is volgens hem ook het verlies van bouwen als gemeenschap. ‘Tegenwoordig zijn de huizen aan elkaar geplakt en hebben bewoners de traditie van delen en samenleven verloren.’
Moderniteit op westerse leest
In haar autobiografie vertelt panafrikaniste en onafhankelijkheidsstrijdster Andrée Blouin hoe ze in de jaren ’50 in Guinee op onbegrip stuitte toen ze een lemen huis met een rieten dak bouwde. Deze traditionele bouwvorm was volgens haar veel beter bestand tegen de hitte dan een huis met golfplaten, vond ze ook toen al.
Maar haar moeder zag in die bouwvorm een gebrek aan ambitie om vooruit te gaan in het leven. Tot grote frustratie van Blouin, die weigerde de lokale architectuur als inferieur te aanvaarden. De koloniale beeldvorming van toen leeft vandaag echter nog steeds door in de maatschappelijke verwachtingen en normen van vandaag.
Toen de Rwandese overheid in 2009 de campagne ‘Bye Bye Nyakatsi’ lanceerde, moesten alle huizen met natuurlijke dakbedekking (nyakatsi) binnen korte tijd worden voorzien van ‘‘moderne’’ golfplaten daken.
Welke bouwvorm we als modern of een teken van vooruitgang zien is nog steeds beïnvloed door de koloniale beeldvorming, argumenteerde ook de Congolese artiest Hilary Balu onlangs in een interview met MO*. Voor hem verbeelden de ibandahuizen slechts valse beloften van vooruitgang.
Dat vandaag jongeren posters ophangen van gebouwen in Dubai, is volgens Balu slechts een nieuwe valse belofte van vooruitgang. Afrikaanse jongeren moeten hoogdringend hun eigen toekomst verbeelden, roept hij op.
Mentaliteitswijziging nodig
‘De toekomst van Afrikaanse architectuur zal niet geïmporteerd worden, maar van binnenuit worden bedacht’, argumenteert de Italiaans-Somalische architect Omar Degan in zijn visietekst voor de eerste pan-Afrikaanse Biënnale van Architectuur.
Afrika opnieuw in het centrum plaatsen van het mondiale architectuurdiscours, dat is zijn ambitie als curator. ‘Afrika was de oorsprong van het leven, niet alleen biologisch, maar ook cultureel, intellectueel en spiritueel. Die centrale positie moet nu worden heroverd.’
In Burkina Faso treffen we een nieuwe generatie architecten die oren hebben naar die oproep van Degan. Drie jonge architectuurstudenten, Rahnia Simporé, Koné Lassina en Soré Abdoul Mastour, hopen deel uit te maken van een nieuwe, zelfbewuste beweging.
‘Als Afrikaanse architectuur moeite heeft om zich op de kaart te zetten, dan is dat in de eerste plaats omdat men nog te veel denkt vanuit westerse kaders’, reageert Simporé stellig. ‘Voor mij is architectuur een ideaal domein om het proces van dekoloniseren zichtbaar te maken.’
‘Op school is wat we leren nog steeds sterk westers georiënteerd. Pas nu ik ouder ben, begin ik mijn eigen geschiedenis echt te ontdekken’, ondervindt Simporé.
Docent architectuur Guigma Léandre aan de universiteit van Aube Nouvelle in Ouagadougou erkent dat de enorme architecturale diversiteit van het land aanvankelijk te weinig waardering kreeg in de opleiding. In zijn lessen aan de private universiteit probeert hij daar wel bewust aandacht aan te besteden.
Als docent ziet Léandre het bovendien als zijn taak om de historische architecturale rijkdom van het land beter zichtbaar te maken. Voor hem gaat het niet alleen over het verlies van kennis en waardering een belangrijk gevolg van de kolonisatie, maar ook over een groot verlies aan diversiteit. Al gelooft hij niet dat het te laat is om het tij te keren.
‘Uitleggen wat de architectuur van Burkina Faso zo kenmerkt, is niet eenvoudig, omdat de verschillen tussen de regio’s groot zijn’, legt een alumnus van Léandre uit. Franck Alain Ouedraogo is een van de eerste architecten die in het land zelf is opgeleid. Vijf jaar geleden studeerde hij af. Vandaag werkt hij als architect bij het bureau Harmonie.
Hij is zelf vooral gefascineerd door de gebouwen uit de regio Tiébélé, waar de Gourounsi een unieke bouwstijl ontwikkelden met kleurrijke façades en indrukwekkende dakbedekking. ‘Door de kolonisatie zijn mensen verleerd ervan te houden. Het kost tijd om die waardering terug te vinden. Een mentaliteit verander je niet van de ene dag op de andere’, erkent hij.

Deel van het gerechtsgebouw van de Gouounsi
© Adama BIKIENGA - DGCA/MCCAT
Het herwaarderen en opnieuw bestuderen van prekoloniale bouwtechnieken is volgens docent Léandre noodzakelijk, maar hij vindt dat ze op een slimme manier in hedendaagse ontwerpen moeten worden geïntegreerd. ‘Dat moet doordacht gebeuren, met respect en niet louter als een nostalgische reis naar het verleden’, benadrukt hij.
Leapfrogging
Als toekomstige bouwers willen de studenten van de universiteit van Aube Nouvelle een identiteit herstellen die de moderniteit heeft uitgewist. Toch pleit niemand voor een radicale breuk.
‘Het gaat niet om terugplooien op het verleden’, vindt ook derdejaarsstudent Koné Lassina. Hij heeft zelf een bijzondere belangstelling voor innovatieve technieken, zoals 3D-printen van woningen. Hij hoopt dat de Afrikaanse architectuur van morgen zowel innovatief zal zijn als de rijkdom aan culturen, identiteiten en levenswijzen zal weerspiegelen.’
Mastour stelt het zo: ‘Het is aan ons om de voorouderlijke technieken opnieuw op de voorgrond te plaatsen om onze eigen identiteit te creëren.’ De nieuwe Burkinabese architectuur moet volgens hem daarom niet conservatief maar wel authentiek zijn.
In haar eerste ontwerpen verwerkt studente Rahnia Simporé die visie vandaag al. ‘Ik bestudeer de bevolking, de manier waarop een samenleving functioneert en doe onderzoek naar de oude bouwwijzen.’ Voor haar ontwerpen denkt ze vanuit de plaats.
Dat hun klanten van morgen, ondanks hun eigen sterke visies, misschien toch gewoon een replica zullen vragen van wat ze op Pinterest of TikTok uit Dubai of Shanghai zien, baart de jonge studenten soms zorgen. Daarom vinden ze het belangrijk om al voor hun afstuderen de dromen van toekomstige klanten mede vorm te geven.
Nog voordat ze de steden daadwerkelijk herbouwt, wil studente Simporé de referentiekaders veranderen. Daar gelooft de jonge influencer nu al een actieve rol in te kunnen spelen.
Waar architecten vroeger al een heus portfolio nodig hadden om invloed uit te oefenen, kunnen jonge architecten hun visies nu al online delen en zo stappen overslaan, stelt Simporé optimistisch. Ze heeft haar diploma nog niet op zak, maar gebruikt nu al TikTok en Instagram om haar stempel te drukken. Een van haar eerste berichten over haar visie op Afrikaanse architectuur bereikte op TikTok meteen meer dan 300.000 gebruikers.
@rahnia.simpore Valorisons nos racines 🌿 Construire avec nos matériaux locaux, c’est allier tradition, écologie et innovation. Ensemble, bâtissons un avenir durable et authentique 🏡✨ #ConstructionLocale #MatériauxLocaux #architectureafricaine #architecturedurable #EcoConstruction #burkinatiktok🇧🇫 #cotedivoire🇨🇮225 #fypシ゚ #Rahniaarchi ♬ son original - Rahnia SIMPORE
‘Als je de verwachtingen en dromen wil bijsturen, moet je jonge mensen inspireren’, legt ze uit. Dat doet ze niet alleen door haar eigen ontwerpen te delen, maar ook door inspirerende voorbeelden van architectuur uit heel Afrika te tonen.
Jonge opleidingen
Deze jonge architecten durven te dromen, willen inspireren en halen hun inspiratie vaak dicht bij huis. In Burkina Faso is het onmogelijk over architectuur te spreken zonder de naam van ’s lands meest bekende architect, Diébédo Francis Kéré, te noemen.
‘Kéré en Mariam Kamara’, voegt Simporé er nog aan toe. Ook de Nigeriaanse architecte is een van haar inspiratiebronnen, die ze op haar socialemediakanalen in de kijker zet.
Diébédo Francis Kéré won in 2022 als eerste Afrikaanse architect de prestigieuze Pritzker Architecture Prize. Die wordt weleens de Nobelprijs voor architectuur genoemd.
Het werk van Kéré wordt dan ook bijzonder gewaardeerd door de jonge generatie architecten in Bukavu. Charlie Namuyamba, die aan de Katholieke Universiteit van Bukavu (UCB) werd opgeleid, leerde vooral over modernisten zoals Le Corbusier en Mies van der Rohe. ‘Ik had een docent die zichzelf als een volger van Van der Rohe omschreef. Maar in mijn generatie zie ik vooral jonge architecten die zich liever door Kéré laten inspireren.’

Op een enorme maquette brachten meer dan 90 studenten van Bukavu de stad in kaart.
© Javier Fernandez Contrares & Dag Boutsen
Ze gelooft dat het een goede ontwikkeling is dat er meer referenties uit het eigen continent komen. Toch zijn deze inspirerende architecten vaak nog in het Westen opgeleid. Kéré liep school, woont en werkt in Duitsland, terwijl Omar Degan, curator van de eerste pan-Afrikaanse Biënnale voor architectuur, opgroeide en studeerde in Italië.
Toch zijn deze Afro-Europeanen belangrijke brugfiguren. Ondanks het prestige van Kéré is er in zijn geboorteland nog steeds geen publieke universiteit die een opleiding architectuur aanbiedt. Wie architectuur en ruimtelijke ordening in Ouagadougou wil studeren, kan voorlopig alleen bij privéscholen terecht. Ook in Bukavu is de opleiding architectuur pas zes academiejaar oud.
Architect op blote voeten
Niet dat er geen publiek is. Het snelst groeiende continent kent ook een snelle verstedelijking. Op vlak van ruimtelijke ordening en planning staan de architecten van morgen voor heel wat uitdagingen.
‘Een stad als Bukavu, die in 1995 naar schatting 400.000 inwoners had en er tegen 2025 waarschijnlijk meer dan 2 miljoen zal tellen, heeft nood aan ruimtelijke planning’, benadrukt professor Mac Mugumaoderha Cubaka van de UCB tijdens een bezoek aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) in Antwerpen.
Maar de politieke instrumenten voor ruimtelijke planning ontbreken vandaag in Bukavu. De Oost-Congolese stad is bovendien vandaag bezet door de rebellengroep M23/AFC. ‘Ook het aantal experten, architecten, urbanisten, maar ook opgeleide bouwvakkers, is dun gezaaid’, te dun voor een snel groeiende stad gelooft professor Cubaka.
In 2017 werd aan de UCB daarom de opleiding Architectuur en Stedenbouw opgestart. Charlie Namuyamba, Carine Baraka en David Nsibula behoorden tot de eerste lichting afgestudeerden. Ondertussen zijn zij doorgegroeid tot onderzoekers en assistenten die helpen de opleiding verder uit te bouwen.
Niet alleen de opleiding is nog jong. Ook de gewoonte om een architect in te schakelen is in de regio nog lang niet ingeburgerd, dat weten zij zelf ook. Slechts een kleine groep rijkere burgers doet dat bij hun bouwprojecten. De meeste bouwwerven zijn zelfbouwprojecten, waarbij bewoners op een intuïtieve manier zelf aan de slag gaan.
)
jonge architecten zoeken naar lokale materialen en natuurlijke bouwvormen.
© David Nsibula
Als jonge architecte ziet Carine Baraka het als haar toekomstige taak om kennis over lokale materialen en bouwtechnieken op een nieuwe manier te delen. ‘Architectuur gaat over meer dan alleen gebouwen, het heeft ook een sociale dimensie. We moeten onze comfortzone verlaten, het veld in trekken en de gemeenschap ontmoeten. Het is aan ons om de bewoners te informeren over hoe ze het beste kunnen bouwen, waar dat het meest geschikt is en welke lokale materialen ze kunnen gebruiken.’
Daarom presenteerden Charlie Namuyamba en David Nsibula met hun afstudeerproject een bijzonder voorstel. In de wijk Panzi, een van de armste buurten van Bukavu, verbeeldden ze hun buurtcentrum voor architectuur. ‘Veel jonge architecten dromen van een grote internationale opdracht. Maar dit is mijn droom’, legt Numayamba uit.
Als ‘architectes aux pieds nuds’, architecten met de voeten op de grond, wil ze dicht bij de mensen staan. Ze richt zich vooral op degenen met weinig middelen, omdat die het eerst worden getroffen door grondverzakkingen, overstromingen of branden door slecht doordachte ruimtelijke planning. ‘Je kunt het vergelijken met sociaal werk, maar dan in de bouw’, verduidelijkt ze.
Heel grote maquette
Ook David Nsibula wil zijn stem gebruiken om een nieuw model te bepleiten. Vorig jaar begeleidde hij als assistent een grote groep studenten die de stad Bukavu met een heel grote maquette in kaart probeerden te brengen.
Het project La très grande maquette was een samenwerking tussen de UCL en de Universiteit Antwerpen en KU Leuven. In karton werden grote stukken van de stad gereconstrueerd op de vloer van een parochiekerk. Vervolgens gingen de studenten en assistenten in kleine ploegjes op pad om op een van die plaatsen in te zoomen en naar verbeteringen te zoeken.
‘Toen ik samen met drie studenten aankwam in de buurt Lycée Wima werden we onverwacht geconfronteerd met de gevolgen van een brand die net verschillende huizen had verwoest.’ Doordat de huizen te dicht opeen stonden, waren de gevolgen ernstig. Het leerde hem en de studenten anders over de rol van architectuur te denken.

Een brand in een wijk waar ongepland en ondoordacht gebouwd wordt, heeft meteen grote gevolgen..
© Javier Fernandez Contrares & Dag Boutsen
‘Het is belangrijk om de gemeenschap te mobiliseren en de bewoners te laten zien hoe bouwen aangepast kan worden aan de omgeving, die in elke wijk en straat weer anders is. Voor een stad als Bukavu, die constant in ontwikkeling is, is dat essentieel.’
Het ontmoetingscentrum waar hij en Namuyamba van dromen, moet professionals en zelfbouwers samenbrengen. Zo kunnen juist de mensen geholpen worden die geen architecten kunnen betalen, maar het eerst worden getroffen door branden of grondverschuivingen door slechte ruimtelijke planning en ongeschikte bouwtechnieken.
Het is geen toeval dat hun gedroomde centrum in een school is gevestigd, een plek waar ouders regelmatig komen en de drempel laag is. ‘Met een atelier waar we lokale materialen verwerken en recyclen, kunnen we een model ontwikkelen dat zelfvoorzienend is’, legt Namuyamba uit.
Voorlopig blijft het centrum een toekomstdroom. Net als een van haar grote voorbeelden, Francis Kéré, vervolgt Charlie Namuyamba haar opleidingstraject ondertussen in België, met een bijkomende master aan de KU Leuven.
Of ze niet bang is nog meer beïnvloed te worden door westerse perspectieven? ‘Nee’, antwoordt ze zonder aarzelen. ‘Net zoals Kéré ongetwijfeld heeft ervaren, is het juist soms door afstand te nemen van je vertrouwde omgeving dat je beseft hoe bijzonder die is.’
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in
