Stopzetting USAID maakt de weg vrij voor Amerikaanse bedrijven
‘De hulp aan gewone Syriërs wordt nu een machtsmiddel’
)
De kraamkliniek van Raqqa wordt volledig beheerd door de Britse hulporganisatie Action for Humanity.
© Emiel Petrovitch
)
De kraamkliniek van Raqqa wordt volledig beheerd door de Britse hulporganisatie Action for Humanity.
© Emiel Petrovitch
In Syrië was het grootste deel van de humanitaire hulp afkomstig van USAID. Door die steun stop te zetten, gebruiken de VS hulp nu als drukmiddel. ‘Zo zit Trump in elkaar: de politieke macht teruggeven aan Damascus én voorrang afdwingen voor Amerikaanse bedrijven bij de heropbouw.’
De kraamkliniek van Raqqa ligt aan het plein waar ISIS ooit afgehakte hoofden tentoonstelde. Het was het eerste ziekenhuis dat na de val van ISIS opnieuw de deuren opende. Het is nog altijd zwaar beschadigd, maar er werd een nieuwe afdeling opgetrokken. De naam Action for Humanity is er overal zichtbaar: op de muren, de apparatuur, de kledij van het personeel. Die Britse hulporganisatie financiert de volledige werking van het ziekenhuis, met donaties van het Europese agentschap voor humanitaire hulp en het Duitse ontwikkelingsagentschap. Het ziekenhuis beschikt over de enige mammograaf in de hele stad.
Van het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap USAID kreeg het ziekenhuis geen cent, en toch veranderde op 20 januari 2025 alles. Die dag vaardigde president Trump het presidentieel decreet uit waarmee hij buitenlandse hulpprogramma’s voor 90 dagen ‘pauzeerde’. Vele klinieken in Raqqa en het omliggende platteland boden, dankzij USAID, gratis gezondheidszorg aan ontheemde mensen. Na de ‘pauze’ verloren honderden medewerkers hun baan en moesten sommige klinieken zelfs sluiten.
‘Al hun patiënten moesten naar de kraamkliniek van Raqqa en naar andere klinieken die niet door USAID gefinancierd werden’, zegt Charles Lawley van Action for Humanity.
‘Daar kwam een grotere druk op het personeel en een zwaardere belasting van de al beperkte middelen, zonder extra financiering. De kraamkliniek van Raqqa voerde vóór deze extra druk elke maand al zo’n 300 keizersneden en 650 natuurlijke bevallingen uit. We hebben tot vandaag geen duurzame oplossing op lange termijn.’
De situatie vóór januari 2025 was al precair. Sinds het begin van de oorlog in Syrië gaven de Verenigde Staten ongeveer 17 miljard dollar aan humanitaire hulp. In 2024 ging het nog om 1,1 miljard dollar. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio noemde deze hulp ‘een mondiaal ngo-industrieel complex dat op kosten van de belastingbetaler draait’. Maar dankzij die steun bleven ziekenhuizen open, werkten water- en elektriciteitsnetten verder en konden miljoenen ontheemde mensen overleven.
Toch is die hulp nooit voldoende geweest om alle noden te dekken. In 2024 werd slechts 36,8 procent van alle humanitaire noden effectief gefinancierd, volgens cijfers van het VN-kantoor voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA). Ná de beslissing om USAID te pauzeren is dat percentage verder gedaald.

Een ziekenhuis in Raqqa ondersteund door het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken.
© Emiel Petrovitch
“ISIS-kampen” bedreigd
Onmiddellijk na Trumps decreet werd in totaal 237 miljoen dollar aan financiering voor VN-organisaties en ngo’s in Syrië ingehouden. Vooral Noordoost-Syrië belandde in een catastrofale situatie, want USAID financierde daar 90 procent van de humanitaire dienstverlening, volgens cijfers van de VN. In die regio was jarenlang een autonoom bestuur aan de macht. De slagkracht van dat bestuur kreeg een klap, ook al heeft het samen met de Amerikanen ISIS bestreden.
Een van de grootste humanitaire organisaties in Noordoost-Syrië, Blumont, was de Amerikaanse contractpartner voor voedselvoorziening en veiligheid in de kampen voor families van ISIS-leden en sympathisanten. Het moest op 24 januari al zijn activiteiten op deze uiterst gevoelige plaatsen stopzetten. Ongeveer 300 personeelsleden, onder wie bewakers, kwamen niet opdagen, wat even paniek veroorzaakte. Ook de voedselvoorziening werd gehalveerd.
‘Juist nu zouden donoren hun steun moeten verhogen. De kwetsbare overgangsperiode na de val van het Assad-regime biedt een zeldzame kans op stabilisatie, herstel en de terugkeer van vluchtelingen.’Charles Lawley, Action for Humanity
‘Wat mij het meest zorgen baart,’ zegt Shekhmus Ahmed, minister van Sociale Zaken van het toenmalige autonome bestuur, ‘is dat ook de financiering van de deradicaliseringscentra en re-integratiecentra in die kampen stopte. Daar kregen mensen begeleiding bij hun terugkeer naar de samenleving. Radicalisering kan nu opnieuw toenemen. Het is niet duidelijk hoe dat de Amerikaanse belangen bevordert.’
In maart vorig jaar was MO* in Raqqa en stelden we met eigen ogen vast hoe dat een sleutelstad was voor internationale donoren. Er waren meer dan veertig internationale ngo’s en meer dan honderd Syrische organisaties actief. De hele stad draaide op ngo’s met middelen van USAID en Europese donoren. Nadat de internationale coalitie tegen ISIS Raqqa militair heroverd had, in 2017, namen deze hulporganisaties een cruciale rol op zich in de strijd om de hearts and minds van de bevolking.
We zagen in de ziekenhuizen dat ook programma’s voor gendergelijkheid en bescherming tegen gendergerelateerd geweld alomtegenwoordig waren. Human Rights Watch verwijt de VS nu dat het buitenlandse hulp inzet om ontvangers te dwingen dit werk stop te zetten. ‘Dat is een gevaarlijk misbruik van hulp’, zegt Hiba Zayadin van Human Rights Watch. ‘In Syrië zijn initiatieven voor gendergerela-teerde rechten verweven met bredere zorg in de medische sector. Precies die sectoren zijn getroffen door de tijdelijke stopzetting van Amerikaanse buitenlandse hulp.’
Water afgesloten
Zelfs de watervoorziening, nochtans levensnoodzakelijk, kwam in gevaar. ‘Met de steun van USAID sloten wij contracten af met bedrijven om water te leveren in vluchtelingenkampen’, legt Sharvan Ibesh uit, directeur van de grootste Syrische hulporganisatie, Bahar. ‘We konden die bedrijven dus niet meer betalen. De volgende dag moesten we duizenden mensen laten weten dat er vanaf morgen geen water meer zou zijn. Dit is de wereld van Trump.’
In sommige kampen legden bewoners hun laatste eigen middelen samen om water te kopen. Ibesh probeerde zijn contacten in de VS te bereiken, maar kreeg wekenlang geen antwoord. ‘Jarenlang werkten we vlot samen met onze contactpersonen in de VS, en plots leek het alsof niemand ons nog kende’, zegt hij. ‘Maar ook onze hele organisatie was bedreigd. De lonen van ons management werden betaald met USAID-steun.’
Bahar verloor 40% van haar operationele budget. ‘Het Britse ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking sprong in beperkte mate bij, net als Europese donoren en VN-agentschappen en Save the Children. Maar ook die zijn vaak afhankelijk van USAID’, zegt Ibesh. Geen enkele grote Europese donor heeft plannen om het gat volledig te vullen. Verschillende Europese landen kondigden integendeel aan dat ze hun ontwikkelingshulp terugschroeven: Nederland met 30%, Frankrijk met 37%, België met 25% en het Verenigd Koninkrijk zelfs met 40%.
‘Juist nu zouden donoren hun steun moeten verhogen, met meerjarige en voorspelbare financiering’, zegt Charles Lawley van Action for Humanity. ‘De kwetsbare overgangsperiode na de val van het Assad-regime biedt een zeldzame kans op stabilisatie, herstel en de terugkeer van vluchtelingen. Door het wegvallen van essentiële diensten dreigt die kans verloren te gaan en wordt een veilige en duurzame terugkeer alleen maar moeilijker.’

De Syrische ngo Bahar organiseert cashhulp in Afrin met middelen uit het Syria Cross-Border Humanitarian Fund (SCHF), waarvan USAID een van de belangrijkste donoren was.
© Emiel Petrovitch
Begin maart liep de officiële pauze van USAID af. Wat volgde, waren vage vrijstellingen die toelieten dat zogenoemde "levensreddende" hulp kon doorgaan, maar zonder een duidelijke definitie van wat daar precies onder viel.
‘Bahar kreeg een vrijstelling voor een aantal van onze activiteiten, waaronder waterdistributie. Maar we moesten ze toch stopzetten omdat we geen garantie kregen dat USAID-steun daadwerkelijk zou doorkomen’, zegt Sharvan Ibesh. ‘Het gevolg was een acuut liquiditeitstekort. De waterdistributie naar 68 informele kampen, waar bijna 60.000 mensen wonen, bleef opgeschort. Net zoals de voedselhulp voor 1500 gezinnen. In de meeste van die kampen zijn wij de enige organisatie die diensten aanbiedt.’
Ook Action for Humanity werkte met USAID-financiering aan voedselzekerheid in Syrië. ‘Deze programma’s hebben we moeten terugschroeven of helemaal stopzetten’, zegt Charles Lawley. Pas op 1 juli, na bijna een half jaar van chaos, volgde duidelijkheid. In een bericht van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken klinkt een wrokkige Marco Rubio die, door USAID-fondsen in te houden, wraak lijkt te nemen op landen die niet naar de VS geluisterd hebben. ‘Met ingang van 1 juli zal USAID officieel stoppen met het uitvoeren van buitenlandse hulp. Hulpprogramma’s die Amerikaanse belangen dienen, worden voortaan door het ministerie van Buitenlandse Zaken uitgevoerd’, klopte Rubio zich op de borst.
Maar ook dan bleef het onduidelijk hoe de nieuwe samenwerking tussen het ministerie en de partnerorganisaties eruit zou zien. ‘Op 16 september 2025 zou er een receptie plaatsvinden in het Amerikaanse consulaat in Istanbul. Waarschijnlijk om de nieuwe samenwerking uit te klaren. Maar ik heb vandaag een annulering ontvangen’, liet Ibesh ons op 12 september weten.
Middenveld gedecimeerd
De meeste Syrische ngo’s zijn kleiner dan Bahar en hebben geen contacten in de VS. Veel van deze kleinere ngo’s zijn vertegenwoordigd in het Civil Society Organizations Platform in North and East Syria. Shivan Rasoul, die er lange tijd als coördinator werkte, wijst op een belangrijk institutioneel gevolg van de stopzetting van USAID:
‘Veel van deze organisaties waren in de gemeenschap verankerd, ze boden hulp in hun eigen gemeenschappen. Dat actieve middenveld dreigt nu te verdwijnen, terwijl internationale ngo’s wel kunnen blijven werken en de centrale regering in Damascus haar macht versterkt. Dat verlies wordt vaak onderschat.’
Onder het Assad-regime konden Syrische ngo’s in het afgescheiden noordoosten zich niet registreren in Damascus. Daardoor hadden ze geen toegang tot VN-financiering en werd USAID hun belangrijkste levenslijn, meestal als uitvoerende partner van internationale hulporganisaties.
‘Sinds het wegvallen van USAID moesten 113 kleine mediaorganisaties en zo’n 40 hulporganisaties hun werking stopzetten’, zegt Shivan Rasoul. ‘Nu kunnen ngo’s uit Noordoost-Syrië zich wel registreren bij de nieuwe regering, maar dat verloopt traag en bureaucratisch. VN-financiering is dus nog steeds geen alternatief.
Waar USAID vroeger invloed uitoefende door zijn aanwezigheid, gebeurt dat nu via zijn afwezigheid.
Om toch nog USAID-steun te krijgen, via een vrijstelling voor levensreddende activiteiten, is rechtstreeks contact met de Amerikaanse overheid nodig, iets wat kleine Syrische ngo’s nooit hadden. Zonder actieve opvolging zijn hun fondsen weggevallen, met directe gevolgen voor mensen die afhankelijk waren van hun hulp.’
‘Het aantal intern ontheemden blijft zelfs stijgen, omdat ook de nieuwe regering het nodig vindt oorlog te voeren’, vervolgt Rasoul. ‘In Qamishli, een belangrijke stad in Noordoost-Syrië, moesten door de gevechten in januari meer dan tienduizend nieuw ontheemde families in scholen en moskeeën worden ondergebracht. Zoveel kinderen leven in mensonwaardige omstandigheden. Het is een schande.’ Bijna vijftien jaar na het begin van het conflict en meer dan een jaar na de val van Assad leven nog altijd 1,4 miljoen ontheemde mensen in kampen en 4,8 miljoen bij andere mensen thuis of in publieke gebouwen – zoals scholen en sporthallen.

Ontheemde kinderen in een school in Raqqa, die omgebouwd werd tot opvangcentrum. ‘Zoveel kinderen leven in mensonwaardige omstandigheden. Het is een schande.’
© Emiel Petrovitch
Alles langs Damascus
Januari 2025 begon met het wegvallen van USAID, januari 2026 begon met oorlog. Twee keer werd Noordoost-Syrië volledig door elkaar geschud.
De USAID-besparingen verzwakten het hele jaar 2025 het autonome bestuur in Noordoost-Syrië. De regering in Damascus maakte daarvan gebruik om tijdens onderhandelingen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Begin 2026 volgde de fatale klap: het Syrische regeringsleger viel het gebied militair aan.
Op exact datzelfde moment, op 9 januari, ontving de Syrische interimpresident Ahmad al-Sharaa Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in Damascus. Zij sprak haar steun uit voor een ‘nieuw, vreedzaam, inclusief en veilig Syrië’. In de praktijk was de keuze lang voordien al duidelijk: Europa schaarde zich achter één centrale regering. Von der Leyen kondigde een nieuw kader voor politieke en economische samenwerking aan, goed voor 620 miljoen euro dit en volgend jaar. Dat Europese geld is bedoeld om essentiële diensten opnieuw op te starten en de Syrische economie te ondersteunen.
De Europese hulp geldt voor het hele land. ‘Er is nu nog maar één aanspreekpunt. De centrale regering in Damascus coördineert voortaan de hulp’, zegt Ahmad al-Ahmad van Bahar. Internationale ngo’s passen zich snel aan. Zo sloot de Franse medische ngo Mehad al een overeenkomst met het Syrische ministerie van Gezondheid en blijft ze actief in Noordoost-Syrië, met gezondheidscentra, dialyseafdelingen en bloedbanken.
Ook aan Amerikaanse kant was de koers al eerder gewijzigd. Dat USAID werd ondergebracht bij het ministerie van Buitenlandse Zaken was volgens Al-Ahmad geen technische ingreep, maar een politieke keuze: ‘Onder president Trump wordt humanitaire hulp een instrument van buitenlands beleid. In Syrië betekende dat: de macht van het autonome bestuur afbouwen en de nieuwe regering in Damascus versterken, als partner van de VS.’
Waar USAID vroeger invloed uitoefende door zijn aanwezigheid, gebeurt dat nu via zijn afwezigheid. Al-Ahmad vindt dat zorgwekkend: ‘Gewone mensen waren in Syrië al jarenlang de dupe van politieke machtsspelletjes, maar nu wordt ook de hulp aan hen een machtsmiddel. Als de grootste donor zich niet langer laat leiden door noden op het terrein, maar door eigen belangen, kunnen anderen dat voorbeeld volgen. Dat zou de toekomst van hulpverlening en lokaal bestuur in Syrië ernstig ondermijnen.’
Nu de macht in Damascus is geconsolideerd, kan Amerikaanse ontwikkelingshulp in Syrië opnieuw op gang komen, maar dan via de ministeries van de centrale regering. Al-Ahmad vermoedt dat daar een prijs tegenover zal staan: ‘Voorrang voor Amerikaanse bedrijven bij investeringen in Syrië. Zo zit Trump in elkaar.’
Deze analyse werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.




:format(png))