Steeds minder geld voor Syrië en Irak, en dat is ook ons probleem

Analyse

Over de naweeën van de oorlogen en IS

Steeds minder geld voor Syrië en Irak, en dat is ook ons probleem

foto van ontmijners in een open ruimte in Syrië

Syrië is nog steeds bezaaid met grote hoeveelheden landmijnen en explosieve munitie.

foto van ontmijners in een open ruimte in Syrië

Syrië is nog steeds bezaaid met grote hoeveelheden landmijnen en explosieve munitie.

Syrië is ruim een jaar geen land in oorlog meer. Maar de uitdagingen voor vredesopbouw, heropbouw en stabilisering zijn immens, net als in Irak. En de buitenlandse financiering daarvoor daalt wereldwijd.

‘14,5 miljoen mensen in Syrië worden rechtstreeks bedreigd door landmijnen en explosieve munitie’, zegt Noor Bimbashi wanneer ik haar ontmoet in het Brusselse kantoor van Handicap International. Die explosieven zijn er zo massaal aanwezig, vertelt ze, dat er meer dan 1400 doden en ernstig gewonden zijn gevallen tussen 8 december 2024, de dag dat het Assad-regime viel, en september 2025. ‘540 kinderen zijn hierbij gedood. Terwijl de oorlog voorbij is.’

Ze vertelt er ook bij dat het hoofdkantoor van Handicap International verhuist van Jordanië naar Syrië. Die verhuis van de internationale hulporganisatie komt er omdat de veiligheidssituatie in Syrië sinds 8 december 2024 wel degelijk verbeterd is. Maar de uitdagingen voor het herstel en de heropbouw van het land zijn enorm.

Bimbashi heeft net twee intensieve weken door Syrië achter de rug. In navolging daarvan reist ze nu door een aantal Europese landen om overheden, politici en bevoegde administraties te ontmoeten. De boodschap die ze daarbij centraal stelt, is duidelijk: Syrië is een van de meest door oorlog verontreinigde landen ter wereld. Dat kost mensenlevens, en die betreurenswaardige status verdwijnt niet omdat de burgeroorlog voorbij is. Integendeel.

Mijnenvelden en explosieven

De val van het Assad-regime heeft het risico op ontploffende explosieven vergroot, zegt ook de VN-mijnactiedienst UNMAS in zijn laatste jaarrapport. Terugtrekkende troepen lieten munitie achter langs belangrijke wegen. In combinatie met ontheemde mensen die terugkeren naar hun geboorteplekken en huizen leidt dit tot risicovolle situaties, zegt Bimbashi.

Ongeveer een miljoen Syriërs zouden zijn teruggkeerd naar regio’s die nog lang niet zijn opgeruimd. ‘Mensen keerden ook terug naar frontliniesteden als Deir ez-Zor. Dit was de stad die Islamitische Staat (IS), en evengoed Iran, Rusland en het Assad-regime, gebruikten als frontlinie. Gemeentelijke gebouwen, ook scholen, zijn door al die actoren volop gebruikt als opslagplaatsen voor wapens. Gevolg: de stad is, net als Aleppo en Idlib, “volledig verontreinigd”.’

De impact daarvan is enorm, vervolgt Bimbashi. ‘We zijn er nog lang niet. En dat proberen we ook uit te leggen aan de internationale donoren: het opruimen van grond en gebouwen is een cruciaal onderdeel van de heropbouw van Syrië.’

Een Syrische soldaat controleert een open terrein op anti-persoonsmijnen

Fragiele veiligheid

Een jaar na 8 december is een veilige, stabiele samenleving nog allesbehalve evident in Syrië. Zeker de sektarische panningen blijven er ontvlambaar. In maart vonden meer dan 800 voornamelijk alawitische burgers de dood in de kustprovincies Latakia en Tartus, door gewelduitbarstingen tussen gewapende groepen en veiligheidsdiensten. In juli kwam het in Zuid-Syrië tot gewelddadige confrontaties, waaronder standrechtelijke executies, door regeringstroepen en aangesloten milities tegen Druzen. 46 Druzen stierven daarbij. Dat leidde dan weer tot een militaire confrontatie met Israël.

De volatiele veiligheidssituatie illustreert de hoge nood aan een uitgekiende heropbouw- en stabiliseringsaanpak en aan een economisch heropbouwplan. Dat ontbreekt nu. De Syrische minister van Economie en Industrie claimde in mei dat minstens 1 biljoen dollar nodig zal zijn voor de heropbouw van een nieuw Syrië. De Wereldbank was een pak gematigder en schatte het kostenplaatje op 216 miljard.

De vraag is welke prijs de Syrische interim-regering wil betalen in haar zoektocht naar buitenlands geld en in het geopolitieke spel dat daarmee gemoeid is.

De economie heeft tijd nodig om opnieuw goed van start te gaan, dus is buitenlandse hulp nodig. Maar wereldwijd bouwen landen ontwikkelingssamenwerking af. In 2024 daalde de mondiale officiële ontwikkelingssamenwerking met 7,1 procent. Een trend die ook in 2025 wordt voortgezet, denk maar aan de afschaffing van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking dit jaar.

België kondigde in maart, op de negende Brusselse conferentie Standing with Syria, aan dat het 18,3 miljoen euro zou uittrekken voor financiering aan Syrië. Maar daar was een maand later niets van terug te vinden in de aangekondigde uitgavenbegroting van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De impact op een conflictland als Syrië is groot. Vooral de stopzetting begin dit jaar van USAID, het Amerikaanse agentschap voor Internationale Ontwikkeling, heeft een grote impact op de dringende stabilisering van het land. ‘We deden snel een kleinschalig onderzoek over de impact van de USAID-stopzetting op sommige projecten in Syrië’, zegt Noor Bimbashi. ‘Daaruit blijkt dat 2740 mensen worden afgesneden van de toegang tot revalidatiezorg, en 1182 mensen krijgen geen psychosociale steun meer.’

‘En dit gaat nog maar alleen over begunstigden van Handicap International. De noden in de gezondheidssector zijn heel groot. In het noordoosten van Syrië kampt 28 procent van de bevolking met een beperking, terwijl er een enorm tekort is aan werkende ziekenhuizen. In heel Syrië is er een ongelooflijk tekort aan geschoolde psychologen.’

Spelen om geld

Buitenlandse steun komt met een prijs, zeker in het Midden-Oosten. Dat heeft de Syrische interim-president Ahmed al-Sharaa begrepen. In mei zat hij samen met de Saoedische kroonprins en de Amerikaanse president met als doel: steun zoeken voor de wederopbouw van Syrië. Intussen zou een en ander al zijn toegezegd, met vooral steun uit de Golfstaten: havenbouwers uit de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedische financiële injecties, Syrische schulden aan de Wereldbank die terugbetaald worden door onder meer Qatar.

Die steun vergt wellicht ook toegevingen. Met name de normalisatie van de banden met Israël ligt daarbij op tafel. Maar Israël bezet nog altijd de Golanhoogten, in het zuidwesten van Syrië, en aast op de verdere uitbreiding van de opnieuw bezette veiligheidszone in Zuid-Syrië. De vraag is welke prijs de huidige interimregering wil betalen in haar zoektocht naar buitenlands geld en in het geopolitieke spel dat daarmee gemoeid is.

Een spel dat ook een andere Arabische staat in heropbouw, namelijk buurland Irak, genoodzaakt is om te spelen. Zes jaar na de oorlog tegen IS, en meer dan twintig jaar na de Amerikaanse invasie, kampt Irak nog steeds met grote uitdagingen voor zijn herstel. Maar de steun voor Iraakse herstelfondsen is dramatisch gedaald. Ook België heeft zijn steun aan Irak verminderd. De Belgische steun voor herstel- en heropbouwprogramma’s bedroeg in 2020 nog 2,5 miljoen euro, vorig jaar was die verminderd tot 350.000 euro.

Irak tussen oorlog en vrede

Bagdad heeft echt een bevrijdende facelift ondergaan in de voorbije jaren, vertelt een Iraaks-Belgische vriend. Hij is net terug van het nationaal theaterfestival in zijn geboortestad Bagdad. ‘Er is echt opvallend meer openheid dan in de voorbije twintig jaar.’

Hij wijst op de algemene sfeer, zag vele nieuwe cafés in de Iraakse hoofdstad, vertelt verbaasd over een nieuw café-restaurant waar meisjes en vrouwen massaal en tot laat in de avond naartoe trekken. Hij is aangenaam verrast door de renovatiewerken die hij zag in de bekende al-Rashidstraat in de oude wijk van Downtown Bagdad. Onder meer de restauratie van de prestigieuze maar zwaar verloederde Ottomaanse gaanderijen en de aanleg voor een tramlijn zijn daar van start gegaan. Dat was tot voor kort ondenkbaar.

foto van de gerenoveerde al-Rashidstraat in Bagdad

De bekende al-Rashidstraat in Bagdad werd deze zomer gerenoveerd.

Inwoners van Mosul begonnen zelf, tussen al het puin, herop te bouwen. Maar de puinhoop in de stad is nog groot, letterlijk en figuurlijk.’ —
Peshtkir Hizir, Search for Common Ground  

Maar mijn vriend maakt ook een cruciale kanttekening: ‘Dit is belangrijk. Maar het zijn vooral de façades die worden opgeblonken, de binnenkant blijft onaangeroerd. Ondanks de opsmukwerken blijft de armoede in Irak gigantisch. De duurzame toegang tot elektriciteit en drinkbaar water zijn nog altijd geen garantie voor de doorsnee Irakees, ook niet in Bagdad. En dat staat nog los van de politieke uitdagingen.’

‘Niet meer prioritair’

In de Europese wijk in Brussel, in de kantoren van Search for Common Ground, heb ik een afspraak met Peshtkir Hizir. Hij is landendirecteur Irak voor de internationale vredesorganisatie, met een vaste standplaats in het Koerdische Erbil. Search for Common Ground werkt aan vredesopbouw en sociale cohesie, samen met lokale gemeenschappen, de centrale regering in Bagdad en de Koerdische regering in Erbil.

Wat is de grootste uitdaging inzake vredesopbouw in zijn land?, vraag ik. ‘Het eerste dat spontaan in me opkomt, is de zwaar dalende trend in de buitenlandse financiering. Er is niet alleen USAID dat zich teruggetrokken heeft, maar ook andere westerse donoren verminderen hun financiering. Onder meer omdat Irak niet meer als “prioritair” en als “crisisland” wordt gezien.’

Irak veegt een periode van bijna een halve eeuw oorlog en conflict niet zomaar op het vuilnisblik. Tot vandaag is het land verdeeld en is er een gebrek aan eenheid, met dank aan het mislukte, opgelegde politieke experiment na de Amerikaanse invasie in 2003. Na de val van Saddam Hoessein dat jaar was het de Amerikaanse Paul Bremer, hoofd van de Voorlopige Autoriteit onder de Coalitie (CPA), die de voorlopige Iraakse regeringsraad benoemde. Die raad zou Irak onder Bremers vleugels mee besturen.

Op deze dag werden de etnische en religieuze breuklijnen door het land getrokken, want Bremer benoemde de raadsleden volgens het Libanon-model, volgens etnie, religie en sekte.

‘Vandaag hebben we een min of meer stabiele regering’, zegt Hizir. Maar, bevestigt hij, de uitdagingen op politiek vlak blijven groot. Ook in Irak bevinden zich nog slapende cellen van Islamitische Staat (IS). De sjiitische milities blijven, met steun van overheden, macht en geld naar zich toe trekken. De politiek schuift heikele kwesties als de teruggave van land aan minderheidsgroepen en amnestie voor voormalige Baathisten op de lange baan. Ook de vraag naar meer autonomie in de Koerdische Autonome Regio blijft een heet politiek hangijzer.

Het is nog maar een greep uit de vele uitdagingen die een duurzame vrede in Irak in de weg staan. Ook de dringende fysieke wederopbouw vraagt tijd en geld. ‘Mosul is nog altijd een kapotte stad, zeker West-Mosul’, zegt Hizir op de vraag of de stad al uit de as is herrezen. ‘Er gebeuren goede dingen op het vlak van cultuur en aan de universiteit. Inwoners van de stad zijn zelf, tussen al het puin, beginnen heropbouwen, individueel of met de hulp van lokale organisaties. Maar de puinhoop in de stad is nog groot, letterlijk en figuurlijk.’

mensen zijn volop bezig met de heropbouw van hun huizen in Aleppo

Mensen zijn volop bezig met de heropbouw van hun huizen in Aleppo.

Veiligheidsramp al-Hol

De Iraakse regering vroeg om buitenlandse steun voor herstel, maar die vraag heeft weinig opgeleverd, vertelt Hizir. Ook in de strijd tegen internationaal terrorisme lijkt Irak weinig enthousiaste medestanders te vinden in het buitenland.

Op 26 september riep de Iraakse president Abdel Latif Rachid in New York een conferentie op hoog niveau bijeen over het kamp al-Hol in Noordoost-Syrië, in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Irak deed er een dringende oproep tot ‘gedeelde verantwoordelijkheid in het licht van een van de ernstigste en meest verwaarloosde humanitaire en veiligheidscrises van vandaag’.

Het al-Holkamp herbergt nog altijd 30.000 mensen van wie aangenomen wordt dat ze banden hebben met IS. Onder hen ook vrouwen en kinderen, en Syriëstrijders uit maar liefst zestig landen, inclusief ons land. Ook in het andere Syrische IS-detentiekamp, in Roj, zitten families nog vast in onmenselijke omstandigheden.

Voorlopig blijven de kampen steun krijgen van de VS, omdat ze onder het mandaat van de Amerikaanse defensie vallen. Maar de schrapping van USAID en de aankondiging daarvan hebben er alvast geleid tot nog meer chaos. Bovendien loopt de Amerikaanse financiering, die onder andere gaat naar opleidingen en geld om de bewaking en de kampen draaiende te houden, af in 2026. Het is onzeker wat zal volgen, in het licht van de huidige Amerikaanse regering.

Veel landen staan weigerachtig tegenover de terugname van hun Syriëstrijders. Irak heeft al bijna 19.000 Irakezen van het al-Holkamp gerepatrieerd en nam meer dan 3000 Iraakse gedetineerden over van de Syrische Democratische Strijdkrachten. Maar in een hoogsteigen opinie in de Franse krant Le Monde noemt de Iraakse president de al-Holcrisis ‘geen Iraakse verantwoordelijkheid, maar een mondiaal probleem’. ‘Laten we ons niet vergissen. Als de crisis in al-Hol slecht wordt aangepakt of genegeerd, zullen de gevolgen voelbaar zijn tot ver voorbij onze grenzen.’

Deze analyse werd geschreven voor MO*158, het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.