President Lenín Moreno plaatst zich in Latijns-Amerikaanse trend van nieuwe, autoritaire regimes

Politieke afrekening zet Ecuador op de kaart als ‘democratische dictatuur’

© REUTERS/Mariana Bazo

Oud-president Rafael Correa (links), die nu in België verblijft, en zijn vroegere medestander, huidig president Lenin Moreno, in betere tijden (op 3 april 2017, de dag van de vorige verkiezingen).

Hét voorpaginanieuws in Ecuador: voormalig president Rafael Correa, die al drie jaar in ons land verblijft, is eind september veroordeeld tot acht jaar cel. Een politieke afrekening van zijn opvolger, vindt Correa zelf, want de veroordeling sluit hem definitief uit van de verkiezingen begin volgend jaar. Maar zitten de Ecuadoranen wel te wachten op de terugkeer van Correa?

Tien jaar lang was Rafael Correa president van Ecuador, van 2007 tot 2017. Met zijn partij Alianza País en haar ‘burgerrevolutie’ deed de man er alles aan om de bevolking op te tillen uit de armoede en het land te moderniseren. In die periode klom Ecuador op van ontwikkelingsland tot midden-inkomensland en werden twee miljoen Ecuadoranen (van de in totaal 17 miljoen) uit de armoede getild.

Correa was een medestander van het ‘socialisme van de 21ste eeuw’, met als bondgenoten Hugo Chávez van Venezuela, Evo Morales van Bolivia, Ernesto en Cristina Kirchner van Argentinië en Lula da Silva van Brazilië. Samen zetten ze zich in voor sterke samenwerkingsverbanden in de regio, zoals de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (Unasur), de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC) en de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (ALBA), en voor een grotere soevereiniteit ten aanzien van de Verenigde Staten.

Sinds de drastische daling van de olieprijzen in 2014 was het minder evident om dat sociale beleid overeind te houden. Toch slaagde Correa, als briljant econoom, daar in Ecuador relatief goed in.

De schaduwzijde van Correa’s beleid was zijn moeilijke relatie met het middenveld, in de laatste jaren van zijn bewind. Vooral de conflicten met de beweging van inheemse gemeenschappen en met de ecologisten stapelden zich op. Naarmate de sociale spanningen opliepen ontpopte Correa zich steeds meer als een autoritair leider, met weinig geduld voor bemiddeling met het weerbarstige middenveld.

Tien jaar beleid van Correa had de samenleving erg gepolariseerd. Toch behaalde Alianza País bij de verkiezingen van 2017 opnieuw de overwinning, maar dit keer met Lenín Moreno als presidentskandidaat en Jorge Glas als vicepresident, twee nauwe medewerkers van Correa.

De voortzetting van Correa’s burgerrevolutie leek daarmee verzekerd, maar het was een pyrrusoverwinning. Eenmaal Moreno aan de macht kwam, koos hij voor een rechts, neoliberaal beleid, waarin hij de banden met de VS en met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) opnieuw aanhaalde en protesten hardhandig onderdrukte.

Na de machtsoverdracht in 2017 ruilde Correa Ecuador in voor België. Eind jaren 1980, begin jaren 1990 had hij in Louvain-la-Neuve gestudeerd, en hij is ook gehuwd met de Belgische Anne Malherbe; op die manier heeft hij een stevige voet aan de grond in ons land. Correa vroeg in ons land politiek asiel aan.

Steekpenningen aan Odebrecht

En nu is er dus de bevestiging van de veroordeling in beroep, omwille van steekpenningen die Correa ontvangen zou hebben voor zijn partijfinanciering, in de periode van 2012 tot 2016.

‘Het verdict is voorpaginanieuws in de Ecuadoraanse kranten,’ zegt politiek analist Pablo Ospina in een Skype-interview vanuit Quito. ‘Al kwam het niet onverwacht. De kwestie van de steekpenningen is al aan het licht gebracht kort nadat Lenín Moreno, Correa’s opvolger en oud-partijgenoot, aantrad als president in 2017.’

Ze zouden allen steekpenningen gekregen hebben in ruil voor contracten van bedrijven, voor in totaal 33 miljoen dollar.

De uitspraak in eerste aanleg in dezelfde zaak viel al begin april van dit jaar. Toen veroordeelde het Ecuadoraanse gerecht de oud-president samen met elf gewezen medewerkers tot acht jaar gevangenis. Ze zouden allen steekpenningen gekregen hebben in ruil voor contracten van bedrijven, waaronder het Braziliaanse conglomeraat Odebrecht, voor een totaalbedrag van 33 miljoen dollar. Dat verklaarde de CEO van Odebrecht in Ecuador zelf in het proces dat in de VS tegen het bedrijf gevoerd is.

Het Braziliaanse nutsbedrijf Odebrecht werd berucht door Operatie Carwash, het onderzoek naar een gigantisch corruptieschandaal in Brazilië, dat begon in 2014. Het resulteerde in de afzetting van de toenmalige presidente Dilma Rousseff en de gevangenneming van oud-president Lula da Silva, beiden van de Braziliaanse Arbeiderspartij PT.

Odebrecht wist in maar liefst vijftien landen overheden en hoge ambtenaren te overhalen met steekpenningen. Honderdduizenden miljoenen dollars spendeerde het bedrijf aan deze illegale praktijk om contracten binnen te halen.

In Ecuador was het het hoofd van het Rekenhof van Lenín Moreno dat de zaak aan het licht bracht, op basis van aantekeningen van zijn voorganger, dat aangesteld was door Correa. Pamela Martínez, een persoonlijke raadgeefster van Correa, en haar medewerkster Laura Terán getuigden in het onderzoek naar de steekpenningen dat ze handelden in opdracht van president Correa en zijn vicepresident Jorge Glas. Correa gaf Martínez de opdracht om alle stortingen te registreren en om de betalingen (in contant geld) aan zijn regeringspartij Alianza País (AP) uit te voeren. Martínez en Terán hadden toegang tot de Excel-tabellen met inkomsten en uitgaven.

De steekpenningen moesten in de eerste plaats de campagnes van de AP spijzen. Maar de 13 miljoen dollar voor oud-vicepresident Jorge Glas waren een persoonlijke gift, die Glas investeerde in een telecombedrijf.

Glas werd al in augustus 2017 in beschuldiging gesteld, nauwelijks een half jaar na het aantreden van de regering Moreno. Hij was toen de kersverse vicepresident van Lenín Moreno. Glas werd datzelfde jaar nog veroordeeld en zit sinds oktober 2017 een gevangenisstraf van zes jaar uit.

Een politieke cultuur van corruptie

In hoger beroep werd de veroordeling van Correa op 24 september bevestigd. Correa werd er, samen met 18 ex-medewerkers, veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, met het verbod om gedurende die acht jaar politieke functies uit te oefenen.

Correa en Glas wordt nu ook het recht op een levenslang pensioen ontnomen. Want in juni keurde het parlement daarvoor een wet goed: na de eerste uitspraak, dus, maar vóór het vonnis in beroep werd geveld.

© Pablo Ospina

Politiek analist Pablo Ospina: ‘Uiteraard is dit een politiek proces. Alle processen over corruptie in Latijns-Amerika zijn een politieke afrekening.’

Het Ecuadoraanse gerecht heeft Interpol verzocht om een Red Notice uit te vaardigen voor de oud-president, een verzoek aan ordediensten wereldwijd om de gezochte persoon te arresteren.

‘Wellicht zal het dossier van (huidig president) Moreno aan het licht komen bij het aantreden van de volgende president.’

Maar tot vandaag is Interpol niet ingegaan op het verzoek. Volgens Interpol gaat het hier om een proces dat ingegeven is door politieke motieven. Interpol weigerde om dezelfde reden ook in te gaan op de vraag van de Bolivaanse regering om oud-president Evo Morales op te pakken.

‘Uiteraard is dit een politiek proces,’ zegt politiek analist Pablo Ospina, ‘maar alle processen over corruptie in Latijns-Amerika zijn een politieke afrekening. De beschuldigingen komen steevast aan het licht op het moment dat vroegere medestanders met elkaar in conflict komen.’

‘Opmerkelijk is immers dat Lenín Moreno zelf niet opduikt in de lijst van beschuldigden’, vindt Ospina. ‘Hij werd jarenlang uit dezelfde pot betaald (als Correa, red.). De Ecuadoranen zijn dus niet zozeer verbaasd over het feit dat er corruptie was, want die is bijna inherent aan het politieke bedrijf hier. Telkens als een nieuwe president aantreedt, worden de wanpraktijken van de vorige opgespit. Maar men was wel gedegouteerd door de astronomische bedragen. Er zijn grenzen. Wellicht zal het dossier van Moreno aan het licht komen bij het aantreden van de volgende president.’

Democratische dictatuur

De veroordeling komt er op het moment dat Rafael Correa op het punt stond zichzelf te lanceren als kandidaat-vicepresident voor de verkiezingen in februari 2021. Dat had hij in augustus aangekondigd.

Correa zou de campagne aanvangen samen met Andrés Arauz, een jong, onbekend figuur, als presidentskandidaat voor de linkse coalitie Unes (Union por la Esperanza). Zijn oorspronkelijke partij, AP, raakte in het conflict met Lenín Moreno opgesplitst.

Met de uitspraak van het gerecht is Correa nu voor goed van het politieke toneel verbannen. Zijn veroordeling vertoont dan ook gelijkenissen met die van Braziliaans oud-president Lula: ook die werd achter de tralies gezet om deelname aan de verkiezingen te verhinderen, vindt René Ramírez Gallegos. Ramírez was minister van Hoger Onderwijs, Technologie en Innovatie in de regering-Correa. Volgens Ramírez heeft huidig president Moreno Ecuador zonder meer veranderd in een ‘democratische dictatuur’, net zoals Bolsonaro dat deed met Brazilië.

Tal van medewerkers van Correa kregen het moeilijk sinds Moreno aan de macht kwam, en ook Ramírez heeft Ecuador verlaten. Hij week uit naar Mexico, waar hij verbonden is aan de UNAM-universiteit in Mexico-Stad. ‘We zien een duidelijke terugval naar autoritaire regimes, om het neoliberalisme een nieuwe adem te geven,’ zegt Ramírez in een Skype-interview vanuit Mexico.

‘Met “democratische dictatuur” bedoel ik dat de democratische instellingen, met onder meer de rechtspraak en de media, gebruikt worden om de democratie te slopen. Mensen worden niet vermoord zoals in de jaren 1970, maar er is wel politieke vervolging en de vrijheid van mensen komt in het gedrang.’

Wikimedia Commons/ Santiago.michelena (cut)

Oud-minister René Ramírez Gallegos week uit naar Mexico: ‘We zien een duidelijke terugval naar autoritaire regimes, om het neoliberalisme een nieuwe adem te geven.’

‘Men wil vooral vermijden dat het scenario van Argentinië zich hier zou herhalen’, zegt Ramírez. ‘Na de (linkse, red.) Kirchners kwam daar in 2015 Mauricio Macri met zijn neoliberale programma. Maar met president Alberto Fernández (aan de macht sinds december 2019, red.) is de pendel er opnieuw naar links gegaan.’

‘Lenín Moreno voert dezelfde neoliberale politiek als Macri,’ vergelijkt Ramírez, ‘met dezelfde strategie, hetzelfde economische, sociale en internationale beleid. Ze zijn bovendien allebei zeer efficiënt in het bereiken van hun doelstellingen. Maar ze brengen hun land regelrecht naar de afgrond.’

‘De organisaties van het middenveld krijgen vandaag veel meer ruimte dan onder Correa, die in alle dossiers de vinger aan de pols hield.’

Politiek analist Pablo Ospina vindt de term “democratische dictatuur” niet van toepassing op Ecuador. ‘Het klopt wel dat de vroegere medewerkers van Correa duidelijk geviseerd worden door Moreno. Op verschillende manieren wordt het leven hen onmogelijk gemaakt. Bij de opstand van oktober vorig jaar, bijvoorbeeld, werden heel wat correistas (volgers van Correa, red.) vervolgd, hoewel ze helemaal geen leidende rol hadden opgenomen.’

Het oordeel van oud-minister Ramirez verbaast Ospina niet, maar ‘je kan dit niet veralgemenen’, vindt hij. ‘Temeer omdat Moreno eerder een zwak leider is. En die zwakte biedt mogelijkheden. De organisaties van het middenveld krijgen vandaag veel meer ruimte dan onder Correa, die in alle dossiers de vinger aan de pols hield.’

Ospina haalt een voorbeeld aan: ‘Het Grondwettelijk Hof keurde recent een volksraadpleging tegen de mijnbouw in Cuenca goed. Onder Correa zou zo’n raadpleging er nooit gekomen zijn. Onder Correa werden er in Ecuador maar liefst 400 processen per jaar geregistreerd tegen individuen die beschuldigd werden van terrorisme of opruiing. Niet met de bedoeling om die mensen in de cel te gooien, maar wel om organisaties te intimideren en uit te putten in een rechtsgang.’

‘Abortus is in Ecuador verboden, maar het gebeurt wel, en de overheid kijkt de andere kant op. Maar onder Correa werd maar liefst 220 vrouwen een proces aangedaan omwille van abortus.’ Onder Lenín Moreno knijpt de overheid opnieuw meer een oogje dicht. ‘Ook het homohuwelijk is goedgekeurd, en dat was onder Correa ook onbespreekbaar.’

Neoliberalisme, terug van weggeweest

Onder Lenín Moreno is het aandeel van voltijdse jobs gekrompen van 49,2 tot 28 procent van de actieve bevolking.

Sinds Moreno in 2017 aan de macht kwam, kent Ecuador een sterke terugval op economisch en sociaal vlak. Die is deels toe te schrijven aan het zwakke beleid en deels aan de internationale economische conjunctuur en de lage olieprijs.

Eind september maakten verschillende organisaties op een ‘Forum van het Middenveld’ nog de balans van die terugval op. Onder Correa daalde de armoede met 17 procent en de extreme armoede met 8 procent. Twee miljoen mensen werden uit de armoede gehaald. De ongelijkheid verminderde en investeringen in gezondheidszorg en onderwijs waren een prioriteit. En voor 49,2 procent van de bevolking was er voltijdse werkgelegenheid.

Onder Lenín Moreno is het aandeel van voltijdse jobs gekrompen tot 28 procent van de actieve bevolking, terwijl 38,1 procent te kampen heeft met multidimensionele armoede (gebrekkige toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid en huisvesting).

Daar kwam nog eens bovenop dat de regering-Moreno in 2019 een akkoord met het Internationaal Muntfonds (IMF) ondertekende. Het akoord betrof een nieuwe lening, ter waarde van 4,2 miljard dollar, en bijkomende leningen van andere multilaterale instellingen, ter waarde van nog eens 6 miljard dollar. En de voorwaarden voor die leningen waren het doorvoeren van structurele hervormingen op fiscaal vlak, een hervorming van de arbeidsmarkt en institutionele hervormingen.

Concreet kwam dit erop neer dat de regering-Moreno de sociale uitgaven zou moeten inkrimpen, de rechten van de werknemers zou moeten afbouwen en de subsidies vpor brandstofprijzen zou moeten terugschroeven.

Het hele pakket werd aangenomen zonder debat in het parlement. Uiteindelijk leidde het in oktober vorig jaar tot een revolte: tien dagen lang waren er massamanifestaties in de hoofdstad, en de president vluchtte weg naar Guayaquil, de grootste stad van Ecuador, een veilige 400 km van de hoofdstad. De politie trad repressief op en daardoor vielen er elf doden en honderden gewonden.

‘Eigenlijk was de terugkeer naar het neoliberalisme al ingezet onder de zogenaamde linkse regeringen’, zegt Pablo Ospina.’ Net zoals Dilma Rousseff in Brazilië had Correa de deur opnieuw opengezet voor het neoliberale model. De laatste jaren van zijn presidentschap had hij zich al tot het IMF gewend voor bijkomende leningen.’

‘De maatregelen die Moreno nu opgelegd kreeg, hadden nog strenger kunnen zijn, wanneer je ziet wat het IMF aan Argentinië oplegt’, schat Ospina in. ‘Maar het is wel zo dat Correa harder met het IMF onderhandeld zou hebben dan Moreno deed. Het pakket maatregelen dat Moreno opgelegd kreeg zou onder Correa niet gepasseerd zijn.’

De oktoberopstand en de macht van het middenveld

‘In die oktoberrevolutie is wel iets belangrijks gebeurd’, vindt Ospina. Vóór oktober klonk het bij de overheid steeds dat het de aanhangers van Correa waren die achter manifestaties zaten. Maar bij de opstand in oktober hadden de correistas helemaal niet het leiderschap.

‘De Conaie (de Confederatie van Inheemse Nationaliteiten van Ecuador, red.), met Yaku Pérez als voorman, heeft zich geüit als onbetwistbaar leider van het middenveld. Na de onderhandelingen met Moreno vroeg Pérez zijn achterban om de protesten te beëindigen, en zo geschiedde.’

‘De verschuiving van de polarisatie op het politieke speelveld is wel relevant’, zo merkt Ospina op. ‘Tot dan ging het steevast om de tegenstelling tussen Moreno en Correa. Sinds oktober gaat het om Moreno versus de Conaie en de inheemse beweging. Zij zijn de spil van het middenveld vandaag.’

Oud-minister Ramírez trekt andere conclusies uit de oktoberopstand: ‘Moreno ontnam de mensen opnieuw de rechten die ze tijdens de burgerrevolutie gekregen hadden. Hij schroefde de herverdeling weer terug. Hij ontnam de mensen ook het perspectief om hogerop te raken.’ Zo ontstond, verklaart Ramírez, een beweging van studenten, arbeiders, vrouwen en inheemse Ecuadoranen. ‘En die inheemsen kwamen niet met etnische, maar met sociale eisen. De opstand in oktober ging niet over identiteit.’

‘Jammer genoeg heeft de Conaie zich laten overhalen om een pact te sluiten met Lenín Moreno, waardoor het gezamenlijke front werd opgeblazen. Moreno verdeelde op die manier het protest en kon uiteindelijk de intrekking van de subsidies voor brandstof toch doorvoeren.’

Corona, besparingen en een zwakke president

Het stof van de oktoberopstand was nauwelijks gaan liggen of corona deed zijn intrede. De pandemie zorgde in Ecuador, na Brazilië het meest getroffen land in Latijns-Amerika, voor dramatische tafeleren.

De onhoudbare toestanden waren onder andere het gevolg van het zwakke leiderschap van Moreno en van de doorgevoerde bezuinigingen in de gezondheidssector. Die moest kort voor de coronacrisis nog 3000 gezondheidswerkers laten afvloeien. Men kon de doden niet snel genoeg begraven, eerst in Guayaquil en nadien in de hoofdstad Quito. 11.702 Ecuadoranen zijn intussen overleden aan COVID-19 (cijfer van 7/10/2020).

Dokters kwamen de straat op om medicijnen en een beter loon te vragen. En intussen organiseerden sinistere figuren zoals de gewezen president Abdalá Bucarám een zwendel in mondmaskers en testmateriaal, waarmee hij schaarste creëerde om nadien gigantische winsten te kunnen opstrijken. Tientallen gevallen zijn gekend van fraude en misbruik met medisch materiaal dat noodzakelijk was voor de strijd tegen het coronavirus.

Tegelijkertijd feliciteerde het IMF Ecuador voor het punctueel afbetalen van zijn buitenlandse schuld.

De regering-Moreno greep de uitzonderingstoestand van de corona-quarantaine ook aan om hervormingen door te voeren die normaal gezien heftig parlementair debat en sociale protesten zouden hebben opgewekt. Zoals een hervorming van de arbeidswet, waardoor de werkgever het recht krijgt om het loon te beperken tot de helft van het overeengekomen minimumloon. Of de flexibilisering van de arbeid, met de opschorting van arbeidscontracten en de rechten van de werknemers.

De coronacrisis zorgde ook in Ecuador voor een sterke krimp van de economie, en verbetering is nog niet meteen in zicht. Voor dit jaar voorspelt de Centrale Bank van Ecuador een krimp van 9,6 procent.

Rechts en de fouten van het correïsme

Correa mag dan al de deur hebben opengezet voor een meer neoliberaal dan links beleid, het is duidelijk dat de regering-Moreno andere politieke en sociale keuzes maakt dan haar voorganger. Hoe kon het gebeuren dat Moreno, een trouwe medewerker van Correa van het eerste uur, de partij gebruikt om een totaal andere richting in te slaan eenmaal hij zelf aan de macht kwam?

Volgens René Ramírez lijdt het geen twijfel dat de Verenigde Staten daar de hand in hadden. ‘Er is een duidelijke band met een internationale agenda. De eerste dagen dat Moreno aan de macht was, kwamen de Amerikaanse vicepresident en de minister van Buitenlandse Zaken op bezoek.’

‘Achteraf beschouwd hadden we die verkiezingen beter verloren. Dan had Moreno niet de kans gehad om het project van binnenuit kapot te maken.’

‘Lenín Moreno, die zelf niet tot de elite behoort, zorgt er wel voor dat de Ecuadoraanse elite zijn krachten kan bundelen op het moment dat het erop aan komt de taart te verdelen. Ze zijn zo succesvol in hun beleid omdat de VS hen de hand boven het hoofd houden. Die twee dingen maken Moreno sterk: de lokale elites die onder Moreno terug aan zet kunnen komen en het toeziend en goedkeurend oog van de VS.’

‘Moreno vertegenwoordigde niet de meest progressieve richting van de partij’, beschouwt Ramírez, ‘maar net omdat hij gematigder was, was hij als kandidaat gekozen. Achteraf beschouwd hadden we die verkiezingen beter verloren. Dan had Moreno niet de kans gehad om het project van binnenuit kapot te maken, en dan hadden we ons als oppositie kunnen versterken. Je kan de houding van Moreno gerust verraad van het correïsme noemen.’

De ‘democratische dictaturen’, zoals Ramírez ze noemt, zenden volgens hem een belangrijke signaal uit: ‘Als je jezelf in de politieke arena werpt en een weg zoals Lula de Silva of Rafael Correa wil volgen, dan is de gevangenis of vervolging jouw lot. Dat is de boodschap.’

Ramírez denkt dat het niet lang meer zal duren vooraleer deze regimes het masker van “democratisch” of “electorale steun” laten vallen en ze openlijk een dictatuur zullen zijn. ‘Door beroep te doen op de uitzonderingstoestand of door direct het leger te laten tussenkomen, zoals in Bolivia is gebeurd.’

Verkiezingen in februari 2021

Wat is er dan nodig om de democratie te versterken en te verhinderen dat de volgende verkiezingen, gepland in februari, geen nepverkiezingen worden? Volgens Ramírez moeten feministen, inheemse groepen en afro-Ecuadoranen daarvoor de krachten bundelen.

Toch is het maar zeer de vraag of de partij of coalitie van Correa zo’n beweging tot haar achterban zou kunnen rekenen. Correa nam de inheemse en de ecologische beweging constant onder vuur in zijn Sabatinas, het wekelijkse tv-programma van de president.

‘Door de democratie aan te vallen komen ook de mensenrechten in gevaar.’

‘Dat is inderdaad een van de punten van zelfkritiek van de burgerrevolutie’, geeft Ramírez toe. ‘Als we de dominante krachten het hoofd willen bieden, moeten sociale bewegingen en politieke bewegingen samenwerken. Wij hebben dat niet systematisch gedaan. Het was op een bepaald moment echt heel moeilijk om met de inheemse beweging samen te werken, omdat ze soms erg rechtse standpunten innam.’

‘Het vertrouwen moet opnieuw gewonnen worden door concrete daden en acties. Er is een sterke bundeling nodig van de progressieve, linkse en vooral democratische krachten. Het programma van Unes (de linkse coalitie waarin Correa nu wilde opkomen, red.) is erop gericht die bruggen te herstellen, maar het is natuurlijk afwachten of dat ook lukt. Waar het vandaag om gaat is het verdedigen van de democratie en van de sociale rechten. Door de democratie aan te vallen komen ook de mensenrechten in gevaar.’

Een andere fundamentele factor in het politieke spel zijn de media, merkt Ramírez op. Lenín Moreno heeft vandaag de grote, kapitaalkrachtige mediakanalen aan zijn kant. Ramírez: ‘Rechts maakt daar op een heel intensieve manier gebruik van om een bepaald klimaat te creëren met een strategie van nepnieuws. In het hart van de democratie staat de zoektocht naar de waarheid.’

‘Dat moet ons strijdpunt zijn in ons verweer tegen deze democratische dictaturen’, besluit Ramírez. ‘We kunnen niet dezelfde strategie gebruiken als rechts. Zij installeren bots en valse accounts, verspreiden nepnieuws en vuren bij wijze van spreken semantische kogels af op mensen. Zonder het debat over de rol van de media ernstig te voeren bereiken we niets en zullen we altijd zwakke en kwetsbare democratieën hebben.’

Zolang de economische elite de communicatiemedia beheerst, krijgen we nooit informatie als een publiek goed. We moeten dus een strategie ontwikkelen om communicatie te heroveren als een publiek goed, niet van links of van rechts maar van de gemeenschap en ingegeven door de zoektocht naar de waarheid.’

Utopisch of distopisch

Oktober 2019 was niet alleen in Ecuador, maar ook in andere Latijns-Amerikaanse landen een woelige maand, met revoluties in Chili, in Ecuador, in Bolivia. Hoe is het klimaat een jaar later? Heeft het protest iets veranderd?

Ramírez: ‘COVID-19 heeft in Latijns-Amerika de tendenzen die ingezet waren versneld, om het autoritaire neoliberale model verder ingang te doen vinden. We gaan door een diepe crisis, waarin verschillende opties voorliggen.’ Hij waarschuwt: ‘We bevinden ons nu op een kantelpunt; als we dat niet kanaliseren via institutionele wegen en verankeren in een institutioneel kader, zal de crisis op een gewelddadige manier zijn beslag krijgen.’

Dat kan volgens Ramírez gebeuren doordat rechtse regimes nog meer gebruik zullen gaan maken van uitzonderingsmaatregelen (zoals bijvoorbeeld een noodtoestand), of door regelrechte staatsgrepen. ‘De coronapandemie komt hen hierbij als geroepen. Tegelijk met deze beweging heb je de sociale opstanden. Als die geen uitweg krijgen, zullen ze uitmonden in een gewelddadig conflict met de staat, die dan net de repressie zal opvoeren.’

'Het geweld loert om de hoek. Sociale revoluties kunnen utopisch zijn maar ook dystopisch, als men er niet in slaagt om de sociale bewegingen af te stemmen met politieke bewegingen om gestalte te geven aan andere sociale ordes. Maar dat zijn processen van lange duur, dat gaat niet van vandaag op morgen. Helaas ben ik van mening dat we in Latijns-Amerika de fase van democratische transitie achter ons hebben en dat er zich momenteel een sterke terugval voltrekt naar nieuwe autoritaire regimes.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.