‘Je kunt een verhaal over corruptie niet verkopen zoals een kopje koffie’

Analyse

USAID-besparingen treffen ook onafhankelijke journalistiek

‘Je kunt een verhaal over corruptie niet verkopen zoals een kopje koffie’

Tekening van een hand die potloden omhoog houdt
Tekening van een hand die potloden omhoog houdt

23 maart 2026

In België voelen onafhankelijke mediaorganisaties zoals MO* en Apache de gevolgen van teruggeschroefde of zelfs ronduit geblokkeerde financiële steun. Maar ons land is zeker geen alleenstaand geval. Met de ontbinding van USAID werd ook de steun voor onafhankelijke journalisten en mediaorganisaties over de hele wereld opgeblazen. Journalisten uit Kenia, Kirgizië, Moldavië en Oekraïne vertellen over de impact van die plotse beslissing en over hoe het één jaar later met hen gaat.

Uit documenten die de regering-Trump deelde met het Huis van Afgevaardigden blijkt dat 86 procent van de projecten van het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap USAID zijn stopgezet. Die plotse stopzetting begin 2025 zou in een jaar tijd al honderdduizenden levens gekost hebben, volgens onder meer een berekening van Boston University. Maar wat grotendeels onder de radar blijft, is dat de bezuinigingen ook een impact hebben op de wereldwijde journalistiek.

USAID voorzag ook in financiële steun voor journalisten die zich bijvoorbeeld in oorlogssituaties bevinden of die door hun onderzoekswerk moeilijk middelen krijgen in eigen land. Het Amerikaanse parlement had voor 2025 een budget van 268 miljoen dollar goedgekeurd ter ondersteuning van ‘onafhankelijke media en de vrije informatiestroom’. Het overgrote deel van die financiering is verdwenen.

Snel en chaotisch

‘Dit heeft wereldwijd een einde gemaakt aan veel onafhankelijke journalistiek’, zegt Meera Selva over de gevolgen van de stopzetting. Selva is de CEO van Internews Europe, een non-profitorganisatie in Londen, gespecialiseerd in mediaontwikkeling. Samen met BBC Media Action en Free Press Unlimited maakte Internews Europe een rapport over de globale impact van het plotse wegvallen van de USAID-middelen.

Selva zegt dat de gevolgen verstrekkend zijn. ‘Financiering is geschrapt. Journalisten zijn hun jobs kwijtgeraakt. Media zijn gesloten. Gemeenschappen in crisis zijn de betrouwbare en vaak levensreddende informatiebronnen waarop ze steunden, verloren.’

Ze hekelt vooral de plotse manier waarop dat gebeurde. ‘Er werd zeer snel en chaotisch een enorme hoeveelheid geld uit de sector gehaald.’ Daardoor kregen mediaorganisaties die rekenden op de steun geen kans om een overgang te maken.

Dat bevestigt ook Oksana Romaniuk, hoofd van het Oekraïense Institute of Mass Information (IMI), dat onder meer desinformatie bestrijdt en lokale journalisten ondersteunt met veiligheidsmateriaal en geld. ‘De USAID-bezuinigingen waren een schokgolf voor het IMI. We verloren letterlijk van de ene op de andere dag zo’n 85% van ons budget, nadat een stopzettingsbevel alle door de VS gefinancierde activiteiten had bevroren.’

‘Dat betekende een onmiddellijke verlamming van de ondersteuning die we ter plaatse aan journalisten boden’, verduidelijkt Romaniuk. ‘We moesten 104 subsidies aan kleinere regionale media stopzetten, media die al op het randje werkten, en plotseling konden we de basiskosten zoals kantoorhuur in de regio's niet meer betalen.’

Ze vertelt dat daartoe ook vijftien veilige werkplekken behoorden voor journalisten aan de frontlinies, met oplaadmogelijkheden en apparatuur.

Romaniuk en haar collega’s besloten om door te werken. ‘Ik ben mijn team enorm dankbaar. Niemand is vertrokken, zelfs niet toen de financiële situatie uiterst onzeker was. Mensen bleven omwille van het geloof dat onafhankelijke journalistiek in oorlogstijd geen luxe is, maar een essentieel deel van onze nationale veerkracht.’ Er kwam Europese noodfinanciering op gang en na enkele maanden konden ze het kernwerk van het IMI verderzetten.

Veel projecten in Oekraïne werden zwaar getroffen door het wegvallen van de Amerikaanse steun, want sinds de start van de Russische invasie zijn volgens het IMI zo'n 90 procent van alle media in het land afhankelijk van subsidies om te overleven.

Oekraïne is voor verschillende donoren een prioritair land, dus er kwamen snel nieuwe middelen op gang. Maar die zijn niettemin lager en onvoorspelbaarder dan voordien, vertelt Romaniuk. ‘We zijn er wel in geslaagd om alternatieve steun te verkrijgen, maar veel Europese donoren voorzien vooral kortlopende subsidies, van drie tot zes maanden. Dat heeft natuurlijk geholpen om een onmiddellijke ineenstorting te voorkomen, maar heeft ook de hele sector in een soort permanente noodtoestand gebracht.’

Zo heeft ze het Oekraïense medialandschap fragieler en ongelijker zien worden. ‘De meeste redacties zijn gedwongen om zich niet langer te richten op ontwikkeling, maar puur op overleven.’

Manieren om te overleven

Het uithollen van ondersteuning voor journalisten, die desinformatie bestrijden, heeft ook een enorme impact op het informatie-ecosysteem waarin we allemaal leven. Meera Selva is verrast over hoe snel de online platformen verslechterd zijn op één jaar tijd. ‘We zien veel desinformatie, veel polarisatie en veel aanvallen op vrouwen in de digitale ruimte.’

‘Wat we daar ook zien, is de zeer snelle toestroom van Russische en Chinese journalistiek’, zegt Selva. Media die voordien USAID-financiering kregen, vertelt ze, zijn benaderd door China en Rusland, die informatie en financiële steun aanboden in ruil voor redactionele invloed.

‘Er is dus in feite ruimte gecreëerd voor wat wij, vanuit ons perspectief, als kwaadaardige invloed beschouwen. Het verandert de mondiale machtsverhoudingen op het gebied van informatie. En uiteindelijk tast het de journalistieke integriteit aan, omdat journalistiek zo erg dicht bij staatspropaganda komt te staan.’

Die evolutie wordt ook opgemerkt in Kirgizië, bevestigt Dilbar Alimova, oprichtster van PolitKlinika, een onafhankelijk en veelgelezen online medium. Het staat bekend om zijn onderzoeksjournalistiek, die grote corruptiepraktijken aan het licht brengt, en om zijn factchecking van valse informatie en manipulatie door de overheid en van Russische propaganda in Kirgizië.

‘Met het einde van de USAID-activiteiten heeft het medialandschap in Kirgizië ingrijpende veranderingen ondergaan’, vertelt Alimova. ‘Zo verdwenen projecten van ons op het gebied van onderzoeksjournalistiek, datajournalistiek, factchecking en mediakritiek.’

‘Onmiddellijk nadat de Amerikaanse regering aankondigde dat ze de hulpgelden zouden stopzetten, begon Rusland een enorme, diepgaande en langdurige lastercampagne tegen ons.’
Alina Radu, medoprichtster en manager van Ziarul De Gardă

Het wegvallen van de steun heeft de journalistiek in Kirgizië verzwakt, en die maakt sowieso al een moeilijke periode door, aldus Alimova. ‘Tegen veel journalisten en mediakanalen zijn strafzaken aangespannen. Sommigen zijn gearresteerd, anderen zijn gedwongen naar het buitenland te vluchten. Sommige journalisten zijn bij gerechtelijk bevel tot extremisten verklaard.’ De journaliste werd zelf ook al hard onder druk gezet door de Kirgizische autoriteiten.

‘De overgebleven mediakanalen in Kirgizië zijn gedwongen hun toevlucht te nemen tot zelfcensuur. Enerzijds vanwege bezuinigingen en anderzijds door het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, wat een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd. Op dit moment kan geen enkel mediabedrijf in het land vrij opereren. Onderzoeken zijn stopgezet. Kritiek op de regering is uiterst gevaarlijk geworden. Elk mediabedrijf zoekt naar een manier om te overleven.’

Alimova en haar collega’s hebben wel alternatieve middelen gevonden voor PolitKlinika, maar het is onduidelijk hoe lang die steun zal duren. ‘We proberen ook inkomsten te genereren met onze online aanwezigheid, via bijvoorbeeld advertenties. Maar ondanks ons miljoenenpubliek is het erg moeilijk om advertenties te krijgen voor onze onderzoeksredactie. We hebben gemerkt dat adverteerders terughoudend zijn om met zo'n team in zee te gaan en zichzelf in de problemen te brengen.’

Collage van 5 portretfoto's met vlnr Dilbar Alimova, Anastasia Nani, Meera Silva, Alina Radu en William Oloo Jack

Vlnr: Dilbar Alimova (Politklinika), Anastasia Nani (IJC), Meera Silva (ngo Internews Europe), Alina Radu (Ziaru de Gardă) en William Oloo Jack (Kenya Correspondents Association)

Geen kopje koffie

Het team achter de Moldavische onafhankelijke krant Ziarul de Gardă kent dezelfde uitdaging. Het is de meest gelezen krant in het land, en de redactie won in 2025 de European Press Prize voor het beste onderzoeksjournalistieke verhaal in Europa. ‘Ik denk dat iedereen die dat hoort zich afvraagt: “Oké, je bent erg succesvol. Waarom heb je dan geld nodig uit een subsidie?”’ stelt Alina Radu, medeoprichtster en manager van Ziarul de Gardă.

‘Het probleem is dat onderzoeksjournalistiek geen geld oplevert. Je kunt een verhaal over corruptie niet verkopen zoals een kopje koffie. Verslaggeving over mensenrechten, corruptie, Russische invloed en misdaden is erg moeilijk en je hebt er tijd en een bekwaam team voor nodig. Helaas is Moldavië een arm land. En we bevinden ons al vier jaar nabij een oorlog (in buurland Oekraïne, red.), dus niemand wil hier investeren.’

Het verlies van de USAID-middelen was dan ook een schok voor Radu. Dat het gebeurde aan het begin van een verkiezingsjaar, met veel risico op beïnvloeding van buitenaf, maakte de uitdaging nog groter. ‘Op het moment dat dit werd aangekondigd, hadden we vier lopende subsidies met Amerikaans geld. Alles was gebaseerd op duidelijke en transparante contracten. We hadden nooit gedacht dat zo’n contract zomaar op een dag vernietigd zou kunnen worden, dus we waren er niet op voorbereid.’

‘Plots was 40 procent van het loonbudget van ons onderzoeksjournalistieke team geschrapt’, vertelt Radu.

‘Het was een belangrijke financieringsbron, omdat het in de meeste gevallen kernsteun bood die organisaties hielp hun werk te doen en zo capaciteitsopbouw mogelijk maakte.’
Anastasia Nani, vicedirecteur van het Independent Journalism center

‘Je kan niet zomaar tegen je team zeggen: “Oké, ga maar weg, we hebben geen geld, kom maar terug wanneer dat wel zo is.” Want op dat moment waren we net bezig met belangrijke onderzoeken naar Russische betrokkenheid bij de Moldavische verkiezingen, en naar hoe geld vanuit Moskou werd betaald aan mensen in Moldavië om anti-Europees te stemmen.’ Dat hield ook in dat er op dat moment journalisten uit hun team undercover aan het werk waren.

Het was om meer dan één reden een traumatiserende periode, getuigt Radu. ‘Onmiddellijk nadat de Amerikaanse regering had aangekondigd dat ze de hulpgelden zou stopzetten, begon Rusland een enorme, diepgaande en langdurige lastercampagne tegen ons. Het waren groepen trollen die waren getraind om te beweren dat de journalisten die USAID-fondsen gebruikten, criminelen waren. Waar we ook een verhaal publiceerden, waar we ook een interview gingen doen, overal waren er trollen die zeiden: “Jullie zijn criminelen, jullie moeten de gevangenis in.”’

Het had een grote impact op Radu persoonlijk, die zelfs haar familie aangevallen zag worden. Ook haar team werd hard aangepakt. ‘Het is echt pijnlijk voor een jonge journalist, die eerlijk zijn werk doet, zijn leven riskeert bij zijn onderzoeken en undercoveroperaties uitvoert bij corrupte instanties, en vervolgens met dergelijke aanvallen wordt geconfronteerd. Het was heel erg, en dat is het vandaag nog steeds. We hebben nooit eerder zo'n lastercampagne meegemaakt.’

Dankzij de goede reputatie die de krant in haar 21-jarige bestaan had opgebouwd, kon Radu uiteindelijk alternatieve middelen vinden bij andere donoren. ‘We moesten bezuinigen, maar we konden het team wel houden.’ Het blijft niettemin een dagelijkse strijd om voldoende financiële steun te vinden. Veel verder dan enkele maanden kan de manager niet vooruit plannen.

Dat bevestigt ook haar Moldavische collega Anastasia Nani, vicedirecteur van het Independent Journalism Center (IJC), dat journalisten bijstaat met onder meer training. De financiering die het IJC verloor, kon door het verkiezingsjaar deels gecompenseerd worden door andere donoren.

‘Toen de financiering stopte, trokken journalisten zich terug in de steden. Dat betekent dat de stemmen van afgelegen gemeenschappen niet langer beschikbaar zijn voor politici in de stad.’
William Oloo Janak, programmadirecteur van Kenya Correspondents Association en secretaris-generaal van het Congress ofr African Journalists

Maar Nani denkt dat de afwezigheid van USAID op lange termijn de Moldavische journalistiek zal verzwakken.

‘Het was een belangrijke financieringsbron, omdat het in de meeste gevallen kernsteun bood die organisaties hielp hun werk te doen en zo capaciteitsopbouw mogelijk maakte.’ Met die laatste term doelt ze op het verbeteren van de vaardigheden en middelen van een organisatie, zodat die op lange termijn sterker wordt.

‘Bij Europese subsidies ligt het iets anders, omdat die projecten meestal korter duren. Ze zijn meer gericht op het produceren van media-inhoud. Natuurlijk zijn er ook projecten die helpen om de capaciteit van mediakanalen op te bouwen, maar sinds het vertrek van USAID is de situatie echt wel veranderd.’

Sprankjes hoop

In Kenia zorgde de financiële ondersteuning door USAID voor een groter bereik voor media. Dat vertelt William Oloo Janak, programmadirecteur van de Kenya Correspondents Association en secretaris-generaal van het Congress of African Journalists. ‘Journalisten konden zo de meest gemarginaliseerde gemeenschappen bereiken, zoals in het noorden, en onderwerpen behandelen als vluchtelingen, malariaprogramma’s en hiv/aids. Toen de financiering stopte, trokken journalisten zich terug in de steden. Dat betekent dat de stemmen van afgelegen gemeenschappen niet langer beschikbaar zijn voor politici in de stad.’

Het heeft het vermogen van de media om betrouwbare informatie te genereren verminderd, stelt de ervaren journalist vast. ‘En dat heeft dan weer ruimte gegeven aan mensen binnen de blogosfeer en sociale media om verhalen te vertellen die veel nepnieuws en verkeerde info bevatten.’

Om de impact van dat verminderde bereik te illustreren, geeft hij het voorbeeld van goudwinningsgemeenschappen. ‘Daar zijn gevaren zoals kwikvergiftiging, en onderzoek is nodig om die aan het licht te brengen. Er zijn ook buitenlandse bedrijven die gemeenschappen van hun land willen verdrijven. Die gemeenschappen worstelen, maar de media zijn niet in staat om hun een stem te geven, omdat het zelfs moeilijk is om ernaartoe te reizen.’

‘Dus leveren ze in hun eentje een strijd. Tegen de tijd dat de media ter plaatse raken, zijn de gemeenschappen en de zogenaamde investeerders met elkaar in conflict geraakt en zijn er doden gevallen. Dan zijn de media er om verslag te doen van de doden, niet van de kritieke kwesties waarmee de gemeenschappen kampten. Bovendien kunnen lokale overheden niet langer voldoende ter verantwoording worden geroepen, omdat de media daar niet meer toe in staat zijn.’

‘Veel journalisten geven niet graag op, dus ze blijven proberen en oplossingen zoeken. We moeten een ander model vinden.’
Meera Selva, ngo Internews Europe

Het wegvallen van het USAID-geld heeft bestaande problemen verergerd, stelt Oloo Janak vast. ‘De mediasector in Kenia was robuust, maar heeft aanzienlijk aan kracht ingeboet wat betreft haar vermogen om als waakhond op te treden en een stem te geven aan de gemeenschappen die traditioneel gemarginaliseerd worden. Daardoor keren we terug naar een situatie waarin slechts enkele dominante stemmen de boventoon voeren, namelijk die van de regering.’

Op de korte en middellange termijn zullen de media het moeilijk krijgen, maar toch is Oloo Janak hoopvol over de toekomst. ‘De media zullen niet volledig instorten, omdat ze ondanks al deze uitdagingen veerkrachtig lijken te blijven, zowel in Kenia als in Afrika in het algemeen. Er zijn eerlijke, geloofwaardige online media in opkomst. We zijn nu aan het praten over mogelijke nieuwe vormen van steun voor Afrikaanse media. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank bijvoorbeeld, die tot nu toe vooral ondersteuning bood met infrastructuur, heeft nu financiering aangekondigd. Ze vindt dat Afrika zijn eigen verhaal moet vertellen.’

‘We denken er ook over na om zogenaamde mediaduurzaamheidsfondsen op te zetten. Lokale filantropen die voorstander zijn van mediavrijheid, kunnen daar dan geld in stoppen zonder dat ze direct controle hebben over de mediasector. De toekomst biedt dus sprankjes hoop.’

Die inventiviteit ziet Meera Selva ook. ‘Veel journalisten geven niet graag op, dus ze blijven proberen en oplossingen zoeken. Er is een besef dat het misschien verkeerd was om zo afhankelijk te zijn van Amerikaanse financiering, dat dat niet duurzaam was. We moeten een ander model vinden, en we zien verschillende soorten journalistiek opkomen die vroeger gedreven werden door contentmakers en influencers. Dat is een positieve verrassing.’

Aan de basis van die hoopvolle signalen ligt steeds de veerkracht van onafhankelijke journalisten. Vanuit het koude Kiev prijst Oksana Romaniuk haar collega’s: ‘Oekraïense journalisten zijn ongelooflijk moedig, energiek en vastberaden toegewijd aan hun werk. Die veerkracht is belangrijk, want het betekent dat het beroep niet onder de druk is bezweken. Het heeft zich aangepast en is volwassen geworden.’

Deze analyse werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

cover van MO*159, getiteld: USAID en met ondertitel ‘De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren’
USAID

De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren