“Samenwerken” in zes talen

De woorden die mensen gebruiken om ‘samenwerken’ te benoemen of te omschrijven zeggen heel veel over het belang ervan in hun samenlevingen. Een linguïstische verkenning met de hulp van Nikos Anastasopoulos, Najet Boulafdal, Alma De Walsche, Zahid Rafiq, Julie Reniers, Dorien Schelfhout, Gie Goris en Reginald Van Colen.

  • © Kristof Clerix © Kristof Clerix
  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers
  • © Gie Goris © Gie Goris
  • © Alma De Walsche © Alma De Walsche
  • © Tine Danckaers © Tine Danckaers
  • © Usaid © Usaid

Сотрудничество

In het Russisch zijn er minstens twee woorden voor samenwerking. Sotroednitsjestvo (сотрудничество) is afgeleid van een werkwoord met als stam sotroednitsj-, samenwerken. Het woord is opgebouwd rond “труда” (troeda, werk, arbeid) en niet rond het gebruikelijker “pабота” (rabota, werk). Ook het adjectief “трудный” (troednyj) heeft die stam, maar betekent “moeilijk”.

© Kristof Clerix
© Kristof Clerix

De stam van “pабота” daarentegen gaat terug op “раб” (rab), wat “slaaf” betekent. Dit zien we terugkomen in “рабочий” (rabotsjij, arbeider). Ook ons woord “robot” is hieraan verwant, maar dat komt uit het Tsjechisch: de term “robot” werd bedacht door de Tsjechische schrijver Karel Čapek.

Het andere woord heeft een veel positievere lading. Vzaimodejstvië (взаимодействие) is afgeleid van het werkwoord “взаимодействовать” (vzaimodejstvovat’) en kan vrij vertaald worden als “wederzijds begrip” of “wisselwerking”.

Wat het taalfilosofisch nog boeiender maakt is het bestaan van deze twee woorden met intrinsiek dezelfde betekenis maar met een radicaal verschillende vorm naast elkaar.

Wel een belangrijke nuance: взаимодействовать wordt vooral gebruikt in het leger en door sporters.

Čapek schreef trouwens een leuk boek dat gaat over salamanders die de wereld veroveren, maar dit geheel terzijde.

1001 woorden in het Arabisch

Een leraar Arabisch grapte ooit dat je voor elk woord zeven verschillende vertalingen hebt in het Arabisch. Dat zou wel eens kunnen kloppen, althans voor “samenwerking”.

© Tine Danckaers
© Tine Danckaers

Het Arabisch gebruikt telkens andere woorden voor samenwerken, afhankelijk  van de context. Werk in het Arabisch is ’amal. Dat kan een daad zijn, een baan, een taak, een oeuvre. In de zogenaamde zesde vorm verbogen, worden (werk)woorden wederkerig, reflexief, in dit geval “samen” of “met elkaar werken”. Ta’aamala betekent ook dikwijls “zaken doen met iemand”.

Internationale samenwerking in de zin van hulp wordt vertaald als moesaa3ada. Dat is afgeleid van de stam sa’ada, die “gelukkig zijn” betekent. Dit heeft dus een positievere bijklank dan weer een ander woord, namelijk moe’awana, afgeleid van ’awn: “hulp” als in een “liefdadige dienst”, als een “uiting van medelijden”. Beide vormen gaan uit van een ongelijkheidsprincipe. Eén partij heeft en geeft aan wie ontbeert. De gever krijgt er in het beste geval een warm gevoel bij.

Voor evenwaardige samenwerking tussen de partners die allen iets inbrengen en ook iets  terugkrijgen, zijn er wederom verschillende mogelijkheden. Wanneer verschillende partijen voor een zelfde doel strijden en daarbij ieder hun eigen troeven inzetten, spreekt men van tadhaafoer. Het begrip wordt mooi geïllustreerd door de stam dhafara, die “vlechten” betekent. Er is ook moesjaaraka, de “collaboratie” waarbij alles ingezet wordt voor het gemene goed. De nadruk ligt hier op het poolen van middelen. De stam sjarika was trouwens het basiswoord waarvan het Arabische woord voor “socialisme” is afgeleid: isjtiraakiya.

Eenheid maar geen samenwerking in Kasjmir

Het Kasjmiri heeft verschillende woorden om eensgezindheid te beschrijven, maar geen enkel specifiek woord voor samenwerking. Athwas komt nog het meest in de buurt. Het betekent letterlijk het samenbrengen van handen. In het hedendaagse taalgebruik betekent athwas echter gewoon een handdruk.

© Gie Goris
© Gie Goris

Rehman Rahi, de belangrijkste levende dichter uit Kasjmir, moest desgevraagd toegeven dat ook hij niet meteen een Kasjmiri woord voor samenwerking kon geven. Ook hij verwees naar woorden die met handen te maken hadden, zoals anthrot (elkaar een hand geven) of das poos (iemands hand in jouw hand nemen). Maar al die begrippen hadden een caritatieve connotatie, zei Rahi. En dus geven ze niet echt de betekenis weer van een samenwerking waarbij mensen de verschillen en ongelijkheden overstijgen om samen te werken aan iets dat hen allen overstijgt.

Toen herinnerde Rahi zich het woord kaaj. Die term werd in de dorpen gebruikt om het samen werken op de velden te benoemen. ‘Bij een kaaj’, zei Rahi, ‘werken en eten mensen samen, en voor de duur van die samenwerking vraagt niemand zich af wie er gekookt en wie er gegeten heeft. Ik ben geboren en opgegroeid in Kasjmir, maar had nog nooit van kaaj gehoord.’

Woorden en de afwezigheid van begrippen vertellen altijd iets over de samenleving, de geschiedenis en de cultuur van de mensen die een taal spreken. Het is dan ook ironisch dat een regio die al in de zestiende eeuw onder buitenlandse bezettingen leeft en waar elke buurt wel een begraafplaats heeft voor de martelaren die de afgelopen decennia sneuvelden in de strijd voor zelfbeschikking, geen woord heeft om samenwerking mee te benoemen.

Zoals de Inca’s

In het Quechua (of Quichua) wordt voor samenwerking wel eens het erg oude woord minga (ook wel minka) gebruikt. De term gaat terug op een gebruik dat wellicht reeds bestond voor de Inca’s. Toch zijn zij die minga­ volop in praktijk gaan brengen. Minga slaat op het samenwerken in gemeenschap, met alle leden van de comunidad, de vereniging, de club, om een groot werk te realiseren.

© Alma De Walsche
© Alma De Walsche

Vandaag wordt het woord in de Andesgemeenschappen nog steeds gebruikt en wordt er op zaterdag bijvoorbeeld opgeroepen tot een minga: om een weg aan te leggen, een waterreservoir, of om een schooltje te bouwen. Dikwijls gaat het hier dus om werken van openbaar nut, om een collectieve arbeid, waaraan trouwens zowel mannen en vrouwen deelnemen. Die laatste koken dan bijvoorbeeld of zorgen voor voedsel.

Minga’s vind je vandaag nog vooral terug in Colombia, Peru, Ecuador, Bolivia, Chili en Paraguay. In Peru is er zelfs een tijdlang op politiek niveau mee gewerkt. Zo werd onder de regering van de Acción popular een Cooperación popular opgezet. Die staatsinstelling paste met succes de filosofie achter minga of minka toe, bijvoorbeeld bij de aanleg van grote infrastructuurwerken. Zuid-Korea deed iets soortgelijks en haalde hiervoor de mosterd in Peru.

Een ander woord is ook het vermelden waard. Aini slaat op samenwerking in familieverband, waarbij leden van één familie zich scharen achter taken die te zwaar zouden uitvallen om allen te doen. Zo zullen zij bijvoorbeeld beurtelings bij elkaar aardappels komen rooien.

Meer strijd dan samenwerking tussen de Griekse poleis

Griekenland is het aan zichzelf verplicht om een eigen woord voor samenwerking te hebben. Synergeia komt hiervoor in aanmerking, maar dat woord betekent evengoed “samenzwering” als “medewerking”. Het dichtst in de buurt komt wellicht koinos of koino. De uitdrukking apo koinou betekent “samen” of “samen op iets gericht zijn”.

© Tine Danckaers
© Tine Danckaers

Het woord koinos is als tweede deel terug te vinden in de Engelse term eco-communities, waarbij het eerste deel dan weer afgeleid is van oikos (wat zoveel betekent als “huis”). Volgens sommige persartikels zouden er liefst 72 eco-communities bestaan in Griekenland, wat natuurlijk een grove overschatting is. Ecogemeenschappen worden vandaag nogal snel naar voren geschoven – samen met andere vormen van verzet, zoals alternatieve geldsystemen, de food sovereignity movement of de strijd voor the commons – als een experimentele staat van beleg met een geheel nieuwe levensstijl.

Keren we even terug in de tijd, naar het Oudgrieks, dan blijkt algauw dat er van samenwerking niet altijd sprake was. To koinon (“het gemeenschappelijke”), dat ook “staat” kan betekenen – in tegenstelling tot idios, dat “individueel” betekent – verwees bijna altijd naar de eigen “polis” (Athene of Sparta bijvoorbeeld) en niet naar een algemeen Grieks (of nog ruimer) gevoel. Dit bevestigt de dooddoener dat één Griekenland nooit bestaan heeft, toch niet voor Alexander of de nieuwste tijd.

Koinè of koinè dialektos was dan weer het “Algemeen Beschaafd Grieks” dat vanaf Alexander de Grote werd gebruikt, in de “beschaafde wereld”, tot in de vierde eeuw na Christus (dus ook in Rome en in het Nieuwe Testament). Daarvoor sprak men enkele diverse Griekse dialecten, onder meer het Ionisch en het Attisch, van de toen dominante stadstaat Athene. Athene wist trouwens niet alleen zijn taal op te leggen, maar ook zijn munt door te drukken als gemeenschappelijk betaalmiddel. Om maar te zeggen. Koinos toont andermaal aan dat er tussen de Griekse poleis meer naijver was dan samenwerking.

Swahili

Het Swahili woord voor samenwerking, is ushirikiano. Een internationaal veel bekender begrip, is ujamaa. Letterlijk verwijst dat naar het grotere familie- of dorpsverband. In zekere zin is ujamaa dan ook een diepere vorm van samenwerking: het is de onverbreekbare verbondenheid, al is die tegelijk heel pragmatisch en geconditioneerd. Wie niet werkt als hij of zij kan werken, hoort niet tot de gemeenschap. Zo eenvoudig en hard was dat op het Afrikaanse platteland.

© Usaid
© Usaid

Mgeni siku mbili, siku ya tatu mpe jembe, zegt het spreekwoord, wat zoveel betekent als: geef iemand twee dagen gastvrijheid, en de derde dag een schoffel — dan kan hij meewerken op het veld.

Ujamaa werd vooral eind jaren zestig, begin jaren zeventig bekend als begrip omdat de Tanzaniaanse president Nyerere het gebruikte om zijn visie op Afrikaans socialisme ermee te benoemen. De doelstelling van zijn ujamaa-socialisme omschreef hij in Socialism and Rural Development (september 1967) als volgt: ‘Een samenleving waarin alle leden gelijke rechten en gelijke kansen hhebben; waarin allen in vrede kunnen leven met hun buren zonder onrecht te ondergaan of op te leggen (…)’

De droom is echter gestrand op bureaucratische onwil, intenrnationale tegenwerking en ideologische ijver die de gewone dorpeloingen vervreemdde van en project dat hen net had moeten emanciperen.

Dit artikel verscheen eerder in het zomernummer van MO*. Een jaarbonnemment neemt u hier voor €20.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur