Hendrik Tratsaert
De Optimist
“‘Een kleine prijs voor de democratie’

© Passa Porta

© Passa Porta
Artistieke vrijheid is een essentieel onderdeel van elke zichzelf respecterende democratie, vindt Hendrik Tratsaert, directeur van internationaal literatuurhuis Passa Porta. Hij schreef er deze column over voor onze MO*special over artistieke vrijheid.
Op de dag na 11 september 2001 stond ik in Karlsruhe op de stoep bij de grote denker-kunsthistoricus Hans Belting. ‘Weet je het dan niet? Ik dacht dat jullie niet zouden komen’, zei hij vermoeid toen hij de deur opende voor het interview, doelend op de twee vliegtuigen die de WTC-torens hadden doorboord.
Een uur voorheen had ik postgevat in een typische Weinstube waar ze ook ontbijt serveerden. In de gelagzaal zat alleen nog een oude vrouw aan een tafeltje terwijl, toeval of niet, het treurige thema van The Godfather door de luidsprekers zoemde.
In Hochdeutsch gaf de dame een litanie ten beste ‘dat het toch altijd de Duitsers zijn die het gedaan hebben, en dat ze nu hoopte dat dat met dit wereldfeit eindelijk zou veranderen.’ Zij kon het weten, want zij had als jong meisje mee de bakstenen van de wederopbouw doorgegeven in haar eigen in puin geschoten stad.
Het kleine verhaal verweven met het grote verhaal. De eerdergenoemde Hans Belting zei tijdens dat interview heel stellig dat ‘kunstenaars gebruik moesten maken van het recht op artistieke vrijheid dat constitutioneel verzekerd is. We leven in een van de weinige landen waar dat in de grondwet verankerd is en daar moeten we zuinig op zijn.’ Dit voorval aan het begin van de eeuw kwam mij voor de geest toen de tekstopdracht binnenkwam.
Lotsbestemming, artistieke vrijheid en democratie? Terwijl ik dit schrijf, staat mijn koffer klaar om naar de General Assembly van ICORN in Barcelona te vertrekken. Ontstaan onder enkele believers in het Noorse stadje Stavanger verenigt het International Cities of Refuge Network 93 steden van overal ter wereld, die samen 350 met de dood bedreigde schrijvers, journalisten en artiesten tijdelijk asiel, onderdak en begeleiding geven. Passa Porta vertegenwoordigt de stad Brussel.
Onze vorige langdurige resident was een Iraanse lgbtq+-journalist die aan opsluiting en foltering kon ontsnappen. Een jaar geleden is diezelfde ICORN General Assembly in de VS niet volwaardig kunnen doorgaan omwille van visaproblemen in the land of the free. Ikzelf en een aantal Europese onderdanen kregen een visum voor de V.S., maar als je als Palestijnse of Oeigoerse resident meeging – wat de bedoeling was – kon je het schudden. Tweemaal gestraft dus. Je was al op de vlucht, word je weer eens weggeduwd.
Het City of Asylum-project in Pittsburgh bleek het werk van het echtpaar Henry Reese en zijn vrouw Diane Samuels, zelf artiest. Zij hadden besloten om hun fortuin aan de artistieke vrijheid van personen van overal ter wereld te wijden. Reese was ook de man die Salman Rushdie met lijf en leden tegen veel ergere kwetsuren beschermde toen een geradicaliseerde gek met een mes de schrijver tijdens een interview bestormde. Rushdie verloor daarbij een oog.
Het is mijn droom om de twee bij het volgende Passa Porta-festival opnieuw een podium te geven. Dat zou veel meer dan een symbolische bijeenkomst zijn. Dat er tientallen politiemensen de fysieke veiligheid zullen moeten garanderen ter verzekering van hun artistieke vrijheid, is een kleine prijs die een zichzelf respecterende democratie daarvoor moet betalen.
Deze column werd geschreven voor de MO*special: Artistieke vrijheid en democratie. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.
:format(png))