Wat we niet meer zien wanneer alles over migratie gaat

De ontwikkelaars

Wat we niet meer zien wanneer alles over migratie gaat

collage met portret van Mieke Schrooten
collage met portret van Mieke Schrooten

Docente Sociaal werk aan de UAntwerpen Mieke Schrooten las recent De migratie-obsessie van Peter Scholten en herkent zijn analyse ook in Vlaanderen. Migratie is een alles absorberend symbooldossier, waarin uiteenlopende vormen van onvrede samenkomen. En precies dat maakt het zo moeilijk om er nog een rationeel, menselijk gesprek over te voeren.

De afgelopen weken las ik, op aanraden van een collega, het boek De migratie-obsessie van Peter Scholten. In het boek onderzoekt Scholten hoe het migratiedebat in Nederland is uitgegroeid tot een allesoverheersend politiek en maatschappelijk strijdtoneel. Zoals hij het zelf samenvat: kabinetten vallen en worden gevormd rond migratie, en kranten berichten erover alsof het de uitdaging nummer één van onze tijd is.

Nog voor ik goed en wel in het eerste hoofdstuk zat, had ik al een notitieboekje naast me liggen. Bij elke pagina kwamen er nieuwe pijltjes, vragen en verwijzingen bij, én veel inspiratie voor mijn aankomende lessen in de master sociaal werk.

Een debat dat losraakt van de werkelijkheid

Wat Scholten beschrijft, is ook in Vlaanderen opvallend herkenbaar. Migratie wordt steeds vaker geproblematiseerd, en maatschappelijke vraagstukken met een complexe sociaal-economische basis worden steeds vaker “gemigrantiseerd”. In andere woorden, er lijkt een bijna automatische reflex te bestaan om uiteenlopende problemen met migratie in verband te brengen.

De wooncrisis wordt gekoppeld aan de komst van nieuwkomers, incidenten rond asielzoekerscentra worden gezien als bewijs van falend asielbeleid. En zo zijn er nog tig voorbeelden. Op die manier ontstaat een debat waarin niet langer de concrete realiteit van wonen, werken, zorg of mobiliteit centraal staat, maar wel de manier waarop migratie wordt geframed: als risico, als crisis, als permanente stresstest voor de samenleving.

Migratie zelf is niet het probleem, stelt Scholten. Het is de pessimistisch obsessieve manier waarop we erover praten die het debat blokkeert.

Wat we onder het vergrootglas leggen, vervormen we

Een centraal inzicht in het boek is hoe het debat steeds meer draait op uitvergroting. Bepaalde fenomenen, vaak de meest spectaculaire of uitzonderlijke, krijgen disproportioneel veel aandacht. Dat creëert een gevoel van permanente druk en urgentie, terwijl die beleving lang niet altijd overeenkomt met de feitelijke verhoudingen.

Maar wat je onder een vergrootglas legt, vervormt. En wat niet in beeld komt, verdwijnt. Dat is eigen aan een obsessie: ze is irrationeel en laat zich niet zomaar corrigeren door feiten. Integendeel, cijfers en wetenschappelijke kennis worden vaak selectief ingezet, uit hun context gelicht of gekoppeld aan causale claims die moeilijk hard te maken zijn, toont Scholten aan.

Dat zien we bijvoorbeeld wanneer beleidsmakers dalende asielcijfers – ook in België – voorstellen als het rechtstreekse gevolg van hun ‘strengste beleid ooit’. En dit terwijl bredere Europese trends, geopolitieke verschuivingen en cyclische patronen in internationale conflicten minstens even bepalend zijn.

Een gelijkaardig mechanisme speelt wanneer minister Van Bossuyt recent claimde dat ‘geen enkele asielzoeker op straat hoeft te slapen’, terwijl organisaties op het terrein dagelijks vaststellen dat mensen wel degelijk buiten de opvang vallen. Alleenstaande mannen worden niet geregistreerd op wachtlijsten, en reeds bestaande daklozenplaatsen worden gepresenteerd als nieuwe oplossingen.

In beide voorbeelden wordt precisie ingeruild voor performativiteit. Niet de realiteit telt, maar de overtuigingskracht van het verhaal.

Migratie als spiegel

Wat De migratie-obsessie zo relevant maakt, is dat het migratie toont als een spiegel van bredere maatschappelijke spanningen: onzekerheid over globalisering, een verschuiving naar confrontatiepolitiek, en een tanend vertrouwen in instituties en beleid.

Migratie wordt zo een alles absorberend symbooldossier, waarin uiteenlopende vormen van onvrede samenkomen. En precies dat maakt het zo moeilijk om er nog een rationeel, menselijk gesprek over te voeren.

Die analyse sluit nauw aan bij vragen die we studenten sociaal werk voorleggen: Wat gebeurt er wanneer structurele problemen telkens opnieuw worden herleid tot het gedrag of de aanwezigheid van bepaalde groepen? Wat zien we niet meer wanneer we alles door dezelfde lens blijven bekijken?

Een uitnodiging om anders te kijken

Scholten’s boek is vooral een uitnodiging om deze lens te verschuiven. Om migratie opnieuw te zien als een normaal maatschappelijk verschijnsel, niet als een permanente uitzonderingstoestand. En om te erkennen dat het debat pas kan veranderen wanneer we ook onze eigen aannames, angsten en reflexen onder ogen durven zien.

Zolang migratie alles verklaart, blijven de echte vragen over wonen, zorg en ongelijkheid buiten schot. En precies dáár zou het publieke debat vandaag over moeten gaan.