Kunnen er nog kritische, linkse stemmen in Israël zijn?

Israëlisch filmmaker Avi Mograbi: ‘Israël verlaten staat gelijk aan desertie en verraad’

© Avi Mograbi

Avi Mograbi: ‘De Palestijnen hebben wat de Israëli’s nodig hebben: land. We willen dat land zoals een tafellaken van onder hun voeten trekken.’

De Israëlische Avi Mograbi is een gevierd cineast. Maar zijn wereld in Israël wordt almaar kleiner, vertelt hij. Daar kunnen zijn documentaires die de harde kritiek, de controverse en ethische dilemma’s vieren, niet tegenop. ‘De huidige protesten zullen niet zorgen voor verandering, ook niet op lange termijn.’

Begin mei was de Israëlische filmmaker Avi Mograbi een aantal dagen in België, op uitnodiging van de artistieke organisatie SoundImageCulture, voor een masterclass en drie screenings van zijn films. Ik sprak hem toen in Brussel, maar dat was niet voor het eerst. In 2007 interviewde ik hem een eerste keer voor MO* en na dat gesprek kwam ik hem nog eens tegen, tijdens een manifestatie langs geannexeerde Palestijnse dorpen op Israëlisch grondgebied.

Toen al waren linkse stemmen in Israël al stevig uitgedund. Toch leek de status quo van de Israëlische bezetting misschien nog te doorbreken en verandering nog minstens tastbaar.

Vandaag heeft Mograbi’s geboorteland de meest radicale en conservatieve regering ooit. Het ‘Monster van Frankenstein’ noemt Mograbi die regering, een ‘potpourri van radicaal-rechtse partijen die enkel met elkaar in zee gaan om hun eigen agenda te dienen’. De democratische principes kraken nu ook voor de Joodse burgers van Israël.

‘Het is een Monster van Frankenstein, een potpourri van radicaal-rechtse partijen die enkel met elkaar in zee gaan om hun eigen agenda te dienen’.

Terwijl we in een dun zonnetje koffie drinken op een terras langs de Lousialaan, komen mensen in Israël op straat en wordt Gaza gebombardeerd. Nabij Ramallah maken Palestijnen zich klaar om hun huizen te verlaten vanwege kolonistengeweld. Alweer en nog altijd.

Avi Mograbi zucht. ‘Ik ben verloren’, bromt hij. ‘Wat moet je zeggen als iemand een vliegtuig stuurt met een ton bommen met het bevel om een doelwit te raken, waarbij met zekerheid ook onschuldige mensen geraakt worden? Hoe plaats je het gegeven dat de minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben Gvir “in staking gaat”, waarmee hij de Knesset en andere politieke activiteiten boycot omdat hij de reactie op de rakettenaanvallen uit Gaza net te zwak vindt?’

Hoe vertaal je het voor jezelf, gaat Mograbi verder, ‘wanneer iemand als premier Netanyahu zijn pilotenvest aandoet, zichzelf op de borst klopt en denkt dat hij, om het wantrouwen van het volk te sussen, “verantwoord leiderschap” opneemt? Door onschuldige Palestijnen te vermoorden?’

Volle Apartheid

Het volkswantrouwen tegenover de Israëlische regering is groot, zo toonden de Israëlische burgers de voorbije maanden. Al maandenlang kent Israël massaprotesten tegen de justitiële hervormingsplannen van de huidige regering, waarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht op de schop dreigt te gaan.

‘De roep om burgerrechten en de zogeheten democratie staan centraal in het protest’, zegt Mograbi. ‘Maar die burgerrechten zijn zelfs in de laatste plaats nog niet voor de Palestijnen. Dit gaat enkel over het welzijn van de Joden.’

‘Het Hebreeuws kent een nieuwe uitdrukking voor de apartheid die we vandaag in Israël hebben’, zegt Mograbi. Die laat zich misschien nog het best vertalen als “Volle Apartheid”. De cineast verwijst naar het regeringsbesluit om de extreemrechtse Bezalel Smotrich, minister van Financiën, de controle te geven over de Westelijke Jordaanoever.

Het institutionaliseert een volwaardig apartsheidsregime, zegt Mograbi. ‘De bezetting wordt van de militaire macht doorgeschoven naar de burgerlijke macht van de regering. Ze waren nooit veel waard maar nu gaat het allemaal naar het stort: weg militaire conventies, weg internationale regels, weg tijdelijkheid van de bezetting.’

54 jaar bezetting

Het baardje en de lange haren die Mograbi zichzelf had aangemeten in zijn laatste film The first 54 years: An abbreviated manual for military occupation, zijn eraf. In die film verplaatst de filmmaker zich net als in zijn andere films in een personage, deze keer is hij een expert in de militaire bezetting. Het personage is nep, maar als kijker krijg je een cynisch en gedetailleerd overzicht van 54 jaar strategie van bezetting.

‘De Palestijnen hebben wat de Israëli’s nodig hebben: land. We willen dat land zoals een tafellaken van onder hun voeten trekken.’

Met zijn film probeert Mograbi te achterhalen waarom Israël blijft volharden in de bezetting en het schenden van de Palestijnse mensenrechten. ‘Hoe kritisch ik ook ben voor Israël, ik veronderstel niet dat Israël de Palestijnen kwelt omdat het dat zo graag doet. Maar de Palestijnen hebben wat de Israëli’s nodig hebben: land. We willen dat land zoals een tafellaken van onder hun voeten trekken.’

De bezetting is overigens geen exclusief Israëlisch product, zegt Mograbi. ‘We doen wat de Britten deden toen ze mandaathouder waren in Palestina, toen ze India koloniseerden. We doen wat de Belgen in Congo deden, wat de Chinezen in Tibet doen.’

Flirten met het kwaad

Mograbi stoffeert zijn handleiding van de bezetting met archiefbeelden van Breaking the Silence, waarvan hij medeoprichter is. De bekende Israëlische organisatie bestaat uit veteranen die in het Israëlische leger dienden en verzamelt getuigenissen van de bezetting.

© Avi Mograbi

Avi Mograbi: ‘Elke dag is er het tv-journaal een item over het leger dat niets te maken heeft met de harde actualiteit. Het legerleven zoals het is, zeg maar.’


Ook een van zijn andere films, Z32, is gebaseerd op een getuigenis uit het archief van Breaking the Silence. Een Israëlische ex-soldaat vertelt in de film over zijn deelname aan een wraakoperatie waarbij twee Palestijnse politiemannen werden vermoord. Met zijn getuigenis zoekt hij vergiffenis voor zijn oorlogsmisdaad.

‘Ik wilde geen empathie voelen voor een oorlogsmisdadiger.’

‘Ik wou niet per se die film maken’, zegt Mograbi als ik hem vraag hoe je daar als maker dan mee omgaat. ‘Zodra je iemands verhaal brengt en die persoon voor de camera zet, ontstaat een relatie. Of je dat nu wil of niet. Ik wilde geen empathie voelen voor een oorlogsmisdadiger. Dus ik bleef maanden het antwoord uitstellen op de vraag of ik die film wel of niet wilde maken. Exact dat uitstelgedrag legde mijn dilemma’s bloot.’

En net die persoonlijke dilemma’s integreerden de filmmaker in Z32. Kan je een oorlogsmisdadiger een plek geven? Kan je hem uitnodigen in je huis? Kan je empathie voelen? Flirt je dan met het kwaad? Je ontsnapt in Israël moeilijk aan dat laatste, zegt Mograbi. De Israëlische samenleving en het leger zijn als een Siamese tweeling, onlosmakelijk verbonden.

Je ontkomt niet aan die twee-eenheid, legt Mograbi uit. ‘Elke dag om acht uur kijk ik naar het nieuws, telkens een uur en vijftien minuten, op drie kanalen tegelijk. Mijn kleine perverse kantje (lacht). Elke dag is er op elk van die kanalen één verhaal over het leger dat niets te maken heeft met de harde actualiteit: een verhaal over een legerhond, een vrouwelijke tankcommandant. Het legerleven zoals het is, zeg maar. Het doel? Het brein van de samenleving voeden en injecteren met een voorgekauwd ethos.’

Landverraad

In Z32 beschrijft de soldaat hoe hij deelnam aan acties ‘in een staat van ontkenning of emotionele onverschilligheid’. Is dat het resultaat van de propagandamachine in Israël?

Natuurlijk, zegt Mograbi. Hij wijst op de ‘intense indoctrinatie die elke Israëli beïnvloedt’. Je moet bergen over om daartegen in te gaan. ‘In 1983 besliste ik om dienst te weigeren. Ik weigerde om als reservist in Libanon mee te draaien. Dat ging gepaard met gevoelens van verraad: geen verraad aan mijn land, maar aan de basisprincipes waarmee ik was grootgebracht.’

Zijn dienstweigering leverde hem niet alleen een gevangenisstraf op, het bracht de conflicten met zijn vader, een rechtse man, tot een hoogtepunt. ‘Het was dus een verrassing toen mijn vader me in de gevangenis kwam bezoeken. Tijdens dat bezoek vertelde hij over zijn eigen conflictrelatie met zijn vader. Mijn grootvader was geboren in Damascus en emigreerde naar Palestina in 1925. Hij was geen zionist, hij was wel een grote fan van het Britse rijk dat toen mandaathouder was van Palestina.’

Still uit Z32 (© Avi Mograbi)

In Z32 beschrijft de soldaat hoe hij deelnam aan acties ‘in een staat van ontkenning of emotionele onverschilligheid’. Is dat het resultaat van de propagandamachine in Israël?

‘Mijn grootvader kreeg een zoon, mijn vader, die in de jaren ’40 lid werd van de Irgun, het extreemrechtse Joodse verzet en terreurorganisatie in Palestina. Daarom werd mijn vader door de Britten gearresteerd en als gevangene gedeporteerd naar detentiekampen in Soedan en Eritrea. De wereld van mijn grootvader stortte in, hij kon niet verkroppen dat zijn zoon nu ook een vijand was van de Britten. Toen mijn vader me dit in de gevangenis vertelde, had hij het gevoel dat hij in de spiegel van zijn vader keek. Een paar maanden later overleed hij onverwacht.’

Kluwen van familietakken

Drie generaties politieke gevangenen kent de tak Mograbi nu. Naast Avi en zijn vader belandde ook Avi's oudste zoon in de cel, maar dan als dienstweigeraar, nog zo'n nakomeling die zijn grootvader in het graf deed omkeren. De verhaallijnen van Mograbi’s familie zijn minstens uiteenlopend te noemen. Mograbi’s grootouders langs vaders kant woonden in Syrië en Libanon, zijn naam doet wortels in de Maghrebijnse regio vermoeden.

Toch liggen de wortels van de Mograbi’s voornamelijk in Europa. ‘De echte familienaam, die van mijn vaders vader, is Moravia, een Italiaanse naam. De Moravia’s migreerden in de 19de eeuw van Italië naar Damascus. In de Eerste Wereldoorlog werd Syrië bezet door de Fransen, dat in het begin van de oorlog nog tegenover Italië stond. Dus besliste mijn familie om de naam te veranderen naar Mograbi, een meer Arabische naam, om niet als Italianen geïdentificeerd te worden. Dat is tenminste het familieverhaal.’

Avi Mograbi’s grootmoeder langs vaders kant was dan weer van Beiroet. ‘Ik heb tot 1969 familie gehad in Libanon. Ze trokken weg, nadat het klimaat tegen Joden, na de zesdaagse oorlog in 1967 alsmaar vijandiger werd.’

‘Mijn grootouders waren geen zionisten maar vluchtelingen.’

Langs moeders kant kwamen zijn grootouders uit Polen en Duitsland. ‘De moeder van mijn moeder werd geboren in Leipzig, uit een familietak die uit Polen naar Duitsland was gemigreerd. Ze waren staatloos, kregen nooit het Duitse burgerschap. In 1932 werd mijn grootmoeder op straat geslagen door Hitlerjügend in Leipzig.’

‘Toen ze thuiskwam zei ze tegen mijn grootvader, die — geloof het of niet — Adolf heette: “Adolf, we vertrekken.” De enige plek waar ze als staat- en papierlozen naartoe konden, was Palestina. In 1932 was dat nog relatief gemakkelijk. Ook zij waren geen zionisten maar vluchtelingen.’

Conflictvriendschappen

In de film Once I entered a garden, uit 2012, verbeeldt Mograbi een oud Midden-Oosten, waarin gemeenschappen niet verdeeld worden door etnische en religieuze lijnen. Een van de hoofdpersonages in de film is een vriend van de cineast. Ali is een Palestijnse leraar Arabisch. Hij filosofeert tijdens een van de opnames over het verschil tussen slachtoffer en dader. Het is ergens wenselijker, vindt Ali, om (Palestijns) slachtoffer te zijn dan (Israëlische) dader.

Still uit "Once I entered a garden" (© Avi Mograbi)

In de film Once I entered a garden, uit 2012, verbeeldt Mograbi een oud Midden-Oosten, waarin gemeenschappen niet verdeeld worden door etnische en religieuze lijnen.

‘Ik heb Palestijnse en Libanese vrienden’, vertelt Mograbi. ‘Ik behoor onontkoombaar tot een gemeenschap die hun levens op een harde wijze heeft veranderd. Ik denk niet dat mijn Libanese vrienden aanvankelijk geïnteresseerd waren in een vriendschap met een Israëli. Maar velen van hen zijn filmmakers en kenden mijn films, waaruit duidelijk werd dat mijn positie verschilt van die van de Israëlische staat.’

Mograbi wijst ook op de sociale druk en de taboes die, los van de persoonlijke keuze, “conflictvriendschappen” bemoeilijken. ‘In Libanon is het illegaal om Israëli’s te onmoeten, zelfs als dat burgers zijn. Mijn Libanese vriend en cineast Akram Zaatari maakte daar ook een performance over: A Conversation with an Imagined Israeli Filmmaker Named Avi Mograbi.’

‘Er was altijd de mogelijkheid dat de Israëli de Arabier zou proberen rekruteren als spion.’

‘In die performance vertelt Akram hoe ontmoetingen met Israëli’s altijd baadden in wantrouwen. Er was altijd de mogelijkheid dat de Israëli de Arabier zou proberen rekruteren als spion. In de performance keert Akram het om. Hij rekruteert mij om me op missies te sturen naar verboden plekken voor hem, zoals de Golanhoogten tussen Israël, Libanon en Syrië.’

Boycot me desnoods

Wat als je zelf voorwerp wordt van een boycot? Hoe ga je daarmee om, vraag ik Mograbi. Hij lacht. ‘Ik geloof in het idee van de boycot, als een sociale en als een persoonlijke actie.’

Tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog in de zomer van 2006 besloot Mograbi een kruidenierszaak te boycotten, omdat die hem vergeleek met da kapo’s in de nazikampen, de joodse gevangenen die door de SS werden ingeschakeld als bijvoorbeeld toezichthouders op medegevangenen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Hij maakte die vergelijking omdat ik mijn reservedienst in Libanon geweigerd had. “Er zijn altijd verraders geweest die de andere kant bedienden”, zei hij me vlakaf. Vanaf dat moment boycotte ik zijn zaak waar ik intussen al bijna twintig jaar geen voet meer heb gezet.’

Hij zal niet oproepen om zichzelf te boycotten, grijnst hij. ‘Maar ik heb geen kritiek tegen iemand die beslist om mij te boycotten omdat ik van Israël ben, omdat ik dat begrijp. Ik zou hetzelfde doen.’

‘Ik heb actief meegedaan aan de boycot tegen Zuid-Afrika. Ik ga niet als toerist naar landen waar een dictatuur heerst: Thailand, Turkije, Rusland. Maar nodigen ze me morgen uit als filmmaker, om over mijn werk te praten, dan zou ik gaan. Net omdat ik geloof dat mijn kritiek universeel is.’

Moegestreden

Avi Mograbi werd in 1956 geboren in Tel Aviv waar hij nog altijd woont en werkt. Nog even. Want volgend jaar trekt hij weg uit zijn ‘verdomde land’. Die beslissing is niet over één nacht ijs gegaan, en al genomen voor de huidige regering aan de macht kwam. Het is een hopeloze strijd, zegt de cineast.

‘Ik ben, zoals je al kon vermoeden, niet geneigd om te denken dat de huidige protesten zullen leiden tot verandering. Zelfs niet op lange termijn. Mijn partner en ik zijn een beetje moe.’

‘Elke Israëli groeit op met het idee dat je het land moet dienen. Het omgekeerde is fout.’

De beslissing om weg te gaan kwelt hem, zegt hij met gedempte stem. Deze emigratie is een zonde, legt hij uit. ‘Elke Israëli groeit op met het idee dat je het land moet dienen. Het omgekeerde is fout. Het land verlaten staat gelijk aan desertie en verraad. Mijn maag ligt in de knoop door de vraag die zich frontaal in mijn hoofd heeft genesteld: is het ok om een normaal leven te willen?’

Mograbi wordt nu ook een migrant, hij beseft het maar al te goed. ‘Zal het me op mijn leeftijd lukken om elders een nieuw leven te beginnen? Ik heb behalve een half jaar in Berlijn nooit ergens anders geleefd dan in dat vervloekte land. Zal ik mijn plek daarbuiten vinden, in een nieuwe taal, een nieuwe samenleving, en een nieuwe cultuur die ik niet ken? En wat zeg ik tegen mijn ouders in het graf? Ik voel hoe ze naar me kijken en vragen wat ik in godsnaam aan het doen ben.’

Maar, niet wars van enige zelfspot, kijkt hij ook stellig uit naar zijn dagelijkse portie nieuws in een taal die hij niet begrijpt.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2851   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur