Holocaustexpert over de cirkel van slachtofferschap en daderschap
Jan Tomasz Gross: ‘De manier waarop Israël deze oorlog voert, is crimineel’

Israëlische jongeren in het nazivernietigingskamp Auschwitz, Polen
© Pieter Stockmans

Israëlische jongeren in het nazivernietigingskamp Auschwitz, Polen
© Pieter Stockmans
Vandaag is de Internationale Dag ter Herdenking van de Holocaust. Sinds de genocide in Gaza is deze dag ook een gelegenheid om het gedrag van Israël zélf te begrijpen, en hoe dat voortvloeide uit Europees racisme. De Poolse historicus Jan Tomasz Gross schreef over de emigratie van Poolse Joden naar Palestina. ‘Met een rechtvaardiger Europa zou de Joodse meerderheid in Palestina waarschijnlijk niet zijn ontstaan.’
Jan Tomasz Gross is emeritus professor aan Princeton University in de Verenigde Staten. Hij is auteur van Buren (2001) en Angst (2006), toonaangevende boeken over de Pools-Joodse geschiedenis voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Bij het honderdjarige bestaan van Princeton University Press in 2005 riep de uitgeverij Buren uit tot een van haar honderd meest gekoesterde boeken. Hij ontving de Orde van Verdienste van de Republiek Polen.
Uit het werk van Jan Tomasz Gross kunnen we, juist bij de herdenking van de Holocaust, ook fundamentele inzichten halen over Israël. In zijn toonaangevende boek Buren (2001) reconstrueerde Gross de grootste en meest gruwelijke pogrom uit het twintigste-eeuwse Polen. Maar vooral in zijn andere meesterwerk, Angst (2006), analyseert hij de naoorlogse pogroms en het hardnekkige antisemitisme in Polen, en hoe die de emigratie van Poolse Joden naar Palestina aanjoegen.
Die emigratie werd actief aangemoedigd, zowel door Pools-zionistische organisaties als door Europese antisemieten, die Joden liever zagen vertrekken dan blijven. Vanaf 1948, en door het hele bestaan van de staat Israël tot aan de genocide in Gaza heen, veranderden Israëlische Joden zo van vervolgden in daders. Daders die zichzelf bleven zien als slachtoffers.
In het eerste deel van dit interview sprak Jan Tomasz Gross over het Poolse slachtofferschap, en hoe dat omsloeg in Pools daderschap tegenover Poolse Joden. In het tweede deel zetten gaan we een stap verder: we kijken naar hoe vervolgde Joden dader werden, hoe de cirkel van slachtofferschap en daderschap verder draaide.
Gross schetst een realistisch beeld van de Joodse gemeenschap in Polen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Die gemeenschap was geen monolithisch blok. Naast zionistische organisaties waren er ook socialistische stromingen die zich fel verzetten tegen het zionisme en tegen emigratie naar Palestina.
Zionisme en antizionisme in Polen
Joden waren in Polen politiek actief. In de jaren ‘30 domineerden twee grote stromingen het Joodse politieke leven: de Algemene Joodse Arbeidersbond (de Bund) en de zionisten. Hoe lagen de krachtsverhoudingen?
Jan Gross: ‘Politiek bewuste Joden hadden maar een beperkt aantal keuzes. Ze konden zich aansluiten bij een van de vele joods-nationalistische, zionistische organisaties, of bij de marxistische Bund. Dat waren rivalen, maar ze werkten samen binnen de Raad voor Hulp aan Joden (Żegota), die deel uitmaakte van de Poolse ondergrondse staat. Bij de lokale verkiezingen van 1939 kregen de zionisten en de Bund ongeveer evenveel stemmen. Daarnaast steunde een kleine minderheid van de Joodse bevolking de Communistische Partij van Polen.’
Voor zionisten lag de oplossing voor Europees antisemitisme in emigratie naar Palestina. Hoe keken de Bund en de communisten daartegenaan?
Jan Gross: ‘Joodse marxisten en communisten waren fel gekant tegen emigratie naar Palestina. Zij geloofden dat echte verandering alleen mogelijk was via klassenstrijd in Polen zelf. Ze verzetten zich even sterk tegen zionisten als tegen antisemieten.’
‘Maar je hoefde geen marxist of communist te zijn om als Jood te voelen dat Europa je thuis was. Vooral in Duitsland, maar ook elders, was de assimilatie ver gevorderd. Veel Joden zagen zichzelf in de eerste plaats als Duitsers, Fransen of Polen van Joodse geloofsovertuiging.’
‘Onder de Duitse bezetting verschoof de vraag radicaal. Het ging niet langer om politieke discussies over blijven of vertrekken, maar om pure overleving. Dat vereiste eerst het besef dat de nazi’s daadwerkelijk van plan waren de volledige Joodse gemeenschap uit te roeien. Die conclusie was extreem moeilijk te aanvaarden, juist omdat de implicaties zo onvoorstelbaar waren.’
‘Veel mensen hielden zich vast aan het idee dat het elders gebeurde, maar niet bij hen. In een dichtbevolkte getto als Warschau, met 400.000 inwoners, was totale vernietiging simpelweg niet voorstelbaar.’
‘Zionisten begrepen relatief vroeg dat vernietiging het doel van de nazi’s was. Voor linkse Joden leek dat ondenkbaar: economisch gezien was uitbuiting logischer dan massamoord.’

Het nazivernietigingskamp Auschwitz, toen en nu.
© Pieter Stockmans
Antisemitisme zonder Joden
In Angst beschrijft u de pogroms tegen Joodse overlevenden ná de oorlog. Het besef dat ongecontroleerde meutes elk moment konden toeslaan, en dat gewone mensen plots daders konden worden, had een enorme psychologische impact. In Kielce, waar in 1946 een pogrom plaatsvond, hing het lot van honderden Joden letterlijk af van een gerucht dat ineens als waarheid werd aanvaard.
Jan Gross: ‘Onmiddellijk na de oorlog probeerden sommige overlevenden het Joodse gemeenschapsleven en de instellingen opnieuw op te bouwen. Maar dat proces werd ondermijnd door twee krachten. De eerste was het voortbestaan van Pools antisemitisme. Voor veel overlevenden die aanvankelijk wilden blijven, was het uiteindelijk niet de Holocaust zelf die hen deed vertrekken, maar de aanhoudende pogroms en heksenjachten ná de oorlog.’
‘Dat gaf extra kracht aan de tweede factor: Bricha, de clandestiene zionistische organisatie die Joodse overlevenden hielp vertrekken naar het Britse mandaatgebied Palestina.’
90 procent van de Poolse Joden – 3,5 miljoen mensen – werd vermoord. En toch bleef antisemitisme bestaan tegenover de overlevende 10 procent. Hoe verklaart u dat?
Jan Gross: ‘Anticommunistische Polen rechtvaardigden hun antisemitisme door Joden te beschuldigen van samenwerking met het communistische regime. Zelfs de bisschop van Kielce noemde het antisemitische geweld na de pogrom daar “begrijpelijk”. Joden kregen bovendien de schuld van een nieuw nationaal trauma: de communisten vernietigden het Poolse verzetsleger en de Poolse ondergrondse staat, die tijdens de nazibezetting van onschatbare waarde waren geweest.’
‘De communisten bouwden niet voort op die verwezenlijkingen, integendeel, ze bespotten ze. Dat voedde opnieuw een diep gevoel van vernedering, en opnieuw werden Joden tot zondebok gemaakt.’
‘Tegelijk versterkten communistische machthebbers het antisemitisme om zich in Polen te legitimeren. Het communisme was officieel internationaal en niet-etnisch, maar in de samenleving bleef het hardnekkige idee bestaan dat Joden met het communisme verbonden waren. Precies daarom probeerde de partij zich nadrukkelijk als niet-Joods te presenteren en zich op te werpen als de ultieme verdediger van Poolse nationale belangen.’
In 1968 werd antisemitisme door het communistische regime verpakt als “anti-imperialisme” en “antizionisme”, zelfs toen er nauwelijks nog Joden in Polen waren.
Jan Gross: ‘Het fenomeen van “antisemitisme zonder Joden” begon al in 1946. Toen publiceerde het Joods Antifascistisch Comité een boek, samengesteld door Albert Einstein, met getuigenissen over het lot van Russische Joden onder de nazi’s. De communistische autoriteiten verboden het boek en verklaarden dat het Comité “de ideologische gevangene was van het wereldzionisme” en de oprichting van een “Amerikaanse imperialistische inlichtingendienst in Palestina” steunde.’
Emigratie naar Palestina
Emigratie naar Palestina werd door het communistische regime voorgesteld als een humanitaire maatregel. Er kwam een “instituut om het vertrek van Joden uit Polen te vergemakkelijken”, zogezegd om families te herenigen. Dat klinkt vandaag opvallend vertrouwd.
Jan Gross: ‘In werkelijkheid werden mensen vervolgd, hun leven verwoest, en kregen ze daarna een zogezegde “uitweg” aangeboden. Emigratie was een eufemisme voor uitzetting.’
‘Uiteindelijk ontstond er een soort sociaal contract tussen het volkse antisemitisme en dat van de communistische machthebbers. Het gevolg was dat Pools antisemitisme nooit echt werd onderzocht, dat er geen Europese oplossing kwam voor antisemitisme en dat het volstond om Joden te “helpen” bij hun emigratie. Eerst naar Palestina, later naar Israël.’
Deze Europese “hulp” kwam boven op de inspanningen van de zionisten zelf. U citeert de zionistische Israëlische historicus Saul Friedländer, die stelde dat geen enkele Europese sociale, religieuze of academische instelling zich solidair verklaarde met de Joden. De antizionistische Israëlische historicus Ilan Pappé zei onlangs iets gelijkaardigs: ‘Geen enkele Europese politicus of intellectueel zei tegen de Joden van Europa: kom terug, samen bouwen we een Europa zonder racisme.’ Stel dat Europa wél radicaal antiracistisch was geworden, zouden zionisten Joden dan ook hebben overtuigd om te vertrekken?
Jan Gross: ‘De oprichting van de staat Israël werd inderdaad niet uitsluitend aangedreven door Europees racisme, maar in de eerste plaats door zionistische Joden zelf. Maar in een rechtvaardiger Europa zouden vermoedelijk veel minder Joden zich hebben laten overtuigen om te vertrekken, waardoor zionisten in Palestina geen Joodse meerderheid hadden kunnen vormen.’
U werd geboren in Warschau in 1947. Uw vader was een socialistische Jood. Stond emigratie naar Palestina voor hem ooit op de agenda?
Jan Gross: ‘Nee. We bleven in Polen. Ik ben opgegroeid in Warschau en ben zelf pas in 1969 vertrokken. Maar hoe meer ik leer over de diepte van het antisemitisme tijdens en zelfs na de oorlog, hoe meer ik denk dat ík misschien wel zou zijn vertrokken, alleen niet naar Palestina.’
‘Mijn Joodse identiteit was niet sterk. Ik zou niet willen vluchten voor agressief nationalisme om me elders als nationalist te vestigen. Israël was immers een expliciet nationalistisch project, dat Joden voorbereidde op permanente oorlog en op een radicale hervorming van het Joodse leven.’
‘Die natievorming ging onder meer gepaard met de onderdrukking van Joodse gesproken talen zoals het Jiddisch, maar ook het Arabisch en het Perzisch. In dat project moest iedereen Hebreeuws spreken.’

Jan Tomasz Gross
© Pieter Stockmans
Genocide en Israël
De oprichting van Israël vloeide voort uit eeuwenlang Europees antisemitisme. Kunnen we spreken van een cirkel van slachtofferschap en daderschap?
Jan Gross: ‘In Polen was antisemitisme alomtegenwoordig, mede doordat een gecultiveerd gevoel van Pools slachtofferschap – gevoed door het immense historische onrecht dat Polen werd aangedaan – er een vruchtbare voedingsbodem voor vormde. Joden in Polen werden zo nieuwe slachtoffers, en sommigen van hen gingen een sleutelrol speelden bij de totstandkoming van Israël. Maar die slachtoffers werden opnieuw daders.’
‘Door oorlog en trauma getroffen samenlevingen vormen altijd legitimerende, mythevormende verhalen die zin geven aan wat is gebeurd vanuit het perspectief van het eigen gelijk. Zo ontstaat een collectieve nationale “martyrologie”. Slachtoffers worden “sterk” en zien overal bedreigingen, omdat ze geen vernedering meer toelaten.’
Zionisten hebben dit zelfvoldane, heroïsche slachtofferschap actief gevoed. In Angst schrijft u over “patriottische geschiedenis” in nieuwe en herstellende staten, en over hoe de herinnering aan de Holocaust de nationale identiteit van het zegevierende Israël bedreigde. Hoe werden Holocaustoverlevenden ontvangen door de Poolse Joodse elites in Palestina en later Israël?
Jan Gross: ‘Holocaustoverlevenden waren nodig om een Joodse demografische meerderheid in Palestina te vormen, maar ze werden gezien als zwak. De ervaring zó machteloos te zijn geweest dat men bijna werd uitgeroeid, was geen geschikt fundament om een nieuwe samenleving met een sterk zelfbeeld op te bouwen. Wat wél paste, waren verhalen over gewapend Joods verzet.’
‘In werkelijkheid was er veel Joods verzet, maar meestal niet gewapend: een grootschalige zelforganisatie van het leven in de getto’s. Dat werd in Israël lange tijd niet erkend. Pas na het Eichmann-proces in de jaren ‘60 werden de ervaringen van Oost-Europese Joden tijdens de Holocaust gerehabiliteerd.’
Het rapport voor de VN-Mensenrechtenraad stelt dat Israël genocide pleegt in Gaza. De Palestijnse aanval van 7 oktober leek op een pogrom, maar vond plaats in een context waarin Israëlische Joden al decennialang de machthebbers zijn. Toch greep de Israëlische regering bewust terug naar pogromtrauma’s, onder meer via verhalen over onthoofde baby’s. Hoe kijkt u hiernaar?
Jan Gross: ‘Vandaag beschuldigt iedereen zijn vijanden van genocide. Poetin zegt hetzelfde over Zelensky. Maar los daarvan is dit glashelder: geen enkele staat die beweert democratisch te zijn, kan een oorlog voeren waarbij tienduizenden niet-strijdende burgers omkomen.’
‘De manier waarop Netanyahu deze oorlog voert, is crimineel. Hij heeft een humanitaire catastrofe veroorzaakt én het sociale weefsel van Israël ernstig beschadigd.’
‘Je kan Israël steunen, maar niet eender welk Israël, geleid door ronduit extremistische leiders. Dat is ook wat veel Israëli’s zelf zeggen. De scherpste kritiek op Netanyahu komt uit Israël zelf: honderden voormalige generaals en veiligheidsfunctionarissen hebben publiek verklaard dat deze oorlog zinloos is en het leven van de gijzelaars alleen maar verder in gevaar brengt.’
‘De directe slachtoffers zijn de Palestijnen, de indirecte zijn de Israëli’s zelf. De schade is enorm. Hoelang zal het duren voor Israël opnieuw enige geloofwaardigheid heeft binnen de internationale gemeenschap? En bovendien: binnen twintig jaar kunnen we probleemloos opnieuw met een Hamas worden geconfronteerd.’
Angst: antisemitisme in Polen na Auschwitz door Jan Tomasz Gross is uitgegeven door De Bezige Bij. 384 blz. ISBN 9789023425557
Wat kunnen we uit de Holocaust leren over de opmars van een nieuw fascisme in Europa en de Verenigde Staten vandaag? Daarover vertelt Jan Tomasz Gross in het eerste deel van dit interview. Hij ziet vele parallellen met de mix van factoren die wrok ooit liet uitgroeien tot pogroms.
Lees meer over Polen, Israël en de Holocaust
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in




