Over de samenhang van ecologie en epidemiologie
Kinderarts Daan Van Brusselen: ‘Je postcode zegt meer over je gezondheidsrisico’s dan je DNA’

© Daan Van Brusselen

© Daan Van Brusselen
Ziekte en gezondheid associëren we, zeker in het Globale Zuiden, met de beschikbaarheid van medicijnen en medische infrastructuur. Maar milieufactoren zijn minstens even belangrijk, zegt kinderarts Daan Van Brusselen.
Daan Van Brusselen wist al snel wat hij wilde worden: tropenarts. Als tiener was hij bijzonder geboeid door wat hij in de krant kon lezen over het werk van dat bijzondere beroep. ‘Toen al dacht ik: dat wil ik later ook doen’, vertelt hij.
Zijn passie ligt op het snijvlak van geneeskunde, sociale rechtvaardigheid en milieu. Al is de dimensie van het milieu daar later bij gekomen, door de vele verhalen die hij op zijn weg tegenkwam.
Van Brusselen is gespecialiseerd in tropische geneeskunde en heeft een bijzondere aandacht voor de impact van milieufactoren op de gezondheid van kinderen. De problemen zijn bekend. De vaststelling van de aanwezigheid van PFAS, van in ons drinkwater tot in de sinterklaasspeculaas, zorgde bijvoorbeeld voor heel wat commotie. Eerder al was er de ongerustheid over de hoge loodwaarden in het bloed van kinderen in de omgeving van de vervuilde Umicore-site in Hoboken.
Toch toont het beleid vaak te weinig moed om met afdoende maatregelen te komen, zegt Van Brusselen. ‘De negatieve impact van bepaalde activiteiten op de gezondheid van kinderen wordt vaak beschouwd als jammerlijke nevenschade vanwege economisch gewin. Dat is eigenlijk onaanvaardbaar.’
Ondanks alles weigert hij pessimistisch te zijn. In zijn recent verschenen Dagboek van een kinderarts zonder Grenzen. Over milieu en gezondheid van kinderen wijst Van Brusselen op tal van haalbare beleidsmaatregelen die het verschil kunnen maken voor de planeet en haar bewoners.

Kinderarts Daan Van Brusselen op consultatie in een dorp in Ecuador.
Nut van vaccinaties
Een van uw vele standplaatsen als Arts zonder Grenzen was Ecuador. In de jaren ’80 woonde ik zelf in dat land. Wat me toen het meeste trof, was hoe mensen op het platteland stierven aan aandoeningen die bij ons makkelijk voorkomen of genezen konden worden. Hebt u dat zelf ook vastgesteld? En gaf dat geen gevoel van machteloosheid?
Daan Van Brusselen: ‘Ik was in Ecuador in 2011, toen president Rafael Correa aan de macht was. De gezondheidszorg was toen spectaculair verbeterd. Overal stond in ziekenhuizen het opschrift “La salud es para todos, exígale!” (De gezondheidszorg is er voor iedereen, eis ze op!). Of ook: “Nuncapaga para medicamentos” (“Betaal nooit voor je medicijnen”). De kindersterfte schommelde toen rond de 20 op 1000. Dat is behoorlijk goed.’
‘Op andere plaatsen waar ik heb gewerkt, zoals Sierra Leone of Nigeria, loopt de kindersterfte lokaal soms op tot ongeveer 100 op 1000. In Oost-Congo is dat soms 200 op 1000. Ter vergelijking: in België of in de Scandinavische landen, die het beste cijfer hebben, ligt dat rond de 3 op 1000.’
‘Als je in Oost-Congo vraagt naar de gezinssamenstelling, luidt het antwoord heel vaak: “Zes kinderen, van wie twee overleden.” Dat is jammer genoeg de “normale” situatie daar. Kinderen sterven aan aandoeningen waaraan ze bij ons niet meer zouden mogen overlijden: longontsteking, diarree met uitdroging, mazelen, malaria en andere ziekten die goed te behandelen zijn. Vaak gaat het om ongevaccineerde kinderen.’
Vaccinatie blijft dus wel van cruciaal belang, zegt u. Net deze programma’s komen steeds meer in het gedrang door de afbouw van USAID.
Daan Van Brusselen: ‘Tot wel 40% van de kindersterfte kan worden voorkomen met vaccinaties. Dat is werkelijk heel elementair, en het is bovendien eenvoudig te realiseren. Zo kun je bijvoorbeeld vaccineren tegen diarree die wordt veroorzaakt door het rotavirus.’
‘Ik heb drie keer in Masisi, in Oost-Congo, gewerkt. We woonden daar op ongeveer zestig kilometer van Rwanda. Dat is niet ver in afstand, maar toch een tocht van meerdere dagen door modder en over slechte wegen. Dagelijks kwamen er kinderen met diarree, veroorzaakt door het rotavirus, naar het ziekenhuis. Sommigen van hen overleden, omdat ze ver van een gezondheidspost woonden en omdat het virus zo wijdverspreid is.’
‘Aan de andere kant van de grens, in Rwanda, was de situatie heel anders. Daar was de vaccinatie tegen het rotavirus al ingevoerd. Tijdens een fietstocht langs een deel van het Kivumeer bezochten we een klein gezondheidscentrum. Op de deur stond in grote letters: ‘‘salle de réhydratation’’. De lokale medewerkers vertelden ons: “Sinds de vaccinatie zien we geen ernstig uitgedroogde kinderen meer. Daarom hebben we deze ruimte gesloten.”’
Terwijl hetzelfde virus even verderop, in Oost-Congo, de oorzaak was van dagelijkse overlijdens.
Daan Van Brusselen: ‘Inderdaad. Maar er was meer aan de hand. In Oost-Congo zag ik ook dat milieufactoren een grotere rol spelen dan ik altijd had gedacht.’
Hoe stelde u dat concreet vast?
Daan Van Brusselen: ‘Het gaat om een opeenstapeling van verschillende negatieve factoren. Er zijn veel meer onhygiënische omstandigheden, waardoor mensen vaker in contact komen met ziektekiemen. Wie daarnaast meer wordt blootgesteld aan zware metalen en andere toxines, heeft standaard al een lichte ontsteking op de darmslijmvliezen. Kom je dan met ziektekiemen in aanraking, dan beland je sneller in het ziekenhuis. Je natuurlijke buffer is aangetast.’
‘Wie in een gebied met meer milieuvervuiling woont, heeft dus een grotere kans om ziek te worden. Sterker nog: een vaccin zoals dat tegen het rotavirus, dat bij ons voor ongeveer 90% werkzaam is, werkt in Oost-Congo en Bangladesh soms maar voor zo’n 40%. Dat komt door wat we “environmental enteropathy” noemen, een door het leefmilieu veroorzaakte darmontsteking.’
‘Het is immers een oraal vaccin: je darmslijmvliezen moeten de immuniteit opbouwen. Maar als die al aangetast zijn door het milieu (door zware metalen, toxines en andere vervuilende stoffen) werkt het vaccin dat je ertegen moet beschermen ook minder goed.’
Daarom zegt u in uw boek: ‘Je postcode bepaalt je gezondheid meer dan je DNA’.
Daan Van Brusselen: ‘Absoluut. Je kunt pech hebben met mutaties in je genen, maar bijna 80% van de ziektes kun je voorkomen met preventie. De voorbije honderd jaar hebben we dertig levensjaren gewonnen. Slechts vijf daarvan zijn te danken aan hoogstaande medische zorg, bijvoorbeeld bij vroeggeboortes. De overige vijfentwintig kwamen door preventie.’
‘Die preventie draait niet alleen om vaccinaties, maar ook om schoon drinkwater, goede sanitaire voorzieningen en betere luchtkwaliteit. In het Zuiden worden mensen veel sterker blootgesteld aan vervuiling dan in het Noorden. Bovendien is de regelgeving om de gezondheid te beschermen, bijvoorbeeld rond metaalmijnen, daar vaak een stuk zwakker.’

Kinderarts Daan Van Brusselen en zijn team in Masisi, Oost-Congo.
In uw boek noemt u de vervuilde leefomgeving in het Zuiden en de winning van grondstoffen onder zeer precaire omstandigheden een neokoloniaal gegeven.
Daan Van Brusselen: ‘De grondstoffen die daar worden ontgonnen, zijn bedoeld voor onze autobatterijen en de elektrificatie van ons wagenpark. Dat is op zich positief, omdat het de luchtvervuiling in het Noorden vermindert. Tegelijkertijd worden in het Zuiden veel mensen blootgesteld aan zware metalen, vaak zonder dat er milieuregels gelden.’
‘Bij een van onze studies in Congo zagen we dat de kinderen van mijnwerkers en metaalarbeiders in Lubumbashi (de copperbelt in het zuidoosten van Congo, red.) vijf keer meer aangeboren afwijkingen vertonen, heel waarschijnlijk als gevolg van de blootstelling aan metalen.’
Hoe kun je dat vermijden?
Daan Van Brusselen: ‘Heel veel zou je kunnen voorkomen met goede regelgeving. Daarnaast zijn er ook praktische ingrepen. Als je bijvoorbeeld water zou vernevelen in die open mijnen, blijft het stof veel meer op de grond en krijgen mensen dat veel minder makkelijk binnen.’
‘Ook de werkkledij speelt een rol. De mijnwerkers hebben een blauwe overall aan en nemen dat stof letterlijk mee naar huis. Als ze op hun werk van kledij wisselden, zouden ze hun zwangere vrouw niet zo makkelijk besmetten met dat giftige stof.’
Duidelijke marsrichting
Heel veel aspecten van de gezondheid hebben te maken met milieufactoren. Reageert het beleid daar voldoende op? Uw boek opent met de quote van Nelson Mandela: ‘Niets onthult de ziel van een samenleving beter dan de manier waarop ze met haar kinderen omgaat.’
Daan Van Brusselen: ‘In het Zuiden schiet de regelgeving vaak tekort, wat op zich een vorm van ongelijkheid is. Maar ook hier doen we het niet altijd beter. Duidelijke regels zouden ook de gezondheid van onze kinderen ten goede komen. Tegelijk zien we dat maatregelen weer worden afgezwakt, zoals het uitstellen van de deadline van 2035 voor verbrandingsmotoren van auto’s.’
‘Er valt veel te zeggen over China. In Sub-Saharaans Afrika is het land sterk aanwezig in uiteenlopende industriële sectoren, niet altijd met aandacht voor mensenrechten en strikte milieunormen. Wat wel opvalt, is de duidelijke koers: elektrificatie en het koolstofarm maken van de industrie zijn doelen waar China systematisch naartoe werkt.’
En in Europa is die marsrichting veel minder duidelijk?
Daan Van Brusselen: ‘Precies. Ik probeer in mijn boek te wijzen op een aantal koppelkansen (eenvoudige ingrepen die zowel lokaal als wereldwijd meerdere positieve effecten tegelijk opleveren, red.). Als je ervoor zorgt dat we minder fossiele brandstoffen verbranden, is dat niet alleen goed voor het mondiale klimaat. Er zullen ook lokaal minder kinderen met een RSV-longontsteking in het ziekenhuis belanden.’
‘In een eigen onderzoek in Antwerpen hebben we aangetoond dat wonen in een straat met meer luchtvervuiling, of als je een een crèche hebt die zich in zo’n omgeving bevindt, de kans vergroot om met een RSV-longontsteking in het ziekenhuis te belanden.’
‘Van alle dingen die je persoonlijk kunt doen, is vegetariër worden een van de meest impactvolle stappen’, schrijft u in uw boek.
Daan Van Brusselen: ‘Inderdaad, het is ook zo’n koppelkans, omdat het ook belangrijk is in de strijd tegen antibioticaresistentie. Door vegetarisch te eten help je mee om de ontbossing in Brazilië voor de industriële veeteelt te beperken. Dat betekent wereldwijd minder klimaatopwarming, terwijl hier tegelijkertijd minder antibiotica op je bord belanden.’
‘Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de veeteelt goed voor ongeveer twee derde van het wereldwijde antibioticagebruik. Die antibiotica komen in waterstromen terecht, en zo in ons leefmilieu. Dat zorgt uiteindelijk voor meer resistente bacteriën waar baby’s op een afdeling van pasgeboren kindjes mee in aanraking komen. Zeker in het Zuiden, waar de hygiëne wat meer te wensen overlaat. Door vegetariër te worden help je die antibiotica te vermijden.’
Hoe past ons pesticidengebruik in dat verhaal?
Daan Van Brusselen: ‘Recent onderzoek toont aan dat wonen in een Franse wijnregio met veel pesticiden het risico op kinderleukemie verhoogt zodra het wijnareaal in de buurt met 10% toeneemt. Het is onaanvaardbaar dat kinderen voor extra winst worden blootgesteld aan zulke gevaarlijke pesticiden.’
‘Dat wordt vaak afgedaan als “nevenschade”, maar dat is simpelweg niet oké. Zeker omdat het ook anders kan. De productie van biologische wijn in Frankrijk is de afgelopen jaren gestegen van 9 naar 22%. Het is dus mogelijk om gezond te produceren, maar toch hoor je vaak dat er geen alternatief is.’
‘In Frankrijk krijg je zelfs boetes als je bepaalde pesticiden niet gebruikt. Biologische wijnbouwers moeten een boete van 1000 euro betalen omdat ze een bepaald pesticide niet gebruiken. Dat maakt me absoluut boos.’
Kunt u ergens terecht met die boosheid?
Daan Van Brusselen: ‘Onlangs ondertekende ik een brief van tweehonderd wetenschappers aan de Europese Commissie over het Omnibuspakket. Dat pakket wil de regels voor pesticiden verder versoepelen, terwijl onder de eerste termijn van Ursula von der Leyen juist was besloten het pesticidegebruik de komende jaren te halveren en biolandbouw te stimuleren. Onder druk van grote lobbygroepen is die beslissing weer afgezwakt.’
‘Ook op het vlak van fossiele brandstoffen is er nog een weg af te leggen. Het afgelopen jaar werd in de Europese Unie voor het eerst meer stroom opgewekt door wind- en zonne-energie dan door fossiele brandstoffen, dus er is wel wat aan het schuiven. Maar er gaan nog steeds heel wat subsidies naar fossiele energie, hoewel we weten dat het slecht is voor het klimaat, dat het nefast is voor kinderen die de luchtvervuiling inademen.’
‘Het Europese beleid is niet moedig genoeg, en kinderen betalen de prijs met hun gezondheid. Er is nog een enorme marge voor verbetering: afscheid nemen van fossiele brandstoffen, het gebruik van pesticiden beperken en plasticvervuiling tegenhouden.’
‘Gebrekkig beleid maakt ook de gezondheidszorg duurder, want die kinderen komen in het ziekenhuis terecht en wij draaien mee op voor de kosten. We betalen ook voor kerosine voor vliegtuigen en voor subsidies voor de bedrijfswagens. Dat soort subsidies zou integraal moeten verschuiven naar een andere mobiliteit, met een beter treinnetwerk, nachttreinen, deelauto’s en betere fietsinfrastructuur.’
‘Ook het lokale beleid speelt een heel belangrijke rol. Autovrije straten in de buurt van scholen, een circulatieplan, fietsinfrastructuur: het heeft allemaal wel degelijk een positieve impact op de luchtkwaliteit en de gezondheid van kinderen. Gent, Kopenhagen en Parijs hebben dat bewezen.’
De wereld beter maken
Een andere quote uit uw boek is van de antropologe Margaret Mead: ‘Twijfel er niet aan dat een kleine groep van weldenkende, toegewijde burgers de wereld kan veranderen. Sterker nog, dat is altijd de manier geweest waarop verandering tot stand kwam.’
Daan Van Brusselen: ‘Ik denk dat politici zich nog te vaak laten leiden door economische cijfers. Als burgers en als dokters moeten we onze stem blijven verheffen, zoals in de open brief die ik ondertekende. We moeten blijven zeggen dat het niet oké is om onze kinderen bloot te stellen aan zoveel luchtvervuiling of pesticiden of PFAS.’
‘Het hele PFAS-schandaal rond de Oosterweelwerken heeft wel wat losgemaakt. Vooral sinds de ware omvang aan het licht is gekomen en nu ook blijkt dat het zelfs ons drinkwater heeft besmet. Er worden vragen over gesteld in het parlement.’
‘Maar we krijgen veel meer PFAS binnen door onze voeding dan door drinkwater. Veel PFAS komt onder meer ook via onze voedingsverpakkingen. Bijvoorbeeld het absorberende kussentje onder de verpakte zalm bevat PFAS. Door over te schakelen op bio kan je een grote impact hebben. Maar het beleid zou ervoor moeten zorgen dat bio betaalbaarder wordt. De overheid zou de taksen op biologische groenten kunnen verlagen of opheffen, waardoor de prijs daalt.’
‘Ook supermarkten kunnen meer doen. 80% van onze voeding kopen we in de supermarkten. Vandaag is bio vaak te vinden in een klein hoekje, ergens weggeduwd. Bovendien zijn biogroenten in plastic verpakt, in tegenstelling tot groenten die niet bio zijn. Het zou omgekeerd kunnen: bio prominenter aanbieden en groenten die niet bio zijn inpakken, met op de verpakking een doodskop met het opschrift: “Opgepast, pesticiden”. Dat zou een heel andere perceptie creëren. Dat zijn keuzes die je kan maken.’
Hoe kun je het bewustzijn over duurzame voeding vergroten?
Daan Van Brusselen: ‘De ngo Rikolto publiceert jaarlijks een “superlijst” waarin wordt aangegeven welke supermarkten goed presteren op het gebied van eerlijke handel, afvalbeheer en duurzaamheid. Er gebeurt wel wat: in Antwerpen zijn inmiddels alle schoolmaaltijden plantaardig. Dat is een belangrijke stap, maar nog beter zou het zijn als deze maaltijden ook biologisch zouden zijn, zodat kinderen niet worden blootgesteld aan pesticiden en PFAS, waarvan de schadelijke effecten steeds duidelijker worden.’
‘De gezondheid van de planeet en haar bewoners is één geheel. Toen ik in Ecuador was, zag ik hoe er volop ontbost werd voor allerlei industriële projecten. De vleermuizen werden letterlijk uit de bomen geschud. Die vleermuizen verspreiden hondsdolheid verspreid en kinderen worden ziek. We dringen te diep door in de ecosystemen waar we uit moeten wegblijven. Met corona hebben we op globale schaal gezien wat het effect daarvan kan zijn.’
Ondanks de toestand van ons milieu en de impact ervan op de gezondheid van kinderen, heb je zelf twee kindjes op de wereld gezet.
Daan Van Brusselen: ‘Van nature ben ik optimistisch ingesteld. Ik zie volop mogelijkheden om tegelijk de gezondheid van kinderen en die van onze planeet te verbeteren. Om me heen zie ik bovendien veel mensen die zich op allerlei manieren inzetten voor een gezondere leefomgeving en proberen onze wereld een beetje beter te maken. Een kritische massa van 25% kan volgens sociologen trouwens de hele bevolking meekrijgen om tot systeemverandering te komen. Dus er is hoop!’

Dagboek van een kinderarts zonder grenzen. Over milieu en gezondheid van kinderen door Daan Van Brusselen is uitgegeven door uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts. 296 blz. ISBN 978 94 934 4399 0
Meer lezen?
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in

