‘Nergens ter wereld worden nog baby’s geboren zonder pfas in het bloed’

Interview

Schrijver Rolf Heynen en toxicoloog Jacob de Boer

‘Nergens ter wereld worden nog baby’s geboren zonder pfas in het bloed’

Collage met een portretfoto van Rolf Heynen en Jacob de Boer
Collage met een portretfoto van Rolf Heynen en Jacob de Boer

We worden vandaag blootgesteld aan véél schadelijke chemische stoffen. Toxicoloog Jacob de Boer en auteur Rolf Heynen schreven er een boek over, Gif. ‘Het gaat enorm hard, en vrijwel niets wordt vooraf volledig getest.’

‘Vast weer een journalist,’ zegt emeritus professor toxicologie Jacob de Boer wanneer hij een onbekend gsm-nummer op zijn telefoon ziet verschijnen. ‘Er gaat geen dag voorbij zonder journalist. Dat zegt wel iets: er is heel vaak iets aan de hand.’ Chemische stoffen zijn ook dagelijkse kost in het nieuws: schadelijke stoffen in kinderspeelgoed, de alomtegenwoordige pfas-vervuiling, pesticiden in het drinkwater.

Op 15 oktober verschijnt het boek Gif, dat De Boer samen met schrijver Rolf Heynen maakte. Daarin ontleden ze samen welke impact chemische stoffen op de samenleving hebben. Ze doen dat aan de hand van resultaten van bloedtesten bij hunzelf en Heynens gezin, maar ook via historische verhalen en anekdotes uit De Boers lange carrière.

De auteurs stellen in Gif vast dat we vandaag blootgesteld worden aan véél schadelijke stoffen. En dat we daar iets aan kunnen én moeten doen. Zowel consumenten, de overheid als de industrie.

9 jaar oud en DDT in het bloed

Jullie lieten je bloed testen op oude en nieuwe bekende schadelijke stoffen, waaronder pesticiden, lood en pfas. De resultaten hadden jullie niet verwacht.

Jacob de Boer: ‘Van mezelf wist ik het eigenlijk wel. Eind jaren zeventig had ik mijn bloed al eens laten meten, en toen had ik erg hoge DDT- en pcb-waarden (kankerverwekkende stoffen die intussen al enkele decennia verboden zijn, red.). Mijn opa was schipper en wij aten thuis veel vis, waar toen behoorlijk wat DDT en pcb’s in zaten. Nu, tientallen jaren later, zitten die stoffen veel minder in vis maar wel nog steeds in mijn bloed. Ze verdwijnen bijna niet en ze hopen op in mensen, dus dat verbaasde me niet. Maar wat we aantroffen in het bloed van Rolfs kinderen verbaasde me wel.’

Rolf Heynen: ‘Wij leven relatief bewust en wonen niet al te dicht bij industrie. Mijn dochters waren zes en negen jaar oud op het moment dat ze onderzocht werden. We dachten, misschien naïef: “Waarschijnlijk komt er weinig of niets uit dat onderzoek.” Dat viel tegen. Bij mijn kinderen waren er allerlei oude én recente stoffen terug te vinden. Zo overschreden de DDT-waarden in het bloed van mijn oudste dochter de Europese richtlijn.’

‘Ook werden er te veel pyrethroïden (te herkennen aan de afbraakstoffen DBCA en 3-PBA, red.) gevonden in de urine van mijn dochters. Dat zijn pesticiden die waarschijnlijk ook in matrassen zitten. Matrassen komen van ver en worden soms behandeld met pesticiden om huishoudelijke mijten en dergelijke langer weg te houden. Daar liggen kinderen vervolgens twaalf uur per nacht op.’

Hardnekkige schadelijke stoffen

  • DDT: dichloordifenyl­tri­chloor­ethaan > berucht insecten­dodend middel. In België is het verboden sinds 1974, en wereldwijd sinds 2004. Maar de stof breekt erg traag af en kan nog voorkomen in onder andere voeding en moedermelk.

  • Pfas: poly- en perfluoralkylstoffen > een verzamelnaam voor meer dan 6000 chemische stoffen (bv. PFOS en PFOA), die van nature niet voorkomen in het milieu en niet afbreken. Ze zijn bestand tegen hoge temperaturen en stoten water, vuil en vet af. Daardoor worden ze onder andere gebruikt in de antiaanbaklaag van pannen, schoonmaakmiddelen, brandblusschuim en cosmetica.

  • Pcb’s: po­ly­chloor­bife­nylen > chloorhoudende stoffen die vaak werden gebruikt als isolatievloeistof in transformatoren. Verboden sinds eind jaren ‘80 (bij ons sinds 1985), maar ze zijn nog steeds wereldwijd aanwezig in oude toestellen én in mens, dier, voeding en milieu.

  • Pyrethroïden > een groep stoffen die vaak aanwezig is insectenwerende of -dodende middelen. Mensen kunnen blootgesteld worden aan pyrethoïde pesticiden via de voeding, via huisstof en/of via huidcontact.

  • PFIB: perfluoroisobutyleen > een extreem toxisch, kleur- en reukloos gas. Het is de meest acuut giftige pfas.

DDT is bij ons toch al verboden sinds 1974?

Jacob de Boer: ‘Ja. We weten niet hoe ze aan zo’n hoge waarden komt. Maar er is vroeger wel ontzettend veel van geproduceerd. Ondertussen is duidelijk dat die stof uiteindelijk over de hele wereld terechtkomt vanaf dat je ongeveer een miljoen ton produceert– al hangt dat getal af van stof tot stof.’

‘Inmiddels wordt er meer pfas gemaakt dan er ooit DDT of pcb’s zijn geproduceerd. Nergens ter wereld worden nog baby’s geboren zonder pfas in het bloed. Dat er nog steeds vergunningen worden afgegeven om pfas in de lucht en in water te lozen, is gewoon niet te verdedigen.’

Slangenolie

Gif start met een terugblik naar meer dan honderd jaar geleden, toen kwakzalverij alomtegenwoordig was in de voedings- en medicijnenindustrie. Daar leidden schandalen toen tot strengere regels.

Rolf Heynen: ‘In de Verenigde Staten leefde het idee dat er een geheim recept bestond voor snake oil, slangenolie: iets bijzonders dat allerlei kwalen kon genezen. De vader van John D. Rockefeller (de eerste oliemagnaat, red.) handelde bijvoorbeeld ook in snake oil. Zo kwamen er steeds meer producten op de markt, waaraan allerlei nieuwe stoffen toegevoegd werden zonder dat ze uitvoerig getest werden. Ook aan voedsel werden stoffen toegevoegd, om een mooiere kleur te krijgen, de houdbaarheid te verbeteren of het lekkerder te laten ruiken, zonder dat bekend was of er schadelijke effecten waren.’

‘Naarmate het aantal incidenten toenam, ontstond er steeds meer weerstand vanuit de journalistiek, maatschappelijke organisaties, kerkorganisaties en de vrouwenbeweging. Zij zeiden: wacht eens even, dit heeft effecten op mij, mijn gezin en mijn kinderen. Die incidenten zorgden ervoor dat er maatschappelijk draagvlak kwam voor verandering en dat er beweging ontstond in de politiek. Er kwamen eerst allerlei voorzichtige en beperkte maatregelen.’

‘Tot in de jaren zestig het thalidomide-schandaal plaatsvond. Het gebruik van een medicijn tegen zwangerschapsmisselijkheid (bekend onder de merknaam Softenon, red.) leidde dat ertoe dat duizenden kinderen geboren werden met misvormde ledematen. Toen werd voor het eerst echt gezegd: medicijnen moeten getest worden voordat ze op de markt komen. De bewijslast kwam daarmee bij de industrie te liggen.’

Moeilijk doen over chemicaliën

Daar pleiten jullie dan ook voor in het boek: bewijs eerst dat stoffen niet schadelijk zijn voor je ze op de markt brengt.

Jacob de Boer: ‘Bij medicijnen hebben we op een gegeven moment gezegd: voor je ze aan mensen geeft, moet je aantonen dat ze werken en dat ze veilig genoeg zijn. Dat is ook bij voeding steeds verder ontwikkeld. Waarom zouden we dat voor industriële chemicaliën dan niet doen? Ik begrijp werkelijk niet waarom we daar zo moeilijk over doen.’

Drie mensen in beschermingskledij verplaatsen asbestplaten naar een container.

Asbestplaten in volkstuintjes worden professioneel verwijderd, eind jaren '90. Rolf Heynen: ‘Het heeft bij asbest en tabak ook decennia geduurd voordat er maatregelen kwamen. En nog steeds zijn die stoffen niet volledig aan banden gelegd.’

‘Al is het ook wel zo dat we ook niet té ongerust moeten zijn. We kunnen nu erg nauwkeurig meten, en niet alles wat meetbaar is, hoef je meteen als gevaarlijk te bestempelen. Maar we moeten wel voorzichtiger omgaan met chemische stoffen. Je kan ook niet doen alsof alles veilig is zolang het maar onder een bepaalde grenswaarde blijft, want die grenswaardes verstrengen voortdurend met voortschrijdend inzicht. ’

‘Daarom zeg ik ook: kijk naar tonnage (de globale productie in ton per jaar, red.), persistentie (niet-afbreekbaarheid) en blootstelling. Die stoffen hebben prioriteit.’

Gebeurt dat dan niet al? Chemische stoffen zijn veel in de media, en het lijkt toch of de overheid bezig is met strenger op te treden, bijvoorbeeld tegen pfas?

Jacob de Boer: ‘Ja, ze zijn er ook wel mee bezig. Alleen misschien niet op de manier waarop mensen denken. Toen Europa in de jaren 2000 met de nieuwe REACH-regels kwam om chemische stoffen te beoordelen voor ze op de markt komen, gebeurde eigenlijk hetzelfde. Je dacht: eindelijk gaan ze die stoffen testen. Maar dat is helemaal niet gebeurd. Het systeem is onder druk van de lobby zo uitgekleed dat het formeel nog wel bestaat maar in de praktijk nauwelijks functioneert.’

Rolf Heynen: ‘Het heeft bij asbest en tabak ook decennia geduurd voordat er maatregelen kwamen. En nog steeds zijn die stoffen niet volledig aan banden gelegd.’

Jacob de Boer: ‘Of je nu met de ene brancheorganisatie te maken hebt of met een andere, lobbyisten werken allemaal op dezelfde manier. Eerst ontkennen ze: “Daar klopt helemaal niets van.” Daarna zeggen ze: “Misschien is het wel waar, maar we kunnen niet zonder die stoffen.” En vervolgens proberen ze de boel te vertragen. Bij pfas gaat het veel grover en groter. Daar wordt nog veel meer geld tegenaan gegooid.’

Druk van aandeelhouders

Waarom dan?

Jacob de Boer: ‘Het is vooral een kwestie van geld. Ik sprak eens iemand die in de fosforindustrie werkte. Zijn bedrijf produceerde een bepaalde vlamvertrager, die echt niet oké was. Op een gegeven moment hadden ze een betere variant ontwikkeld. Ik zei: “Mooi, dan kunnen jullie dus met die oude stoppen.” Maar dat deden ze niet. “Ik zou het zelf wel willen, maar dat mag niet van de aandeelhouders, want dan gaat de koers omlaag”, zei hij. Ze hadden dus een beter alternatief, maar bleven gewoon het oude product produceren.’

‘Ik heb ook vaak het voorbeeld van de Amerikaanse chemieproducent DuPont genoemd. Het bedrijf maakte tot zeven miljard dollar winst per jaar, terwijl het in Nederland tot op vandaag nog altijd allerlei stoffen loost. Dupont loost bijvoorbeeld ongeveer veertig kilo PFIB per jaar. Dat is een stof die op de lijst van strijdgassen staat en verwant is aan zenuwgassen. Dat zijn geen tonnen, maar het blijft natuurlijk een zorgwekkende stof.’

‘Ik ben daar eens geweest en vroeg: “Jullie kunnen hier toch een filter voor plaatsen?” Het antwoord was: ‘Ja, maar dat kost een half miljoen. En een tweede filter kost nog eens een half miljoen.’ Dat moet je even in perspectief zetten. Trek een miljoen dollar af van zeven miljard dollar winst. Hoeveel houd je dan over? Nog altijd zeven miljard. Het maakt in verhouding nauwelijks iets uit. Zo’n filter kost eigenlijk bijna niets als je die afzet tegen de winst.’

Rolf Heynen: ‘Die kosten kan het bedrijf gewoon afschrijven. Het is niet uit te leggen.’

Jacob de Boer: ‘Een nullozing (niets meer lozen in het water of de lucht, red.) is perfect mogelijk. Want als het lozen eenmaal vergund is, kun je achteraf juridisch ook niets meer tegen zo’n bedrijf beginnen. Je hebt de boel vergiftigd, maar het was wel vergund.’

Onderzoeksgeld van de industrie

Je hoort regelmatig dat studies elkaar tegenspreken, bijvoorbeeld over hoe kankerverwekkend het pesticide glyfosaat precies is, of over de link tussen pesticiden en de ziekte van Parkinson. Jacob de Boer, als emeritus professor hebt u enige afstand tot de universiteit. Is het onderzoek naar schadelijke stoffen aan universiteiten volgens u voldoende neutraal?

Jacob de Boer: ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik op de universiteit niet vrij was om te zeggen wat ik wilde. Als het goed is, ben je als hoogleraar vrij om te zeggen wat je wil, al moet je je uitspraken natuurlijk wel goed kunnen onderbouwen. Nu ik helemaal met emeritaat ben, is die vrijheid natuurlijk nog groter.’

‘Waar het ingewikkelder wordt, is bij de financiering van onderzoek. Die moet je vaak zelf vinden, wat het risico met zich meebrengt dat je vooral onderzoek doet naar onderwerpen waarvoor geld beschikbaar is. Als je, zoals ik, onderzoek wil doen naar broomverbindingen, is daar nu nauwelijks financiering voor, omdat de aandacht vooral uitgaat naar pfas en plastics.’

‘Ik heb zelf veel geld van de broomindustrie gekregen. Daar zijn mooie papers uit voortgekomen. We maakten wel altijd duidelijke afspraken: de industrie mocht de resultaten vooraf inkijken, maar wij bepaalden zelf wat er uiteindelijk werd gepubliceerd. Soms waren hun opmerkingen nuttig, want mensen uit de industrie beschikken natuurlijk over veel kennis. Maar als ze bijvoorbeeld zeggen: ‘Als je die laatste twee zinnen nou weglaat’, dat kan je als wetenschapper natuurlijk niet doen. Daarvoor moet je sterk genoeg in je schoenen staan.’

‘Er zijn zeker gevallen waarbij je je kunt afvragen hoe onafhankelijk iemand nog is. Hoogleraren kunnen een directe band met een bedrijf hebben. Juist daarom is het belangrijk om transparant te zijn over wie het onderzoek betaalt, welke afspraken daarover zijn gemaakt en wie bepaalt wat er wordt gepubliceerd.’

AI-versnelling

U maakt zich ook ongerust over wat artificiële intelligentie (AI) betekent voor het tempo waarmee stoffen op de markt komen. Vertel eens?

Jacob de Boer: ‘Je ziet dat de ontwikkeling van nieuwe stoffen bijna exponentieel gaat. De Verenigde Naties brachten in 2019 een rapport uit, Global Chemicals Outlook II. Daaruit blijkt dat de totale chemicaliënmarkt ontzettend snel groeit. Elke paar seconden wordt een nieuwe chemische stof ontwikkeld.’

Een man in laboratoriumjas en met plastic handschoenen houdt een meetapparaat bij een in beslag genomen speelgoedpoppetje.

Een onderzoeker toont speelgoedpoppetjes die aan de Amerikaanse grens onderschept werden en giftige ftalaten (weekmakers) bleken te bevatten. Auteur Rolf Heynen: ‘We hebben thuis al het zachte plastic speelgoed weggehaald.’

Jacob de Boer: ‘Het gaat enorm hard, en vrijwel niets wordt vooraf volledig getest. Natuurlijk zijn er ook veel stoffen die uiteindelijk nooit de markt zullen bereiken omdat ze niet bruikbaar blijken. Maar zelfs als je die ervan aftrekt, houd je nog steeds veel stoffen over waarvan een deel daadwerkelijk schadelijk zal zijn.’

‘Het is vooral de vraag wat er gebeurt als dit zo doorgaat. Met artificiële intelligentie verwacht ik dat dit alleen maar sneller gaat. Maar blijkbaar moet er eerst iets ergs gebeuren voor we in actie komen. Dat is in het verleden ook heel vaak zo geweest.’

Meer overlijdens dan door verkeersdoden

Het gaat toch vrij goed met de levensverwachting van mensen in België en Nederland. Lopen we hier dan echt zo’n gevaar?

Jacob de Boer: ‘In Nederland overlijden jaarlijks ongeveer 4100 mensen (cijfers Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, iv) als gevolg van beroepsziekten. De grootste boosdoener is daarbij de blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkvloer. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het schoonmaken van tanks of in raffinaderijen. Dat cijfer is een veelvoud van het aantal verkeersdoden (in Nederland kwamen vorig jaar 759 mensen om in het verkeer, iv).’

‘Toch hebben we in Europa een redelijk goede bescherming. Dat is heel anders is wanneer je naar delen van Afrika kijkt, waar met van alles wordt gespoten. Wij gebruiken hier ook pesticiden, maar we hebben nog behoorlijk wat buffers en er wordt op zijn minst over gesproken. Daar weten mensen soms niet eens waar ze mee te maken hebben. Ze bewaren pesticiden bijvoorbeeld in keukenkastjes waar kinderen aan kunnen, ermee spelen en vervolgens aan overlijden. Of pesticiden die hier verboden zijn, worden daarheen geëxporteerd.’

Oplossingen

In het boek hebben jullie het ook over oplossingen. Hoe zien jullie die?

Jacob de Boer: ‘Je kunt proberen je eigen blootstelling te verminderen, bijvoorbeeld door niet vlak naast een snelweg te gaan wonen (omdat een snelweg vervuilde lucht transporteert, die je vervolgens inademt, red.). Ik eet ook geen eieren van hobbykippen, omdat ik weet dat daar bepaalde stoffen in kunnen zitten.’

Rolf Heynen: ‘We hebben thuis al het zachte plastic speelgoed weggehaald, omdat we ons zorgen maken over de hormoonverstorende weekmakers die we ook in het bloed van onze meisjes vonden. We hebben ook gekeken naar wat er in de keuken staat: daar gebruiken we zo weinig mogelijk producten met pfas en ging de teflonpan eruit. Ik probeer ook zo veel mogelijk katoen te gebruiken in plaats van polyester. En we eten veel biologisch.’

Dat maakt het natuurlijk wel een individuele verantwoordelijkheid.

Rolf Heynen: ‘En dat vind ik oneerlijk. Ik kan thuis van alles proberen te vermijden, maar ik kan niet controleren wat er op school gebeurt. Mijn kinderen komen thuis met plastic flesjes, rugzakken en speelgoed. Bovendien zijn betaalbare alternatieven vaak moeilijk te vinden. Je kunt tegen iemand met weinig geld niet zeggen: “Koop biologische voeding, een biologische matras en vervang al je plastic spullen.”’

“Uiteindelijk moet de overheid de verantwoordelijkheid opnemen, vanuit een zorgplicht. Het voorzorgsprincipe bestaat niet voor niets. Als je weet dat een stof mogelijk grote schade kan veroorzaken en je weet nog niet precies hoe groot die schade is, moet je niet wachten tot iedereen ziek is.’

Bestuurders verantwoordelijk stellen

Wat is de rol van bedrijven?

Rolf Heynen: ‘Als een bedrijf bewust grote risico’s neemt, en aantoonbaar fouten maakt, zou je in sommige gevallen ook bestuurders persoonlijk verantwoordelijk moeten kunnen stellen. Want een boete voor een bedrijf wordt vaak gewoon een kostenpost. Het bedrijf betaalt een paar miljoen euro en gaat daarna verder. Als je bestuurders persoonlijk verantwoordelijk maakt, wordt het een heel andere afweging.’

Jacob de Boer: ‘Niet iedere bestuurder die verantwoordelijk is voor een vervuilend bedrijf, is daarmee automatisch persoonlijk schuldig aan alles wat er gebeurt. Al vind ik het verhaal bij DuPont wel heel duidelijk. Daar was veel kennis aanwezig, ze wisten wat er met bepaalde stoffen gebeurde, en toch gingen ze door.’

Tot slot: zijn jullie hoopvol?

Jacob de Boer: ‘Ik ben een optimistisch mens, zeg ik altijd. Maar het gaat wel lang duren. Ik heb me altijd druk gemaakt om dit soort dingen, juist omdat je de volgende generaties belast terwijl die daar helemaal niets aan kunnen doen.’

Rolf Heynen: ‘Twintig jaar geleden moest je mensen er nog van overtuigen dat de klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt. Nu gelooft wereldwijd 85% van de bevolking dat, zelfs in de Verenigde Staten. Ze zijn allemaal onderdeel van een beweging. Er vinden nu rechtszaken plaats over boerderijen met lelieteelt, rechtszaken over Tata Steel en 3M. Dat zijn allemaal mensen die opstaan en zeggen: we accepteren dit niet. Dat was bij het reguleren van medicijnen ook zo. Het was niet één individu en ook niet één boek dat daarvoor zorgde. Het was een beweging van mensen.’

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in