Theatermaakster Remah Jabr: 'Ik geloof niet in een oplossing voor Palestina'

Niets is wat het lijkt. Dat en haar leven in Nabloes, de Palestijnse stad van verzet, vormen de rode draad doorheen het werk van de Palestijnse Remah Jabr. Haar voorstelling The Prisoner is op maandag 30 maart te zien in het kader van Eye on Palestine, het cultuurfestival dat van 28 maart tot 5 april in Brussel loopt. Een gesprek over hoop en diepgewortelde desillusie, en theater dat voorbijgaat aan de sociale wenselijkheid.

  • © Julie Verlinden Rema Jabr: 'Ik speel graag met die ruimte waarin niets zeker is: goed of slecht, terecht of onterecht.' © Julie Verlinden
  • © KVS The prisoner speelt maandag 30 maart in de KVS. © KVS
  • © Julie Verlinden Remah Jabr: 'Ik geloof dat alles georganiseerd is' © Julie Verlinden

Schrijfster en theatermaakster Remah Jabr werkte in 2012 mee aan de productie Keffiyeh / Made in China, een samenwerking van de Brusselse KVS en de Qattan Stichting in Palestina. Jabr vervolgde haar theateropleiding in Brussel en studeerde hier af aan het RITS . Twee stukken van haar hand, Two Ladybugs en The Prisoner, zijn in het komend seizoen nog te zien.

Remah Jabr werkt intussen als ‘Artist in Residence’ bij Moussem aan een nieuw theaterstuk. High Heels and Stuffed Zuchini komt in juni op de Antwerpse planken.

Rema Jabr studeerde af in de boekhouding, werkte tien jaar in wat ze zelf ‘een weinig smachtend bestaan’ noemt, en zette op haar dertigste de stap naar de theaterwereld. Zelf noemt ze het geen onverwachte omschakeling.

Remah Jabr: Geen enkele Palestijnse schrijver komt uit de studierichting die voor schrijven geschikt zou zijn. Cultuur of opleidingen daarin bestaan nauwelijks in Palestina. En zo ze er al zijn, dan nog is de omgevingsdruk bijzonder groot om een traditionele studierichting te geven, “die meer jobzekerheid belooft”. Kunst wordt eerder letterlijk gezien als speel-tijd, niet iets waarmee je je dagelijkse bestaan vormgeeft.

Ik schrijf al heel lang maar ik nam het aanvankelijk eigenlijk ook niet ernstig op. Ik schreef korte verhalen, gedichten, probeerde zelfs een eerste roman te schrijven, waarvan de kladversie nog ergens ligt stof te vergaren. Toen een vriend wat schrijfsels las, vond hij dat het tijd werd dat ik het ernstig zou nemen. En zo is het begonnen: ik stapte met een tekst naar de Qattan Stichting, kwam in contact met de KVS en kreeg de kans om in het stuk Keffiyeh/Made in China te spelen.

En daarna bleef je aan Brussel kleven?

Remah Jabr: Ik voelde me erg aangetrokken tot de Brusselse culturele ruimte, droomde ook om in het RITS te gaan studeren, opnieuw te beginnen. Terug in Palestina verloor ik mijn job, wat ik als het teken zag om volop voor theater te gaan. Het was geen evidente beslissing. Zowat iedereen vond het een foute keuze om dit nog op mijn 32ste te gaan doen. Bovendien had ik niet zomaar het geld om die stap te zetten, maar ik kon van een groep fantastische vrienden geld lenen. De dag waarop ik door de audities geraakte was de beste dag van mijn leven.

Intussen maakte je twee theaterstukken en werk je nu, tot in de zomer, als gaste bij Moussem, aan je derde theaterstuk dat op 10 juni geprogrammeerd staat. Waarover gaat dit?

Remah Jabr: High Heels and stuffed Zuchini gaat, zoals in mijn vorige stukken of mijn schrijfsels, over iets wat ik meemaakte of observeerde in mijn leven in Nabloes en dat is blijven hangen in mijn hoofd.

Ik speel graag met die ruimte waarin niets zeker is: goed of slecht, terecht of onterecht.

Dit gaat over een waargebeurd verhaal: een vrouw uit Nabloes die collaboreerde met de Israëli’s, en die daarop gedood werd door Palestijnen. In mijn stuk wil ik focussen op die vrouw en haar familie die haar afstoot en in een neerwaartse spiraal belandt en eindigt in uitzichtloosheid en ellende. De vraag die ik stel is waar die vrouw nu thuishoort.

Mijn stuk bevat geen oordeel, noch is het een politiek pamflet. Ik speel juist graag met die ruimte waarin niets zeker is: goed of slecht, terecht of onterecht.

Ik herinner me de dag dat ze gedood werd. Toen ik terugkwam van school, was de hele buurt afgezet door de Israëli’s. Toen het lichaam van de vrouw werd overgebracht naar een Israëlisch hospitaal voor autopsie, ontstond een hele discussie. De familie wilde haar niet terug. Maar waar moest die vrouw nu begraven worden? Die vraag komt in mijn stuk centraal naar voor, net als als de vraag wat dit doet met naasten. Wat doet dit met een vader of een dochter, die respectievelijk een kind en moeder moeten afstaan?

Ik hoorde na tien, vijftien jaar hoe haar dochter als informante zou werken voor de Palestijnse veiligheidsdiensten. Dat bleef aan me knagen. Het intrigeerde me dat op die manier de cirkel op een vreemde manier werd gedicht.

© KVS

The prisoner speelt maandag 30 maart in de KVS.

In een interview met MO* vindt KVS-dramaturge Hildegard De Vuyst het begrijpelijk maar jammer voor de Palestijnse samenleving dat de Palestijnse artiesten waarmee ze samenwerkte niet terugkeerden naar hun geboorteland. Waar ligt jouw toekomst?

Remah Jabr: Eerlijk? Daar heb ik nog niet over nagedacht. Ik plan wel om een theaterproject met Palestijnse acteurs te doen in Nabloes. Er is behoefte om artistieke zuurstof te verdelen over verschillende steden of gebieden, niet alleen in Ramallah waar alle culturele projecten geconcentreerd zijn.

Toen ik zelf, voor ik met theater begon, elke dag naar mijn werk ging, was mijn blikveld beperkt tot dat dagelijkse gegeven. Ik ging ervan uit dat dit de limieten van mijn bestaan waren. Ontdekken dat er meer is om jezelf en je denken te ontwikkelen, voelde als een enorme opluchting. Dat gevoel wil ik delen met de jeugd van Nabloes.

Op 30 maart speelt de KVS The Prisoner. Is hij iemand die je persoonlijk kende?

Remah Jabr: Zijn karakter is uit vier of vijf mensen samengesteld.Om mijn stuk te schrijven sprak ik met verschillende vrienden die als activisten waren opgepakt en in een Israëlische gevangenis hadden gezeten.

The Prisoner gaat over de impact van eenzame opsluiting tijdens de verhoorperiode. Wat is de impact op een persoon en op zijn relatie met de buitenwereld, met zijn geliefde? Wat doet zo’n isolement van veertig dagen in een vijandige omgeving met iemands denken, met het hertekenen van vertrouwen in anderen? Op het einde weet je als kijker niet waar de gevangene is: of hij uit de cel is of gevangen zit in zijn eigen geest.

Hoe reageren Belgen op je stukken?

Remah Jabr: De reacties variëren. Soms zijn mensen verbaasd dat we lachen om zaken die in de naakte werkelijkheid eigenlijk gruwelijk zijn. Tegelijk toon ik in mijn stukken ook de details van het leven: voedsel, liefde, jaloezie, seks. Dat maakt ook deel uit van een Palestijns leven. Ondanks de bezetting en de gijzeling van onze mobiliteit gaat ons leven door.

Mijn zus wrong zich in haar brede, lange bruidsjurk door een smalle checkpoint.

De dag waarop mijn zus trouwde waren de Israëlische militairen Nabloes binnengevallen, kennissen van me waren twee dagen ervoor doodgeschoten. We mochten niet naar buiten maar het huwelijk moest doorgaan. En dus gingen we naar de kapper, en wrong mijn zus zich in haar brede, lange bruidsjurk door een smalle checkpoint, helemaal opgemaakt, tussen de jeeps en de militairen. Ook al was er rouw om het verlies van die jongens, we vierden haar huwelijk.

Je bent zelf opgegroeid met twee intifada’s. Wat deed dat met jou?

Remah Jabr: Ik was zeven toen de eerste Intifada begon, en dertien toen de Oslo-akkoorden werden getekend. Ik heb dat heel bewust beleefd. Tijdens het uitgaansverbod dat de Israëli’s ons oplegden, was ik de boodschapper van de familie, diegene die naar buiten mocht om spullen rond te dragen of voedingsmiddelen op te pikken. Ik was een meisje, en werd dus niet verdacht als “stenengooier”.

Ik had een inkijk en deed ervaringen op die anderen niet hadden. Het heeft mijn kindertijd en jeugd echt rijker en avontuurlijker gemaakt dan anderen die maar een saaie binnentijd beleefden. Ik sprong soms over muren en kroop door draden om eten te brengen. Ik was soms wel bang, maar ik wist dat ik geen toestemming meer zou krijgen om loopmeisje te zijn als ik over mijn angsten zou praten.

Ik sprong soms over muren en kroop door draden om eten te brengen.

Wat ik zag deed me uiteraard nadenken. Ik kwam tot de conclusie dat we een andere manier moesten vinden om ons te verzetten, omdat de Intifada geen zier uithaalde, en enkel naar opsluiting of dood leidde. Natuurlijk snap ik dat mensen geen blijf meer weten met hun kwaadheid en gaan protesteren en stenen beginnen te gooien.

Ik ken die kwaadheid overigens zelf ook wel. Toen de oorlog tegen Gaza begon, verbleef ik hier, in Brussel.

Ik wist geen blijf met mijn woede, mijn enorme frustraties. Ik had alles gedaan om daaraan uitdrukking te kunnen geven.

In je eerste stuk, Two Ladybugs, breng je een Belg, een Palestijn en een Israëlische soldaat bijeen. hoe sta je tegenover die soldaat?

Remah Jabr: Ik heb zelf enkel een compleet gescheiden wereld gekend. Het enige beeld dat ik als kind van een Israëli had, was dat van een soldaat met een geweer, een beeld dat ik nog steeds in me draag.

Het enige beeld dat ik als kind van een Israëli had, was dat van een soldaat met een geweer.

Two Ladybugs gaat initieel over een Israëlische scherpschutter die mijn nicht heeft doodgeschoten. In de tekst zelf blijft is het ware gebeurtenis verdwenen, enkel het feit dat ze is doodgeschoten is gebleven. Het stuk gaat eerder over hoe we het uitgaansverbod beleefden, hoe we grappen maakten, hoe het leven verder ging als verliefde tiener.

Toen ik aan het schrijfgedeelte over de Israëlische soldaat kwam, blokkeerde ik. Ik kon me niet in zijn geest verplaatsen. Ik bleef maar vragen stellen, en ik merk dat ik steeds meer vragen heb.

Wat voelen deze mensen als ze iemand hebben neergeschoten? Wat doen ze wanneer ze thuiskomen? Is doden met de hand minder afwendbaar dan doden met een machinegeweer waar de afstand groter is?

© Julie Verlinden

Remah Jabr: ‘Ik geloof dat alles georganiseerd is’

Heb je antwoorden?

Remah Jabr: Nauwelijks. Ik geloof wel dat alles georganiseerd is. Ik geloof dat dit een vooraf uitgekiend Israëlisch plan was, dat de route van de muur allang getekend was.

Het was gewoon kwestie van wachten op de voorspelbare Palestijnse reacties, om dan te kunnen zeggen: ‘kijk, nu moeten we die verdomde “Verdedigingsmuur” bouwen’. De Palestijnen reageren emotioneel zoals van hen wordt verwacht, het is het enige wat hen rest.

Als de wereld nog steeds gelooft dat dit verdediging is, moet die zich de volgende vraag eens stellen: hoeveel Palestijnen zijn gewapend en maken deel uit van het gewapend verzet?

Dat is een kleine minderheid. Maar toch wordt een heel volk gestraft en worden onnoemelijk veel onschuldige mensen gedood, mensen die nooit — nooit ! — één vinger naar iemand hebben uitgestoken. Wie aanvaardt dat nog als “verdediging”?

Soms, op “lichtmomenten”, denk ik dat we onze hoop moeten stellen in die Israëli’s die proberen het anders te doen, die proberen hun samenleving en hun collectief denken te veranderen.

Maar die hoopvolle momenten worden genadeloos in elkaar geslagen met Gaza de voorbije zomer, met de verkiezingen nu. De uitslagen van de laatste verkiezingen zeggen genoeg: dit is wat de Israëli’s willen.

Geloof je in de tweestatenoplossing?

Remah Jabr: Ik zal het kort houden: ik geloof niet in een oplossing voor Palestina. Het zal alleen maar gecompliceerder, gruwelijker, onrechtvaardiger worden tot iets groter, iets heel ergs, zal gebeuren. En misschien bevinden we ons al in de beginfase daarnaartoe.

Maar om terug te komen op je vraag: puur praktisch geloof ik niet in één staat. Ik denk niet dat we als Palestijnen kunnen samenleven met de Israëli’s. Het is te laat. Maar dit is hoe ik het zie, ik vertegenwoordig enkel mezelf en niet de andere Palestijnen als ik dit zeg.

Overigens, met vrienden praten we helemaal niet over die zogenaamde oplossingen, over wat nu het best is: twee staten of een staat. Het is theorie en hypothese, en in die zin absurd ver weg van de realiteit waarin we ons bevinden.

Waar geloof je in?

Remah Jabr: De gewone Palestijnen zijn moe. De geest van verzet is overgenomen door pessimisme, zeker bij mijn generatie en die achter mij. We hebben het geloof in een oplossing nooit gekend die mijn ouders nog wel hadden.

Ik geloof dat theater een methode kan zijn, een instrument kan aanreiken om verder te gaan in het leven. Het kan een reddingsboei zijn tot iemand eindelijk een mondiale tegenbeweging in gang kan trekken, verandering brengt in de catch 22 waarin we zitten.

Het festival Eye On Palestine vindt plaats van 28 maart tot 5 april in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Théâtre Le Marni en CC Jacques Franck.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur