Sammy Baloji: ‘Postkoloniale samenleving in Congo draagt nog steeds koloniale stempel’

Interview

Doctoraatsonderzoek mondt uit in solotentoonstelling

Sammy Baloji: ‘Postkoloniale samenleving in Congo draagt nog steeds koloniale stempel’

A person in a brown hoodie stands in front of two monochrome art pieces on a light background.
A person in a brown hoodie stands in front of two monochrome art pieces on a light background.

Beeldend kunstenaar Sammy Baloji onderzoekt al jaren de koloniale banden tussen Congo en het Westen. Met een nieuwe solotentoonstelling in Antwerpen en een nakend doctoraat, komen verschillende draden van dat onderzoek samen. MO* voerde een gesprek over wandtapijten als tegenverhaal, geheugeninstrumenten als verzet, en de rechte lijn die er nooit was.

Zichtbaar ontspannen wandelt Sammy Baloji van zijn studio, net om de hoek, het voorplein van Sint-Gillis op, de eerste lentezon op het gezicht. Het zijn nochtans drukke dagen voor de visueel kunstenaar. Op 17 april opent zijn nieuwe solotentoonstelling in Antwerpen, en van mei tot november is zijn werk op de Biënnale van Venetië te zien. Tussendoor, ook in april, verdedigt hij nog zijn doctoraatsthesis aan Sint Lucas Antwerpen en Universiteit Antwerpen.

Dat betekent dat we Sammy Baloji binnenkort “doctor in de kunsten” mogen noemen. Al blijft hij er bescheiden onder. Hij ziet zijn doctoraatsonderzoek als een verdieping van wat hij al jaren doet: de dialoog voeden over de koloniale band die het Westen nog steeds verbindt met het hart van het Afrikaanse continent, en in het bijzonder met zijn thuisland Congo.

Voor dat doctoraatsonderzoek zou hij veldonderzoek in Congo en archiefonderzoek in België doen. Maar net vooraleer dat onderzoek had moeten aanvangen, brak de pandemie uit en kwam hij vast te zitten. In Italië, nota bene. ‘Er zijn slechtere plaatsen’, lacht hij. Het doctoraat, met bijhorende artistieke resultaten, wordt dus wat later dan voorzien afgerond en voorgesteld.

Draadwerk

Centraal in zijn solotentoonstelling staan twee monumentale wandtapijten, versterkt door geluidswerken. Het lijkt nieuw territorium voor Baloji, die eerder met fotografie, video en beeldhouwkunst werkte. Maar de keuze voor tapisserie is weloverwogen.

Rethreaded Indies door Sammy Baloji

Rethreaded Indies door Sammy Baloji

‘In de kunstgeschiedenis gaan tapisserieën de renaissanceschilderkunst vooraf’, legt hij uit. ‘Het waren de eerste visuele propagandamiddelen die we kenden.’

Waar in de 17de eeuw wandtapijten dienden om de Nieuwe Wereld exotisch voor te stellen, voegt Baloji er vandaag twee tegenverhalen aan toe. In Rethreaded Indies geeft hij een eigen interpretatie van historische tekeningen van diplomatieke ontmoetingen tussen het Koninkrijk Kongo en Europese machthebbers.

Het tweede tapijtwerk, Seeing Katharina, vertrekt vanuit The Negress Katharina, een tekening van Albrecht Dürer uit 1521, een van de vroegste Europese portretten van een zwarte vrouw. Katharina was door een Portugees tot slaaf gemaakt en leefde waarschijnlijk in de 16de eeuw in Antwerpen. Baloji verweeft dit beeld tot een hedendaagse collage, waarbij hij de positie van de slaaf in de geschiedenis, en de economische rijkdom uit de trans-Atlantische handel, onderzoekt.

Geen afgesloten verleden

Het vertrekpunt van Baloji’s onderzoek ligt in de 15de eeuw. En dat is niet toevallig, want toen vond de eerste ontmoeting tussen het Vaticaan, Portugal en het Koninkrijk Kongo plaats. ‘Die eerste diplomatieke betrekkingen waren eerder horizontaal, maar resulteerden uiteindelijk in slavernij.’

Later werd het eigendomsrecht geïntroduceerd, een contract dat ook Henry Morton Stanley en de eerste ontdekkingsreizigers door de lokale leiders lieten ondertekenen. Op het werk Rethreaded Indies worden die leiders met medailles om de hals afgebeeld. ‘Ze tekenden uiteindelijk contracten waarbij ze hun landrechten afstonden, terwijl zij dachten dat ze gasten ontvingen.’

Dat zijn geen verhalen uit een afgesloten verleden, benadrukt Baloji. ‘De aanpak van Trump, maar ook van China of Rusland, stelt datzelfde eigendomsrecht nog steeds centraal in onze mondiale economie. Het gaat er nog steeds over hoe de grondstoffen van Congo andere landen verrijken.’

‘In het Westen wordt de geschiedenis nog te gemakkelijk in prekoloniale, koloniale en postkoloniale periodes verdeeld. Als gescheiden periodes, dus.’ Baloji verzet zich daartegen. ‘Zowel door artistieke creatie als door onderzoek, kan je blootleggen hoe de postkoloniale Congolese samenleving nog steeds een koloniale stempel draagt. En hoe Europa vandaag diezelfde machtsrelatie via economische en politieke betrekkingen in stand houdt.’

Hoe kan dat mechanisme doorbroken worden? Baloji twijfelt even. ‘Kijk, ik probeer in mijn werk aan te tonen dat de motieven dezelfde zijn, maar, afhankelijk van de periode of de politieke stroming, vooral het discours verandert. Ik kan dit alleen maar tonen, het is aan de politici om het te doorbreken.’

Etnie als politiek instrument

Die weigering om heden en verleden te scheiden, is ook de drijfveer van een hoofdluik in Baloji’s doctoraatsonderzoek: de geschiedenis van de Luba, de gemeenschap waartoe hij zelf behoort.

‘De Luba komen uit de provincie Kasaï,’ legt hij uit, ‘maar ik ben geboren in Lubumbashi omdat mijn ouders om economische redenen verhuisd zijn naar de provincie Katanga.’ Die persoonlijke achtergrond is onlosmakelijk verbonden met een breder migratieverhaal dat hij onderzocht.

‘Die leiders, met hun medailles om de hals, tekenden contracten waarbij ze de rechten van hun land afstonden, terwijl zij dachten dat ze gasten ontvingen.’
Sammy Baloji

De eerste migraties van de Luba vonden waarschijnlijk plaats tussen de 16de en de 17de eeuw. Een deel ervan kwam terecht in wat later de provincie Kasaï zou worden, maar zonder zich te organiseren in de vorm van een koninkrijk, zoals dat wel het geval was in Katanga. Beide groepen delen nog steeds zowel verhalen – over de stamvader bijvoorbeeld, al kan zijn naam soms veranderen – als eenzelfde geografie.

De migratie van de Luba was zowel prekoloniaal, koloniaal als postkoloniaal, ‘maar telkens aangedreven door economische belangen’, vervolgt Baloji.

‘In de koloniale periode werden heel wat Luba uit Kasaï naar Katanga gehaald om spoorwegen aan te leggen en in de mijnen te werken.’ Door die mijnbouw was Katanga aan de vooravond van de onafhankelijkheid een plaats waar België veel te verliezen had.

Vlak na de Congolese onafhankelijkheid in 1960, werd Katanga tot aparte staat uitgeroepen. Een strategische zet, aangestuurd door de Belgen. ‘Vanaf dan werd etnische identiteit plots belangrijk’, onderstreept Baloji. En ook de verschillen tussen de Luba werden plots belangrijk.

‘Om de greep op Katanga te behouden, had men de steun van “de autochtonen” nodig.’ Etnie werd een politiek instrument waardoor de Luba uit Kasaï plots als “vreemden” werden bestempeld en verjaagd. In de onrust na de onafhankelijkheid werd identiteit politiek gerecupereerd om economische belangen te beschermen.

Ook later, toen Mobutu de macht greep en beweerde het land te zullen herenigen, werden etnische verschillen gebruikt als politiek instrument. Dat ervoer Baloji persoonlijk.

Sammy Baloji Brussel

‘Tijdens Mobutu’s beleid van nationale eenheid ging ik naar school in Lubumbashi. In die jaren ‘90 ontstonden er breuken tussen verschillende politieke partijen, wat leidde tot etnische conflicten. En opnieuw werden de Kasaï uit Katanga verjaagd.’ Baloji herhaalt het geregeld: er zijn geen duidelijke breuken tussen heden en verleden.

Geheugeninstrument

‘Ik vroeg me af hoe je dat koloniale erfgoed, die economische belangen, die politiek van verdeling en controle kunt bevragen.’ Het antwoord vond Baloji in de geheugeninstrumenten van de Lubagemeenschappen zelf.

De kasala is een gezongen ceremonieel gedicht waarmee de Luba in Kasaï hun helden en leiders bezingen bij onder andere rouwceremonies of huwelijken. ‘Ik ben daar als kind mee opgegroeid. Die liederen bevatten enorm veel informatie. Het zijn culturele praktijken die de tijd hebben overleefd, die weerstand hebben geboden, en die ook de nieuwe verhalen hebben geïntegreerd, want ook de koloniale verhalen werden erin opgenomen.’

Baloji verdiepte zich ook in de lukasa, een houten geheugenbord bezet met juwelen en graveringen, gebruikt door de Mbudye-wijzen van het Lubakoninkrijk in Katanga, de bewakers van het verleden. Zij beschermden de verhalen en mythologieën en gaven ze door aan de volgende generatie.

‘In tegenstelling tot de kasala is de lukasa wel verdwenen’, zegt Baloji. ‘Onder het koloniale bestuur waren die koninkrijken niet toegestaan. Ze werden niet alleen bestuurlijk, maar ook economisch vernietigd. Zo verdween ook de lukasa’, legt hij uit. ‘Het creëren van een eigen economie, wat koninkrijken en samenlevingen voorheen deden, werd onmogelijk gemaakt. Dat was voorbehouden aan het koloniale bestuur. De lokale bevolking had niet langer het recht om zonder toestemming meer dan 30 kilometer te reizen. Die mensen zaten dus vast in gecontroleerde kampen.’

Het antropologische onderzoek hielp Baloji te begrijpen hoe instrumenten als de kasala en lukasa werden gebruikt in het prekoloniale tijdperk. ‘Voor mij waren die instrumenten niet enkel interessant omwille van hun verleden, maar ook om uit te zoeken hoe je ze kan gebruiken om de hedendaagse samenleving te lezen.’

Gedeelde herinnering

Dat onderzoek naar de lukasa mondde concreet uit in verschillende werken, zoals een groot lukasa-beeld aan de Scheldekaai in Antwerpen. Het is een hedendaagse interpretatie van het geheugenobject en benadrukt de economische relatie tussen Antwerpen en Muanda, de Congolese havenstad waar Europese vrachtschepen af en aan voeren. Het beeld verwijst naar het gedeelde verleden van België en Congo, maar ook naar het heden.

De geluidswerken Purple sugar thread of Mulohò en Missa Utica klinken als een meerstemmig geheugen, waarin verschillende verhalen resoneren en er niet één domineert. Net als de kasala die Baloji als kind al hoorde en die steeds nieuwe lagen toevoegt aan een gedeelde herinnering.

De tentoonstelling Copper Thread, Rubber Thread, Sugar Thread is samengesteld door Samuel Saelemakers en vanaf 17 april 2026 te zien in de voormalige Dominicanenkerk Kunsthal Extra City, Provinciestraat 112, 2018 Antwerpen.