Bijdrageplicht duwt werkende asielzoekers de straat op
‘Dit noem ik huisjesmelkerij voor derderangsburgers’
)
© Belga
)
© Belga
Sinds 2025 zijn loontrekkende asielzoekers effectief verplicht om te betalen voor de opvang die ze krijgen in ons land. Dat klinkt logisch, maar toch trekken medewerkers van de opvangcentra aan de alarmbel. Want de bijdrageplicht is volgens hen niet in verhouding tot de opvang die mensen krijgen en duwde al 441 mensen de straat op.
Straks, in maart verblijft hij twee jaar in België, zegt de Palestijnse Elham*. Terwijl hij praat vervaagt de damp van zijn onaangeroerde thee langzaam in het buitenlicht van de overvolle koffiebar. Het is een vroege avond in december, kerst is in aantocht.
Een warme tafel binnen op dit drukke einduur van de dag is ijdele hoop. Voor Elham is een terrasstoel prima. Zijn werk zit erop en hier vindt hij wat in zijn kamer in het opvangcentrum ontbreekt: verse lucht en ruimte. Die zijn een duur luxegoed in de kamer van drie op vier meter − goed voor een vierkante meter per kamergenoot.
Toen hij in 2023 in Brussel aankwam, kreeg hij te horen dat er geen plaats meer was in de verzadigde opvangnetwerken. Het was lente, de straatstenen zouden snel warmer worden, dacht de Belgische regering. Voor Elham bleven de Brusselse straten kil.
Na zes maanden brutale dakloosheid kreeg Elham te horen dat er een plaats voor hem was in een Vlaams opvangcentrum. Maar het dak boven zijn hoofd kwam met een prijskaartje.
Cumul
In november 2024 vond Elham een baantje bij een bekend transportbedrijf voor textiel. Hij kocht een jas en sigaretten en stuurde zijn zuurverdiende geld naar zijn noodlijdende familie in het platgebombardeerde Gaza.
Dat was buiten de cumul gerekend. Want sinds Elham betaald werk heeft, valt hij onder een relatief nieuwe plicht die de Belgische regering invoerde: de bijdrageplicht of zogenaamde cumul. Wie in een opvangcentrum of lokaal opvanginitiatief van het OCMW woont, werkt én daarbij meer dan 265 euro per maand verdient, is daardoor verplicht bij te dragen in de kosten van de opvang.
‘De communicatie over de maatregel was heel flou. Bewoners noch sociaal werkers waren op de hoogte.’
De bijdrage wordt berekend op basis van het nettoloon. Wie minder verdient, betaalt een lager percentage van het nettoloon, en omgekeerd. Werkende bewoners zoals Elham moeten hun sociaal assistent informeren over hun arbeidscontract, hun werkuren en hun loonfiche. Dat werd vastgelegd in het koninklijk besluit van 16 april 2024.
Maar dat loontrekkende mensen in de opvang bijdragen voor het dak boven hun hoofd, klinkt logischer dan het in de feiten is.
Dat zeggen onder meer Femke* en Karen*, allebei medewerksters in de Belgische opvangcentra voor asielzoekers. Karen werkt in de opvangcentra van Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, Femke werkte in de opvangstructuren van het Rode Kruis, een opvangpartner van Fedasil.
Het is de eerste keer dat ze elkaar in levenden lijve zien, vermelden ze terwijl ze plaatsnemen in het vergaderlokaaltje van de MO*redactie. Ze trokken apart aan de alarmbel om de bijdrageplicht aan te klagen, namen contact op met elkaar en klopten daarna aan bij de redactie. Ze getuigen voor dit artikel liever ook niet met hun echte naam.
Communicatiechaos
De bijdrageplicht is een heel ondoordachte maatregel die veel vragen oproept, vertellen Karen en Femke. Een van de grootste knelpunten is de gebrekkige communicatie door de bevoegde opvangpartners, Fedasil en het Rode Kruis, klinkt het.
‘De regelgeving dateert van 2024, de eigenlijke handhaving kwam er in januari 2025. Alleen was niemand echt op de hoogte. Er werden schijnbaar geen eenduidige richtlijnen uitgestuurd naar de centra. Als die er al waren, stroomde de informatie in elk geval niet door naar de sociaal assistenten in de centra’, zegt Femke.
‘De communicatie over de maatregel was heel flou’, vult Karen aan. ‘Niemand begreep echt dat de verplichting effectief werd ingevoerd. Bewoners noch sociaal werkers waren op de hoogte of en wanneer werkende bewoners hun loon moesten declareren en zouden moeten bijdragen in de kosten voor de opvang.’
Fedasil betwist dat mensen niet voldoende op de hoogte waren, en dat bewoners begrip kregen bij de eerste controles. 'Het is een nieuwe en relatief complexe maatregel voor de bewoners waarvoor in sommige gevallen bijkomende duiding en nuance nodig zijn', reageert woordvoerder Filip Van der Elst. 'Maar de communicatie-instrumenten die we ontwikkelden waren zeer duidelijk en in verschillende talen. Onze opvangmedewerkers investeren ook heel veel tijd en energie in informatie en bijstand aan onze bewoners.'
Maar daar is ook net een probleem, zeggen Femke en Karen. De sociaal assistenten in de centra zijn volgens hen vaak overwerkt en krijgen teveel dossiers in beheer, klinkt het. 'Tijd en middelen om uitgebreid en correct te communiceren naar verschillende talengroepen ontbreken', zegt Femke.
Weinig bewoners gaven met andere woorden gevolg aan de bijdrageplicht. ‘Tot Fedasil controles begon uit te voeren op de loontrekkende bewoners in de centra. Daaruit bleek dat een groot aantal bewoners hun bijdragen niet hadden aangegeven en betaald. Heel veel bewoners kregen aanmaningen en de boodschap dat ze moesten vertrekken als ze hun achterstallige bijdrage en de bijhorende boete niet zouden betalen.’
Uitzetting
Elham was een van hen. Hij kreeg te horen dat hij zijn achterstallige bijdragen van de laatste drie werkmaanden moest betalen. Die bijdrage werd ook verhoogd, want Fedasil eist immers dat achterstallige betalers 50% van hun brutoloon betalen. Dat betekent dat ze netto heel veel verliezen.
'Enkel wie geen spontane maandelijkse aangifte deed, zal nadien het verzoek krijgen om een bijdrage te leveren van 50% van het brutoloon', reageert Fedasil.
Hoe dan ook betekent die sanctie dat mensen zoals Elham netto heel veel verliezen.
‘Ik kon het niet betalen, want ik had het geld al naar mijn familie in Gaza gestuurd. Die hebben dat geld letterlijk broodnodig. Ze wonen in een ijskoude natte tent vol gaten, in een omgeving waar geen toegang is tot betaalbaar eten.’
‘Mijn familie in Gaza probeert te overleven in een genocide. Waarom zou ik ook nog eens betalen voor een kamer vol bedwantsen waar ik niet eens privacy en ruimte heb?’
Omdat Elham geen gehoor kon geven aan de aanmaningen van Fedasil, kreeg hij te horen dat hij het opvangcentrum binnen de vier werkdagen moest verlaten.
Twee medebewoners van het centrum waren al op straat gezet, vertelt hij. ‘Ik heb beroep aangetekend, want dit klopt toch niet? Waarom zou ik, terwijl mijn familie in Gaza probeert te overleven in een genocide, ook nog eens betalen voor een kamer vol bedwantsen waar ik niet eens privacy en ruimte heb?’
Het is een punt dat ook Femke aanhaalt: ‘Ik ben bereid als Belgische burger hoge taksen op arbeid te betalen. In ruil krijg ik de garantie op goede basisvoorzieningen: goed onderwijs, een betaalbaar en uitmuntend zorgsysteem, sociale voorzieningen… Maar de bewoners van opvangcentra krijgen niet dezelfde voorzieningen.’
‘Integendeel,’ vervolgt ze, ‘de huisvesting voldoet niet aan de normen. Schimmel, muizen en bedwantsen zijn in de opvangcentra schering en inslag. Mensen delen piepkleine kamers met mensen die ze niet kennen, er is geen privacy. De medische zorg is ondermaats, het onderwijs verloopt moeilijk, sociaal assistenten zijn overwerkt. Noem maar op. En daarvoor moet je een behoorlijk percentage van je loon afstaan? Dat noem ik huisjesmelkerij voor derderangsburgers.’
Opvangstructuren voldoen niet
Van de 105 opvangcentra voor asielzoekers voldoet één vijfde niet aan de minimumnormen die Fedasil zichzelf en andere uitbaters van opvangcentra oplegt. En Van de 40 opvangcentra die Fedasil zelf uitbaat, voldoet de helft niet aan de minimumnormen. Dat bleek uit cijfers die De Standaard in november 2025 opvroeg. Ook het Kinderrechtencommissariaat klaagde in zijn jaarrapport de ondermaatse toestanden in de centra aan.
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) liet aan De Standaard weten de problemen te erkennen, en verwees naar de aanslepende druk op het asielopvangnetwerk.
Loontrekkende asielzoekers kunnen alternatieven zoeken buiten de opvangstructuren, zo is de denkpiste. Maar die houdt geen rekening met de onbereikbare huisvesting in België, zeker voor niet-Belgen.
‘Onze huurhuizenmarkt bevindt zich al decennia in een enorme crisis’, zegt Karen. ‘We hoeven er geen tekening bij te maken wat dat betekent voor mensen die de taal niet spreken, die geen vaste verblijfspapieren hebben, die een vreemde achternaam hebben en die in precaire jobstatuten zitten.’
Onzekere jobs en kwetsbare mensen
Mensen komen vaak terecht in tijdelijke en slechtbetaalde jobs. In drukke koopjesperioden levert Elhams interimcontract overuren op, tijdens kooparme momenten valt hij zonder werk. Interimjobs en onregelmatige arbeid zijn schering en inslag bij asielzoekers, zeggen Femke en Karen. ‘Ik heb weet van mensen die werden gesanctioneerd en moesten afbetalen terwijl ze op dat moment al niet meer werkten’, zegt Karen.
De Brusselse arbeidsrechtbank nam dat laatste alvast mee in voorlopige uitspraken in een aantal beroepsprocedures, aangespannen door bewoners die uit asielcentra gezet dreigden te worden, aldus Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Fedasil hield geen rekening met het feit dat de (asiel)verzoeker op het moment van de aanmaning niet meer actief was op de arbeidsmarkt en niet binnen korte tijd de betaling kon uitvoeren.’
‘Mensen moeten het niet met me eens zijn, maar persoonlijk begrijp ik dat men iets moet bijdragen. Maar de bijdrage moet evenredig zijn.’
De rechter haalde in een aantal aangetekende beroepen ook de kwetsbare profielen van de betreffende personen aan.
‘Bovendien hebben we te maken met anderstalige mensen, waarvan ook mensen die laaggeschoold zijn’, zegt Femke. ‘Voor deze mensen, die niet vertrouwd zijn met onze Belgische bureaucratie, is het dus ongelofelijk moeilijk om die loonaangiften in vullen. Ik heb zelf de oefening gedaan en merk dat het best complex is om je eigen aangifte te doen.’
Rechter geeft gelijk
De Brugse advocaat Alexander Loobuyck verdedigt meer dan 20 mensen die in beroep gingen tegen hun uitzetting uit de asielcentra. Loobuyck tekende met hoogdringendheid beroep aan bij de arbeidsrechtbanken die bevoegd zijn voor de woonplaatsen van zijn cliënten.
In zijn verdediging verwijst Loobuyck onder meer naar het gebrek aan bewijslast: ‘Fedasil gaat ervan uit dat mensen te kwader trouw handelen: ze verzaken te betalen. Maar wat ik merk, is dat de handhaving van het koninklijk besluit Cumul nog in de beginfase zit en dat de communicatie erover inderdaad afwezig of minstens zeer onhandig is geweest. Mensen zijn nauwelijks omkaderd geweest. Waaruit blijkt dat ze vooraf op de hoogte waren dat ze moesten bijdragen?’
Loobuyck is zelf niet tegen de idee van de bijdrageplicht. ‘Mensen moeten het niet met me eens zijn, maar persoonlijk begrijp ik dat men iets moet bijdragen. De parallel die Fedasil trekt, is dat mensen die niet in een opvangcentrum zitten en die tot voor kort OCMW-steun kregen, ook voor hun eigen huisvesting moeten betalen. Dat zorgde voor ongelijkheid. Maar de bijdrage moet evenredig zijn.’
'441 mensen vertrokken na de toewijzing van een zogenaamde no-show', laat Fedasil weten op de vraag hoeveel mensen sinds de invoering van Cumul uit de centra werden gezet.
‘De beperking van de opvang of ‘no-show’, is maar een middel dat we in laatste instantie gebruiken na meerdere aanmaningen en ingebrekestelling. Het gaat gepaard met een gemotiveerde beslissing waartegen men in beroep kan gaan’, zegt Van der Elst. ‘Het is een wettelijk voorzien sluitstuk van een proces waarbij de bewoner verschillende kansen kreeg om de situatie recht te zetten.’ Hij voegt eraan toe dat ‘er meerdere weken verstrijken tussen de eerste betalingsaanvraag en de toewijzing no-show’.
‘Bewoners die moeten vertrekken, kregen inderdaad eerder al aanmaningen', zegt Loobuyck. 'Maar als ze dan vragen om een afbetalingsplan, krijgen ze het deksel op de neus. Fedasil weigert in de meeste gevallen een afbetalingsplan te aanvaarden. Artikel 4 van de Opvangwet stelt nochtans dat men de materiële hulp maar kan beperken of intrekken mits inachtname van het evenredigheidsbeginsel. Het buitenzetten van een asielzoeker zonder deze een afbetalingsplan te willen toekennen is volgens een aantal arbeidsrechtbanken dan ook disproportioneel.’
Volgens Loobuyck zijn de meeste voorlopige uitspraken van de rechtbanken positief, waardoor de uitzetting uit de centra werd tegengehouden.’
*Fictieve namen om anonimiteit en privacy te garanderen.
Namen zijn bekend bij de redactie.
Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox
Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in

