Dagelijks leven keert terug in Syrische stad Aleppo, onder de oppervlakte broeit wrok
‘Ze hebben mijn hele familie vermoord’: Koerden uit Aleppo getuigen

Zes leden van de familie Rasho, waaronder drie kinderen, worden begraven in de Syrische stad Afrin. Ze werden afgelopen donderdag gedood door een gewapende drone van het Syrische leger terwijl ze uit Aleppo probeerden te vluchten.

Zes leden van de familie Rasho, waaronder drie kinderen, worden begraven in de Syrische stad Afrin. Ze werden afgelopen donderdag gedood door een gewapende drone van het Syrische leger terwijl ze uit Aleppo probeerden te vluchten.
Koerdische inwoners van Aleppo sloegen vorige week op de vlucht, omdat hun dichtbevolkte wijken onder vuur van de nieuwe Syrische regering lagen. MO* sprak met familieleden van gevluchte en omgekomen burgers. ‘We dachten dat we opnieuw konden beginnen, dat we het nieuwe Syrië konden vertrouwen.’
In het kort
Vorige week viel het Syrische leger twee wijken in Aleppo aan om de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) te verdrijven. Hoewel het leger stelde geen burgers maar de SDF te viseren, laat willekeurig militair geweld altijd sporen na. Huizen werden vernield, en opnieuw waren Koerden de grootste slachtoffers.
Om meerdere redenen.
In deze dichtbevolkte wijken vormen zij de meerderheid.
Ze werden de voorbije jaren herhaaldelijk gedwongen verplaatst, en elke nieuwe ontheemding duwt hen dieper de armoede in.
Pro-Turkse islamistische milities, die in Afrin al gruweldaden tegen Koerden begingen, werden nu opnieuw ingezet in Aleppo. Dat is een recept voor ontsporingen en een verdere ondermijning van het sociale weefsel.
Veel Koerden zoeken veiligheid in SDF-gebieden, maar die nabijheid maakt hen tegelijk ook een doelwit.
‘Zeven mensen, vermoord terwijl ze vluchtten’
‘Een vriend van mij in Aleppo is dood, samen met zijn hele familie’, zegt Delvan Jafar vanuit Tielt-Winge. In tien jaar tijd verloor hij bij elke nieuwe aanval vrienden en familie in Syrië, eerst door Turkije, nu door het Syrische leger. Met de SDF voelt hij weinig affiniteit.
Zijn vriend heette Amin Mohammad Rasho. Amins zoon Mazloum is een van de Koerdische strijders die vorige week vochten in Aleppo.
Vanuit Hamburg vertelt een andere zoon wat er gebeurde. ‘Ze hebben mijn hele familie vermoord. Mijn vader Amin, mijn moeder Sultana, mijn zus Zainab, Mazloums vrouw Sharvin en hun drie kinderen Nura (10), Amin (9) en Mira (3) probeerden per auto te vluchten via de zogenoemde “veilige corridor”. Hun wagen werd geraakt door een gewapende drone. Iedereen behalve mijn moeder was op slag dood. Zij overleed later in het ziekenhuis. We weten niet waarom hun auto werd geviseerd. Mazloum was niet bij hen.’

De familie Rasho, van links naar rechts: Nura, Amin, Sharvin, Mira, Amin en Sultana (Zainab, die ook overleed, staat niet op de foto).
Wetende dat zijn volledige gezin was gedood, stapte Mazloum Rasho intussen zelf op het konvooi dat de regering had ingelegd om Koerdische strijders weg te voeren naar Noordoost-Syrië, dat gecontroleerd wordt door de SDF. Zoals het Assad-regime ooit rebellen evacueerde, zo evacueren de nieuwe machthebbers nu hun vijanden.
De familie Rasho kwam uit Afrin. Na het Turkse offensief van 2018 vluchtten ze naar Shahbaa, later naar de wijk Sheikh Maqsoud. Hun derde vlucht overleefden ze niet. Ze werden in Afrin begraven.
Sheikh Maqsoud
Voor 2018 woonden naar schatting 100.000 Koerden in Sheikh Maqsoud, een van de geviseerde wijken in Aleppo. Na de Turkse operatie in Afrin in 2018 zwol dat aantal aan tot ongeveer 1 miljoen door de instroom van Koerdische vluchtelingen. De wijk werd daardoor zeer dichtbevolkt.
Strijders van het voormalige Syrisch Nationaal Leger, tijdens de burgeroorlog opgericht door Turkije, opereren vandaag formeel onder bevel van het Syrische regeringsleger. Tegelijk blijven ze verbonden met het Turkse leger en de inlichtingendiensten. Deze milities bezetten Afrin zeven jaar lang. Ze verdreven duizenden Koerden en maakten zich schuldig aan plunderingen, gedocumenteerd door Human Rights Watch en Amnesty International. Uitgerekend zij werden vorige week ingezet in Sheikh Maqsoud.
Er circuleren video’s waarin hun strijders openlijk pronken met hun gruweldaden. Zo gooien ze het lichaam van een gedode Koerdische strijdster van een gebouw terwijl ze ‘Allahu akbar’, 'God is de grootste', roepen. In andere fragmenten slepen ze lichamen van trappen terwijl ze hen ‘varkens’ noemen.
In maart 2025 bezocht MO* Sheikh Maqsoud nog. De wijk binnen raken bleek moeilijk. De benodigde toestemming van de SDF had twee maanden papierwerk gevergd, maar aan de controlepost werden we alsnog afgesnauwd. Wantrouwen en waakzaamheid waren groot.
Eenmaal binnen kregen we een rondleiding langs hun autonome politie en scholen, waar Koerdische kinderen onderwijs kregen in hun eigen taal, en de geschiedenis leerden met een sterk nationaal Koerdisch accent. Via persoonlijke contacten konden we ook gewone bewoners spreken, buiten het toezicht van de partij.

Kinderen in de dichtbevolkte wijk Sheikh Maqsoud in Aleppo, maart 2025. Veel Koerdische inwoners van de wijk zijn afkomstig uit Afrin, waar ze werden verdreven tijdens Turkse militaire operaties.
© Emiel Petrovich
‘We worden vermoord, alleen langzaam’
Ook Hamida Omar, een tante van Delvan Jafar uit Tielt-Winge, komt uit Afrin. Vorige week sloeg ze op de vlucht, voor de vijfde keer sinds 2012. ‘In dat jaar vluchtten we uit Sheikh Maqsoud voor raketaanvallen van de toenmalige rebellen’, vertelt ze. ‘We keerden terug naar Miskê, ons dorp in Afrin.’ In 2018 moesten ze opnieuw vluchten, na de Turkse invasie, ditmaal naar Shahbaa.
‘We waren ambtenaren, met een loon en een mooi appartement. Maar er was niets meer. Het bleek volledig leeggeplunderd.’
Eind november 2024, tijdens de val van Assad, laaide de angst opnieuw op. Hayat Tahrir al-Sham (HTS) rukte op en Koerden vreesden represailles. Hamida’s dochter, van wie de man aan de SDF gelinkt was, kreeg te horen dat ze naar Hasakeh moesten vertrekken. Hamida had zelf geen band met de SDF, maar volgde haar dochter.
Toen bleek dat HTS geen represailles uitvoerde, keerde ze terug. Voor het eerst in twaalf jaar stond ze opnieuw in haar appartement in Sheikh Maqsoud. ‘We waren ambtenaren, met een loon en een mooi appartement’, zei ze. ‘Maar er was niets meer. Het bleek volledig leeggeplunderd.’
We ontmoetten haar daar in maart 2025. Buiten was de wijk levendig, het was ramadan en de aanloop naar het Koerdische Nieuwjaar. Binnen heerste een timide stilte tussen de kale muren.

Hamida Omar in haar appartement in maart 2025. Vorige week belden we haar op: 'Ik verblijf nu in een onbewoonbaar huis in Afrin, hopelijk is ons appartement in Aleppo niet wéér vernield'.
© Emiel Petrovitch
Tijdens de gevechten van vorige week belden we haar opnieuw. ‘We dachten dat we opnieuw konden beginnen, dat we het nieuwe Syrië konden vertrouwen’, zegt ze. ‘Ik heb miljoenen lira's (duizenden euro’s, red.) betaald om de woning opnieuw bewoonbaar te maken. Hoeveel keer nog?’
Hamida vluchtte opnieuw naar Miskê, met alleen de kleren die ze droeg. Ze verblijft nu in een leegstaand huis zonder water, elektriciteit of verwarming. In een videogesprek toont ze een kleine houtkachel en een tapijt op de grond. ‘Dat is alles wat ik nog heb. We kunnen hier niet eens koken. Mijn buurvrouw laat me bij haar eten.’
Ze zucht. ‘Ik leef nog, maar soms denk ik dat het beter was geweest onderweg te sterven. We worden al tien jaar vermoord, alleen langzaam. Niemand ziet dat ik telkens opnieuw van nul moet beginnen, en elke keer met minder. Waar moet ik het geld vandaan halen?’
‘Raketten vlogen over onze hoofden’
In maart 2025 verbleven we bij Ahmad Mukhtar in Sheikh Maqsoud. Zijn verhaal klonk pijnlijk vertrouwd: gevlucht uit Afrin in 2018 en uiteindelijk beland in een armoedige woning in de smalle straten van deze dichtbevolkte wijk in Aleppo.
Tijdens de gevechten van vorige week klonk Ahmad uitgesproken cynisch: ‘Toen mensen de wijk ontvluchtten, was het een tafereel dat zelfs de straatstenen zou doen huilen. We hebben ons huis wéér moeten achterlaten. Wat hebben wij misdaan? Raketten vliegen over onze hoofden, en ook de politiek wordt boven onze hoofden bedreven.’
‘De regering beloofde opvang en beweert terugkeerders te verwelkomen, maar niemand staat erbij stil dat je geen militair geweld moet gebruiken midden in een stad’, vervolgt hij. ‘Telkens opnieuw wordt mensen verplaatst. Vele mensen trokken naar Afrin en belandden daar bij anderen thuis of op straat.’ Nog altijd leven sommige mensen in Afrin in tenten, sinds de aardbeving van twee jaar geleden.
‘Als we al kunnen terugkeren, vinden we onze huizen vernield en geplunderd. Elke keer moeten we opnieuw beginnen, maar met ons maandloon kunnen we bijna niets meer kopen. We worden als handelswaar heen en weer geschoven. We zijn het beu.’
Daarom bleef Ahmad zo lang mogelijk in zijn woning in Aleppo. Maar toen raketten rondom hem insloegen en regeringstroepen de wijk binnentrokken, vluchtte hij alsnog naar familie op het platteland. Zijn vrouw en kinderen waren eerder al naar Afrin vertrokken.
Begin deze week keerde Ahmad terug naar zijn appartement, net zoals vele anderen. ‘We konden veilig terugkeren, en gelukkig was alles intact in ons huis’, zegt hij opgetogen. 'Maar rondom is er veel schade.'
Ahmad en zijn zoon in hun woning in Sheikh Maqsoud in maart 2025
‘Hun lichamen toonden sporen van kogelwonden’
Niet iedereen heeft geluk. ‘Bij mij thuis verblijven nu drie ontheemde families’, zegt Perwer Musa. ‘Twee families vluchtten nadat bombardementen hun huizen vernielden. De derde verloor twee jonge mannen, allebei burgers.’
Perwer is een jonge arts uit Aleppo. Hij woont in de wijk Serian, naast het zwaar getroffen Ashrafiyeh. Vorig jaar verbleven we enkele nachten in zijn appartement, een statig pand waar de tijd leek te zijn blijven stilstaan in de jaren '50.
Ook zijn eigen familie kreeg harde klappen. ‘Twee familieleden, een apotheker en een ingenieur, zijn doodgeschoten. Hun lichamen toonden sporen van meerdere kogelwonden. Ze werkten in het Othman-ziekenhuis.’
Op video’s die soldaten van het Syrische leger als WhatsApp-status deelden, is te zien hoe ze de wijk beschieten. ‘Ze sloten alle toegangswegen naar de wijk af. Toen de troepen binnentrokken, verloor ik elk contact met mijn familie. Daarom denk ik dat zij het vuur hebben geopend.’
‘Granaten die hun doel misten, sloegen in op huizen en veroorzaakten brand. Ook het huis van mijn zus werd geraakt. Tot vandaag zijn er mensen vermist.’
‘Ik heb altijd gevochten voor de rechten van álle Syriërs. Jarenlang ging ik in tegen mijn vader, die me waarschuwde “de anderen” nooit te vertrouwen. Het is pijnlijk dat hij gelijk krijgt.’
Ahmad en Perwer blijven op de vlakte over hun politieke voorkeur. Maar ook tegenover de SDF groeit het wantrouwen bij Koerden. Op sociale media verschenen scherpe berichten van Syrische Koerden aan het adres van SDF-leider Mazloum Abdi: ‘Voor de derde keer op korte tijd vielen er martelaren zonder enig nut. Elke keer betaalt het volk de rekening. Eén keer, twee keer, drie keer, is dat nog niet genoeg om uw beleid te veranderen of ontslag te nemen?’
Gevel én vertrouwen beschadigd
Tegelijk groeit ook het begrip voor de SDF. Roni Hossein groeide op in Sheikh Maqsoud maar vluchtte in 2008 naar België. Vorig jaar keerde hij voor het eerst in zeventien jaar terug naar Syrië. Die reis liet hem al met desillusie achter, maar wat hij vorige week meemaakte, schudde hem volledig door elkaar.
Roni koesterde nooit sympathie voor de SDF. Integendeel, hij schaarde zich achter de revolutie tegen Assad, zij aan zij met Arabische Syriërs. ‘In België trok ik zelfs ’s nachts naar Brussel om te demonstreren terwijl Homs belegerd werd. Ik heb altijd gevochten voor de rechten van álle Syriërs. Jarenlang ging ik in tegen mijn vader, die me waarschuwde “de anderen” nooit te vertrouwen.’
Niet het geweld zelf choqueerde Roni het meest vorige week, maar de rechtvaardigingen die hij op sociale media las. ‘Het voelt als een bad ijs dat over me wordt uitgestort. Het is pijnlijk dat mijn vader gelijk krijgt. Arabische Syriërs zeggen dat ze geen Koerden haten, alleen de SDF. Dat ze Koerdische vrienden hebben. Maar onder dat masker voel ik haat, een gevoel van payback time.’
‘Nu snap ik beter waarom de SDF geen vertrouwen heeft in een regering die wordt gedomineerd door islamistische soennitische Arabieren’, zegt Roni. Zelfs bij een mogelijk politiek akkoord verwacht Roni geen herstel van vertrouwen. ‘Politiek kan keren. Maar wat ik nu heb gevoeld bij gewone mensen, zit dieper. Dat verdwijnt niet zomaar.’

De Koerdische Syriër Roni Hossein en zijn Arabisch-Syrische jeugdvriend Mohammed Dabag, vorig jaar herenigd na zeventien jaar: 'Hij houdt mijn vertrouwen in Syrië levend.’
© Pieter Stockmans

Bahar Hossein was in december al naar haar ouders op het platteland getrokken omdat ze een gewelddadige escalatie in Aleppo voorzag.
© Emiel Petrovitch
In maart 2025 verbleven we ook bij Roni’s nicht Bahar Hossein in Sheikh Maqsoud. Van op het balkon van haar flat waren de sporen van jarenlange gevechten zichtbaar. Vorige week kwam daar nieuwe vernieling bij: de gevel en het balkon van haar appartement werden beschadigd. Ze was gelukkig al naar Afrin vertrokken.
‘Half december begon de regering Sheikh Maqsoud economisch te belegeren', zegt ze. ‘Geen mazout meer, midden in de winter. Toen wist ik dat de weg van geweld was ingeslagen.’
Bahar gelooft niet dat ze kan leven in een land ‘dat door jihadisten wordt bestuurd’: ‘We moeten behouden wat we hebben: onze gebieden, onze manier van leven.’
Roni vond dat toen een gevaarlijke strategie: ’We moeten proberen samen te leven. Verandering komt niet in één dag.’ Waar Roni toen de hoopvolle was, was Bahar de wantrouwige. Vorige week won het wantrouwen en verloor de hoop.
Ondanks alles is Roni's hoop niet dood: ‘Mijn Arabische jeugdvrienden uit Aleppo hebben me gebeld. Ze vroegen simpelweg of mijn familie veilig was. Zij gebruiken mij niet als “hun Koerdische vriend” om geweld te vergoelijken. Zij verdedigen geen enkele politieke factie, zij zijn gewoon mensen. Zij houden mijn vertrouwen in Syrië levend.’




