2011: de Lange Oorlog in Zuid-Azië

Een witte vlag in een desolaat berglandlandschap. Het beeld roept het wanhopige verlangen naar vrede of ten minste een wapenstilstand op. De video waaruit deze still komt, werd gedraaid op de grens tussen Pakistan en Afghanistan, waar in 2011 niet alleen de lokale bewoners maar ook nationale regeringen en internationale instellingen een einde aan het geweld wilden maken. De suggestie in deze foto dat de jihadi-strijders bereid zijn om zich daarvoor over te geven, zou door de lokale Pasjtoenen echter weggehoond worden.

In realiteit staat de witte vlag helemaal niet voor een vraag naar vrede. Het is een primitief instrument dat de Pakistaanse militairen op 30 november gebruikten in hun grenspost te Salala om de Navo-troepen die hen aanvielen duidelijk te maken dat ze moesten ophouden hen te beschieten en te bombarderen. Tevergeefs. 24 Pakistaanse soldaten lieten het leven in het ergste incident tussen Pakistaanse en westerse troepen sinds het begin van de westerse invasie in Afghanistan op 7 oktober 2001.

Afghanistan

In 2011 “vierden” we de tiende verjaardag van de bevrijding van Afghanistan. Dat die viering en soudure zou gebeuren, lag voor de hand. In plaats van een dynamisch Afghanistan dat de rest van de regio tot voorbeeld zou strekken op het vlak van mensenrechten, democratie en vrijhandel is de omverwerping van het talibanregime immers uitgedraaid op een (alvast) tienjarige oorlog die gevoerd wordt door een exponentieel uitgebreide internationale (zeg maar westerse) troepenmacht, een Afghaans leger en een Afghaanse regering die vooral berucht zijn om hun corruptie en een amalgaam aan opstandelingen dat nog steeds over een onuitputbare reserve militanten lijkt te beschikken.

De Navo-geleide operatie in Afghanistan claimt wel grote successen op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs, en tastbare vooruitgang op het vlak van democratische instellingen en mensenrechten –met name vrouwenrechten. Tot op zekere hoogte kloppen die beweringen. De staat waarin Afghanistan in 2001 verkeerde was dan ook zo lamentabel, dat vooruitgang bij wijze van spreken onvermijdelijk was. Of de situatie tegen 2014, wanneer de westerse troepen zich willen terugtrekken, voldoende stabiel zal zijn, is weinig waarschijnlijk. Dat verklaart waarom president Karzai, ondanks zijn scherpe krityiek op de westerse militaire aanwezigheid, toch onderhandelt met de VS over een Amerikaanse basissen voor het komende decennium.

Het grootste succes voor de International Security Assistance Force in 2011 had echter niet te maken met het aantal meisjes op gammele schoolbanken of de hoeveelheid definitief heroverd grondgebied –militair succes bleef zelfs in Navospraak “kwetsbaar en omkeerbaar”. De relatieve onzichtbaarheid van de Afghaanse oorlog in vergelijking met de militaire interventie in Libië was wél een groot pr-succes voor de westerse legers. Dat intussen die oorlog in en rond de Hindu Kush dagelijks slachtoffers bleef maken –meer dan ooit zelfs- werd zo grotendeels aan het oog van de westerse publieke opinie onttrokken. ‘No more Vietnam’, de oude slogan van de vredesbeweging, krijgt zo een heel bijzondere invulling: de militairen willen nooit meer een oorlog op het thuisfront verliezen door het toedoen van vrije pers en kritische media.

Voor Afghanistan zelf is de kans op vrede afhankelijk van interne vredesgesprekken (die eind 2011 misschien schuchter op gang lijken te komen) maar ook van het engagement dat de buurlanden en de westerse landen daartoe willen nemen. De Istanbul Conferentie van begin november was een succesvolle same nkomst van buurlanden waar veel beloftes gedaan werden, maar geen concrete afspraken. De Bonn Conferentie van begin december was eerder een diplomatieke oefening met weing focus en resultaat –onder andere omdat Pakistan de conferentie boycotte om zo zijn verontwaatrdiging over het Salala-incident uit te drukken.

Pakistan

Pakistan heeft in 2011 opnieuw een zware tol betaald voor de lange oorlog in Afghanistan. De eerste tien maanden van dit jaar vonden er volgens het Pak Institute for Peace Studies 2563 aanslagen en gewapende incidenten plaats, waarbij 5942 doden vielen en 5864 gewonden. Het discours in Islamabad en Rawalpindi –respectievelijk het centrum van de politieke en de militaire macht in Afghanistan- wil dat al dat Pakistaanse bloed, geld en goed ingezet wordt om de wereld te beschermen tegen het extremisme van de taliban. Dat heeft altijd wat hol geklonken, maar in 2011 werd duidelijk dat het vals en schel klinkt. Dat werd nu ook toegegeven en hardop gezegd in Washington en Evere.

Dat parler vraie van de Verenigde Staten over hun belangrijkste “bondgenoot” in Zuid-Azië zat er al een hele tijd aan te komen, maar brak het voorbije jaar definitief door tot het dominante discours nadat Pakistan een Amerikaanse CIA-spion, Raymond Davis, had opgepakt. Davis had twee Pakistanen neergeschoten in hartje Lahore, toch werd hij een maand na de feiten vrijgelaten. Helemaal fout ging het toen Amerikaanse Special Forces begin mei tot in de achtertuin van de Pakistaanse militaire academie in Abbotabad vlogen om er Osama bin Laden uit te schakelen. Het debat over de inzet van Amerikaanse drones voor het uitschakelen van militanten in Pakistan laaide hoog op. En wie dacht dat de bodem toen wel bereikt was in de verhouding tussen Pakistan en de VS, moest die mening herzien na de aanval op Salala op 30 november. Drie weken later zijn de grensovergangen in Torkham (Khyberpas) en Chaman nog steeds gesloten en moeten de tienduizenden Isaftroepen dus langs de veel langere en duurdere noordelijke aanvoerroute.

Pakistan werd in 2011 niet alleen aangewezen als de voornaamste verantwoordelijke voor het voortdurende geweld in buurland Afghanistan –vanwege de steun aan opstandelingengroepen zoals de taliban, het land gold ook als zijn eigen ergste vijand. Terwijl de hoogste legerleiding zijn strategie blijft afstemmen op India, zijn steeds meer analysten ervan overtuigd dat net die militaire strategie verantwoordelijk is voor de destabilisatie van Pakistan zelf. De Pakistaanse taliban, de Punjaabse jihadi’s die op de eerste plaats op de “bevrijding” van Kasjmir gericht zijn, de internationalisten van Al Qaeda, ze bedreigen allen de staat. Rond die gewapende groepen is ook een ruim netwerk van extremistische predikanten en organisaties gegroeid. De moorden op de Punjaabse gouverneur Salman Taseer en op de minister van Minderheden Shahbaz Bhatti –en de reactie daarop van tienduizenden demonstranten, advocaten, ulema en mediamensen- toonden aan dat die intene dreiging heel concreet en dodelijk kan zijn. De uitschakeling van Ilyas Kashmiri, de gedoodverfde militaire opvolger van Osama bin Laden, decreëerde de indruk dat de breuk tussen leger en jihadi’s ook onoverbrugbaar geworden was, maar analysten vrezen dat de meningsverschillen intussen bijgelegd zijn en Pakistan dus allesbehalve gered.

De echte tegenstelling

Het Westen denkt dat het geweld een gevolg is van het religieuze fanatisme van de taliban, maar zo eenvoudig zit de wereld –zeker in Zuid-Azië- niet in elkaar. Dat vertelde se Pakistaanse auteur Mohsin Hamid toen ik hem eind januari in Lahore opzocht. Toen het gesprek bij fundamentalisme aanbelandde, gaf Mohsin Hamid daar zijn eigen definitie van: ‘Het is een houding die ervan uitgaat dat de ideeën of verwachtingen van de andere niet belangrijk zijn, aangezien ik de hele waarheid ken.’ Dat, geloofde hij, is fundamenteel tegengesteld aan de definitie van goed zijn, namelijk: ‘Je inbeelden dat je in de schoenen van de andere staat en je handelen afstemmen op wat je denkt dat die andere wilt of voelt. Empathie.’ Hamid waarschuwde dat het vanzelfsprekende verband tussen fundamentalisme en religie meer werkelijkheid verhult dan onthult. ‘Secularisme, kapitalisme en rationalisme kunnen allemaal ontaarden in een fundamentalistische, zelfingenomen houding. De echte tegenstelling zie ik tussen fundamentalisme en pluralisme. Eén waarheid tegen een veelheid aan mogelijke waarheden.’

 

Gie Goris werkte de eerste zes maanden van 2011 aan het boek Opstandland. De strijd om Afghanistan, Pakistan en Kasjmir.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur