‘Adoptie stopt niet na de handtekening’

Ignace Ismayilov

05 mei 2026
Opinie

‘Adoptie stopt niet na de handtekening’

Achteraanzicht van een man in een rood hemd, kijkend naar wolken

Het is essentieel dat geadopteerden de kans krijgen om hun afkomst te verkennen.

Achteraanzicht van een man in een rood hemd, kijkend naar wolken

Het is essentieel dat geadopteerden de kans krijgen om hun afkomst te verkennen.

Toen Vlaanderen vorige week interlandelijke adoptie verbood, klonk de boodschap helder: het belang van het kind primeert. Maar voor duizenden geadopteerden blijft de nazorg ontoereikend. VUB-student Ignace Ismayilov weet waarover hij schrijft: hij werd als kind illegaal weggehaald bij zijn biologische ouders, waarna het systeem die ontvoering juridisch witwaste. Wat blijft er over wanneer het product geleverd is en de garantieperiode verstrijkt?

Enkele maanden geleden steunde Vlaams minister Caroline Gennez het voorstel van Groen om transnationale adoptie in Vlaanderen te verbieden. Het belang van het kind moet primeren, klinkt het. Vorige week werd dat voorstel effectief doorgevoerd, maar voor duizenden geadopteerden blijft de nazorg ontoereikend. 

De ondersteuning stopt in België zodra de adoptie rond is: alles ervoor is tot in de puntjes geregeld, nadien blijft het opvallend stil. Als interlandelijk geadopteerde kreeg ik geen enkele structurele begeleiding rond identiteitsontwikkeling, verlies of trauma. Geen psycholoog met kennis van adoptietrauma. Geen ondersteuning toen ik na jaren zoeken mijn familie vond. Het systeem begeleidt de keuze van volwassenen om te adopteren, maar laat de geadopteerde vaak alleen met de gevolgen.

Nochtans stelt de Wet van 24 april 2003 expliciet dat adoptie alleen kan ‘in het hoger belang van het kind’ en dat kandidaat-adoptanten moeten worden geïnformeerd over het belang van nazorg . Maar tussen ‘informatie geven over nazorg’ en een recht op nazorg is er een kloof. De begeleiding stopt zodra de procedure afgerond is en alle lasten vallen op het kind.

Marktlogica: wanneer een kind een productrisico wordt

Mijn leven begon niet met een keuze. Als kind werd ik illegaal weggehaald bij mijn biologische ouders, waarna het adoptiesysteem die ontvoering vervolgens juridisch witwaste tot een wettige adoptie. In mijn dossier werd zelfs de rechter neergeschoten, toch ging de adoptie door en stelde niemand vragen.

Mijn verhaal is geen uitzondering, maar een ongemakkelijke waarheid die veel adoptiediensten liever onbesproken laten: adoptie is niet alleen zorg, het is ook een markt. Er is vraag naar kinderen en dus ook een aanbod waar men probeert aan te voldoen. Het interlandelijke adoptieproces wordt steeds vaker gezien als een businessmodel dat zich richt op de wensen van toekomstige adoptieouders, eerder dan op het belang van het kind. Misca noemt interlandelijke adoptie de ‘stille migratie’ van kinderen, waarbij kwetsbare kinderen van het globale Zuiden naar het Westen worden verplaatst. Ze toont samen met Young aan hoe interlandelijke adoptie is verschoven van humanitaire hulp naar een marktgestuurd beleid.

Procedures, bemiddelaars, certificaten, selectie… juriste en adoptie-onderzoeker Martha Ertman noemt het ‘de commodificatie van kinderen’ in adoptiesystemen: het risico dat kinderen worden behandeld ‘als objecten, en dus geen personen, binnen een transactie’.

De Belgische regering erkent ondertussen dat bij binnenlandse adopties sinds de jaren 1950 mogelijk tot 30.000 kinderen betrokken zijn geweest waarvan de biologische ouders niet of nauwelijks geïnformeerd werden. Ondanks aanwijzingen van gelijkaardige praktijken bij interlandelijke adopties is er tot vandaag geen even systematisch onderzoek naar die dossiers opgestart. Mijn adoptie werd gelegaliseerd zonder verificatie van waarheid, zonder controle van oorsprong en zonder nazorg achteraf. De overheid erkent dat het systeem kwetsbaar was voor misbruik. Maar het zijn geadopteerden zelf die die misbruiken moeten verwerken. 

Wanneer ik op volwassenen leeftijd mijn afkomst wilde reconstrueren, betaalde ik alles zelf: rootsreis, visa en dna-testen. Maar ook de begeleiding ontbrak, hierdoor voelde ik opnieuw deze marktlogica: het product is geleverd en de garantieperiode is verstreken. 

De geadopteerde als “wit blad”

Veel adoptiediscours blijft steken in een reddingsverhaal: het kind ‘krijgt een beter leven’. Volgens Homans worden geadopteerden narratief opgevoed: je moet dankbaar zijn, geen “lastige” emoties tonen en het “mooie”adoptieverhaal bevestigen. Hierdoor wordt niet enkel onze oorsprong herschreven, maar ook wijzelf.

Dankbaarheid wordt zo een morele verplichting. Wie spreekt over verlies, trauma of woede riskeert gezien te worden als ondankbaar. Voor veel geadopteerden is deze morele verplichting net een drempel om te praten over moeilijkheden binnen adoptie. 

Maar wij hebben niet gekozen voor adoptie. Anderen maakten deze keuze voor ons en vaak zonder volledige informatie. De logica moet dus omgedraaid worden: niet de geadopteerde moet dankbaar zijn voor adoptie, maar adoptie moet dankbaar zijn voor het kind. Zonder kind is er geen adoptie. 

In veel adoptiedossiers hangt dezelfde ondertoon: Vanaf hier begint jouw echte leven. Wat er gebeurde voor de adoptie lijkt niet te tellen. Maar dat verleden bestaat wel. De cultuur, de eerste taal, het eerste land, de geboorte en het verlies: alles ligt al vast vóór wij één seconde geleefd hebben met onze adoptiefamilies.

Als je een kind adopteert, adopteer je ook zijn geschiedenis. Het niet erkennen van dat verleden is geen bescherming, het is ontmenselijking.

Er is een alternatief: nazorg als recht

Als adoptie werkelijk ‘het hoger belang van het kind’ centraal wil zetten, is het belangrijk dat zij een wettelijk recht krijgen op post-adoptiezorg, inclusief gespecialiseerde psychologische begeleiding rond identiteit, verlies en trauma. Daarnaast is het essentieel dat geadopteerden de kans krijgen om hun afkomst te verkennen. Een fonds dat rootsreizen en mogelijke familiehereniging financiert kan hierin een belangrijke vorm van herstelbemiddeling bieden. 

Maar vooral transparantie moet centraal zijn: adoptiedossiers zouden actief moeten worden gereconstrueerd, desnoods met internationale samenwerking, zodat geadopteerden toegang krijgen tot correcte informatie over hun verleden. Het beleid zou zich niet enkel mogen richten op het aantal adopties, maar ook op de welzijnsuitkomsten van geadopteerden op lange termijn, door hier jaarlijks over te rapporteren. Zo worden geadopteerden als mens gezien en niet als objecten. 

Adoptie stopt niet bij de handtekening. Voor het systeem eindigt het, voor ons begint het daar pas.

Ignace Ismayilov is masterstudent Geschiedenis aan de VUB en Support lead bij Wedecolonize.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.