Dossier: 

Graag nog méér duidelijkheid, Theo

In oktober reisde ik naar Kaboel, onze Afghaanse jongens, uitgewezen Afghaanse asielzoekers, achterna. Ik kwam terug met veel vragen en botste op de zelfverklaarde duidelijkheid van de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

Het terugkeerbeleid moet sneller en duidelijker, dat liet de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken weten. Hij wil de Belgische terugkeercijfers omhoog. Dus is de kans groot dat de twintig procent Afghanen die geen asiel krijgen van België, worden uitgewezen in de volgende vier jaar.

(c) Brecht Goris

Duidelijkheid of logica

Nu heb ik niets tegen snelle duidelijkheid. Ik vind dat in de regel beter dan trage onzekerheid die mensen zonder verblijfsvergunning als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt.

Het helpt ook tegen een gevoel van willekeur. De Afghaanse jongens die ik in Kaboel sprak hadden alle drie een foutloos integratieparcours afgelegd, hadden werkervaring en waren knelpuntberoepers.
‘Waarom ik?’, het was de vraag die zowel N. als Zaki zich stelden. In hun achterhoofd maalden de namen van tien anderen die een minder vlekkeloos parcours hadden bewandeld maar die wèl verblijfsrecht hadden gekregen.  

Ter herinnering, ook Theo Francken vroeg zich af, toen nog als kamerlid voor de N-VA, waar de logica was in de uitwijzing van “illegale vreemdelingen”. ‘Daarbij’, aldus Francken, ‘maken goed geïntegreerde jongens als Scott, Parwais, Navid dubbel zoveel kans om te worden uitgewezen dan mensen met een strafdossier’.

De logica is politiek

De asielaanvragen van Zaki en N. werden niet aanvaard. Daar heeft het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen wellicht zijn redenen voor. Maar ze hadden via een humanitaire regularisatie toch verblijfsrecht kunnen krijgen. Maggie De Block weigerde, perfecte integratiepunten of niet. Ook zij wilde duidelijkheid en een politiek signaal geven.

De asielzoeker die pech heeft, wordt teruggestuurd bij wijze van politiek signaal

Migratie volgt een politieke logica, zei een ngo-staflid dat ik in Kaboel ontmoette. ‘Migratie drijft nu eenmaal mee op discoursgolven in de politiek, media en publieke opinie. De asielzoeker die pech heeft, komt op een fout moment aan in een land dat te veel landgenoten binnenliet en net een stop wil inlassen. In dat geval gaan de beschermingspercentages omlaag en word je teruggestuurd bij wijze van politiek signaal.’

Terugkeerbeleid bij wijze van politieke campagne: voor de eigen bevolking een teken van krachtdadig beleid, voor de inwoners van migratieherkomstlanden een waarschuwing dat emigreren geen zin heeft.

De Afghanen waren in die zin goed campagnemateriaal. Na 2006 voerden ze opnieuw Europese asiellijsten aan. Te veel, vonden sommige lidstaten, en ze zetten prompt uitgeprocedeerde Afghanen op charters naar Kaboel, vanuit Parijs, Londen. En nu Oslo.

Noorwegen gidsland?

Noorwegen, dat ook een duidelijk terugkeerbeleid ambieert, besloot 7100 mensen zonder wettig verblijf te deporteren tegen het einde van dit jaar. De voorbije oktobermaand was – met 824 gedeporteerden – een topmaand.

Ik zag de gevolgen van zoveel duidelijkheid in Kaboel, luisterde met ontzetting naar de verhalen die teruggestuurde families vertelden.

De driestheid waarmee Noorwegen families oppakt, opsluit en meteen het vliegtuig opzet, met een zakcent als soelaas, is niet de humane benadering waar vluchtelingenorganisaties al jaren om vragen.

(c) Tine Danckaers

In vergelijking doet België het niet slecht. Het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen — anders dan in veel andere lidstaten een onafhankelijke instantie — geeft vandaag aan tachtig procent van de Afghaanse asielaanvragen bescherming. We stuurden de voorbije jaren overigens weinig Afghanen daadwerkelijk terug.

Maar de andere kant van de medaille, het verhaal van terugkeer, is minder mooi en vooral minder bekend.

Akkoord of niet

Het terugkeerbeleid blinkt alvast uit in onduidelijkheid. Die begint al bij de vraag of we nu wel of niet afspraken met Afghanistan hebben omtrent uitwijzing van zijn burgers.

België heeft geen terugnameakkoord of Memorandum of Understanding over gedwongen uitwijzing met Afghanistan

Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) is er een de facto akkoord sinds 2007 – één Afghaanse handtekening ontbreekt nog.  En, klinkt het, dus is er ook een de facto naleving van dat akkoord (dat er eigenlijk nog niet blijkt te zijn). Nee, zegt het Afghaanse ministerie van Vluchtelingen en Terugkeer, er is géén akkoord met België. ‘En dus’, aldus de bevoegde minister, ‘hebben Afghanen die uitgewezen worden uit België geen toegang tot onze hulpprogramma’s.’

De conclusie, beste lezer: België heeft geen terugnameakkoord of Memorandum of Understanding over gedwongen uitwijzing met Afghanistan.

Om nu even terug te komen op die Afghaanse hulp: daar zijn we snel over uitgepraat. Ze beperkt zich namelijk tot één ‘programma’: begrensde noodopvang in Jangalak, een opvangcentrum in Kaboel.

(c) Tine Danckaers

Voor de volledigheid: om het euvel van een ontbrekend akkoord te omzeilen en toch steun te kunnen bieden, heeft België intussen wel een akkoord met een lidstaat afgesloten. Een gerepatrieerde Afghaan zal in de toekomst tot vijfhonderd euro recht op ondersteuning krijgen. Dat is niet in de vorm van cash geld maar in de vorm van tijdelijk onderdak, medische opvolging, vervoer, via een plaatselijke partner.

Dat liet de DVZ weten. Goed nieuws dus, maar ik ergerde me alweer aan de onduidelijkheid: waarom weet niemand dit? Waarom wordt niet meteen gezegd dat die lidstaat Nederland is en de plaatselijke partner de Internationale Organisatie voor Migratie?

Een ondersteuningspakket van 500 euro is beter dan het ‘niets’ wat Zaki en N. bij aankomst in Kaboel kregen. De vraag is of het volstaat.

Terugkeer als eindpunt

‘Het aantal wanhopige Afghanen – die geen grip meer hebben op hun leven – groeit’, had een Kaboelkenner gezegd, ‘het gevolg van de Afghaanse politieke en economische instabiliteit.’

Zaki en N. kunnen we alvast aan die lijst van wanhopige Afghanen toevoegen.
De rugzak die Zaki in België gevuld had met een opleiding, een extra taal, werkervaring, is vandaag leeg. De verwarde, opgejaagde N. die ik ontmoette, was niet de rustige jongen zoals hij beschreven werd door zijn kennissenkring in België, van schoolcoach tot de kloosterzuster die hem onderdak gaf.

Wat zij en de andere twee terugkeerders me vertelden, kwam overeen met de bevindingen van een Britse onderzoekster. Liza Schuster bevroeg in 2012 gedeporteerde Afghanen uit Groot-Brittannië hoe ze hun terugkeer ervoeren. Velen bleken niet eens een band te hebben met Afghanistan omdat ze waren opgegroeid in Iran of Pakistan.

De meeste mensen die Schuster sprak, hadden de drang om te remigreren, verkeerden in de onmogelijkheid om de lening te betalen die ze waren aangegaan om te kunnen migreren, en schaamden zich over een gefaald migratietraject. Als een paal boven water stond dat mensen geen toegang vinden tot de Afghaanse jobmarkt die enkel voorbehouden is voor de lucky few die de juiste persoon op de juiste plaats kennen.

Debat graag!

Vandaag ontbreekt een transparant en sereen debat over terugkeerbeleid totaal. Het debat blijft beperkt tot gespierde taal van een staatssecretaris die op zijn beurt in even gespierde taal wordt tegengesproken.

Kennis ontbreekt en – al schijnt het thema aan belang te winnen — post-deportatieonderzoek staat zo goed als nergens. ‘Hoe kan je nu, zonder diepgaand onderzoek, als uitwijzende overheid weten of je mensen niet terugduwt in gevaar of in grote moeilijkheden?’, vraagt Liza Schuster zich terecht af.

Het argument ‘veiligheid’ is niet het juiste argument om over terugkeer naar Afghanistan te debatteren

Zoals dat vaker ging bij reportages, keerde ik ook van Kaboel niet terug met duidelijke antwoorden, maar met beelden en indrukken van vijftig tinten grijs. Ik heb de diepe ellende gezien van mensen die waren uitgewezen. Ik zag terugkeerders die het goed deden, die konden terugvallen op een netwerk en dus volop in een re-integratieparcours leken te zitten. Maar ook zij wilden remigreren naar Europa.

Tegelijk zag ik niet de stad waar iedereen me voor had gewaarschuwd. Ik zag, naast de veiligheidsindustrie en de nieuwsberichten van bomaanslagen, een stad die leefde.

Het argument ‘veiligheid’ is volgens mij niet het juiste argument om over terugkeer naar Afghanistan te debatteren, ook niet als het om Kaboel gaat. Het debat moet gevoerd worden met in het achterhoofd de enorme armoede, de het gebrek aan kansen op werk en het belang van sociale netwerken. Corruptie en nepotisme houden goed bestuur en dus een Afghaanse vooruitgang en eenheid tegen. De westerse aanwezigheid van de voorbije 12 jaar heeft dat probleem eerder verergerd dan aangepakt.

Houdt het verhaal op als een concrete mens gereduceerd is tot een dossier dat afgesloten kan worden?

Dat je als mens daaraan wil ontsnappen, is ook logica, gestuurd door een persoonlijk verlangen. De Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah omschreef het me onlangs zo: ‘Toen ik niet meer kon slapen in mijn Iraanse bed, moest ik vertrekken. Niemand  kon me tegenhouden.’ Abdolah noemde zijn vertrek een persoonlijk drama: als eerstegeneratiemigrant zal hij nooit thuiskomen.

Misschien is uitwijzing nog eerder dan vertrekken wel het grootste drama van migratie. Het is een illusie te denken dat ‘selfmade jongens’, plantrekkers die van Kaboel tot België geraken, ook opnieuw kunnen beginnen in Kaboel. Ons terugkeerbeleid zoals het vandaag wordt uitgevoerd, als eindpunt van asielbeleid, leidt niet tot geluk en niet tot re-integratie. Zoveel is duidelijk.

Is de staatssecretaris bereid om die duidelijkheid ook publiek te verschaffen? Of houdt voor hem het verhaal op als een concrete mens gereduceerd is tot een dossier dat afgesloten kan worden?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur