Annemie Declercq
Een persoonlijke bedenking na 38 jaar in de arbeidsbemiddeling
“‘‘Wie vangen we nog op?’’

© Geert Van Duinen @ Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)

© Geert Van Duinen @ Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)
Annemie Declercq is geen beleidsmaker en geen politicus, slechts ‘een kleine garnaal’, zoals ze het zelf noemt. Maar wel een die al 38 jaar ervaring heeft met arbeidsbemiddeling. Nu de werkloosheidsuitkering in de tijd wordt beperkt, ziet ze de vangnetten voor ‘mensen die niet kunnen volgen’ één voor één wegvallen: eerst het inkomen, dan een woning, om vervolgens uit het systeem te verdwijnen. ‘Wie vangen we nog op wanneer de vangnetten één voor één verdwijnen?
Ik schrijf dit niet als beleidsmaker, niet als politicus en ook niet omdat ik denk dat ik alle antwoorden heb. Ik schrijf dit als mens. Als iemand die al 38 jaar dicht bij mensen staat die moeilijk hun plaats vinden op de arbeidsmarkt.
Ik ben geen grote speler in dit verhaal. Eerder een kleine garnaal. Maar misschien zie je vanuit die positie soms dingen die vanop grotere afstand minder zichtbaar zijn.
Wat ik schrijf, is mijn persoonlijke kijk. Ik beweer niet dat ik de enige juiste waarheid in handen heb. Maar na 38 jaar ervaring vind ik wel dat ik vragen mag stellen wanneer ik mij zorgen maak over de richting die we uitgaan.
En ja, soms ga ik daarbij in verzet. Op mijn manier. Door te blijven benoemen wat ik zie.
Voor het eerst heb ik sterk het gevoel dat er niet alleen wordt ingegrepen in de werkloosheid, maar dat tegelijk de bestaanszekerheid van de meest kwetsbare werkzoekenden steeds verder onder druk komt te staan.
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd wordt voorgesteld als een maatregel die mensen sneller richting werk moet brengen. Ik ben niet tegen activering. Integendeel. Werk kan mensen inkomen, structuur, eigenwaarde en sociale contacten geven.
Maar wat als iemand niet kan volgen? Wat als iemand al jarenlang problemen heeft met gezondheid, wonen, schulden, taal, administratie of psychisch welzijn? En wat als die persoon ondanks inspanningen niet zomaar kan instromen op de reguliere arbeidsmarkt?
Dan gaat het niet meer alleen over activeren. Dan gaat het over wat er gebeurt wanneer het inkomen wegvalt vóór er een haalbaar alternatief is.
Je kan iemand niet sneller laten lopen door simpelweg de wandelstok weg te nemen. Wanneer de werkloosheidsuitkering stopt, betekent dat immers niet automatisch dat iemand werk heeft. En het betekent evenmin automatisch dat iemand recht heeft op een leefloon. Het OCMW moet de situatie en de bestaansmiddelen onderzoeken.
Daarmee verschuift het probleem van het ene systeem naar het andere. Maar het probleem zelf is daarmee niet opgelost.
Eerst geen inkomen, dan geen woning
Betaalbare woningen zijn schaars. Eind 2025 waren er in Vlaanderen meer dan 215.000 actieve inschrijvingen voor een sociale huurwoning.
Wat gebeurt er met iemand die zijn inkomen verliest terwijl hij al op een wachtlijst staat? Wat als de huur niet meer betaald kan worden?
Dan zijn we niet meer bezig met activering alleen. Dan zijn we bezig met bestaanszekerheid.
Daar komt nog iets bij. Wie zijn stabiele woonplaats verliest, kan ook administratief uit beeld raken. Onder bepaalde omstandigheden kan een ambtshalve schrapping volgen. Een administratieve handeling, maar met mogelijk grote gevolgen voor iemands toegang tot allerlei rechten en diensten.
Een mens verdwijnt niet omdat zijn uitkering stopt.
Maar hij kan wel steeds moeilijker zichtbaar worden voor de systemen die hem zouden moeten helpen.
Wijk-werken: een kleine stap die groot kan zijn
Wijk-werken was voor veel mensen een laagdrempelige opstap. Een kleine stap naar werk, met ritme, verantwoordelijkheid en het gevoel opnieuw iets te betekenen.
Voor sommige mensen is zo’n kleine stap helemaal niet klein.
Maar wanneer de werkloosheidsuitkering in de tijd wordt beperkt, verandert ook de context waarin zo’n traject bestaat. Het beschermende karakter van die opstap komt daardoor onder druk te staan.
En daar zie ik een kettingreactie.
Wie verdwijnt er eigenlijk wanneer iemand uit de werkloosheidsstatistieken verdwijnt? Verdwijnt het probleem? Of verdwijnt alleen de persoon uit het ene systeem en verschijnt hij later in een ander?
Op scholen zijn er bijvoorbeeld grote noden rond voor- en naschoolse opvang, middagtoezicht en andere ondersteunende taken. Wijkwerkers konden daar een rol in opnemen. Tegelijk kregen mensen die moeilijk toegang vinden tot de arbeidsmarkt een kans.
Onderwijs staat zelf zwaar onder druk en kan niet zomaar voor elke extra taak personeel aanwerven.
De maatregel lijkt op papier te gaan over werkloosheidsuitkeringen en activering. Maar de gevolgen stoppen daar niet. Ze raken ook scholen, sociale organisaties, lokale besturen en uiteindelijk de mensen die van die ondersteuning afhankelijk zijn.
En dan is er collectief maatwerk
Er zijn mensen die na screening het advies krijgen dat ze niet, of nog niet volledig, kunnen functioneren in het gewone economische circuit. Zij hebben vaak al heel wat inspanningen geleverd.
Een indicatie voor collectief maatwerk betekent echter nog geen werkplek. Niet overal zijn voldoende maatwerkbedrijven of plaatsen beschikbaar. Iemand kan dus perfect zijn inspanningen hebben geleverd, een indicatie hebben gekregen en toch nog wachten. Ondertussen blijft de klok van de werkloosheidsuitkering lopen.
Je kunt iemand wel een ticket geven richting maatwerk, maar daarmee heb je nog geen werkplek gecreëerd. Je kunt iemand moeilijk verwijten dat hij niet aan het werk gaat wanneer de arbeidsplaats waarvoor hij geïndiceerd is eenvoudigweg niet beschikbaar is.
Wat staat er klaar voor wie niet kan volgen?
Er is gesproken over samenlevingsjobs als nieuw instrument waarin onder meer wijk-werken en gemeenschapsdienst zouden worden geïntegreerd. Maar mijn vraag blijft eenvoudig: Wat staat er vandaag concreet klaar voor de persoon die niet kan volgen?
Niet iedereen kan morgen voltijds aan de slag. Niet iedereen kan een opleiding volgen. Niet iedereen kan naar de reguliere arbeidsmarkt. Sommige mensen hebben een tussenstap nodig. Een plek waar ze opnieuw vertrouwen kunnen opbouwen, binnen hun mogelijkheden kunnen werken en ondersteuning krijgen.
Als we die tussenstappen veranderen of afbouwen, moeten we heel goed weten wat ervoor in de plaats komt.
Wie verdwijnt er eigenlijk?
Ik wil eerlijk blijven. De eerste cijfers tonen dat een deel van de mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen, inderdaad werk vindt. Dat moeten we erkennen.
Maar cijfers over werkhervatting vertellen niet het volledige verhaal. Voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, en zeker voor mensen met welzijns- of gezondheidsproblemen, ligt de overgang naar werk veel moeilijker.
Dus stel ik mij de vraag: Wie verdwijnt er eigenlijk wanneer iemand uit de werkloosheidsstatistieken verdwijnt? Verdwijnt het probleem? Of verdwijnt alleen de persoon uit het ene systeem en verschijnt hij later in een ander?
Ik geloof nog altijd in werk. Ik geloof in mensen kansen geven. Maar kansen geven is iets anders dan mensen onder druk zetten zonder voldoende haalbare alternatieven.
Na 38 jaar blijf ik daarom met dezelfde vraag zitten: Wie vangen we nog op wanneer de vangnetten één voor één verdwijnen?
Want wie uit de cijfers verdwijnt, is nog altijd een mens. En die mens verdient het om gezien te blijven.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Lees ook
Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox
Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.


