Reportage

Steken van vrouwelijk verzet

De naald als wapen

Close up van handen die borduren
Close up van handen die borduren

Anna Luyten

08 mei 202618 min leestijd

Al eeuwen grijpen vrouwen wereldwijd naar naald en draad als stil, maar krachtig verzet. Gebreide mutsen als teken van verzet, breiwerk dat niet minder dan een inlichtingenrapport was, geborduurde doeken als getuigenissen van oorlogsmisdaden, om te vertellen wat de kranten niet mogen schrijven,... ‘De objecten die de vrouwen maken, overleven hun makers. Ze vormen een bewijs van wie ze waren.’

Ik verbrand alles,
ik scheur alles uit elkaar,
als een of andere vent op een dag
het licht in jouw ogen dooft.

Een late septemberdag in 2020. Vrouwen zitten op de stoep voor het Overheidsinstituut voor Mensenrechten in Ecatepec, Mexico. Het is een van de gevaarlijkste steden ter wereld voor vrouwen. Ze zingen dit lied uit het hoofd, terwijl een deel van het gebouw in brand staat. Ze protesteren met vuurpijlen tegen de nalatigheid van overheid en politie bij femicide, moord op vrouwen die te maken heeft met gendermotieven. Tussen de rookpluimen borduurt Dulce Celina Ureña Hernández de woorden in zwarte draad op jeansstof. Steek voor steek. Het ritme van de steken zingt het lied in stilte.

De laatste woensdag van januari 2026, elf uur, de Zirkstraat in Antwerpen. In het atelier van Doek schuiven vrouwen stoelen rond een hoge tafel. Ze pakken stof uit, sorteren garen, kiezen kleuren. Anastasia Astakhova haalt haar borduurpatronen tevoorschijn. Ze kwam hier anderhalf jaar geleden voor het eerst om Nederlands te leren. Vandaag doceert ze de workshop: Oost-Slavisch borduurwerk. Patronen van bomen, krullen en cirkels: symbolen van aarde, lucht en leven.

bovenaanzicht van twee mensen die aan het borduren zijn

Josephine Costa participeert als gedreven vrijwilligster. Ze werkte jaren in de modewereld als retoucheuse en assistente van bekende ontwerpers. ‘Ik ontsnapte aan de ratrace en maak nu wat ik wil.’ Rond de tafel zitten vrouwen uit Afghanistan, Oekraïne, Australië, Friesland, Antwerpen. Ze praten langzaam, zodat wie Nederlands aan het leren is, het gesprek kan volgen.

Het tafereel oogt onschuldig. Maar wie de geschiedenis van naald en draad kent, weet beter. ‘Textielkunst zoals borduren wordt vaak populairder in tijden waarin vrouwen zich bijzonder pissed off voelen’, schreef journaliste E. Tammy Kim in The New York Times.

De gevallen steek

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zaten Belgische vrouwen breiend voor hun ramen met uitzicht op spoorlijnen. Ze leken onschuldig – precies ook wat de Duitse bezetter dacht. Maar elke steek was een code. Een rechte steek stond voor een wagon met soldaten. Een averechte voor artillerie. Een gevallen steek markeerde een bommenwerper. De voltooide sjaal of trui was een inlichtingenrapport.

De vrouwen maakten deel uit van La Dame Blanche, een Belgisch spionagenetwerk van meer dan elfhonderd agenten, van wie ruim driehonderd vrouwen. MI6 noemde het de succesvolste Britse menselijke inlichtingenoperatie van de oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de breitactiek nog ingenieuzer. De dreiging werd zo ernstig genomen dat de Britse en Amerikaanse overheden in 1942 verboden om breipatronen per post te versturen.

Honderd jaar na WO I verspreiden breipatronen zich nu opnieuw als verzet, dit keer via Instagram en TikTok.

Grab’em by the pussy’, zei Donald Trump ooit in een Access Hollywood-opname. Roze pussyhats zijn vandaag een symbool van vrouwelijke kracht en verbondenheid geworden. De gebreide mutsen met kattenoortjes overspoelden de straten van Washington tijdens de Women's March van 2017. Ontwerpster Kat Coyle maakte er een bewust eenvoudig brei- en haakpatroon van. Vier miljoen mensen in meer dan zeshonderd steden breiden en droegen het resultaat.

Begin dit jaar kreeg de zelfgebreide verzetsmuts een nieuwe gedaante: de rode Melt the ICE-muts. Het is een replica van de rode muts die het Noorse verzet in de Tweede Wereldoorlog droeg tegen de nazi’s. Nadat ICE-invallen de stadsbewoners diep hadden geraakt, verspreidde de breiwinkel Needle and Skein in Minneapolis het patroon ervan via Etsy.

‘Mensen bleven textiel met de hand maken, ook na de industriële revolutie. Omdat door het maken ook andere dingen gemaakt worden: gemeenschappen, relaties, verbindingen’
Tania Pérez-Bustos, onderzoekster Universidad Nacional de Colombia

Breiende verzetspatronen verspreiden zich over de hele wereld. In Wenen ontstond recent de campagne Stitches Against Violence. Tientallen deelnemers namen plaats in tramlijn 1 tijdens het spitsuur, waar ze vijftien haltes lang gezamenlijk breiden en haakten. Vele wereldsteden volgden. Eind januari dit jaar haakten in Nederland de Dolle Mina's aan: in het hele land kwamen ze breiend samen in stations en op het openbaar vervoer. De cijfers die hen drijven: 75 procent van de vrouwen onder de 35 werd het afgelopen jaar seksueel geïntimideerd, één op de vier maakte ooit seksueel geweld mee.

@stitchsipknit Stitches against violence a world wide knitting and crocheting protest organised by @stitchsipknit @Verein FOOTPRINT ♬ LABOUR - the cacophony - Paris Paloma

Ook de suffragettes, in het Verenigd Koninkrijk, gebruikten de naald als wapen. In 1912 borduurden ze in de Londense Holloway Prison de namen van hun kameraden op witte zakdoeken. De zakdoeken overleefden. Het borduurwerk werd archief.

Zestig jaar later namen Chileense vrouwen dezelfde traditie op. Onder Pinochet begonnen vrouwen in Santiago clandestien te borduren op jute zakken, arpilleras. Met felgekleurde lappen stof legden ze vast wat de kranten niet mochten schrijven. Het regime verbood ze, wat alleen maar bewees hoe gevaarlijk een borduurnaald kon zijn. ‘Je naait geen vogeltjes of landschappen zonder bedoeling’, vertelde de Chileense Irma Prado daarover in een interview met MO* medewerkster Lisa Couderé. ‘Alles heeft een betekenis.’

Kennis door aanraking

‘Textiel maken is een manier van denken. Niet alleen van uitdrukken, maar ook van begrijpen en herinneren. De objecten die de vrouwen maken, overleven hun makers. Ze vormen een bewijs van wie ze waren.’ Aan het woord is de Colombiaanse toponderzoekster Tania Pérez-Bustos.

We spreken haar op haar kantoor van het centrum voor genderstudies van de Universidad Nacional de Colombia. Meestal is ze op het platteland bij de vrouwen; ze weeft en haakt mee. Ze bestudeert hoe handgemaakt textiel fungeert als kennistechnologie. Ze trekt de lijn van Chili naar Colombia. ‘In de jaren negentig begonnen vrouwen van wie het land was onteigend en de familie was vermoord, textiel te gebruiken als taal. De geborduurde doeken, pañuelos, uit Bojayá en Quibdó zijn getuigenissen van oorlogsmisdaden. Via naaiateliers, costureros de la memoria, leggen vrouwen hun ervaringen van verlies vast in stof.’

beeldcollage met bordurende mensen rond een tafel en een borduurwerk

Haar sleutelbegrip is het ‘textielgebaar’: de wederkerige werking van het materiaal op de maker. ‘De eerste machine van de industriële revolutie was een weefgetouw. Toch bleven mensen met de hand maken. Omdat door het maken ook andere dingen gemaakt worden: gemeenschappen, relaties, verbindingen. Wat je maakt, maakt ook jou.’

Denker en schrijfster bell hooks gaf die marginaliteit een scherp kader. In 1989 schreef ze: ‘Ik maak een duidelijk onderscheid tussen de marginaliteit die wordt opgelegd door onderdrukkende structuren en de marginaliteit die men kiest als plek van verzet, als locatie van radicale openheid en mogelijkheid.’ Mensen in de marge, betoogde hooks, zien de wereld vanuit twee perspectieven tegelijk: dat van het centrum en dat van de rand. Pérez-Bustos bouwt daarop voort met wat zij ‘textiel denken’ noemt: kennis die ontstaat door aanraking in plaats van door tekst.

Naaien om te overleven

In een Iraanse gevangenis naait Nazanin Zaghari-Ratcliffe kleren voor haar dochter. Het is 2016 wanneer de Brits-Iraanse BBC-projectmanager op het vliegveld van Teheran wordt opgepakt; haar dochter is dan 22 maanden oud. Bijna zes jaar zit ze opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis. Op de enige naaimachine van de gevangenis maakt ze kinderkleren. Van restjes stof maken zij en medegevangenen een patchworkkussen.

Door de kieren van haar cel ziet ze duiven vliegen, de daken van Teheran, een maan die wisselt van fase. Het beperkte zicht inspireert haar. ‘Ze kunnen de wereld om je heen afpakken,’ zegt ze na haar vrijlating in de krant The Guardian, ‘maar niet je verbeelding.’

In Ravensbrück, het concentratiekamp exclusief voor vrouwen, breiden gevangenen tijdens WOII als dwangarbeid sokken voor SS-soldaten. Ze maakten bewust te smalle hielen, zodat de dragers ervan blaren kregen.

In het Imperial War Museum in Londen, waar Zaghari-Ratcliffe nu ambassadeur is van het project Creativity in Conflict & Confinement, ligt een laken dat een ander soort verzet laat zien. Mrs. Day Joyce borduurde er tijdens haar internering in een Hongkongs kamp in de Tweede Wereldoorlog 1100 namen van medegevangenen en haar gedachten op. Het leest als een dagboek.

‘Na de Nakba vn 1948 werd Tatreez, het traditionele Palestijnse borduurwerk, een manier om een thuisland vast te houden dat fysiek onbereikbaar geworden.’
Rachel Dedman, onderzoekster en curatrice

Een patroon als identiteit

In het Antwerpse Modemuseum en het Londense Victoria & Albert is momenteel dan weer de tentoonstelling Tatreez. Embroidering Palestine te zien. Tatreez, het traditionele Palestijnse borduurwerk, vertelt waar een vrouw vandaan komt en tot welke groep ze behoort. ‘Na de Nakba van 1948 werd tatreez een manier om een thuisland vast te houden dat fysiek onbereikbaar was geworden’, vertelt Rachel Dedman, onderzoekster en curatrice van de tentoonstellingen.

Palestijnse kleding met borduurwerk op een paspop in het Antwerpse modemuseum

In haar boek Stitching the Intifada ontrafelt Dedman hoe tatreez al decennialang fungeert als verzet. Ze documenteerde de borduursters in vluchtelingenkampen. ‘Ik leerde het ambacht van binnenuit lezen, als politieke taal, gedragen op het lichaam en doorgegeven via orale traditie.’

‘We raken niet alleen de stenen kwijt, ook de herinnering wordt vernietigd’, zegt ontwerpster en onderzoekster Annelys de Vet, medeoprichtster van Disarming Design from Palestine. Ze noemt de Palestijnse borduurjurk een vorm van subjective mapping, subjectieve cartografie, met patronen die de relatie van de maker met een plek verbeelden. Onder de noemer The Meaning of Home brengt ze eind maart studenten uit Palestina, Nederland en België samen in Antwerpen. In samenwerking met Doek vzw zullen ze een project uitwerken.

Het zachte wapen

Waarom textiel als verzet? Borduren, breien en naaien zijn langzaam, repetitief, meditatief. Ze produceren iets tastbaars dat kan worden doorgegeven. En een vrouw met een brei- of andere naald wekt geen argwaan.

Sharifa Jamaldin, coördinatrice van Fashion Revolution België, beschrijft een steile kennishiërarchie. Onderaan de maatschappelijke ladder staan handwerkers. Helemaal bovenaan: ingenieurs en wetenschappers. ‘Borduren en naaien werden stereotypisch gezien als werk voor vrouwen. Het kreeg geen hoge waarde.’

Ze kiest in die context voor het woord ‘reductie’: generatie na generatie werd de kennis die vrouwen doorgaven, gereduceerd tot huisvlijt. ‘Maar haar kracht zal nooit sterven. Dit is een essentieel onderdeel van onze creativiteit. Iedereen kent wel een vrouw in haar leven die de techniek zal doorgeven.’

‘Mensen bezitten kennis die niet in het hoofd te vinden is, maar in het lichaam. Wij brengen die intuïtie terug. Feminisme moet je voelen, ook als man.’
Chris Rotsaert, co-creatieve maakplek manoeuvre (Gent)

Meerstemmig feminisme

Terug naar de Zirkstraat. Lies Van Assche, kunstenares en oprichtster van Doek vzw, bouwt sinds 2012 aan een textielactivistische community. Hierbij ontwikkelde ze de methodiek van ‘nomadische ontmoetingsateliers’ in verschillende community art-projecten. ‘Letterlijk iets om handen hebben is de basis voor gelijkwaardige ontmoeting.’

Ze spreekt daarbij over ‘meerstemmig feminisme’. ‘Iedere vrouw vult voor zichzelf in wat ze nodig heeft. Voor de een is het economische onafhankelijkheid, voor de ander is het gehoord worden. Voor weer een ander is het een plek hebben waar ze thuis kan zijn, die derde ruimte tussen huis en buitenwereld.’

In Gent heeft de cocreatieve maakplek Manoeuvre al 25 jaar lang zo’n ruimte. De deur van de Bomastraat 35 staat iedere woensdag open. Vrouwen uit verschillende gemeenschappen en van verschillende generaties werken er samen met kunstenaars aan collectieve textielkunstwerken.

‘Kunstenaars in residentie beginnen eerst als deelnemer’, zegt Chris Rotsaert. ‘Door te luisteren naar elkaars ritme, elkaars wereld aan te voelen, ontstaan de werken gezamelijk.’ Ze gelooft dat mensen kennis bezitten ‘die niet in het hoofd te vinden is, maar in het lichaam. Manoeuvre brengt die intuïtie terug. Feminisme is niet alleen een vrouwenzaak. Je moet het voelen. Ook als man.’

Handwerkkennis is terug in opmars bij jongere generaties. Antropologe en modetheoreticus Cosima Bas onderzocht in verschillende landen hoe kledingherstel kan worden teruggewonnen als feministische praktijk.

Mending was onzichtbaar vrouwenwerk. Een nieuwe generatie keert dat bewust om door zichtbaar te herstellen, als statement.’

In handwerk vinden mensen een gemeenschap en een gedeelde taal, stelt Bas, waarin kennis en kunde over generaties heen verder leven. ‘Al mijn respondenten hadden nog een vrouwelijk familielid, moeder of groot-moeder die kon herstellen: de kennis is er nog, één generatie terug.’

Met volle handen

Nadia Mohmand, Afghaans meesterborduurster, groeide tot haar zeventiende vrij op. Tot het regime veranderde, in 1992. Borduren werd de enige manier voor Afghaanse vrouwen om nog iets te verdienen. ‘Afghaanse vrouwen zijn sterk. Door de oorlog zijn velen van hen alleenstaande moeders die de eindjes aan elkaar moeten knopen.’

Een Afghaanse vrouw toont een borduurpatroon

‘In de ondergrondse school Gouden Naald in Herat gaven leerkrachten stiekem les aan meisjes, terwijl kinderen aan de ingang op de uitkijk stonden. Wanneer de Taliban kwamen, verstopten alle vrouwen de boeken en pakten ze hun borduurwerk op.’

In 2009 kwam Nadia naar België, zonder diploma. ‘Maar niet met lege handen. Ik ben met volle handen gekomen.’ Bij Doek bleek de kruissteek, die ze als kind van haar oma leerde, dezelfde als in Oost-Europa. ‘Alleen de kleuren verschillen.’ Op donkere dagen pakt ze stof en draad. ‘En ik kom terug in de tuin van mijn moeder.’

Anastasia, die de Slavische workshop leidt, kwam tweeënhalf jaar geleden vanuit Moskou en bleef het eerste jaar alleen thuis. Via Doek stapte ze de wereld in. ‘Vrouwen kunnen naar de gemeenschap gaan en spreken. Met naald en draad.’

Stemmen in steken

Als taal tekortschiet, spreken de steken. Na de genocide tegen de Tutsi's in 1994 keerde Christiane Rwagatare terug naar Rwanda. In het dorp Rutongo richtte ze een atelier op waar vrouwen van beide zijden van het conflict samenwerkten aan collectieve textielwerken.

In Zuid-Afrika documenteerden zwarte vrouwen de apartheid via naaldwerk. ‘Incidenten die ze nooit eerder hardop hadden uitgesproken’, schreef de bekende Zuid-Afrikaanse psychologe Puleng Segalo. In Afghanistan verkoopt de non-profitorganiatie Guldusi het werk van vrouwen die Talibangeweld borduren, omdat ze het niet in woorden kunnen uitdrukken.

Zuid-Afrikaans borduuurwerk dat de apartheid in het land documenteert

Craftivisme

In haar baanbrekende studie The Subversive Stitch: Embroidery and the Making of the Feminine legde de Britse kunsthistorica Rozsika Parker in 1984 bloot hoe borduurwerk eeuwenlang vrouwelijkheid definieerde en hoe vrouwen het tegelijk gebruikten als subtiel verzet. Parker traceerde de geschiedenis van naaldwerk van de middeleeuwen tot het heden. Ze toonde aan dat de scheiding tussen ‘kunst’ en ‘handwerk’ nooit neutraal was, maar diep verweven met gender en macht.

In 2010 verscheen een herdruk van het werk met een nieuwe inleiding, waarin Parker reflecteerde over de opkomst van het craftivisme, de beweging die handwerk expliciet als activisme inzet. Parker overleed datzelfde jaar, maar haar intellectuele erfenis leeft voort in elke borduurster, breister of haakster die een naald opneemt als daad van protest.

Craftiviste Shannon Downey verwoordde die spanning tijdens de Women’s March van 2017 in kruissteekkunstwerk: ‘I’m so angry I stitched just this so I could stab something 3000 times.’ Zo boos dat ze iets drieduizend keer kon steken. Vanuit Chicago organiseert ze met Badass Cross Stitch nog altijd duizenden badass-borduurworkshops.

In Mexico documenteert het collectief Fuentes Rojas femicide via borduurwerk op witte zakdoeken.

Twee vrouwen zitten voor een gebouw onder protestdoeken

In Mexico documenteert het collectief Fuentes Rojas femicide via borduurwerk op witte zakdoeken.

In Denemarken ontstond in de jaren zeventig de Honsestrikk-beweging, waarbij vrouwen politieke boodschappen in hun breipatronen verwerkten.

In het Jordaanse vluchtelingenkamp Za’atari zette de Britse designer, activiste en modeprofessor Helen Storey als eerste designer-in residentie van de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) een centrum op voor ondernemerschap en borduurworkshops met Syrische vluchtelingenvrouwen. Van daaruit trok ze haar werk door naar vluchtelingenkampen in Malawi en Mozambique.

Storey is professor Fashion and Science aan het Centre for Sustainable Fashion van het London College of Fashion. Ze werkt aan een ‘Living Curriculum’ dat de ervaringen van vluchtelingenvrouwen vertaalt naar onderwijs.

‘Vluchtelingen leren de westerse wereld wat veerkracht en innovatie werkelijk zijn.’ Kleding is iets wat iedereen aangaat, je kan er mensen mee nieuwsgierig maken voor iets waar ze anders van wegkijken: van de klimaatverandering tot de vluchtelingencrisis. ‘Mode kan een Trojaans paard zijn voor de grote kwesties van onze tijd.’

De kunstwereld omarmt die politieke kracht, zo bewijst ook de tentoonstelling Unravel, die in 2024 te zien was in het Stedelijk Museum van Amsterdam. ‘De geschiedenis van de marginalisering van textiel kan worden begrepen als een geschiedenis van geweld, waarin deze kennissystemen als bedreigend werden gezien’, schreven de curatoren.

Niet schreeuwen, maar steken

In de Zirkstraat borduurt een Afghaanse vrouw patronen die ze als kind van haar moeder leerde. In een vluchtelingenkamp in Jordanië leert een Syrische vrouw tatreez om een traditie niet te laten sterven. In een gevangenis in Teheran naait een moeder een jurk voor een kind dat ze niet kan vasthouden. In een dorp in Rwanda borduren vrouwen het landschap dat bijna alles van hen afnam.

De naald blijkt een wapen. Zoals de Amerikaanse schrijfster Ursula Le Guin opmerkte: de belangrijkste verhalen van de mensheid zijn niet de verhalen van de helden met de speer, maar van zij die draagtassen maken: degene die weeft, verzamelt, bewaart en verbindt.

Deze reportage werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

cover van MO*159, getiteld: USAID en met ondertitel ‘De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren’
USAID

De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in