Dossier: 
Evangelische kerken winnen zieltjes onder vluchtelingen op Samos

‘God heeft me naar dit eiland gebracht om Hem te ontmoeten’

© Toon Lambrechts

De affiche van een evangelische kerk in Thessaloniki. Sommige groepen hulpverleners hebben een achterliggende agenda: de verspreiding van het woord Gods.

In het vluchtelingkamp op het Griekse eiland Samos liggen evangelische kerkgemeenschappen op vinkenslag. Onder de kampbewoners proberen ze zo veel mogelijk zieltjes te winnen. Soms vinden ze gehoor, al zijn de motieven van de bekeerlingen niet altijd even duidelijk. ‘Onze deur staat open voor iedereen, God zal zijn werk doen.’

September 2020, een paar dagen na de grote brand op het Griekse eiland Lesbos. De vlammen die het beruchte vluchtelingenkamp Moria haast volledig in de as legden zijn geblust, de ongeveer 13.000 bewoners geëvacueerd.

Een week geleden was het hier nog druk, chaotisch en lawaaierig. Vandaag hangt er een onwezenlijke stilte over de plek. Een groepje verveelde politieagenten houdt een oogje in het zeil, een team van Griekse journalisten is druk in de weer met een drone. Voor de rest is er niemand.

Het officiële kamp – een voormalige legerbasis – lijkt wel een oorlogszone: zwartgeblakerde containers, verwrongen metaal, de geur van vuur. Van het enorme tentenkamp buiten de omheining, waar veruit de meeste vluchtelingen woonden, blijft haast niets meer over. De brand raasde meedogenloos door de wirwar aan tenten en zelfgemaakte hutten, een catastrofe die zich al lang had aangekondigd.

Toch staan hier en daar nog stukjes van het kamp overeind. Tenten en hutten gespaard door het vuur, overhoopgegooid toen hun bewoners in allerijl hun spullen bijeenpakten om zich in veiligheid te brengen. Kleding, speelgoed, huisraad… en een dik zwart boek dat de aandacht trekt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Eerste kennismaking

Het boek blijkt een bijbel te zijn, vertaald naar het Farsi, de taal die de meeste Iraniërs en Afghanen spreken. Iets dieper in de berg met spullen nog enkele religieuze boeken, allemaal introducties tot het christendom.

Dat laatste is opmerkelijk. Dat de bijbel in het Farsi is meegereisd met Iraanse vluchtelingen, is best mogelijk. Iran kent een snelle groei van evangelische kerken, en veel van die bekeerlingen vluchten om religieuze redenen hun land uit. Alleen: deze boeken zijn duidelijk gericht op een publiek dat niet christelijk is.

Stuk voor stuk zijn het studieboeken, bedoeld als een eerste kennismaking met het christendom. Zich bevrijden van angst: De Bijbel in zes weken. Of: Vijftig levenslessen van Jezus: Een boek voor Bijbelstudie in groep of individueel.

Verder nog wat verwijzingen naar onlinemateriaal, zoals learnhisway.com, dat bijbellessen in een hele reeks talen aanbiedt, en hope4Afghans.com, een site gericht op potentiële Afghaanse bekeerlingen, met religieuze lessen, toespraken van pastors en getuigenissen van Afghaanse gelovigen, zowel in het Engels, Farsi als Pasjtoen.

Gezien de aard van de boeken heeft het er alles van dat ze werden verspreid onder de vluchtelingen met een duidelijk doel voor ogen: het winnen van zieltjes.

© Toon Lambrechts

Een bijbel in het vluchtelingenkamp Moria. Sommigen zijn duidelijk gericht op een publiek dat niet christelijk is.

Nieuw publiek

Door zijn geografische ligging was Griekenland altijd al een belangrijke halte op de migratieroutes richting West-Europa. Maar het aantal mensen op de vlucht die het land sinds 2015 over zich heen kreeg was ongezien.

De Griekse overheid kon – of wilde – geen afdoende antwoord bieden op die humanitaire crisis. Uiteindelijk hebben de talloze grote en kleine ngo’s, zo goed en zo kwaad als dat ging, de noden van de vluchtelingen op het Griekse grondgebied gelenigd.

Bij die ngo’s waren heel wat organisaties met een religieuze achtergrond. Religie is voor veel mensen een grote motivatie om de zorg voor anderen op te nemen, dat is geen probleem. Maar sommige groepen hebben een achterliggende agenda: de verspreiding van het woord Gods.

Die intentie is voornamelijk terug te vinden bij groepen en individuen die gelinkt zijn aan evangelische kerkgemeenschappen. Die vallen uiteen in een waaier van strekkingen, maar delen een grote bekeringsijver. Voor die gemeenschappen is migratie een uitgelezen kans om het woord Gods te prediken aan een publiek dat voorheen moeilijk te bereiken was: mensen uit de moslimwereld.

© Toon Lambrechts

Evangelische kerken krijgen voet aan de grond op de Balkanroute.

Missie

De evangelische kerken maken geen geheim van hun intenties. Neem AMG International (Advancing the Ministries of the Gospel), een van oorsprong Amerikaanse kerkgemeenschap. Die beschrijft haar missie als volgt:

‘Dit zijn mensen die ons door God zijn gezonden, zodat we hen kunnen bijstaan in hun reële en spirituele noden. Elke interactie is een mogelijkheid om de blijde boodschap uit te dragen. AMG helpt vluchtelingen met hun noden om hen spiritueel te bereiken. Voor veel vluchtelingen uit de moslimwereld is het de eerste keer dat ze de kans krijgen om de blijde boodschap te horen en met christenen in contact te komen.’

Wat vaststaat, is dat evangelische kerken voet aan de grond krijgen op de Balkanroute.

Of neem EEM (Eastern European Mission), een andere evangelische organisatie. Die richt zich vooral op de verdeling van bijbels en ander religieus materiaal, aanvankelijk in Oost-Europa, maar nu ook met vertalingen naar het Arabisch en het Farsi. Ook zij is duidelijk over haar missie:

‘EEM voorziet bijbels in het Arabisch en het Farsi voor vluchtelingen op weg naar Europa, in Griekenland en in andere landen in Centraal-Europa. Het lijkt erop dat God met de onrust in het Midden-Oosten een unieke gelegenheid heeft geschapen om Zijn blijde boodschap te delen met mensen die al generaties binnen de islamitische invloedssfeer liggen.’

De evangelische kerken bouwen grotendeels voort op bekeringswerk in Oost-Europa na de val van de Muur, en in Griekenland, waar missionering tot in de jaren ‘90 wettelijk verboden was. Hoe succesvol hun inspanningen zijn om het woord Gods uit te dragen onder de vluchtelingen is niet duidelijk. Maar wat vaststaat, is dat ze voet aan de grond krijgen op de Balkanroute.

Missioneren in het kamp

Na de deal van 2016 tussen de EU en Turkije kwam de grootste groep vluchtelingen, na Lesbos, vast te zitten op het Griekse eiland Samos. Op het hoogtepunt woonden er meer dan 6500 mensen in het kamp op de heuvel net buiten Vathi, de hoofdstad van het eiland.

De mensen op de vlucht kwamen vaak uit de conflictzones in het Midden-Oosten en Afghanistan, maar er waren ook grote groepen mensen uit Afrika. Omdat ze er vaak maandenlang vastzaten, bouwden de verschillende gemeenschappen er hun eigen gebedshuizen, zowel kerken als moskeeën.

Een van de kampbewoners op Samos is de Kameroener Bertrand. Hij engageert zich voor een van de Engelstalige kerken. Ook zijn kerk tracht zieltjes te winnen onder de vluchtelingen. ‘Elke zaterdag doen we aan evangelisatie, samen met de pastors van de andere kerken. We spreken af wie welk deel van het kamp aandoet. We praten met de mensen, delen soms wat fruit uit enzovoort.’

Daarbij krijgt ze steun uit Amerikaanse hoek. ‘In Vathi is er een Amerikaanse evangelische kerk. Met haar medewerkers werken we soms samen. Ook kregen we van missionarissen van een Amerikaanse organisatie bijbels, religieuze boeken en een soort vertaalapparaat met religieuze teksten in het Farsi en het Arabisch. Dat helpt ons om met de mensen uit het Midden-Oosten te communiceren.’

Staan die dan open voor Zijn boodschap? Bertrand pauzeert even. ‘Wel … Ze luisteren, en vijandige reacties heb ik nog niet gekregen. Wel zijn er hier enkele mensen die in hun thuisland van religie veranderden, en net daarom moesten vluchten. Maar naar de kerk komen, nee, dat niet.’

De Wachttoren in het Farsi

Een van de meest zichtbare bekeringsgroepen op het eiland zijn de Jehova’s getuigen. Hun kerk is erg actief in heel Griekenland, ondanks dat bekeringswerk er eigenlijk nog altijd wettelijk verboden is.

De Jehova’s getuigen hebben zich aangepast aan de realiteit van migratie, hun teams die op straat De Wachttoren en andere religieuze pamfletten verspreiden, hebben steevast naast Griekse en Engelstalig edities ook exemplaren in het Arabisch en het Farsi mee. Op Samos vatten ze vaak post naast de weg die naar de ingang van het kamp leidt, althans voor de uitbraak van de coronapandemie.

Het was daar dat de Kameroense christen Bille met hen kennismaakte. ‘Voordat ik naar Griekenland kwam, had ik nog nooit van hen gehoord. Op een dag, toen ik terug naar het kamp wandelde, stond een groepje Jehova’s getuigen aan de ingang met flyers en magazines. Ze spraken me aan en vertelden over zichzelf, en dat ze het woord van God verkondigden. Ik raakte nieuwsgierig naar wat ze geloven, en wilde er graag meer over weten.’

Een volwaardig lid van de kerk is Bille nog niet. ‘Ik ben in opleiding. Je doorloopt een heel programma vooraleer je gedoopt kunt worden. In het begin kwamen we samen voor bijbelstudie in hun kerk, de koninkrijkszaal. Dat kan nu niet door de coronamaatregelen, dus we spreken twee keer per week via Zoom.’

Bille is niet de enige vluchteling die deelneemt aan de bijbelstudies van de Jehova’s getuigen, al blijft het bij een kleine groep. ‘Ik schat ons aantal op een vijftigtal, zeker niet meer. Het gaat om zowel christenen als moslims, al vormen die laatsten een minderheid. Onze gemeenschap telt verschillende nationaliteiten, maar de meeste gelovigen komen uit Afrikaanse landen.’

Niet iedereen deelt de interesse van Bille in de Jehova’s getuigen. ‘Soms krijg ik te horen dat het geen echte religie is, maar ik ben geen kind meer, ik weet wat ik wil en beslis zelf wat ik doe. De mensen die voor het kamp staan om geschriften te verdelen, meestal Grieken maar ook Amerikanen, krijgen wel wat meer negatieve reacties te verduren. Maar hun leer stelt dat vervolging hun deel zal zijn, dus zij kunnen daar wel mee om.’

Of hij op een dag de stap naar het doopsel zal zetten weet Bille nog niet zeker. ‘Verschillende personen van onze studiegroep zijn wel al gedoopt. Ik ben er nog niet uit, in de eerste plaats wil ik nog meer leren over het geloof van de Jehova’s getuigen.’

© Toon Lambrechts

Een geïmproviseerde kerk. Samen met Yasser maakte Ali de overtocht naar Griekenland, en kwam hij op Samos vast te zitten. ‘Ik wist dat er op Samos een kerk was voor mensen op de vlucht. In de zomer van 2019 ging ik eens kijken, gewoon uit verveling.’

Gemoedsrust

De Iraanse Ali twijfelt niet meer. De jonge dertiger heeft al wel zijn geloof gevonden. Hij had er een goede job als verkoper bij een internationaal bedrijf, maar raakte in de problemen na zijn arrestatie bij de protesten die volgden op de presidentsverkiezingen van 2009.

‘Het regime vergeet nooit, het bleef me in de gaten houden’, vertelt Ali. ‘Enkele jaren geleden kwam ik opnieuw in het vizier van de veiligheidsdiensten. Mijn broer heeft me vrijgekocht, ik ben halsoverkop gevlucht.’

‘Ik keek steeds meer uit naar de avondbijeenkomsten, ik vond er verbondenheid, gemoedsrust, vrede.’

Ali’s eerste stop was Turkije. Daar ontmoette hij Yasser, ook een Iraniër. ‘Yasser was al bekeerd tot het christendom. Grappig, in het begin deed hij het alleen maar omdat hij dacht dat het zijn kans op papieren in Europa zou vergroten. Maar iets in hem veranderde. Hij werd een overtuigd christen. Verschillende keren heeft hij me gevraagd om naar de bijeenkomst te gaan, maar ik was religie meer dan moe.’

Samen met Yasser maakte Ali de overtocht naar Griekenland, en kwam hij op Samos vast te zitten. ‘Ik wist dat er op Samos een kerk was voor mensen op de vlucht. In de zomer van 2019 ging ik eens kijken, gewoon uit verveling.’

Toen had de groep nog geen gebouw, legt Ali uit. Ze verzamelde in een park in Vathi. ‘Mijn Engels is goed, dus ik hielp een beetje met vertalen. Zo kwam ik met de Bijbel in contact. Ik was altijd al een verwoed lezer – Coelho, Marquez en noem maar op — maar hoe kon het zijn dat ik dit boek, met zo’n sterke boodschap, nog nooit onder ogen had gekregen?’

De dagelijkse sessies werden een ijkpunt in zijn dagen. ‘Ik merkte dat ik steeds meer uitkeek naar de avondbijeenkomsten. Er was iets wat me aantrok, iets sterks, iets betekenisvols. Ik vond er verbondenheid, gemoedsrust, vrede. De Bijbel bleek de bron van dat alles.’

Negen maanden kostte het Ali voordat hij zich formeel bekeerde tot het christendom en zich liet dopen in het water van de Egeïsche Zee. ‘Elke zondag doet de kerk doopsels, maar het vergde tijd om echt klaar te zijn. Het doopsel is eigenlijk maar een bijzaak, het gaat om wat er daarvoor met je gebeurt. Het is geen beslissing die je neemt, maar iets wat je overkomt, iets wat vanbinnen verandert.’

Gods werk

God afvallen, of veranderen van religie is een ernstige zaak binnen de islam. In de Hadith, de uitspraken van de profeet Mohammed, staat tot tweemaal toe een oproep om afvalligen te doden, al heerst er onder wetsgeleerden geen overeenstemming over hoe deze teksten te interpreteren.

Los van theologische kwesties: wie de islam verlaat en zich bekeert tot het christendom kan op heel wat negatieve reacties rekenen. Mensen worden bedreigd, aangevallen en raken de banden met vrienden en familie kwijt.

‘Onze deur staat open voor iedereen. God zal zijn werk doen.’

Ali’s familie en vriendenkring was nooit gedreven religieus, dus zelf kreeg hij nooit te maken met sterke negatieve reacties. ‘Mijn familie maakt er geen punt van. Wel werd mijn tent op Samos overhoopgehaald en ik weet best dat men achter mijn rug over mij praat.’

Een Afghaanse kampgenoot kreeg het zwaarder te verduren, legt Ali uit. ‘Hij werd in elkaar geslagen, en ze dreigden zijn vrouw aan te randen. Hij bleef weg uit onze kerk, maar nu hij Samos verlaten heeft en in Athene verblijft, gaat hij opnieuw naar de bijeenkomsten.’

Zelf is Ali erg betrokken bij de kerkgemeenschap. ‘Ik vertaal naar het Farsi voor mensen uit Iran en Afghanistan. Onze groep telt zo’n 40 leden. Sinds enkele maanden hebben we ook iemand die naar het Arabisch vertaalt. Dat stelt ons in staat om ook andere mensen aan te spreken, al ligt dat wat moeilijker. Het lijkt alsof Arabieren sterker vasthouden aan hun geloof, al is dat maar een indruk van mij. Toch zijn er onder hen ook geïnteresseerden.’

Ondanks zijn eigen enthousiasme is Ali realistisch over de motivatie van anderen. In de twee jaar dat hij bij de kerk betrokken was, heeft hij veel mensen zien komen en gaan. Het is een ruwe schatting, maar ongeveer een op de vier blijft ook. ‘Soms dagen vluchtelingen op gewoon om mee te eten, anderen willen discussiëren over geloof. Onze deur staat open voor iedereen. God zal zijn werk doen.’

‘Nadat ik op Samos aankwam, heb ik me gerealiseerd dat mijn vroegere vrienden en familie me niet konden bijstaan. In de kerk heb ik een nieuwe familie gevonden. Elke dag zien we elkaar, als broeders. Dan zijn we even geen vluchtelingen meer, geen Arabieren, Afghanen of Iraniërs, maar allemaal christenen. God heeft me naar dit eiland gebracht om Hem te vinden, dat geloof ik echt.’

© Toon Lambrechts

Avondgebed net buiten het kamp. Los van theologische kwesties: wie de islam verlaat en zich bekeert tot het christendom kan op heel wat negatieve reacties rekenen.

Gebeden verhoord

In het discours van de evangelische kerken die actief zijn op de Balkanroute valt één ding op: ze zien migratie als een uitgelezen kans om hun boodschap over Jezus en God te verkondigen aan mensen die ze anders moeilijk of niet hadden kunnen bereiken.

Dat is ook de mening van pastor Philips. Hij leidt de kleine kerkgemeenschap op Samos en kwam speciaal uit de Verenigde Staten naar het eiland over om vluchtelingen het woord Gods brengen. ‘Ik heb zelfs nog gepreekt in Irak en Afghanistan. Daar moest ik extreem voorzichtig zijn om mezelf en anderen niet in gevaar te brengen.’

‘In de kerk heb ik een nieuwe familie gevonden.’

Dat deze mensen zich nu in Europa bevinden, ver van hun thuisland, maakt hen meer ontvankelijk voor onze boodschap, meent pastor Philips. ‘Migratie schept een openheid die er anders nooit zou zijn. Het is een enorme kans voor ons. Ikzelf – en met mij vele andere christenen – hebben jarenlang gebeden voor de moslimwereld. Ik geloof dat onze gebeden verhoord zijn.’

De kerk die pastor Philips op het eiland uit de grond stampte, richt zich specifiek op het bekeren van mensen op de vlucht. De groep huurt een klein huis in het centrum van Vathi, niet ver van het kamp. Pastor Philips maakt deel uit van een kleine kerk in Tennessee, de Pelgim Christian Fellowship, een gemeenschap die aanleunt bij de mennonieten (doopsgezinde kerkgemeenschap, genoemd naar de zestiende-eeuwse hervormer Menno Simons, red.). Hij vervangt de eerste missionaris die zijn kerk uitzond.

Voordat de coronamaatregelen de bijeenkomsten moeilijker maakten, was de kerk van pastor Philips een drukke plek. Een eerste gebedsmoment in de voormiddag, gevolgd door een maaltijd en tijd voor discussie.

’s Avonds is het opnieuw verzamelen geblazen en zit de groep van enkele tientallen potentiële bekeerlingen samen om de dag te bespreken. ‘s Zondags is er een viering die zo’n negentig mensen op de been brengt. Bijbels en religieuze boeken bracht pastor Philips mee uit de Verenigde Staten, voor de rest steunt de kerk op donaties van kerkgangers uit Tennessee.

Praktische insteek

Het echte werk – het brengen van de blijde boodschap aan de vluchtelingen – vindt in het kamp plaats. Pastor Philips brengt er behoorlijk wat tijd door. ‘Daar moet je je niets spectaculairs bij voorstellen. We wandelen wat rond, maken een praatje met de bewoners, drinken een tas thee. Met de Afrikaanse christenen in het kamp discussiëren we over de Bijbel, met moslims is er wat meer afstand.’

‘Meestal begin ik een gesprek over geloof met een praktische insteek. Wat doet de islam voor jou? Helpt het geloof je om je zonden te overwinnen? Enzovoort. Dat zet aan tot vragen, het creëert een opening. Ik krijg zeker negatieve reacties, maar die zijn meestal snel geblust. Bovendien vertrouw ik op Gods bescherming.’

Veruit de meeste kerkgangers op Samos waren vroeger moslim. Het grootste deel komt uit Iran. ‘Omdat we geen Arabische tolk meer hebben, is de communicatie met de Arabischsprekende groep lastig. Maar ook omdat veel Iraniërs diep teleurgesteld zijn in wat het islamitische regime in hun land heeft aangericht. Onze gemeenschap telt ook enkele Afghanen die ook Farsi spreken.’

Ondanks zijn religieuze enthousiasme is Philips niet blind voor het gevaar dat een bekering met zich meebrengt. ‘We adviseren mensen om het er niet over te hebben, we willen niemand in de problemen brengen.’

Toch gebeurt het vaak dat mensen bedreigd worden, omdat ze zich bekeren, vertelt Philips. ‘Recentelijk nog wou een familie zich laten dopen. Een oom van de familie was dat ter ore gekomen, en die heeft hen met de dood bedreigd. Zulke moeilijkheden versterken het geloof.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Eigen motieven begrijpen

De kerk van pastor Philips doet bewust niet aan hulpverlening, om te vermijden dat mensen alleen komen vanwege de materiële ondersteuning. Toch beseft hij dat voor sommige bekeerlingen meespeelt dat ze als christen meer kans maken op een erkenning als vluchteling.

‘We vormen één familie. Het is de liefde voor God en Jezus die ons verenigt, over nationaliteiten heen.’

‘Dat gebeurt, daar ben ik niet naïef in. We proberen mensen hun eigen motieven te doen begrijpen, want God wil dat je de waarheid spreekt en niet liegt, dat is het werk van Satan.’

‘Daarom reiken wij ook geen doopcertificaten uit. We willen vermijden dat mensen zich alleen laten dopen, omdat ze denken zo meer kans te maken op papieren. Bovendien hechten de asielinstanties daar toch maar weinig waarde aan, omdat ze weten dat het vele bekeerlingen alleen daar om te doen is.’

Werken met vluchtelingen brengt specifieke moeilijkheden met zich mee. Mensen komen en gaan, want niemand heeft de intentie om op Samos of zelfs in Griekenland te blijven. ‘We hebben contacten van kerkgemeenschappen op andere plekken waar mensen terecht kunnen, zoals in Athene, Thessaloniki of Albanië. Uiteindelijk vormen we één familie. Het is de liefde voor God en Jezus die ons verenigt, over nationaliteiten heen.’

Of de inspanningen van pastor Philips en de andere missionarissen veel resultaat opleveren is niet duidelijk. Migratie is een moment van diepgaande transitie, geografisch maar ook op vlak van identiteit.

Sommige vluchtelingen houden net stevig vast aan hun geloof, als een laatste herinnering aan het land van herkomst. Anderen, soms zeer teleurgesteld in hoe het er in hun eigen samenleving aan toegaat, hebben oren naar een nieuw geloof. Een klein publiek, maar dat maakt niet uit voor Philips en zijn collega’s. Voor hen telt elke gewonnen ziel.

Deze reportage kwam tot stand in het kader van MO*onderzoekt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.