Peul-herders in Benin zitten tussen hamer en aambeeld
‘We zijn ballingen in eigen land’

© Josué Mehouenou

© Josué Mehouenou
Thibault Coigniez & Josué Mehouenou
13 mei 2026 • 12 min leestijd
In Benin zitten de Peul-herders tussen hamer en aambeeld. Zowel Jihadistische groeperingen als het leger nemen hen in het vizier. Ook de gesloten grenzen en droogte zetten hun nomadische levenswijze onder druk. ‘Dit doodeenvoudige beroep wordt ons aartsmoeilijk gemaakt.’
Door het dorre savannegras drijven herders met stokken hun koeien vooruit. Ze zijn op weg naar de veemarkt van Mongo, in het noorden van Benin. De meeste van deze herders zijn Peul, een volk dat met zijn kuddes door de hele Sahel trekt. Op de markt staan zo’n achthonderd koeien klaar om verkocht te worden.
Maar Lido Sanda kijkt bezorgd naar zijn kudde. ‘Het is niet makkelijk om elke week naar deze markt af te zakken. Je loopt het risico om aangevallen te worden, door de jihadisten die je beesten af pakken of door militairen die je voor een jihadist aanzien. We zitten altijd in de hoek waar de klappen vallen.’
Door de spanningen in de regio zijn de grenzen van Benin met buurlanden als Niger, Burkina Faso en Togo gesloten. Dat vormt een groot probleem voor herders die met hun vee rondtrekken. Tegelijk zorgt de toenemende droogte ervoor dat het beschikbare graasland slinkt. Op beperkte lappen grond leidt dat tot hevigere conflicten met landbouwers.
Bovendien hebben de noordelijke regio’s van Benin te maken met jihadistische groeperingen. Vooral de aan Al-Qaeda gelieerde beweging JNIM is actief in de natuurparken Pendjari en W. Toeristen vind je er al lang niet meer. Zo kwamen er in april nog een vijftigtal Beninse soldaten om het leven bij een aanslag.
Ook onderzoeker Expédit Ologou merkt dat de Peul zelden het voordeel van de twijfel krijgen. ‘Voor de autoriteiten zijn zij de hoofdverdachten. Het helpt niet dat sommige Peul zich daadwerkelijk bij jihadistische groepen hebben aangesloten. Maar het is bijzonder gevaarlijk om de problemen van een samenleving op één etnische groep af te schuiven. Die stigmatisering ondermijnt niet alleen de sociale samenhang, maar vormt ook een groot veiligheidsrisico.’
Gemeenschapspolitie
Ook de ordediensten zijn zich bewust van het wederzijdse wantrouwen. In samenwerking met het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel lanceerde de Republikeinse politie het project ProNord. Het doel is om een gemeenschapspolitie op te richten.
‘We willen het politiepersoneel leren hoe ze het vertrouwen van de bevolking kan winnen. Lange tijd zagen burgers ons vooral als een repressief instrument’, zegt Ferdinand Nonhouegnon, medewerker bij Enabel. Hij leidt het project in Natitingou, de grootste stad van de noordelijke regio Atacora. In deze streek bevinden de jihadistische groeperingen zich in het noordelijker gelegen natuurpark Pendjari.
De gemeenschapspolitie wil info vergaren over deze groepen. Via hun motoren kunnen de jihadisten zich snel in de brousse verplaatsen en onverwacht opduiken. Volgens Nonhouegnon is het daarom cruciaal om een goed informantennetwerk te onderhouden.
‘Vaak zijn onze informanten onvoldoende opgeleid. Ze hangen het aan de grote klok dat ze met de politie samenwerken, en dan word je natuurlijk snel ‘‘geroosterd’’, zoals wij zeggen. Wij leren hen hoe ze ons op een discrete manier informatie kunnen doorspelen.’
Terwijl men bij Enabel openlijk over ProNord spreekt, is de republikeinse politie minder geneigd om toelichting te geven. Dat merken we ook in het hoofdcommissariaat van Kandi, een stad in de noordelijke Alibori-regio waar eveneens een gemeenschapspolitie actief is.
Na onze eerste vraag zegt de commissaris dat hij zonder toestemming niet mag antwoorden. Wat wel mag? Het tonen van hun nieuwste snufjes, zoals blinkende motoren. Hij wil ons meenemen langs alle zes de commissariaten. Na het tweede hebben we echter genoeg gezien. Op de motor rijden we door naar de volgende afspraak, vlak bij hotel Saka Kina, aan de rand van Kandi.

© Josué Mehouenou
Repressie door het leger
Op de binnenkoer van het hotel is weinig beweging te zien. De tijd dat hier toeristen overnachtten, is voorbij. In het verderop gelegen natuurpark W zijn al sinds 2019 jihadistische groepen aanwezig. Alleen Beninse militairen wagen zich er nog, maar ook zij lopen levensgevaar. Volgens de denktank Acled is het aantal dodelijke slachtoffers dit jaar met maar liefst 70% gestegen. Het exacte aantal blijft echter moeilijk vast te stellen.
Niet ver van het hotel zitten drie jonge Peulmannen onder een afdakje te praten. Twee van hen werken voor African Parks, het privébedrijf dat de natuurparken beheert. Zij hebben de afgelopen vijf jaar gezien hoe de situatie verslechterde.
‘Vroeger trokken we diep het park in om camera’s te plaatsen en foto’s van dieren te maken. Dat gaat nu niet meer. Er zitten alleen nog militanten en militairen,’ zegt Sonko. Op hun verzoek gebruiken we schuilnamen.
Volgens de jonge Peul verplaatsen de jihadisten zich vooral tijdens het droge seizoen. ‘In het regenseizoen kunnen ze zich namelijk moeilijker per motor verplaatsen.’
Toch lijken de drie jongemannen bijna evenveel schrik te hebben van de militairen. Ze voelen zich sterk gediscrimineerd door hun eigen krijgsmacht en hebben tal van verhalen om dat te illustreren.
Neem dat van Sonko. ‘Op mijn terugweg uit het park tankte ik mijn motor vol en zei ik iets in het Peul tegen een collega. Een man naast ons pakte meteen zijn gsm. Even later omsingelden politiemensen ons. Ze stelden geen enkele vraag en sloegen ons meteen in de boeien.’
Even later haalt hij zijn gsm uit zijn achterzak en toont foto’s van dode koeien. Daarnaast liggen lege kogelhulzen. ‘Onlangs hebben militairen in de Atacora-regio een kudde runderen doodgeschoten. Dat is alsof je iemands spaarrekening plundert. Al het geld van een herder zit in zijn kudde. Zonder dieren kan hij de studies van zijn kinderen niet meer betalen.’
Op de vraag of ze nog vertrouwen hebben in overheid, schudden ze alle drie hun hoofd. Ze lachen zelfs, zo onzinnig vinden ze de vraag. Als de Peul al ergens met hun problemen aankloppen, dan is het niet bij de politie.
Bemiddelen
Volgens een enquête van AFROBarometer hebben de Beniners het meeste vertrouwen in religieuze leiders en traditionele chefs. Daarom trekken we naar het huis van Gobidjo Sambo Bani Laya, de chef van de Peul-gemeenschap in Kandi. Met een wandelstok in de hand en gekleed in een wit gewaad begeleidt hij ons naar een schaduwrijke plek onder een boom op de binnenplaats van zijn woning.

Gobidjo Sambo Bani Laya, de chef van de Peul-gemeenschap in Kandi.
© Josué Mehouenou
Bij geschillen tussen herders en landbouwers treedt hij op als bemiddelaar. ‘Op die manier kunnen we de problemen onderling oplossen en escalatie vermijden. Dat is beter dan meteen naar de politie te stappen.’
Al heeft Bani Laya niet zozeer problemen met de politie, dan wel met de militairen. ‘Ik ken de politiemannen. Als iemand wordt opgepakt, ga ik naar het commissariaat om te onderhandelen. Maar we kunnen niet zomaar een legerbasis binnenwandelen. Peul die daar belanden, komen soms niet meer terug. Zelden ontvangen we nieuws over hun situatie.’
Bani Laya hekelt ook de arbitraire arrestaties en strenge controles op de veemarkten. ‘Herders met vuile kleren vinden ze verdacht. Die hebben vast en zeker samen met de jihadisten in de bosjes gezeten. Dat is een absurde aanname. Als je voortdurend achter je beesten aanloopt, kun je je kleren niet proper houden.’
Daarom pleit hij voor een betere samenwerking tussen de chefs en het leger. ‘Via gemeenschappelijke comités zouden we onderling informatie kunnen uitwisselen. Zo vermijden we dat foutieve inlichtingen tot arrestaties leiden.’
In Natitingou is Ferdinand Nonhouegnon zich bewust van de discriminatie tegen de Peul. ‘Tijdens onze opleidingen leren we mensen niet alleen hoe ze geïmproviseerde explosieven kunnen herkennen. We benadrukken ook dat ze thema’s nooit etnisch mogen framen. Wanneer iemand zegt dat boeren en Peul vaak botsen, corrigeer ik dat door “herders” te zeggen.’
Die sensibilisering gebeurt vooral via dialoog met de lokale politici, zegt Nonhouegnon. ‘Zij vormen de brug tussen de gemeenschap en de politie. Niet alleen moeten zij aan hun burgers het concept van gemeenschapspolitie uitleggen. Zij moeten ook de problemen juist benoemen. En geen olie op het vuur gooien door bepaalde bevolkingsgroepen te viseren.’
Gedwongen ballingen
Van discriminatie is iets verderop, in het dorpje Toucountouna, weinig te merken. Aan het stadhuis hangt een bord met de tekst ‘partnergemeente van Merelbeke-Melle’. Sinds 2014 zijn de twee plaatsen zustergemeenten. Toch verschilt Toucountouna in het straatbeeld nauwelijks van andere dorpen in de regio. Zoals overal is het er rond de middag behoorlijk druk. Volwassenen en kinderen zoeken een plekje om even tot rust te komen.
Oumarou Sounon babbelt vlotjes met de voorbijgangers, die langs het winkeltje passeren. Als chef van de Peul-gemeenschap heeft hij andere zorgen, bijvoorbeeld de terroristische dreiging. Daardoor is de grens met Togo al een paar jaar gesloten. In 2019 legde Benin de seizoensgebonden verplaatsing, beter bekend als ‘transhumance’, aan banden.
Nu heb je documenten nodig om je te verplaatsen, verzucht Sounon. ‘Vroeger konden we zo over en weer naar Togo. Veel herders trekken daarom naar Kourou, aan de grens met Burkina Faso. Daar is het risico op een confrontatie met jihadisten dan weer véél groter. Zelfs met documenten op zak raak je door de lange afstanden de koeien makkelijker kwijt.’
Het voorbije jaar viel er in de Atacora-regio bijzonder weinig regen. De boeren keren met magere oogsten van het land terug. Tegen 2070 zal bijna het hele grondgebied van Benin te maken krijgen met extreme temperaturen. De bodem verarmt en de beschikbare vruchtbare grond slinkt. Volgens Sounon weten veel herders niet meer waarheen ze nog kunnen uitwijken.
‘In Toucountouna is er voor hen geen plaats. De grens met Togo en met het nationaal park mogen ze niet oversteken. Ze kunnen nergens naartoe. Ze zijn gedwongen om rond te zwerven rond onze gemeente. Het zijn ballingen in eigen land.’
‘In Toucountouna is er geen plaats voor hen. De grens met Togo en het nationaal park mogen ze niet oversteken. Ze kunnen nergens heen. Ze zijn gedwongen om rond te zwerven rond onze gemeente. Het zijn ballingen in hun eigen land.’
Koranscholen
Ook in Kandi voelen de jonge Beniners en Peul zich machteloos. ‘Er is hier geen werk, we hebben niets omhanden’, klinkt het vaak. Voor Ismaël Bouhari is die uitspraak maar al te herkenbaar. Vanuit zijn betrokkenheid bij lokale jeugdorganisaties ziet hij hoe de afwezigheid van de overheid jihadistische groepen in de kaart speelt.
‘In een noordelijke gemeente als Karimama is er niet eens een apotheek. Kraamklinieken hebben er zelfs geen elektriciteit. Vroedvrouwen gebruiken hun smartphones als lichtbron. Het is op die onvrede dat de jihadisten teren.’
Een bekende manier om hun invloed uit te breiden is door Koranscholen te bouwen. Vaak worden die gefinancierd met geld uit de Golfstaten. Volgens Bouhari is de Beninse overheid zich nu wel meer bewust van het risico.
‘Ze zijn het systeem van de Koranscholen aan het moderniseren. Tot nu toe wordt er alleen in het Arabisch lesgegeven. Hun programma spoort niet met de Beninse leerdoelen. Dat zou binnenkort moeten veranderen.’
Helaas volstaat een diploma niet om aan een job te raken, zegt Bouhari. ‘Natuurlijk moet er nog veel werk gebeuren wat betreft de scholingsgraad. Nu heb je hier klassen met 80 leerlingen. Maar zelfs met een diploma ben je nog niet zeker van werk. Veel gediplomeerden werken als seizoenarbeider of taxichauffeur. Hoe het ook zij, alles is beter dan hele dagen in de hitte met je duimen te draaien.’
Voor de Peul-herders speelt het grootste deel van hun werkdag zich af onder de brandende zon. Tegen de middag stroomt het marktpleintje in Mongo geleidelijk vol met runderen. Voor herder Lido Sanda is het een wonder dat nog zoveel collega’s erin slagen hier te raken.
‘Je hebt de gesloten grenzen, de jihadisten, de droogte … Dit doodeenvoudige beroep wordt ons aartsmoeilijk gemaakt.’
Nu het regenseizoen achter de rug is, hoopt Sanda dat de prijzen weer zullen stijgen. ‘Na het einde van het regenseizoen klimmen de prijzen meestal wat, maar met de droogte stijgt ook het risico op aanvallen van de jihadisten. Ach ja, zo is het altijd iets.’
Dreamteam of nieuw fiasco?
Kan het hechte partnerschap tussen België en Benin model staan voor een duurzame Europees-Afrikaans samenwerking? Het faliekante optreden van Europese staten in Sahellanden zoals Mali en Niger toonde dat louter militaire coöperatie niet werkt. In Benin biedt België niet alleen militaire, maar ook economische ondersteuning. In drie reportages nemen we de samenwerking tussen de twee landen onder de loep.
Lees hier het dossier over Benin

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.



