‘Er zijn lessen getrokken uit het fiasco in Niger en Mali’
België combineert militaire en economische steun om jihadistische opmars in Benin te stuiten

Samen met de Beniners zorgt de haven van Antwerpen-Brugge voor efficiëntie en veiligheid in de haven van Cotonou.
© Hans Lucas / Reuters

Samen met de Beniners zorgt de haven van Antwerpen-Brugge voor efficiëntie en veiligheid in de haven van Cotonou.
© Hans Lucas / Reuters
Al 25 jaar werken het Beninse en Belgische leger samen. Dat biedt ook economische kansen voor België, zeker in een regio waar Europese landen niet meer welkom zijn. Maar in het noorden van Benin blijven de jihadisten oprukken. Kan het partnerschap die opmars tegenhouden?
Met een zwaaigebaar passeert Mohamed het checkpoint. De agenten laten het touw in hun handen verslappen. We stappen eroverheen en wandelen naar de oever van de Niger, de rivier die Benin van Niger scheidt. Voortdurend stappen mensen in en uit de pirogues, de karakteristieke houten boten.
‘Dit is de mijne’, zegt Mohamed trots. ‘Vroeger was ik vrachtwagenchauffeur en reed ik over en weer over de burg. Na de sluiting van de grenzen heb ik me omgeschoold tot bootsman.’
Sinds 2023 is de grens tussen Benin en Niger officieel potdicht. Op 26 juli van dat jaar pleegde generaal Abdourahamane Tchiani een staatsgreep in Niger. Het was de zoveelste in de regio. Ook in andere Sahellanden zoals Mali en Burkina Faso zwaait een militaire junta de plak. Tot op vandaag beschuldigt Tchiani Benin ervan om ‘buitenlandse krachten’ onderdak te bieden. Vooral oud-kolonisator Frankrijk is daarbij kop van Jut.
Die sluiting van de grenzen maakt het leven van de lokale bevolking nog zwaarder. Sinds 2019 opereren terroristische groeperingen, zoals JNIM, in de noordelijke natuurparken van Benin. Vandaaruit plegen ze aanslagen op nabijgelegen steden. In zowel Niger als Burkina Faso hebben jihadisten inmiddels grote delen van het grondgebied in handen.
Te midden van dat geweld beschouwen buitenlandse landen Benin als de laatste veilige uitvalsbasis in de regio. Ook België heeft zijn militaire samenwerking met het land versterkt, en zelfs de economische relaties zijn intensiever geworden. Het partnerschap lijkt hechter dan ooit.
‘Er zijn lessen getrokken uit het fiasco in Niger en Mali’, vertelt een Belgische militair in Cotonou, het economische hart van het land. ‘In die landen lag de nadruk van Frankrijk en Europa vooral op een militaire aanpak, en dat heeft duidelijk niet gewerkt. Je moet ook de sociale en economische grieven van de bevolking ter harte nemen. Anders kan de situatie in het noorden snel ontsporen en dreigt Benin de volgende brandhaard te worden.’
In de nacht van zondag 7 december vorig jaar was het bijna zover. Toen vond een poging tot een militaire staatsgreep plaats. Het was de eerste couppoging in Benin in meer dan vijftig jaar. De meeste soldaten bleven loyaal aan president Patrice Talon en wisten de coupplegers na uren strijd te overmeesteren.
Dat was een enorme opluchting voor de Belgen. Het partnerschap met het Beninse leger is niet alleen hecht, maar ook economisch waardevol. Nergens wordt dat duidelijker dan aan de kust, net buiten Cotonou.
Antwerpen in Cotonou
Pal aan de Atlantische Oceaan staat een eenzame seintoren. Ernaast zijn boeren op hun veld aan het werken. Commandant Nelly Lotsu van de Beninse Marine ziet zelf de absurditeit. ‘Nu zou je het nog niet zeggen, maar binnen tien jaar moet hier de vierde marinebasis verrijzen. Gelukkig is deze seintoren al functioneel. Binnenkort plaatsen ze de radar.’
Aan die seintoren heeft het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel bijgedragen. Met het programma Proport wil het de haven van Cotonou duurzamer en toekomstbestendiger maken. Dat gebeurt met het aanschaffen van nieuwe sleepboten. Daarnaast is er een sociaal luik dat zich richt op betere opleidingen voor dokwerkers en wordt er ook ondersteuning geboden bij het opzetten van veiligheidsinfrastructuur.
Lange tijd werd het havenverkeer geteisterd door piratenaanvallen vanuit het naburige Nigeria. De nieuwe basis in Sèmè ligt strategisch tussen de Nigeriaanse grens en Cotonou, al benadrukt commandant Lotsu dat piraterij de afgelopen jaren volledig is verdwenen.

Commandant Nelly Lotsu van de Beninse Marine: ‘Nu zou je het nog niet zeggen, maar binnen tien jaar moet hier de vierde marinebasis verrijzen.’
© Thibault Coigniez
‘We moeten wel waakzaam blijven. Nu al hebben we permanent één patrouilleschip op zee. Zodra de basis hier volledig operationeel is, zullen er zeven schepen kunnen aanmeren. De haven van Cotonou groeit de laatste jaren flink, en piraten kunnen we ons niet veroorloven.’
Met jaarlijkse groeicijfers van 7% snakt Benin naar een uitbreiding van zijn belangrijkste haven. Bij de ingang rijden camions voortdurend af- en aan. Arbeiders in gele fluohesjes rusten uit onder een boom. De kranen draaien overuren.
Bij de ingang van de haven valt een witte man met een zonnebril meteen op. Als financieel directeur probeert Vincent Biernaux samen met de Beniners de haven zo goed mogelijk te besturen.
Biernaux maakt deel uit van het partnerschap tussen de havens van Antwerpen-Brugge en Cotonou. In 2017 schreef Benin een tender uit om een partner te vinden die zijn haven kon professionaliseren. Een jaar later kwamen de Antwerpenaren aan in Benin voor een partnerschap van negen jaar.
De cijfers van de haven laten een duidelijke positieve ontwikkeling zien. In de eerste helft van dit jaar meerden 210 schepen aan, wat 17% meer is dan in 2024. Ook het vrachtvolume nam met de helft toe ten opzichte van vorig jaar. Het streefdoel van een capaciteit van 20 miljoen ton aan vrachtgoederen ligt binnen bereik.
Volgens Biernaux is die groei te danken aan efficiëntiewinsten. ‘Bij onze aankomst waren er 160 kleine concessies voor kleine handelaars in de haven, wat het enorm onoverzichtelijk maakte. We hebben dat teruggebracht tot vijf grote clusters, ingedeeld naar activiteiten zoals bulkwaren of olie. Maar de belangrijkste pijler is de opleiding van tien “high potentials”: talentvolle Beniners die na ons vertrek de haven verder in goede banen moeten leiden.’
Een van hen is Emile Chabi. Hij is gespecialiseerd in projectbeheer en merkt vooral een positieve invloed op zijn manier van werken. ‘Wij konden op onze beurt de Belgen helpen om de lokale context beter te begrijpen. Onze werkomgeving verschilt van die in Antwerpen, je kunt niet alles hetzelfde doen. Aanpassing is altijd nodig. Op termijn willen we Antwerpen niet alleen bijbenen, maar zelfs voorbijstreven.’
Spanningen met Niger
Bij al dat optimisme lijken de jihadistische dreiging en de spanningen met Niger veraf. Toch zijn ook in de haven van Cotonou de gevolgen ervan voelbaar.
Benin heeft geen grondstoffen, het gros van de staatsinkomsten komt uit de haven. Van oudsher fungeert Cotonou als een belangrijke draaischijf voor de handel met de Sahellanden. Een langdurige sluiting van de grens met Niger kan verdere uitbreiding in de weg staan en op termijn zelfs druk zetten op de staatsinkomsten.
Toch relativeert Expédit Ologou de gevolgen. Hij is politicoloog aan de universiteit van Abomey-Calavi. ‘De gesloten grenzen treffen inderdaad de economieën van beide landen. Maar het zal ze niet doen instorten. Het is nu ook al twee jaar bezig. Er is al een zekere gewenning ontstaan.’
De sluiting van de grenzen is inderdaad relatief. Elke dag steken mensen in bootjes clandestien de Niger-rivier over. Zo kan Mohamed met zijn pirogue zo’n 300 mensen per dag vervoeren. Voor hem levert dit een zeer winstgevende handel op, maar voor zijn passagiers is het een dure onderneming.
‘Naast het toegangsgeld moeten ze ook 6000 West-Afrikaanse frank (ongeveer 100 euro, red.) meenemen. Dit bedrag is bedoeld om de douaniers aan beide kanten van de grens te betalen’, zegt Mohamed.
Boven op de oeverheuvel staan ook kraampjes waar reizigers nog wat eten kunnen kopen. Aan het uiteinde ligt een uitkijkpost van het Beninse leger. Daar krijgen we een flinke waarschuwing. ‘Geen foto’s alstublieft. Aan de overkant van de rivier liggen Nigerese schutters op de loer. Bij verdachte bewegingen halen ze de trekker over.’
De spanning tussen Niger en Benin kreeg zelfs een regionale dimensie. Zo behoort Benin tot Ecowas, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. Die weigerde om de staatsgrepen in Mali, Burkina Faso en uiteindelijk Niger te erkennen. Die drie landen stichtten daarop de Alliantie van Sahel Staten (AES).
De spanningen tussen Niger en Benin kregen zelfs een regionale dimensie. Benin is lid van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), die de staatsgrepen in Mali, Burkina Faso en uiteindelijk Niger niet erkende. Die drie landen stichtten daarop de Alliantie van Sahel Staten (AES).
De relaties tussen AES en ECOWAS raakten extreem gespannen. De AES besloot vorig jaar om een import tarief van 0,5% te heffen op alle goederen uit ECOWAS-landen. ECOWAS besloot op zijn beurt om troepen naar Benin te sturen na de mislukte staatsgreep. Nochtans was de coup toen al mislukt. Het is vooral spierballengerol om te tonen dat de alliantie zich niet zomaar laat uitdagen.
Toch acht Ologou de kans op gewapende escalatie tussen ECOWAS en AES klein. ‘Bij een gewapend conflict zouden ze allemaal verliezen. Bovendien zou het hun gemeenschappelijke vijand, de jihadisten, in de kaart spelen. Voor hen maakt het niet uit tegen welk leger ze vechten, in hun ogen zijn alle staatslegers immers ongelovigen.’

Benin heeft geen grondstoffen. Het gros van de staatsinkomsten komt uit de haven.
© Thibault Coigniez
Belgische legermissie
Om die terroristische dreiging te counteren lanceerde de Beninse strijdkrachten in januari 2022 ‘Operatie Mirador’. Een vijfduizendtal soldaten moet de Beninse grenzen bewaken. Zo hoopte Benin de opmars van de jihadisten te stuiten. De operatie moest verhinderen dat de terroristen nog aanslagen zouden beramen.
Volgens een hooggeplaatste militaire bron heeft Benin echter jarenlang bezuinigd op zijn strijdkrachten. ‘Zij waren er niet op voorbereid. En dus riepen ze de hulp in van bondgenoten om hen training en materiaal te verschaffen.’
Ook België sprong in de bres, ook al is onze defensieafdeling is al een kwarteeuw actief in Benin. Bij de start zocht die vooral naar een alternatief voor Congo als Afrikaanse uitvalsbasis. In de beginjaren lag de focus op maritieme samenwerking. Zo gaf de Belgische marine opleidingen aan hun Beninse collega’s bij de bestrijding van piraterij. Ook kwamen er Beninse officieren naar Brussel om een opleiding te volgen aan de Koninklijke Militaire School.
‘Sinds de terroristische dreiging breidde ons takenpakket zich uit. Nu trainen wij zelfs de Beninse instructeurs van de nationale garde’, zegt diezelfde militaire bron. ‘We leren hen bijvoorbeeld hoe ze zich moeten handhaven bij gevechten in stedelijk gebied.’
‘Voor ons biedt het ook een meerwaarde. We oefenen onze vaardigheden en behouden een voet aan de grond in de regio. Tot 2023 waren we erg actief in Niger. Door de staatsgreep werd dat onmogelijk. Sindsdien is Benin onze enige logistieke hub om operaties in Congo uit te voeren.’
Ondanks hun trots over het partnerschap is het Beninse leger niet happig op journalisten. Zeker niet als het gaat over de trainingen van de nationale garde. Meermaals verzenden we verzoeken naar de communicatiedienst of naar kolonels. Als er al een antwoord volgt, sturen ze ons van het kastje naar de muur.
In tegenstelling tot hun strijd tegen piraterij bracht Mirador niet de gehoopte resultaten. Integendeel. Volgens de denktank Acled steeg het aantal doden dit jaar met maar liefst 70%. Het exacte aantal is moeilijk te achterhalen. De Beninse overheid legt een strikt taboe op.
Voor Beninse journalisten is het erg gevaarlijk om hierover te berichten. In februari 2022 werden de Beninse journaliste Flore Nobime en haar Nederlandse collega Olivier van Beemen opgepakt op verdenking van spionage. Ze bevonden zich in de noordelijke regio Atacora. Daar maakten ze een reportage over het controversiële beheer van de natuurparken. Uit schrik voor arrestaties leggen de Beninse journalisten zich zelfcensuur op, met als gevolg dat er bijna niets over de jihadistische dreiging in de pers verschijnt.
‘Wanneer een regime de controle over zijn grondgebied verliest, probeert ze de controle over de media te krijgen. Dat is een fenomeen dat je vaak ziet opduiken’, zegt Nina Wilén, onderzoekster verbonden aan het Egmont Instituut. Onlangs schreef ze het boek Securitizing the sahel over de militaire operaties van het Westen in de Sahel.
Volgens Wilén zorgt de slabakkende strijd tegen jihadisten voor strengere mediabeknotting. ‘Machthebbers hebben geen zin dat de media hun gebrek aan succes in de verf zetten. Dat zet hun legitimiteit onder druk. Dat zag je in ergere mate in Mali en Burkina Faso gebeuren. Daar grepen de militaire junta’s de macht met de belofte dat ze orde op zaken zouden zetten. Voor hen is het desastreus als de media het tegendeel bewijzen.’

Boten liggen te wachten op passagiers aan de Beninse oever van de Niger, die de grens vormt tussen het gelijknamige land en Benin
© Thibault Coigniez
Nieuw Front
In Benin lijkt de druk van de jihadisten toe te nemen, en niet alleen in het noorden. Ook aan de grens met Nigeria boeken zulke groeperingen vooruitgang. Dat beaamt Kars de Bruijne, die als onderzoeker bij Clingendael de situatie al jaren volgt.
‘In het westen van Nigeria is de aan Al Qaeda gelieerde groep Darussalam actief. We zien een samensmelting tussen hen en JNIM. Tot dan toe was die laatste vooral actief in het noorden van Benin. Door die samenwerking voeren ze meer en meer aanvallen uit vanuit Nigeria.’
Volgens de Bruijne kunnen die aanvallen Benin op lange tijd destabiliseren. ‘De Borgouregio, in het oosten van Benin, kent van oudsher meer conflicten. Het gebied ligt ook vlak bij het dichtbevolkte zuiden van Benin. Dat vergroot de urgentie. We weten nog niet wat de strategische doelen van de jihadisten zijn. Maar één ding weten we wel: Er is een nieuw front geopend.’
Voor de Beninse overheid is het moeilijk om nog meer een beroep te doen op westerse partners. Meteen klonk het verwijt dat ze een handlanger van het Westen is, toen Franse speciale eenheden hielpen om de coupplegers te arresteren.
Ook is het nog maar de vraag of westerse staten zich nog meer willen engageren. Wil onze overheid de inzet van Belgische militairen in riskante operaties overwegen? Of is het beter om de troepen terug te trekken, nu de risico’s in Benin toenemen?
Nina Wilén pleit alleszins voor een blijvende aanwezigheid. ‘Benin bevindt zich op een kruispunt. Met zijn aanwezigheid kan België het toekomstige traject een beetje mee sturen. Als Defensie en Enabel zouden vertrekken, weet je niet wat er zal gebeuren. Er bestaat dan het risico dat het land chaotischer en autoritairder zal worden. Terwijl België gedoemd is om langs de zijlijn toe te kijken.’
Dreamteam of nieuw fiasco?
Kan het hechte partnerschap tussen België en Benin model staan voor een duurzame Europees-Afrikaans samenwerking? Het faliekante optreden van Europese staten in Sahellanden zoals Mali en Niger toonde dat louter militaire coöperatie niet werkt. In Benin biedt België niet alleen militaire, maar ook economische ondersteuning. In drie reportages nemen we de samenwerking tussen de twee landen onder de loep.
Volgende keer: in Benin zitten de Peul-herders tussen hamer en aambeeld.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox
Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.



