Portretten uit Bagdad

Journaliste Tine Danckaers en fotograaf Karim Abraheem trokken op citytrip naar centraal Bagdad, een tocht langs mensen, vergane glorie, kabelsteegjes en kleine, grote verhalen. Ontmoet de Bagdadi’s: de kostuumfetisjist, de Facebooksjiiet, de “Good Cop” en anderen. 

De Bagdaadse kostuumfetisjist De kabels van Bagdad De waterminnende Mandaeërs De facebook Sjiiet Vader Gabriel Shahbandar Café, het moedigste theehuis van de wereld Monsieur Moustache Khalib Shabander, verzetsheld van het midden Salima, weduwe in “armenwijk” Vergane glorie Jong Bagdad Buurtbewoonster: “alle bloem is wit” Verborgen ambachten in Bagdad Vrouwelijk naakt in Bagdad The Good Cop Selfies en Ussies

De Bagdadse kostuumfetisjist

© Karim Abraheem

Ik ken zijn naam niet eens maar ik zie hem rijden, in een smetteloos kostuum, op zijn witte scooter, glanzend tussen het Iraakse stof dat bij gebrek aan regen door de Bagdaadse staten blijft waaien. ‘Deze man wil ik zo graag op foto’, wijs ik, verwonderd over zijn stijlvolle voorkomen waarmee hij alle clichés in mijn hoofd kapotslaat.

Even later zit hij over me in Oum Khaltoum Café: een gewezen matroos ter lange omvaart en een kostuumfetisjist. ‘Antwerpen’ en ‘Rotterdam’, riposteert hij als ik vertel dat ik uit België kom. Zijn uitspraak is bijna net zo onberispelijk als zijn outfit. Sinds zijn pensioen vult hij zijn ochtenden, en wellicht ook zijn dagen, met zijn tenues. Elke dag kiest hij ‘s morgens één van zijn vijfendertig kostuums, en stemt zijn talrijke accessoires, zelfs de kleur van zijn hemdknopen, af.

Vader Gabriel

© Karim Abraheem

Een journalist die de Sint-Mariakerk in Bagdad bezoekt, ontsnapt niet aan een interview met vader Gabriel, sleutelbewaarder van deze Armeense-orthodoxe kerk. Hij eist zijn plek in de wereld, en heeft een vast idee wat hij die wereld wil vertellen. Dat hij Irakees is bijvoorbeeld — alsof ik eraan durfde twijfelen — en proud to be.
‘Wij Irakezen, zijn anders, in verbondenheid.’

Gevraagd naar de jaren 2006 en 2007 waarin sektarisch geweld, ook tussen buren, nochtans hoogtij vierde, zegt hij dat de hoogspanning voorbij is, toch in Bagdad. ‘Bagdad behandelt ons, christenen, goed. Vandaag is ons grootste probleem IS, de kerken die ze vernietigden in Mosoel, en de aanslagen die ze richten op àlle Irakezen.’

‘Kijk goed naar de kerk’. In die kerk zijn niet alleen christelijke gelovigen thuis, ook hun islamitische buren. 'Kijk goed.' De veegjes henna op de buitenmuren zijn sporen van moslims die hier gunsten komen vragen aan de heilige Maria. En er is de Iraakse sjiitische soldaat die straks naar Mosoel trekt, en om zijn behouden terugkeer komt bidden.

De kabels van Bagdad

© Karim Abraheem

Aan draden en aftakkingen van kabels geen tekort in het oude Bagdad. Hier gaat vergane Ottomaanse architectuur noodgedwongen samen met verdichte kabelwebben. Bij jarenlang gebrek aan goed bestuur dat investeert in nieuwe elektriciteitsinfrastructuur, kunnen de Irakezen niet anders dan ‘creatief met stroom’ zijn. Ze halen die waar ze kunnen en willen betalen, op dure en eveneens frauduleuze privé-markten.

Al tijdens de eerste Golfoorlog in 1991, toen een coalitie van 34 landen Irak aanviel, werden Iraks elektriciteitscentrales volledig verwoest en energiecentrales zwaar beschadigd. Daarna volgden economische sancties en in 2003 de invasie door de VS, die de heropgebouwde maar verzwakte elektriciteitsinfrastructuur opnieuw bombardeerden.

De voorbije jaren vormde het recht op betaalbare elektriciteit een weerkerend thema tijdens demonstraties in verschillende Iraakse steden. Het goede nieuws: de demonstraties zijn een belangrijk signaal van de Iraakse zoektocht naar zelfbeschikking.

De waterminnende Mandaeërs

© Karim Abraheem

Elke zondag gaan ze de Tigris in, ook in deze al herfstige watertemperatuur, om zichzelf en hun huishoudgerief te reinigen. De Mandaeërs geloven in de spirituele, zuiverende kracht van stromend water. Deze oude godsdienst zou zich 1800 jaar geleden in de zuidelijke moerasgebieden van Irak gevestigd hebben. Met honderdduizend zouden ze geweest zijn, maar velen vertrokken uit Irak. Eerst werden de moerassen drooggelegd en dan volgden de harde jaren negentig, de jaren van economische repressie en het internationale embargo tegen Irak.

De grote exodus kwam na 2003, gedwongen. Er was tijdelijk geen plaats meer voor een niet-islamitische godsdienst. ‘We werden bedreigd in de straten. Vandaag zijn we over het hele land verspreid, en zijn we nog met 15.000 tot 20.000’, zegt hun sheikh. Deze Mandaeeërs lopen niet hoog op met de regeringen die Saddam Hoessein opvolgden. Ze botsen vooral op ongelijke rechten in onderwijs, het recht om ongesluierd te zijn, een gewaarborgde plek om volgens hun spirituele regels te rusten na de dood. Op samenlevingsniveau zien ze minder problemen. ‘Het is dus wachten tot de regering de realiteit volgt, in plaats van vormt.’

De Facebook Sjiiet

© Karim Abraheem

Duizenden virtuele volgelingen heeft hij. Na ons gesprek gooit de sjiitische sheikh Abbas Chamsedine, er meteen een postje over op Facebook. Dat hij vertelde dat de vredevolle sjiieten in de meerderheid maar niet in de beste positie zijn. ‘Neen, we streven gelijkheid na. Als iemand ons vraagt wie we zijn, zal ons antwoord zijn: “ik ben een Irakees”. Pas op de tweede plaats komt onze religie.’

De clericus noemt sektarisme een politiek product. Eén dat ingaat tegen de natuur van de Irakezen, tegen de zin van religie en tegen de ideeën van Imam Ali die streed voor de vrijheid van en gelijkheid tussen religies. Toch heeft hij zijn ideeën over de soennitische politieke groepen. Anders dan vele anderen die ik ontmoet, is hij loyaal aan Nouri al-Maliki, die van 2006 tot 2014 premier van Irak was. Maliki had het sektarische systeem van Bremer geërfd, naar Libanees bestuursmodel. Hij wilde vrede, maar de soennieten wilden niet mee, klinkt het. ‘Maliki probeerde soennitische groepen te betrekken bij de staatsvorming maar het lukte hem niet. Hij vond geen partners.’

Shahbandar Café, het moedigste theehuis van de wereld

© Karim Abraheem

Dit is het beroemdste en wellicht ook het mooiste theehuis in Bagdad. Hier worden de meeste thee’s gedronken, de rijkste verhalen verteld en de meeste selfies van boekenstraat al-Mutanabbi genomen.

Wie zijn thee in meer leegheid wil nuttigen, moet vroeg zijn. Dan laten de glas-in-lood-ramen de ochtendzon in gefilterd licht naar binnen. Vanaf tien uur stroomt het theehuis vol, vloeit de thee onophoudelijk en worden de waterpijpen continu bijgevuld.

Steevast vind je aan zijn bureautje, naast de deur, Mohammed al-Kashali, de eigenaar. Miljoenen thee-dinars ontvangt hij. Elke dag opnieuw brengt hij een ode, aan de cultuur, aan de boeken van deze straat en aan zijn vijf zonen die bij een aanslag op deze plek gedood werden.

Monsieur Moustache

© Karim Abraheem

De 82-jarige Abu Mustafa is wellicht de meest gefotografeerde man van de mooie wijk Dahane, de “oliewijk” in Bagdad. Zijn winkeltje met honing, olie, siroop is een kleine dressing groot maar bestaat honderd jaar.

Khalib Shabander, verzetsheld van het midden

© Karim Abraheem

Hij is net getipt door een vriend want ‘een bijzonder man’ , als Khalib Shabander op de stoep voorbijloopt. Ja, afspreken kan, de volgende dag al, op het terras van Salwan theehuis.

Voormalig parlementslid Khalib Shabander heeft het statuut van een verzetsheld in sommige Bagdadse kringen. Hij stapte uit het politieke establishment uit protest tegen het wanbestuur van zijn partijgenoot van Dawa en voormalig premier van Irak, Nouri al-Maliki. Je verzekering op een verzekerde en goedbetaalde post opzeggen, het is iets wat weinigen hem zullen nadoen. Ook over de grenzen heen. Khalib Shabander gelooft in grotere coalitievorming om versnippering tegen te gaan en in investeren in de Iraakse jeugd.

Naast criticus op ‘de tribale leider’ al-Maliki ‘die van Dawa een stam maakte’, is hij voorzichtig voorstander van diens opvolger Haider al-Abadi. Een man met wereldvisie, bourgeois of niet. ‘En neen, hij is niet de sterke leider die de steun geniet van de clans of van Iran, dat hem te westers vindt. Maar hij heeft het Iraakse leger opgewaardeerd, respecteert de Iraakse staat, en krijgt de steun van de religieuze leiders.’

© Karim Abraheem

Salima, weduwe in “armenwijk”

Salima woont in een van de armste wijken, pal in het centrum van Bagdad, in Rusafah. Vlakbij, in Rashid Straat, worden de koepelmozaïeken van de sjiitische Haidar Khane moskee, die werd gebombardeerd in 2007, voorzichtig opnieuw ingelegd. In Salima’s straat is men ‘creatief met afval’ om gaten te vullen. Daar zijn de gaten van platgelegde huizen letterlijk tot de nok opgevuld met vuilnis.

Salima heeft een zoon van twaalf, een dochter van vijftien en een weduweninkomen. Dat moet haar maandelijks 100.000 Iraakse dinar of ongeveer 82 euro opleveren. Alleen krijgt het ze het bedrag maar om de twee maanden uitbetaald.

Voor elektriciteit betaalt ze maandelijks 15.000 dinar aan de regering. Maar omdat die al jaar en dag onvoldoende elektriciteit levert om de dag door te komen betaalt ze 30.000 dinar aan de leverancier van stroom uit een privé-generator. Rest dus: vijfduizend dinar om de maand mee door te komen. Het “goede” nieuws: ‘vermits de regering niet helpt, helpen mijn buren me.’

© Karim Abraheem

Jong Bagdad

Achttien is Mustafa. Hij is de oudste van broers en zussen, die het zonder vader moeten doen. Op zijn twaalfde verliet hij de school om brood op de planken te krijgen. Hij behoort tot wat sommigen de ‘verloren generatie’ van Irak noemen: de jeugd die opgroeide in de jaren van geweld en nooit anders wisten.

De uitdagingen zijn groot voor Iraakse jongeren: de ingrediënten voor sektarisme en radicalisering liggen voor het oprapen. Toch is er hoop, zegt onder meer de organisatie Kulluna Muwatinin die werkt met jongeren en burgerschap. De Bagdadse jongeren willen verandering en verzetten zich tegen religieus hokjesdenken.

Buurtbewoonster: “alle bloem is wit”

© Karim Abraheem

Ze wil haar zeg kwijt, dat is duidelijk. De tijd dat journalisten hier in grotere getale kwamen, is alweer eventjes geleden. Daar moet eerst alweer een aanslag overheen.

Hier zijn Ali Hoessein en Ali Imam thuis. Hun afbeeldingen zijn talrijk aanwezig, tijdens Moeharram, de jaarlijkse sjiitische rouwmaand.

De wijk is vooral gemengd sjiitisch-soennitisch, begrijp ik. ‘Sektarisme is niet het probleem. We delen de straat, kopen brood bij de dichtstbijzijnde bakker. Alsof bakkersbloem een religieuze kleur heeft. Alle bloem is wit.’

Het echte probleem in deze straat zijn de praktische tekorten: aan betaalbaar water, zuiver water, betaalbare elektriciteit, veilige kabels, gesloten riolering.’

‘We krijgen gratis water van de regering, maar moeten het filteren. De elektriciteit van de regering – waarvoor we betalen – volstaat niet om de dag door te komen, en dus moeten we dure elektriciteit van privé-generatoren kopen. En wie bezit aandelen daarin, denk je? Juist ja. Maar intussen maar klagen over zogenaamde religieuze zaken waar mijn buren en ik niets mee te maken hebben.’

Vergane glorie

© Karim Abraheem

Bagdad heeft zijn deel van vernietiging gehad in de voorbije 26 jaar, sinds de eerste Golfoorlog. Maar toch bewaart de stad ook nog zijn geheimen en verborgen hoeken.

In de oude stad is het verval troef. Maar oude Ottomaanse en joodse huizen, vandaag herschapen tot depots en magazijnen, herbergen ware schatten van weleer. Spiegels belegd met mozaïeken, tegelvloeren in vergane kleuren, vermemeld prachtig houtsnijwerk, stuukwerk in vervaalde oosterse tinten, zitten onder dikke lagen stof en duivenmest.

Verborgen ambachten in Bagdad

© Karim Abraheem

Hier, op deze ondergrond die blinkt van de metaaldraden, zou zich een oude synagoge moeten bevinden. Maar Oud Bagdad is een doolhof en deze plek verbergt een ander verhaal. In een rij van ateliers worden hier de waterketels van Bagdad gemaakt, van teuten tot korps, in drie maten.

Veel volk komt hier niet over de vloer, zeggen ze. Maar de gastvrijheid is er wel. En dus wordt de thee aangerukt en valt ook hier een verzuchting die ik al vaker heb gehoord: ‘voor 2003 was het misschien beter, want stabieler’. Het verlangen naar de dictator heeft hier een economisch kantje: Saddam Hoessein onderhandelde volgens deze stiellui preferentiële metaalimportprijzen waardoor het metaal pakken goedkoper was. Niet onbelangrijk voor een harde onderbetaalde stiel als metaalbewerking. Of die prijzen vandaag nog gunstig zouden zijn, is te betwijfelen.

Drie blinkende zinken teuten liggen intussen in een Belgische boekenkast, te wachten op een nieuwe bestemming.

The Good Cop

© Karim Abraheem

‘Of hij soms weet waar de kantoren van de communistische partij juist gevestigd zijn?’ Het antwoord komt met een voorwaarde. Eerst wil de agent, bijna dagelijks gestationeerd aan de rotonde van Kahrama, weten waarom de communisten niet van Allah houden. ‘Doen ze wel’, zegt fotograaf Karim. ‘Ze vinden het gewoon niet leuk dat sommigen denken dat God aan politiek doet.’

We krijgen een uitvoerige wegbeschrijving, een dag later een luxebehandeling – hij houdt het verkeer tegen om ons te laten oversteken, en dagelijk steevast een groet als we hier passeren.

Vrouwelijk naakt in Bagdad

© Karim Abraheem

Seks vormt samen met politiek en religie de verboden driehoek, zegt schrijfster Enas al-Badran. En dus proberen de Irakezen die onderwerpen in de huiskamer te houden.

Ook in de Iraakse hoofdstad vormt de hoofddoek een discussiepunt tussen seculier en conservatief Bagdad. Wat de ene te weinig vindt, vindt een ander teveel. Sluiers en bedekte vrouwenlichamen zijn in het straatbeeld van een aantal Bagdadse wijken eerder norm dan keuze geworden. Maar evengoed is er de voorbije twee jaren meer vrijheid voor jonge vrouwen die de sluier in de kast willen laten.

En dan is er deze etalage, met vrouwenlichamen, plastiek, maar wel open en bloot.

Anders dan in de westerse consumptiemarkt lijken kledingzaken in Bagdad zich eerder op de mannelijke helft van de samenleving te richten. Schijn bedriegt, want er zijn wel degelijk kledingzaken voor vrouwen. Het is gewoon kwestie van de juiste winkelwijk te vinden. Een mens vindt hier tenslotte ook geen kruidenwinkels in de antiekwijk of hout in de metaalwijk.

Selfies en Ussies

© Karim Abraheem

Selfies en ussies, ze benemen een belangrijke plek in de Bagdadse cultuur. Een ontmoeting op de straat of in het theehuis eindigt bijna automatisch op een selfie. Boekenstraat al-Muttanabi, de Facebookpagina van liberaal Bagdad, is de selfiesstraat bij uitstek. Bij de thee, in het cultuurcentrum, aan het standbeeld van de beroemde dichter Mutanabbi. Of in de ruïnes van een oud regeringsgebouw, waar de muren zijn volgespoten met vurige gedichten en liefdeswensen.

Lees ook de longread Er wonen mensen in Bagdad

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur