‘We sterven liever in een oorlog dan door gebrek aan water’

Reportage

Rivieren als tikkende tijdbommen in Zuid-Azië

‘We sterven liever in een oorlog dan door gebrek aan water’

Boten liggen aangemeerd aan de oever van een rivier.

De Ganges, net over de Indiase grens in Rajshahi, Bangladesh.

Boten liggen aangemeerd aan de oever van een rivier.

De Ganges, net over de Indiase grens in Rajshahi, Bangladesh.

Water is de bron van leven. Maar in Zuid-Azië stromen de rivieren niet ongehinderd. De combinatie van groeiende waterbehoeften en toenemend nationalisme zorgt voor gevaarlijke spanningen tussen Pakistan, India en Bangladesh. Water verandert er stilaan in springstof.

Het Indus Water Treaty (IWT) is een verdrag dat het water van het Indusbekken tussen India en Pakistan verdeelt. Het werd na acht jaar onderhandelen ondertekend in 1960. Dat was op zich al een succes, want de twee buurlanden leefden sinds 1947 op voet van oorlog met elkaar. Ze eisen beide het grondgebied op van de noordelijke regio Jammu en Kasjmir, en ze bezetten beide een deel daarvan.

Jarenlang werd het verdrag geprezen als een voorbeeld voor de aanpak van grensoverschrijdende rivierbekkens overal ter wereld. Het meest opvallende aspect aan het IWT is dat het een schijnbaar simpele verdeling van het Indusbekken toepast. De drie oostelijke rivieren zijn voor Indiaas gebruik, de drie westelijke rivieren (waaronder de Indus zelf) komen toe aan Pakistan.

Die verdeling lijkt kifkif, maar uitgedrukt in watervolumes gaat ongeveer 80 procent van het water van het Indusbekken naar Pakistan en is 20 procent voor India.

Dat lijkt dan weer ongelijker dan het is. Het Indusbekken is het enige rivierbekken dat het hele Pakistaanse landbouwgebied tussen het hoge noorden en de delta aan de Arabische Zee voedt en bevloeit, terwijl India meerdere grote stroomgebieden heeft, waaronder het Ganges- en het Brahmaputrabekken.

Vóór 1947 zou India maximaal 10 procent van het Indusbekken-water gebruikt hebben. Bovendien stromen de Indus-rivieren hoog in het noorden van India, waar relatief weinig aan landbouw gedaan wordt, of waar heel grote infrastructuurwerken nodig zijn om het rivierwater op te vangen en af te leiden naar droge landbouwgebieden elders.

Na vier dagen escalerend geweld werd een staakt-het-vuren afgesproken. Tot grote opluchting van de rest van de wereld, want zowel India als Pakistan beschikt over atoomwapens.

Daarnaast werden in het IWT institutionele mechanismes vastgelegd om informatie uit te wisselen en eventuele meningsverschillen of belangenconflicten aan te pakken. Die werden tot in de kleinste details uitgewerkt, waardoor de zeven technische en juridische bijlagen driemaal zoveel ruimte in beslag nemen dan de twaalf eigenlijke artikelen van het verdrag.

Het is hoe dan ook een verdrag tussen twee aartsvijanden, maar het hield wel stand tijdens de oorlogen tussen India en Pakistan in 1965, 1971 en 1999, en tijdens de periodes van oplopende spanningen daartussen en daarna.

PAKISTAN BANGLADESH INDIA Ganges 8 Brahmaputra 9 Meghna 10 Teesta 11 Indus 1 Jhelum 2 Kabul 7 Chenab 3 Ravi 4 Sutlej 5 Beas 6 2 3 3 4 5 5 6 1 1 7 8 10 11 9 9

© Studio Verho

Het veld van de vijand

Tot 2025. Op 25 april van dat jaar vond in het door India gecontroleerde gedeelte van Kasjmir een dodelijke aanslag plaats. Die werd door de Indiase regering meteen toegeschreven aan terroristische organisaties die met steun of toelating van de Pakistaanse regering zouden opereren.

Met zo’n land is geen samenwerking mogelijk, concludeerde de Indiase regering. Daarom schortte ze het rivierwaterverdrag over het Indusbekken op ‘tot Pakistan overtuigend en onherroepelijk een einde maakt aan het grensoverschrijdende terrorisme.’

Enkele dagen later bombardeerde India ook allerlei doelwitten in verschillende delen van Pakistan, waarop het Pakistaanse leger met gelijke militaire middelen reageerde. Na vier dagen escalerend geweld werd een staakt-het-vuren afgesproken. Tot grote opluchting van de rest van de wereld, want zowel India als Pakistan beschikt over atoomwapens.

‘India heeft duidelijk gemaakt dat bloed en water niet tegelijk kunnen vloeien’, donderde Narendra Modi op 15 augustus 2025 tijdens de jaarlijkse onafhankelijkheidstoespraak. ‘De inwoners van dit land beseffen nu hoe onrechtvaardig en eenzijdig het Indus Water Treaty was. De wateren van rivieren die in India ontspringen bevloeien de velden van de vijand, terwijl onze bodem en onze boeren dorstig blijven. Dit verdrag heeft zeven decennia lang voor onvoorstelbare verliezen gezorgd. Vanaf nu zal het water dat toebehoort aan India uitsluitend gebruikt worden voor India en de boeren van India.’

Tussen half augustus vorig jaar en het begin van de zomer van dit jaar zou Modi nog minstens in tachtig andere toespraken terugkomen op het IWT en de opschorting ervan.

Zonder water, geen leven

Marsoon marsoon, Sindhu na desoon’. ‘We zullen sterven, we zullen sterven, maar we zullen de Indus nooit opgeven.’ Deze slogan scandeerden duizenden betogers op 12 juli in de steden van de Pakistaanse provincie Sindh. Alle toespraken beklemtonen dat er zonder het water van de Indus geen leven mogelijk is in Pakistan.

Concrete aanleiding voor die politieke storm was de uitspraak op 11 juni van de Indiase minister voor Water, C.R. Patil, waarin hij zei dat India er alles aan doet om geen druppel water meer vanuit India naar buurland Pakistan te laten stromen.

Het gewicht van dat dreigement voor Pakistan werd scherp samengevat tijdens een internationale conferentie in Islamabad op 30 juni: ‘Aangezien de levens en inkomens van meer dan 240 miljoen mensen afhangen van het Indus-bekken, aangezien meer dan 80 procent van de akkerlanden afhangen van dit water, aangezien de landbouw goed is voor bijna een kwart van het bruto nationaal product en voor bijna een derde van de tewerkstelling, staat onzekerheid op vlak van watervoorziening voor ons gelijk aan nationale onzekerheid.’

Ook minister van Buitenlandse Zaken, Mohammad Ishaq Dar, maakte die positie nog eens heel helder tijdens alweer een internationale conferentie in Islamabad, op 28 augustus:

‘Het Indusbekken is de levenslijn van 250 miljoen Pakistani’s. Onze landbouw, voedselzekerheid, energieproductie, middelen van bestaan en economische ontwikkeling zijn diepgaand afhankelijk van het water in het Indus-riviersysteem. Waterveiligheid is voor Pakistan dan ook onverbrekelijk verbonden met economische veiligheid, voedselveiligheid en, uiteindelijk, nationale veiligheid… Elke poging om Pakistan te beroven van het Indus-water dat het door het IWT terecht toegewezen kreeg, zal diepgaande consequenties hebben voor de regionale vrede en veiligheid…’

Waterheerschappij

In India klonk in de jaren voor 2025 al steeds luidere kritiek op het IWT, en sinds de eenzijdige opschorting van het verdrag pleit ook een toenemend aantal Pakistaanse commentatoren voor een herziening van de afspraken over het Induswater.

Zowel India als Pakistan wil méér water uit het Indusbekken. Want de snelgroeiende bevolking van beide landen moet gevoed en gelaafd worden, de uit hun voegen barstende steden moeten van elektriciteit en kraantjeswater voorzien worden, en de steeds onvoorspelbaardere moessonregens moeten beter opgevangen en gebufferd worden. Het gaat dus niet alleen om volumes, maar ook om controle.

De politieke ophef in Pakistan over India’s opschorting van het verdrag had dan ook minder te maken met de intussen gekende retoriek en nationalistische grootspraak, en meer met de praktische stappen die de Indiase overheid zet om zijn dreigement uit te voeren. Er is met name een project dat voor grote nervositeit zorgt in Pakistan: een tunnel waarmee rivierwater uit de Chenab naar de Beas afgeleid kan worden.

‘De manier waarop India rivierwater tot een wapen maakt, is een vorm van collectieve bestraffing.’
Khurram Dastgir Khan, voormalig Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken en Energie

De Chenab is een “westelijke” rivier en de Beas een “oostelijke”. Dat wil zeggen dat de geplande tunnel rivierwater, dat volgens het IWT aan Pakistan toebehoort, af zal leiden naar een rivier die voor Indiaas gebruik bestemd is. Het project voorziet bovendien dat het aangevoerde Chenabwater verder afgevoerd zal worden richting Rajasthan, Hariyana en Indiaas Punjab, voordat het de Pakistaanse grens bereikt.

Geen klein detail: het water van de Chenab is de belangrijkste bron van irrigatie voor de Pakistaanse Punjab, wat de graanschuur van het land is.

In een uitgebreide explainer argumenteert Shekhar Gupta, hoofdredacteur van de Indiase nieuwssite ThePrint, dat de capaciteit van de tunnel kleiner is dan de hoeveelheid Chenabwater dat het IWT voorziet voor Indiaas gebruik. Het gaat dus, zegt hij, niet zozeer over het droogleggen van Pakistan, maar over het introduceren van een nieuw principe: de transfer van water van het “Pakistaanse” bekken naar het “Indiase” bekken.

Maar Pakistan vreest dat als dit principe gevestigd is, de weg openligt voor meer van dergelijke projecten. Zeker nu alle overleg is stilgelegd.

Als Indiase ministers of premier Modi daar dan nog eens vlammende dreigementen bovenop gooien, is het niet vreemd dat Islamabad ook een blik grote woorden opentrekt.

Op de conferentie van 30 juni in Islamabad stelde Khurram Dastgir Khan, voormalig Pakistaans minister van Buitenlandse Zaken en van Energie, dat ‘de manier waarop India rivierwater tot een wapen maakt een vorm van collectieve bestraffing is, wat verboden is volgens de Conventies van Genève. Gezien een dreigende massale hongersnood zou het bovendien een misdaad tegen de menselijkheid kunnen zijn onder het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.’

Hij besloot zijn interventie assertief en dreigend: ‘Pakistan zal zijn rivieren beschermen. Wij zullen India’s poging tot hydrohegemonie bestrijden. Wij zoeken vrede, maar we zullen deze oorlog voeren als hij ons opgedrongen wordt.’

Water als wapen

‘Als dit conflict verder op de spits gedreven wordt, zal zowel de regering als het leger door de publieke opinie onder druk gezet worden om te handelen en het recht in eigen handen te nemen’, noteerde ik tijdens een gesprek in Islamabad met een kwartet experts, gepokt en gemazeld in grensoverschrijdend rivierenbeleid, maar allesbehalve haviken of ultranationalisten.

‘De stemming in Pakistan is dat we beter sterven in een oorlog met India dan door een gebrek aan water.’ Anders gezegd: ‘Marsoon marsoon, Sindhu na desoon’.

Alsof hij dat laatste punt wilde bewijzen, schreef Ahmad Bilal Soofi, een advocaat aan het Opperste Gerechtshof in Islamabad, begin juli een opiniestuk in de Pakistaanse kwaliteitskrant Dawn. Daarin argumenteert hij dat Pakistan, op basis van internationale conventies, het recht heeft de Indiase waterinfrastructuur aan te vallen als die onderdeel uitmaakt van een plan om Pakistan zijn recht op water en landbouw te ontzeggen. De argumenten voor een beperkt en gericht militair optreden tegen het Chenab-tunnelproject liggen op tafel, maar dat maakt voorlopig geen indruk op Delhi.

‘Het Gangeswater is van groot belang voor de landbouw in het Bengalese laagland én voor de delta die nu al te weinig water krijgt en bezig is te verzilten.’

‘Het Indus Water Verdrag zal niet opnieuw in voege treden zoals voorheen’, lieten bronnen uit de Indiase regering eind juli opnieuw aan Indiase media weten. De Indiase ambassadeur in Washington, Vinay Kwatra, schreef begin augustus in Newsweek dan weer dat het verdrag destijds gesloten was ‘in een geest van goodwill en vriendschap’, maar dat Pakistan een halve eeuw zowel het ene als het andere ondermijnd heeft. ‘De opschorting erkent gewoon wat Pakistan daarvoor al stukgemaakt had.’

In een uitspraak van 31 augustus spreekt het Permanent Hof van Arbitrage (PCA) in Den Haag de Indiase visie krachtig tegen. Op de vraag of het IWT nog steeds of niet langer in voege is sinds India’s aankondiging dat het verdrag “in abeyance” was, antwoordt het PCA ondubbelzinnig dat de redenen die India in publieke stellingnames aanhaalt voor zijn beslissing geen voldoende grond vormen voor opschorting of beëindiging van het verdrag. ‘Bijgevolg blijft het Indus Water Verdrag volledig van kracht en moet India zijn verplichtingen onder het verdrag nakomen.’

India erkent de jurisdictie van het PCA inzake het IWT niet en blijft er dus bij dat het verdrag niet langer gerespecteerd zal worden. Dat maakt van de rivieren in het Indusbekken tikkende tijdbommen. Want de waterwerken voor irrigatie, waterkrachtcentrales of stedelijke consumptie kunnen tijdens het zaaiseizoen ingezet worden om rivierwater tegen te houden. Of ze kunnen in volle moessonseizoen gebruikt worden om overstromingen te creëren. India dreigt daar ook expliciet mee. Pakistan bereidt zich dan ook voor op een open oorlog om water.

Relaties India en Bangladesh verzilten

Aan de oostelijke flank van het subcontinent lijkt het rivierwater intussen vredig te vloeien, maar dat is gezichtsbedrog. Vanuit India stromen er niet minder dan 54 rivieren Bangladesh in. De grote stroomgebieden van de Ganges en de Brahmaputra maken daar deel van uit, maar ook de Teesta en de Meghna, waardoor Bangladesh voor 80 procent van zijn rivierwater afhankelijk is van India.

De relatie tussen deze twee Zuid-Aziatische buren was opvallend goed omdat het Indiase leger in 1971 beslissende steun gaf aan de Bengalese opstand tegen West-Pakistan. Zo werd Oost-Pakistan de onafhankelijke natie Bangladesh.

De volksopstand van juli 2024 tegen de autoritaire regering van premier Sheikh Hasina verzuurde die relatie, want Hasina was heel dik met Delhi. Dat bleek opnieuw toen ze haar land moest ontvluchten en India als asielbestemming koos. Intussen is er een nieuwe, democratisch verkozen regering aan de macht en die wil de samenwerking met India graag herstellen op basis van gelijkwaardigheid.

Een van de meest controversiële dossiers daarbij is ... rivierwater. In december 1996 sloten India en Bangladesh een verdrag over het Gangeswater. Kort daarvoor had India een grote stuw op de rivier gebouwd, waardoor grote hoeveelheden Gangeswater afgeleid worden naar Kolkata.

Dat verdrag loopt af op 11 december 2026 en niemand lijkt te weten of het verlengd, aangepast of gewoon gedumpt zal worden. Zelfs na een uitnodiging tot onderhandeling uit Dhaka, had half augustus, nog niemand uit Delhi gereageerd. Dat Indiase stilzwijgen irriteert Bangladesh. Het Gangeswater is van groot belang voor de landbouw in het Bengalese laagland én voor de delta die nu al te weinig water krijgt en bezig is te verzilten.

Ook voor het Teesta-rivierwater probeert Bangladesh al meer dan tien jaar een akkoord te sluiten met India, maar dat werd altijd tegengehouden door de deelstaatregering van West-Bengalen. Om druk te zetten op beide dossiers ging de nieuwe Bengalese premier Tarique Rahman ze bespreken met Chinese leiders. Een duidelijke boodschap aan India. Als er geen aanvaardbare afspraak gemaakt kan worden tussen India en Bangladesh, hoopt Dhaka verhaal te halen bij de échte Aziatische grootmacht.

De afstand tussen de bronnen in de Himalaya en de delta van Bangladesh blijkt trouwens minder groot dan hij lijkt. Toen op 26 augustus een verwoestende modderstroom uit het Tibetaans-Nepalese grensgebied de rivieren Bothekoshi en Trishuli in donderde, klonken de echo’s daarvan door tot in Dhaka. ‘De Trishuli wordt de Narayani, dan de Gandak en stroomt in de Ganges in de Indiase deelstaat Bihar’, schrijft Farhana Sultana, een Bengalese experte in waterbeleid die verbonden is aan de Amerikaanse Syracuse Universiteit. ‘De corridor waar mensen gedood en weggespoeld werden, ligt in de bovenloop van het bekken waarvan we het verdrag spoedig moeten heronderhandelen.’

Maar, vervolgt Sultana, dat Ganges Water Verdrag is gebaseerd op historische stroomwaarden die de rivier zelf aan het veranderen is. ‘Dhaka en Delhi zullen onderhandelen over een systeem dat door het hooggebergte zelf intussen herschreven wordt.’

Begin augustus kwamen India en Bangladesh bovendien terecht in een andere diplomatieke storm. Uitgerekend op de herdenkingsdag van de opstand van 2024 hield de gevluchte Sheikh Hasina een persconferentie in Delhi. Zij is in eigen land veroordeeld tot de doodstraf voor misdaden tegen de menselijkheid. Dat de Indiase regering dat toeliet, viel heel slecht in Bangladesh. Verschillende kopstukken van het nieuwe regime reageerden dat een dergelijke ‘belediging van de martelaren van Bangladesh’ weleens negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de bilaterale relaties.


Gie Goris werkt aan een nieuw boek over de grensoverschrijdende rivieren in Zuid-Azië en de conflicten die daarrond dreigen.

Deze reportage werd geschreven voor MO*161, het herfstnummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in