‘Niet groei, wel duurzaamheid moet het doel zijn’

Kunnen we ons een weg uit de klimaatcrisis mijnen?

© Charis Bastin

In Zuid-Portugal sloot de Sao Domingos-kopermijn in de jaren '60. De putten met zwartgeblakerd water vormen vandaag nog steeds een risico op water- en bodemvervuiling.

De EU is sterk afhankelijk van de invoer van fossiele brandstoffen. De Europese Commissie wil daarvan af, maar wil voor nieuwe grondstoffen niet afhangen van andere landen of continenten. De oplossing: zoveel mogelijk grondstoffen zelf gaan ontginnen. Maar niet elke Europese burger ziet dat zitten. 'Lokale gemeenschappen moeten het recht hebben om nee te zeggen.'

‘Wat we zelf doen, doen we beter.’ Het is een mantra dat in EU-kringen en in de mijnbouwindustrie weerklinkt, wanneer de Europese ambities voor mijnbouw worden onthaald op kritiek of vraagtekens.

Om als eerste klimaatneutrale continent tegen 2050 een globale koploper te kunnen zijn, moet de Europese Unie een belangrijke groene shift maken. De energie- en transportsector, nu nog te sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen, moet daarvoor hernieuwbaar en elektrisch worden. En daarvoor zijn grondstoffen nodig, véél grondstoffen (zie ook kader hieronder).

De energiesector is voor 75% verantwoordelijk voor de CO2-uitstoot in de EU, en die EU is op haar beurt voor drie vierde afhankelijk van fossiele brandstoffen. De transitie naar hernieuwbare energie is in de energiesector daarom essentieel om de ambities van een klimaatneutraal Europa waar te maken.

Volgens de Wereldbank zou de productie van mineralen zoals grafiet, lithium en kobalt daardoor met 500% toenemen tegen 2050.

Het Internationale Energieagentschap (IEA) berekende dat het globale elektrische wagenpark al gestegen is van 17.000 stuks in 2010 tot 7,2 miljoen in 2019. Het gaat uit van een verdere toename aan elektrisch vervoer en schat de vraag naar grondstoffen als volgt in:

De Copper Alliance schat dat de vraag naar koper zal toenemen van 185.000 ton in 2017 naar bijna 1,74 miljoen ton in 2027.


In september 2020 stelde de EU haar grondstoffenstrategie voor. Hoewel de groene transitie daarin vaak voorop wordt gesteld, is de strategie ook van groot economisch en geopolitiek belang voor de Unie. Ze wil de toelevering van zogenaamde “kritische grondstoffen” voor het komende decennium veiligstellen. Zelf omschrijft de Commissie die kritische grondstoffen als ‘grondstoffen van groot economisch belang voor de EU, die met grote toeleveringsrisico’s gepaard gaan’.

En er zijn nog zaken die voor extra ongerustheid zorgden, stelt Diego Marin van het European Environmental Bureau (EEB), een netwerk van meer dan 140 milieu-ngo's. Met name: 'de spanningen op de handelsrelaties tussen China en de Verenigde Staten, en de impact van het coronavirus op toeleveringsketens.'

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Daarom stelt de Commissie dat we de ene afhankelijkheid, die van de invoer van fossiele brandstoffen, niet mogen vervangen door een andere afhankelijkheid, van andere grondstoffen. De EU importeerde bijvoorbeeld in de eerste helft van 2021 voor 23,7 miljard euro per maand aan energie, met Rusland als voornaamste leverancier van gas.

Europa is nu voor 44% van de invoer van haar grondstoffen van China afhankelijk.

China is nu al de belangrijkste toeleverancier van (verwerkte) grondstoffen. 80% van de globale batterijproductie bevindt zich momenteel in Azië, met 69% in China, stelde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS). Slechts 15% van die productie bevindt zich in de VS en 4% in de EU.

Europa is nu voor 44% van de invoer van haar grondstoffen van China afhankelijk. Slechts 3 van de 30 kritische grondstoffen komen voor meer dan de helft van het gebruik uit de EU zelf.

In de grondstoffenstrategie vormt mijnbouw een belangrijke pijler. Die moet een primaire toelevering van grondstoffen verhogen. Van het Iberische schiereiland over Scandinavië tot de Balkan: er staan in de hele Unie al enkele mijnprojecten in de spreekwoordelijke steigers. Maar op de plaatsen waar de eerste mijnprojecten opduiken, klinkt vooral ongerustheid over de sociale en ecologische impact op lange termijn.

Een slechte reputatie

In Europa of elders: mijnbouw heeft geen al te beste reputatie. Een aantal kritische grondstoffen die Europa zelf wil gaan ontginnen, komt vandaag nog van plekken waar mijnbouw geassocieerd wordt met ernstige problemen.

Met mensenrechtenschendingen bijvoorbeeld, of met een nefaste impact op volksgezondheid, lokale biodiversiteit of de waterhuishouding, en met conflicten met kleine rurale en inheemse gemeenschappen. Denk bijvoorbeeld aan kobaltontginning in Congo of lithiumontginning in Zuid-Amerika.

© Charis Bastin

Lokale gemeenschappen, zoals hier in Noord-Portugal, zien lithiummijnen in hun directe leefomgeving niet graag komen.

Diego Marin van het EEB stelt zich vragen bij de plannen van de Europese Commissie. ‘Met de Green Deal wil de EU een industrie naar het eigen continent brengen die inherent energie-intensief en verbonden is met milieuonrecht. Je ziet dat een sterk sociaal conflict ontstaat waar aan mijnbouw gedaan wordt.’

Marin verwijst naar het geweld waarmee milieu- en mensenrechtenactivisten in toenemende mate te maken krijgen. Volgens de Transition Minerals Tracker, een initiatief van de Business and Human Rights Resource Centre (BHRRC), lopen op dit moment 304 klachten tegen 115 bedrijven die met de ontginning van lithium, kobalt, koper, manganese en nikkel te maken hebben.

Geweld, repressie en intimidatie tegen milieuactivisten kende de afgelopen jaren een triest dieptepunt.

Geweld, repressie en intimidatie tegen milieuactivisten kende de afgelopen jaren een triest dieptepunt. In 2020 alleen waren er 604 aanvallen, stelt BHRRC. 140 zaken daarbij hadden te maken met mijnbouw, en dat maakt het de gevaarlijkste industrie om tegen te protesteren.

Dat geweld kan dodelijk zijn. Global Witness noteerde 1939 moorden op land- en milieubeschermers tussen 2002 en 2019. In 2020 werden 227 activisten gedood, en daarmee was het het gevaarlijkste jaar ooit voor activisten. Het aantal moorden gerelateerd aan protest tegen de mijnbouwindustrie bedroeg 17. Alleen bij protest tegen houtkap en dammen werden meer activisten vermoord.

De meest strikte wetgeving?

Maar geen zorgen dus, aldus de EU: wat ze zelf doet, zal ze beter doen. Zo stelt de Commissie dat de EU ‘een sterk wetgevend kader heeft dat rekening houdt met een voorzichtige betrokkenheid van lokale belanghebbenden en hoge standaarden voor milieumanagement’.

‘Niets is minder waar’, zei geofysicus en hydroloog Steven H. Emerman aan Europarlementsleden recent nog, tijdens een hoorzitting in het Europees Parlement. Die werd in december georganiseerd door twee parlementaire commissies, om duidelijkheid te scheppen over de sociaal-ecologische impact van mijnbouw in de EU.

De hoorzitting kwam er naar aanleiding van klachten die bij het Parlement binnenliepen. In elf jaar tijd werden 92 petities ingediend tegen mijnbouwprojecten in de EU. En momenteel lopen er nog 33.

© Charis Bastin

In Zuid-Portugal sloot de Sao Domingos-kopermijn in de jaren '60. De putten met zwartgeblakerd water vormen vandaag nog steeds een risico op water- en bodemvervuiling.

Er zijn globale standaarden, maar die worden in de EU niet of niet structureel toegepast, legde Emerman verder uit tijdens de hoorzitting. Vooral de veiligheid van zogenaamde tailing dams laat vaak te wensen over. Dat zijn de dammen die het afval moeten indijken dat de mijnbouw voortbrengt. ‘Zo’n dam, voor een voorgestelde kopermijn in Galicië op slechts 200 meter van een dorp, zou vandaag niet toegelaten worden in Brazilië, Ecuador of China.’

Voor de meeste Europese landen is het zelfs nog maar de vraag welke risico’s nu bestaan.

Een groot probleem, zei Emerman, is de precieze manier waarop de afvalbergen van steen en het afvalwater worden ingedijkt. ‘In Spanje zijn 99% van de afvaldammen zogenaamde upstream tailing dams, die zijn in 4 Latijns-Amerikaanse landen illegaal.’ In zo’n dam worden de dijken op de stenen afvalbergen zelf gebouwd, wat meer kans op instabiliteit geeft en de kans op een dijkbreuk vergroot.

En Spanje is geen uitzondering binnen de EU, voegde Emerman daaraan toe, maar wel het enige Europese land dat een databank van dergelijke dammen bijhoudt. Met andere woorden: voor de rest van Europa is het zelfs nog maar de vraag welke risico’s nu bestaan.

‘In de plannen voor de Mina do Barosso zie ik ook zo’n upstream tailing dam staan’, ging Emerman verder. Dit mijnproject in Noord-Portugal, waar MO* eerder al over berichtte, stootte op fel verzet van de lokale bevolking.

‘Toch komt in het projectvoorstel nergens het woord “dam” voor', vervolgde Emerman. 'Daardoor werd geen rekening gehouden met de nodige veiligheidscriteria. Eventuele problemen worden in de milieu-impactstudie afgedaan als “die worden niet verwacht”. Ik noem dat roekeloze creativiteit.’

Zowel in Spanje als Portugal zijn de gevolgen van vervuiling door slecht afvalbeheer nochtans zichtbaar, wat de felle weerstand tegen nieuwe mijnprojecten voedt. In Portugal laten zeker 100 verlaten mijnen een vuile erfenis na. Al decennialang woedt een discussie over wie de vervuiling door uranium-, zink-, wolfram- en kopermijnen moet opkuisen.

Een treffend voorbeeld is de Sao Domingosmijn, een oude kopermijn in het zuiden van Portugal, aan de Spaanse grens. Die werd al in de jaren ‘60 gesloten en doet vandaag dienst als toeristische trekpleister in een natuurpark. Maar de oude waterputten bevatten zodanig grote hoeveelheden ijzer en zwavelzuur dat er een constant risico op bodem- en waterverontreiniging is.

© Charis Bastin

De restanten van de Sao Domingos-kopermijn in Zuid-Portugal worden vandaag bezocht door toeristen. Bordjes waarschuwen voor het vervuilde water.

‘De olifant in de kamer,’ zegt Elena Solis, een Spaanse advocate en actievoerster bij Ecologistas en Acción, aan MO*, ‘is het systematische gebrek aan naleving en handhaving van de bestaande wetgeving'.

Solis somt de EU-wetten op: 'De Kaderrichtlijn Water, de Richtlijn Beheer van Afval van Winningsindustrieën, richtlijnen voor Milieueffectenbeoordeling, de Richtlijn Milieuaansprakelijkheid, de Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, en de Richtlijn Vrije toegang tot milieu-informatie. Als die strikt zouden worden toegepast en nageleefd, zou veel van de schade die we nu zien vermeden kunnen worden.’

'De Europese Commissie laat zich misleiden door de mijnbouwlobby.'

Solis sprak de parlementsleden in december ook toe in de hoorzitting. Ze hekelde dat mijnbedrijven die al bestraft werden voor milieu-inbreuken, alsnog recent nieuwe financiering kregen van de Europese Commissie, via het Horizon2020-programma. ‘Cobre Las Cruces, een grote kopermijn in Spanje, werd al meermaals beboet voor het illegaal oppompen van grondwater. Valoriza Mineria, een ander Spaans mijnbedrijf, heeft momenteel een rechtszaak lopen omdat het zuur mijnafval in een nabijgelegen rivier had gedumpt.’

De Commissie liet zich misleiden door de mijnbouwlobby, zegt Solis. ‘Die lijkt de EU ervan te hebben overtuigd dat de industrie “kampioen” is in de naleving van wetgeving. Terwijl het in de realiteit vaak neerkomt op opportunisme, minachting en criminaliteit.’ Daarom, stelt Solis, is het niet de vraag waar, maar óf we nog aan mijnbouw moeten doen.

“License to operate” als uitdaging

Mijnbouw is niet meer hetzelfde als vroeger, klinkt het in de industrie. Zo zei David Archer, CEO van mijnbedrijf Savannah Resources, eerder dit jaar aan MO* dat het de ‘meest groene en slimme mijnpraktijken’ zal gebruiken. Savannah Resources is het bedrijf dat in Noord-Portugal de gecontesteerde Mina do Barroso wil openen.

In een evaluatie van Europa's grondstoffenstrategie staat dat ‘publieke oppositie omzetten naar passieve tolerantie volgehouden werk vraagt’.

‘Het traditionele narratief dat mijnbedrijven lokale gemeenschappen komen overweldigen, is een oud narratief', zei Archer. 'Het is onze job om duidelijk te maken dat we verantwoord zullen zijn.’

De industrie is inderdaad slimmer geworden, zegt mijnbouwonderzoeker William Sacher. Uit noodzaak, omdat de sociale weerstand tegen mijnbouw relatief nieuw is. Vandaag maakt sociale acceptatie, of wat in vaktermen de Social License to Operate (SLO) heet, deel uit van de opstart van een nieuw mijnproject.

Maar die sociale acceptatie heeft weinig te maken met mensenrechten of met de betrokkenheid van lokale gemeenschappen, benadrukt de onderzoeker, alleen met risicomanagement voor het bedrijf. ‘Verzet zal een impact hebben op je winst, dus gaat dit over kostenoptimalisatie ten opzichte van de risico’s. Zoals investeren in gemeenschapsontwikkeling om het verzet weg te nemen.’

De 'publieke opinie' werd ook omschreven als een van de uitdagingen in de laatste strategische evaluatie van Europa’s grondstoffenstrategie, van juni 2021. In de evaluatie staat te lezen dat ‘falende afvaldammen, chronische vervuiling en dodelijke ongelukken de publieke opinie vormen’ en dat de ‘publieke oppositie omzetten naar passieve tolerantie volgehouden werk vraagt’. En verder ook dat ‘PR-campagnes, transparantie, dialoog met belanghebbenden en het oprichten van erfgoed kunnen helpen om een positieve publieke opinie te verkrijgen’.

Dat zijn precies die strategieën die grote bedrijven gebruiken om sociale acceptatie te bekomen, wees ook antropoloog Alexander Dunlap de Europese parlementsleden aan tijdens de recente hoorzitting.

Dunlap onderzocht hoe mijnbedrijf RWE in Duitsland sociale acceptatie trachtte te bekomen voor de uitbreiding van zijn bruinkoolmijn, ten nadele van het Hambacherbos. ‘Ik zag hoe politici, gemeentebesturen, politiekantoren en scholen werden gesponsord, en hoe musea, bars en restaurants werden opgericht om mijnbouw te vieren.’

© Charis Bastin

Het mijnmuseum van Minas da Panasqueira. Erfgoedinitatieven maken volgens critici deel uit van een PR-campagne om mijnbouw op te poetsen.

De sociale acceptatie, zo stelt Dunlap, is niets meer dan een PR-campagne ten aanzien van de lokale gemeenschap, zonder rekening te houden met wetenschappelijke feiten over de negatieve effecten van mijnbouw. ‘Het komt neer op het overtuigen van mensen om hun omgeving, collectieve bronnen en inkomsten op te geven. De Social License to Operate is een wapen om land en mensen te controleren, ecosystemen te degraderen en winsten op te strijken.’

'Sociale acceptatie is een wapen om land en mensen te controleren, ecosystemen te degraderen en winsten op te strijken.’

Neemt de EU haar waarden van respect voor de mensenrechten en milieurechtvaardigheid ernstig? Dan moeten lokale gemeenschappen ook het recht hebben om nee te zeggen tegen een mijnproject, zo klinkt de kritiek. Dat vindt ook Diego Marin van het EEB. ‘De EU heeft een kans om beide waarden in de praktijk te brengen: geef lokale gemeenschappen ook macht en het recht om nee te zeggen, zodat ze meer op een gelijk speelveld staan met de industrie.’

Maar de EU voedt het wantrouwen verder. De afgelopen jaren financierde ze initiatieven, zoals MIREU, dat mijnbedrijven en overheden moeten ondersteunen om die sociale acceptatie te bekomen.

Kan de EU zorgplicht voor bedrijven afdwingen?

Er is pas sprake van een machtsbalans 'wanneer er in wetten ook burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor schade wordt vastgelegd'. Dat schreef beleidsmedewerker Natuurlijke Rijkdommen voor Broederlijk Delen, Wies Willems, eerder dit jaar nog in een column voor MO* over de verduurzaming van de mijnbouwsector.

De Europese Commissie beloofde om dit jaar nog werk te maken van een Europese richtlijn voor zorgplicht voor bedrijven. Maar het wetsvoorstel daarvoor werd al verschillende keren uitgesteld. Op 15 februari 2022 zouden nieuwe gesprekken plaatsvinden.

‘De houding van Europa is tegenstrijdig’, zegt Willems aan MO*. Want ook de Verenigde Naties werken al sinds 2014 om van niet-bindende richtlijnen over zorgplicht (UNGP’s) een bindend verdrag te maken. ‘De Europese Commissie stelt zich bij de VN-onderhandelingen al jaren afwachtend op', stelt Willems vast. 'En de Europese richtlijn wordt steeds op de lange baan geschoven, onder invloed van de machtige bedrijfslobby's.’

© Charis Bastin

De waterputten van een tinmijn in Centraal-Portugal. Ook in deze regio wordt gekeken naar lithiummijnbouw.

Voor de invoer van conflictmineralen bestaat sinds begin dit jaar wel de Regelgeving voor Conflictmineralen. Die verplicht Europese bedrijven om aan te tonen dat de grondstoffen die ze importeren niet gelinkt zijn aan een gewapend conflict of aan schendingen van de mensenrechten, zoals bijvoorbeeld in Congo en Colombia.

Maar dat is 'te beperkt', schrijven verschillende Belgische ngo’s in het rapport Mineralen voor de energietransitie. ‘Want deze wetgeving heeft geen betrekking op bedrijven die afgewerkte producten of halffabricaten op de markt brengen’, schrijven de ngo's. Zo kunnen grondstoffen uit conflictgebieden, via China bijvoorbeeld, nog steeds onrechtstreeks terechtkomen op de Europese markt. Bovendien zegt de wetgeving niets over milieu en is ze niet van toepassing op energiemineralen.

‘De EU treedt helemaal niet op als een beschermer van de bestaande verdragen.’

Een van de belangrijkste internationale kaders die al bestaan is het EITI, wat staat voor Extractive Industries Transparency Initiative. Dat moet de financiële transparantie en aansprakelijkheid van de olie-, gas- en mijnbouwindustrie vergroten. Het zou moeten helpen om de inkomsten die mijnbouw oplevert, meer verantwoord te beheren. ‘Maar,’ schrijft Willems, ‘transparantie mag geen eindhalte zijn. Die biedt geen antwoord op sociale conflicten en de realiteit van planetaire grenzen’.

Het probleem, zegt advocate en actievoerster Solis, is niet alleen dat sommige overheden de andere kant op kijken en dat wetgeving onvoldoende is. ‘Maar ook dat de EU helemaal niet optreedt als een beschermer van de bestaande verdragen.'

Maar de grondstoffen zijn wél nodig

Dat er grondstoffen nodig zullen zijn om de transitie waar te maken, beseffen ook de meeste sceptici en critici van het Europese grondstoffenbeleid. Alleen stellen ze, mag het klimaat geen excuus zijn om te ontginnen.

Van de 30 kritische grondstoffen, zijn er slechts 6 wiens strategische belang voor de EU direct gedreven wordt door de groene transitie. Dat onderzocht het Öko-Institut, een Duits milieuonderzoeksinstituut, in opdracht van Henrike Hahn, Europarlementslid voor De Groenen/Europese Vrije Alliantie. Digitalisering, defensie, luchtvaart en de staalindustrie zijn andere sectoren die de grondstoffenstrategie drijven.

‘We kunnen geen inherent vuile industrie zomaar in een Europese context plaatsen en die proper en duurzaam maken’, zegt Marin. ‘De realiteit is complexer. 10% van de wereldwijde energieconsumptie komt van de mijnindustrie wat bijdraagt aan 5 tot 7% van de globale CO2-emissies.’

Gevreesd wordt dat dit beleid tot een grote paradox zal leiden: er zal meer energie nodig zijn om meer mineralen te ontginnen, die op hun beurt nodig zijn om meer infrastructuur voor hernieuwbare energie te bouwen, waarvan een deel opnieuw nodig is om energie te voorzien die nodig is om, opnieuw, meer mineralen te ontginnen.

© Charis Bastin

De Minas da Panasqueira in Centraal-Portugal zijn vandaag nog actief en 'kleuren' mee het landschap.

Onderzoekers van het IMF schatten bovendien dat de stijgende prijzen door een toenemende vraag naar grondstoffen de energietransitie zelfs zouden kunnen vertragen. Net zoals de pandemie een effect had op de vraag, prijzen en toevoer van bouwmaterialen.

‘Niet groei, wel duurzaamheid moet het doel zijn’, stelt Marin resoluut. ‘De huidige projecties over de vraag naar grondstoffen gaan allemaal uit van een groeimodel. We hebben ook projecties nodig die strategieën die gericht zijn op het beheren van de vraag meenemen. Zoals het recht op reparatie, ecologisch ontwerp, een volwaardige circulaire economie en recyclage. Als je minder gebruikt, heb je minder extractie en minder energie nodig.’

Deze alternatieven voor ontginning kunnen evenwel nog niet op de korte termijn de nood aan grondstoffen afzwakken, stellen de onderzoekers van het Öko-Institut. Maar de EU kan vandaag wel de krijtlijnen daarvoor uitzetten. Zo is recyclage nog te weinig economisch rendabel ten opzichte van ontginning. Quota over het minimum dat een nieuw product aan gerecycleerde stoffen moet bevatten, kan die sector verder stimuleren.

'Is mijnbouw nodig? Misschien wel. Niemand moet dat 100% afschrijven. Maar het zou het allerlaatste redmiddel moeten zijn.’

Efficiëntere productontwikkeling en gestandaardiseerde productieprocessen moeten die recyclage in de toekomst ook makkelijker maken. Waar grondstoffen zich precies in een product bevinden en hoe die gedeconstrueerd kunnen worden daarover bestaan nu nog geen strikte richtlijnen, wat ieder afgedankt product anders, en dus moeilijker te recycleren maakt.

Europa recycleert al zeer veel, weet de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, maar niet wat kritische grondstoffen betreft. ‘Slechts 1% daarvan wordt gerecycleerd.’

Met een Circular Economy Action Plan en concrete voorstellen om vanaf 2030 minimumquota aan gerecycleerd lithium, nikkel en kobalt in nieuwe batterijen te verplichten, toont de Commissie ook op dat vlak ambitie. Recyclage en de circulaire economie moeten, naast mijnbouw, een secundaire toevoer van grondstoffen voorzien.

Marin ziet kansen, maar stelt voor om de ambities om te keren. ‘Nu is mijnbouw de prioriteit. Kies voor het omgekeerde: energiereductie op alle mogelijke manieren. Door het kader te verleggen naar het beperken van overconsumptie komen een hele reeks nieuwe mogelijkheden op tafel te liggen.'

'Is mijnbouw nodig? Misschien wel. Niemand moet dat 100% afschrijven. Maar als het gebeurt, moet dat volgens de hoogste milieunormen en met volledige goedkeuring van lokale gemeenschappen zijn. En zelfs dan zou dat het allerlaatste redmiddel moeten zijn. Er zijn alternatieven, nu de politieke wil nog.’

Dit artikel werd gerealiseerd met steun van Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Online coördinator

    Charis coördineert MO.be. Ze heeft een master Geschiedenis (UA) en Conflict & Development (Ugent) en studeert Arabisch in avondschool.