Dossier: 

De poten van de Jordaanse troon beven

Ook Jordanië zal de verleiding van de Arabische lente niet kunnen weerstaan. Pieter Stockmans en Majd Khalifeh doorbreken de stilte rond deze absolute monarchie in Israëls achtertuin, en drongen voor MO* door tot een levendige protestbeweging. De VS en de EU werken achter de schermen om de groeiende ontevredenheid in te dammen.

  • Xander Stockmans Pro-koningbetoging in Dhiban, Zuid-Jordanië: de troon wordt ondersteund, maar voor hoelang nog? Xander Stockmans
  • Xander Stockmans Tafila huisvest drie geprivatiseerde bedrijven die jaarlijks voor 700 miljoen euro produceren. Toch is de stad verwaarloosd. Xander Stockmans
  • Xander Stockmans Mohammad Qubilat: 'Deze dam, om landbouw te reanimeren nadat de overheid onze waterbronnen stal, is net als de hervormingen cosmetisch. Zie jij hier landbouw?' Xander Stockmans
  • Xander Stockmans Gelovigen stromen toe aan de moskee voor de vrijdagbetoging. Xander Stockmans

Aan de Husseini moskee in Amman is de straat afgezet voor de vrijdagroutine: toeristen ruimen plaats voor gelovigen en betogers. Dat is niet naar de zin van voorbijgangers die verweesd toekijken. ‘Waarom betogen ze? De koning is bezig met hervormingen’, zegt een man met een kledingstand. Uit de minaret schelt de stem van de imam die waarschuwt voor ‘zij die onze eenheid verstoren’.

Spandoeken worden opengerold, brochures uitgedeeld, slogans een laatste keer nagekeken. De imam eindigt het gebed, de golf biddende mensen verandert in een betogende massa en het woord gaat naar de jeugd: ‘Jordanië is niet te koop! Berecht de corrupten!’ In de massa ontmoeten we onafhankelijk activist Mohammad Qubilat uit Dhiban (de wieg van de Jordaanse lente), anarchist Moath Al-Azzeh en islamist Ahmad Al-Akaylah.

Ramkoers of deal

‘Koning Abdullah II, ofwel ga je akkoord met hoe je geheime diensten ons behandelen, dan ben je de vijand van het volk. Ofwel weet je niet wat ze doen, dan ben je ongeschikt om dit land te leiden.’ Ingenieursstudent Ahmad Al-Akaylah (22) citeert uit een speech die hij een jaar geleden voor 7000 betogers gaf. Deze vrijdag zijn het er amper 500. Oproerpolitie omcirkelt het Palmplein. De verwachte clash tussen islamisten en pro-regime thugs komt er uiteindelijk niet.

We spreken met Ahmad af in een rustig café. ‘Mijn speech was grensverleggend’, zegt hij zonder pretentie. Zijn woorden in klassiek Arabisch snijden als messen, maar met zijn duim verschuift hij kalm de kraaltjes van zijn gebedssnoer. Twee jaar geleden werd hij lid van het Islamitisch Actiefront (IAF), de politieke partij van de Moslimbroeders. De islamlessen van hun geleerden kreeg hij met de paplepel ingegeven. ‘Onze strijd is niet tegen de monarchie gericht, maar tegen de koning en de geheime dienst. Ze zouden ons moeten beschermen tegen buitenlandse bedreigingen, maar vormen zelf een bedreiging voor elke burger’, sneert hij.

Ahmad legt een boek op tafel –Geweldloos verzet tegen tirannie– en vertelt over zijn kat-en-muisspel met de geheime dienst: ‘Ze vroegen me met aandrang de Moslimbroeders niet te volgen en dwongen me te ondertekenen dat ik niet meer politiek actief zou zijn op de campus. Mijn misdaad? Studenten mobiliseren. Vaak negeerde ik hun oproep of kwam ik te laat. Daarop begonnen ze mijn vader te bedreigen, hij zou zijn job verliezen. “Oh ja, we hebben je studiebeurs ingetrokken”, riepen ze de laatste keer voor ik de zaal verliet.’

Ahmad spreekt vol opgekropte woede, maar beseft dat hij mee geschiedenis schrijft. ‘Ik ben gelukkig dat ik de prijs betaal voor vrijheid’, zegt hij zonder veel verpinken. Intimidatie van activisten als Ahmad moet verhinderen dat een nieuwe leidersklasse uit het volk opstaat. Ministers worden benoemd door het koninklijke kabinet en de geheime dienst. ‘Als de koning denkt dat hij ons weer eens kan bedriegen met cosmetische hervormingen, moet hij begrijpen dat mensen op een dag zijn val zullen eisen’, zegt Ahmad.

Op een conferentie over die hervormingen neemt een 17-jarig meisje het woord voor een zaal vol gesluierde vrouwen: ‘We praten binnen de grenzen van de vrijheid die ze ons opleggen, maar laten we die uitbreiden.’ Applaus. Ze zit pal onder het portret van de man die de grenzen bepaalt: de koning. ‘Ik was elf toen ik begon te lezen over de Moslimbroeders. Weinig jongeren zijn met politiek bezig. Hun angst voor de geheime dienst is groot, maar ik ben zelfs bereid mijn leven te geven zoals de Egyptenaren’, zegt Isra Shalatoni.

Een paar dagen later belt Isra ons op. Ze bekent politieke kleur: we zijn welkom op het kantoor van het Islamitische Actiefront. Door het raam van de vrouwenafdeling zien we een geparkeerde politieauto. ‘Permanente bewaking nadat IAF-afdelingen werden aangevallen’, zegt ze. Uitgerekend haar oom verloor zijn oog in zo’n aanval. Politie en brandweer lieten begaan. Voor velen het bewijs dat dit afgesproken was met de geheime dienst.

Kopstukken van de partij vergaderen over de volgende betoging. Het IAF voert zijn politiek nog op straat: ze boycotten de verkiezingen, en de grote vraag is of ze dat in 2012 ook zullen doen. De geruchtenmolen draait immers op volle toeren over een nakende deal met de regering. De VS zetten koning Abdullah onder druk om een paar van hun eisen in te willigen, om zo het vuur van de protestbeweging te doven. De islamisten worden immers overal in de regio incontournable. Maar de deal zorgt voor nieuwe onrust bij de eigen achterban van de koning –vandaar ook de aanvallen op het IAF. Staat de koning schaakmat?

De charismatische partijleider Hamzeh Mansour komt voorbij. Hij draagt de Jordaanse, rode keffiyeh, maar is zelf Palestijn. Misschien ooit eerste minister van Jordanië? ‘Niet onze bedoeling. We willen het systeem veranderen’, lacht hij.

Vijand van de armen

Tijdens de betoging roept Moath Al-Azzeh (23) met hese stem: ‘Wij offeren ziel en bloed voor Jordanië’. Moath is één van de actieve jongeren bij de Jordanian Left Social Movement, een linkse jeugdbeweging met 400 leden. Zijn nationalistische slogan is een reactie op het gebrek aan Jordaans identiteitsgevoel. De Jordaniërs afkomstig uit Palestina –de meerderheid van de bevolking– identificeren zich met Palestina, de andere Jordaniërs met hun stam. ‘Noem mij gerust een uitzondering. Mijn grootouders zijn vluchtelingen uit Palestina, maar als je me vraagt van waar ik ben, zeg ik Jordanië’, zegt Moath.

‘In Jordanië zie je minder nationalistische slogans dan in Egypte. De tweedeling in de Jordaanse maatschappij is slechts latent aanwezig, maar binnenshuis is het steevast een discussiethema. De donkere herinneringen aan Zwarte September maken van sociale vrede een rode lijn bij elk politiek activisme. Soms opent het regime deze doos van Pandora. Op de beruchte betoging van 24 maart 2011 rekruteerde de geheime dienst arme jongeren met de slogan Het Land Roept om op te staan tegen Palestijnen die Jordanië willen overnemen. ‘Het werkte’, zegt Moath. ‘Die dag werden we van op de daken met stenen bekogeld. Er viel een dode.’

Posities en sociale voordelen voor de stammen in ruil voor loyauteit aan de monarchie: dat sociaal contract bereikt stilaan zijn houdbaarheidsdatum.

Sinds de opkomst van de Arabische lente wordt de rode lijn steeds dunner. ‘Voor de revolutie durfde niemand te spreken tegen de koning. Nu wel. Eisen als een constitutionele monarchie zijn op zich al een revolutie in Jordanië’, benadrukt Moath. Als overtuigd anarchist heeft Moath het moeilijk met het portret van de koning in de inkomhal van de bureau van zijn beweging. ‘Elke politieke beweging is verplicht dat op te hangen. We plaatsten er dan maar boekjes over Marx bij’, zegt Dana terwijl ze met haar Ché-halsketting speelt. ‘Als communistische oppositie moesten wij vroeger ondergronds werken’, komt een man tussen. ‘Mijn dochter Dana heeft haar vrijheid dankzij de inspanningen van mijn generatie. En haar inspanningen zullen de vrijheid van haar kinderen uitbreiden.’ De koffie komt aan. Gelukkig, want de verwarming staat laag. Brandstofprijzen zijn naar een recordpeil gestegen.

Een paar dagen later ontvangt Moath ons in het animatiebedrijf waar hij werkt. Hij knipoogt naar de soldaten die de hoofdingang bewaken. ‘Mijn collega’s weten van mijn activisme. Gisteren nog moest ik “ondervraging bij geheime dienst” invullen op mijn verlofaanvraagformulier’, lacht hij. Op muren in Amman liet Moath een politieke boodschap achter en zo kwam hij in de radar van de geheime dienst. Hij toont ons de graffiti. ‘De koning is de vijand van de armen’, staat er. Moath: ‘Dat is ophitsing tegen de koning, en daar staat drie jaar gevangenisstraf op’, zegt hij, en maakt zich snel uit de voeten, een biertje in de ene hand, een sigaret in de andere.

Ziel en bloed voor Abdullah

Onderweg naar Dhiban luisteren we naar een radiotalkshow: ‘De koning is de beste garantie op vooruitgang en sociale vrede.’ Is dat zo? ‘Weten jullie niet dat er in zestig kilometer omtrek geen bankautomaat is?’, vraagt onze taxichauffeur verbaasd als we in Dhiban zeggen dat we platzak zijn.

‘We keken naar Tunesië en dachten: dat kunnen wij ook’, zegt Mohammad Qubilat, één van de jongeren van de stam Bani Hamida uit Dhiban. Bij elke revolutie is deze stad er als eerste bij en met de Arabische lente was dat niet anders. ‘Gisteren heeft een jongen uit onze protestbeweging onverwachts een portret van de koning verbrand. Nooit eerder gezien. We willen geen olie op het vuur gooien en hebben onze betoging afgelast.’ In de regen op het centrale plein zien we de opbouw van een feest. Op het spandoek staat ‘De stam Bani Hamida blijft trouw aan de monarchie, ongeacht wat gisteren gebeurde’. We zien stoelen op een rij, een geluidsinstallatie en een vijftigtal mannen met de traditionele Jordaanse keffyieh. Er hangt een gespannen sfeertje. Jongeren ontvouwen trots een portret van de koning, terwijl iemand in een microfoon keelt. Telkens het woord koning valt, weerklinkt gejuich. ‘Wij offeren ziel en bloed voor de koning’, beginnen de mannen te scanderen.

Ze genieten dan ook vele privileges. ‘We krijgen gratis gezondheidszorg en studiebeurzen voor onze kinderen. En ons stamhoofd was eerste minister’, zegt politieagent Alaa Hamad van de invloedrijke stam Bani Sakher als we bij hem op de thee gaan. Posities en sociale voordelen voor de stammen in ruil voor loyauteit aan de monarchie: dat sociaal contract bereikt stilaan zijn houdbaarheidsdatum. De privileges kosten de staatskas tonnen geld en brengen geen economische ontwikkeling. Mohammad gaat van huis tot huis om dat uit te leggen.

Zijn beweging is gegroeid uit breed gedeelde frustratie over verwaarlozing, die vandaag omslaat in angst. ‘Verbrand een portret van de koning en je schrikt de mensen af. Leg hen uit waarom de koning de bron van hun problemen is en ze halen het portret zelf weg.’ Mohammad schudt dan ook naarstig handjes met de oude mannen. ‘Zelfs zij krijgen stilaan genoeg van woorden zonder daden. Een paar maanden geleden kwam de koning naar Dhiban met weer eens veel beloftes.’

Regenwater sijpelt langs de vuile trappen van Mohammads hoofdkwartier. Samen met zijn collega’s warmen we ons aan een gasvuurtje. ‘We willen geen plotse verandering zoals in Egypte. Denk je echt dat er na het wegvallen van de monarchie plots democratie komt?’, vraagt Mohammad berekend. ‘Zoals in Tunesië zijn armoede en verwaarlozing hier het echte buskruit. Zuid-Jordanië zou de rijkste regio moeten zijn, maar ga eens naar Tafila. Daar zal je nog diepere armoede vinden.’

Drie uur lang niets dan woestijn, tot in Tafila. De gelijkenissen met zuid-Tunesië zijn treffend: rijk aan natuurlijke grondstoffen, maar tegelijkertijd geplaagd door diepe armoede en werkloosheid. Issam Shabatat, nu taxichauffeur, is één van de honderden arbeiders die met vervroegd pensioen werden gestuurd na privatiseringen en corrupte miljoenendeals. ‘Ik verloor mijn financiële zekerheid en moet de studies van vijf kinderen betalen. Sommige ex-collega’s leven nu van liefdadigheidshulp’. Een vijfde van de totale bevolking was afhankelijk van drie fabrieken. De meesten bleven werkloos of trokken weg. Aan de voet van de reusachtige cementfabriek ligt een armoedig dorpje met onverharde wegen en kleine huisjes.

De VS voelen nattigheid in Israëls achtertuin en grijpen in. ‘Een Amerikaanse diplomaat heeft me vandaag gebeld.’ We ontmoeten Tafila’s bekendste activist, Majdi Khalel, in zijn “operatiekamer”, waar hij betogingen plant. ‘De Amerikanen willen hier kleine ondernemingen steunen om onze harten en geesten te heroveren. Jullie willen ons sussen opdat we niet meer zouden betogen tegen corruptie en dictatuur, antwoordde ik.’ Drie weken later leverde het Amerikaanse schip Spirit of Freedom 50.000 ton tarwe. Voorlopig mag het niet baten. Bij een betoging tegen werkloosheid eind januari vielen 1500 gewapende agenten Tafila binnen. ‘Dat was zero hour. Het werd een echte veldslag. Voor de eerste keer riepen mensen: “Het volk wil de val van het regime.”’

Een half jaar geleden sprak de EU nog van hervormingen als een nieuwe pagina in de Jordaanse geschiedenis. In het koninkrijk wordt geschiedenis geschreven, maar niet die die Europa voor ogen heeft. In alle uithoeken van het land stijgen gevoelens van onrechtvaardigheid naar een climax. De westerse steun zal de troon van Abdullah II tijdelijk stabiliseren, maar de poten zullen verder beven als hij niet snel met een ander democratisch model op de proppen komt.

Pieter Stockmans, Majd Khalifeh en Xander Stockmans zijn jonge journalisten die een langlopend project over de Arabische wereld realiseren. Hun blog Tussen vrijheid en geluk verschijnt op MO.be. Hun blogberichten en video’s over de Jordaanse lente vind je op MO.be/jordaanse-lente.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift