Wil je vrede, luister dan niet naar Trump maar naar de wetenschap

De ontwikkelaars

Wil je vrede, luister dan niet naar Trump maar naar de wetenschap

collage met portret van Lodewijk Van Dycke
collage met portret van Lodewijk Van Dycke

Trumps losgeslagen manier om “vrede” te stichten is niet alleen in strijd met de methodes van de Verenigde Naties, ze gaat ook radicaal in tegen cruciale onderzoeksbevindingen. MO*ontwikkelaar Lodewijk Van Dycke geeft vijf redenen waarom deze aanpak nooit succesvol kan zijn.

Toen ik onlangs met de nieuwschef van MO* de invulling van mijn nieuwe column besprak, zei die: ‘Ga jij over Trump schrijven? Krijgt die niet al genoeg aandacht?’ Absoluut. Maar de man heeft sinds zijn aantreden wel acht conflicten beëindigd, hè. Zomaar vond hij het recept om oorlogen in een handomdraai te doen stoppen. Israël-Hamas, Thailand-Cambodja, India-Pakistan, Armenië-Azerbeidzjan en noem maar op: Trump toont strijdende partijen het licht, en zij erkennen de zinloosheid van hun inspanning.

Hoe doet de man het? Wel, hij dreigt, vloekt, tiert, spuwt, roept en voert de spanning op. Maximale druk: doe wat ik zeg, of anders ... Dan komt de ‘deal’. Trump, zakenman als geen ander, vindt een conflictoplossing die een win-win is: voor hem en voor de Verenigde Staten. Geen deal zonder foto, uiteraard. Trump lacht oranje terwijl links en rechts de leiders van de strijdende partijen zich staan af te vragen hoe ze daar beland zijn.

In de deal zit het echte genie van Trump al begrepen: hij voorziet in de ontwikkeling van het voormalige oorlogsgebied, bijvoorbeeld Gaza, via prestigeprojecten. Deze methode smaakt naar meer. Gelukkig heeft Trump een manier gevonden om ze te verheffen tot de standaard voor conflictoplossing – en er anderen voor te laten betalen – via zijn internationale Vredesraad.

Strijdende partijen moeten zelf de voorwaarden voor de vrede bepalen. Wereldmachten kunnen enkel masseren.

Wie de actualiteit een beetje volgt, en zeker de lezers van MO*, zijn er vast van overtuigd dat Trumps methode om “vrede” te bewerkstelligen foute boel is. Maar hoe fout? Wat weten we eigenlijk over vrede en de voorwaarden waaronder die tot stand komt?

Het antwoord is: ‘redelijk veel’. Dat komt onder andere door universitaire instituten in de sociale wetenschappen gewijd aan internationale ontwikkeling, conflict en vrede.

Ontwikkelingsdepartementen ontstonden in het Verenigd Koninkrijk om het laat-koloniale beleid te ondersteunen en ontwikkelingshulp te optimaliseren. (Het eerste instituut expliciet gewijd aan vrede en conflict zelf werd gesticht in 1959 in Oslo door Johan Galtung.) Dekolonisatie was, zoals bekend, conflictueus. Zo was de link met vrede snel gelegd.

Deze instituten, ooit het verlengde van koloniale staten, werden al snel criticasters van neokolonialisme, geweld en onderdrukking. Na tachtig jaar diepteonderzoek in de meest diverse omstandigheden is er een duidelijk omlijnd en gangbaar idee ontstaan van hoe je vrede bouwt en bestendigt. Trumps praktijk is daarom niet alleen in strijd met de methodes van de VN, maar ze gaat ook radicaal in tegen cruciale onderzoeksbevindingen. Ik stip vijf essentiële punten aan.

Waarom Trumps vrede niet werkt

Ten eerste: ga naar eender welke betoging voor de goede zaak en er loopt altijd wel iemand rond met een bordje: ‘No justice, no peace’ (geen vrede zonder rechtvaardigheid). Die logica houdt steek, ook op macroniveau. Een samenleving kan pas een doorstart maken als er rekenschap gegeven wordt van onrechtvaardigheden uit het verleden.

Voor Rwanda, Zuid-Afrika en ex-Joegoslavië werden rechtbanken en commissies opgericht, maar het conflict laait – ook in die landen – weer op waar oude wonden bleven etteren. In strijd met deze bevindingen kiest Trump systematisch de kant van de zogezegd sterke conflictpartij (Rusland, Israël) en legt een wapenstilstand op aan de partij die hij ziet als zwak. Er is hier geen gerechtigheid, en dus ook geen vrede.

Ten tweede: vrede kan alleen duurzaam zijn als de strijdende partijen het initiatief nemen. Zij moeten zelf de voorwaarden voor de vrede bepalen, wereldmachten kunnen alleen masseren. De moeizame, soms jarenlange tocht richting de akkoorden van Camp David en Oslo (Israël-Palestina) en Dayton (Bosnië) geeft een idee van het geduld dat vereist is om partijen bij elkaar te brengen.

Tegelijk werden deze akkoorden al snel bekritiseerd door conflictpartijen die onvoldoende gehoord waren. Niets over Oekraïne zonder Oekraïne, Trump heeft er lak aan. In de onderhandelingen over Trumps Vredesplan voor Gaza was de Palestijnse Autoriteit zelfs niet rechtstreeks betrokken.

Trump en Netanyahu poseren voor een persfotograaf

Het cynisme van de vrede: Trump en Netanyahu in het Witte Huis op 29 september 2025 bij de aankondiging van het Vredesplan voor Gaza.

Ten derde: vrede vereist de medewerking van de hele maatschappij. Het is makkelijk om met een of twee militaire en politieke machthebbers op de foto te gaan. Maar in de straten en de velden zijn het jongeren, ouderen, vrouwen, mannen, kinderen, leerkrachten, verplegers, middenstanders die het akkoord moeten dragen.

Inspraak is cruciaal voor een breed draagvlak. Desondanks zit er in de hele Gaza-bestuursraad van Trump niet één Gazaan – zelfs geen hogere functionaris of politicus. Het orgaan bestaat uit buitenstaanders zoals Trumps schoonzoon Jared Kushner. Het dagelijks bestuur van Gaza komt in handen van Palestijnse technocraten, zonder noemenswaardige inspraak van het middenveld.

Ten vierde: geld maakt alles moeilijker. Het is waar dat Europese landen, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, besloten om rijk te worden via een gemeenschappelijke EU-markt in plaats van met elkaar te vechten. Het is ook waar dat een proces van groei met herverdeling  een gezamenlijk project biedt dat stukje bij beetje de prikkels voor geweld wegneemt. Maar in de nasleep van een conflict zorgt de instroom van geld voor een hernieuwde competitie om die middelen.

Nieuwe rijkdom maakt de lijn tussen winnaar en verliezer scherper. Toch communiceert Trump megalomane plannen om in voormalige conflictgebieden onaangepaste luxeprojecten op te zetten die uitblinken in hun potentieel om de bevolking te verdelen.

Ten vijfde: Trump probeert zich het begrip vrede toe te eigenen op orwelliaanse wijze (‘Oorlog is vrede. Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht’, was de slogan van de Partij in 1984). Zo ontdoet hij een van de meest verbindende concepten waarrond zijn tegenstanders zich kunnen verenigen van haar betekenis.

Echte vrede daagt ons uit tot alles wat Trump vreemd is: empathie, geduld, generositeit, vertrouwen, altruïsme, duurzaamheid. Het mengt het psychologische en het sociale, het fysieke en het mentale. Het transformeert culturen en samenlevingen. Het verzet zich tegen snel gewin. Vrede is het verzet tegen Trumps fascisme. Vrede is niet van Trump. Trump is niet voor vrede.

Politici en onderzoekers

Trump negeert wat vredesonderzoekers zeggen? So what?! Het probleem is dat hij lang niet de enige is. Wetenschap speelt zich af in een politieke context en finaal is het beleid aan politici als verkozenen van het volk. Politici nemen soms een loopje met de adviezen van wetenschappers. Kijk naar sommige twijfelachtige maatregelen tijdens de pandemie of het gebrek aan daadkrachtig klimaatbeleid.

Sociale wetenschappers zijn niet verrast; die zijn erger gewoon. Beleid houdt zelden rekening met de diepe bevindingen van academische antropologen, historici, archeologen of vredesonderzoekers. Economen vormen de uitzondering op de regel die stelt dat politici kunnen doen alsof bevindingen van sociale wetenschappers louter meningen zijn. Dat zijn ze niet. Tachtig jaar vredesonderzoek heeft een aantal bevindingen opgeleverd die eensluidend en duidelijk zijn. Wil je vrede, dan volg je die.

In tijden waarin vrede onder druk staat, beslissen politici, ook in Europa, België en Vlaanderen, om net nu op kritisch sociaalwetenschappelijk onderzoek te besparen. Academisch onderzoek wordt minder vrij en meer toegepast. Sociale wetenschappers moeten vooral technisch benaderde processen – het uitrollen van artificiële intelligentie, de controle van migratie – in goede banen leiden. Fundamenteel sociaalwetenschappelijk onderzoek wordt gezien als hinderlijk.

De nieuwe voorzitter van de Universiteit Leiden, Luc Sels, sloeg op die nagel toen hij op de feestdag van zijn universiteit retorisch vroeg: ‘Is er, nu China uitgroeit tot economische en wetenschappelijke grootmacht, niet juist méér in plaats van minder begrip nodig van taal, cultuur en samenleving? Als democratieën eroderen, moeten we dan niet harder werken om te begrijpen waarom dat zo is en hoe we het tij keren?’

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.