De maand van Suzanne Roes
“‘Heer en meester over mijn balkon’

© Foto: via Suzanne Roes / Ontwerp: MO*

© Foto: via Suzanne Roes / Ontwerp: MO*
We leven in een zorgvijandige samenleving, schrijft MO*columniste Suzanne Roes. En wie daarin zorg verleent, loopt steeds vaker risico's. ‘Als we denken dat onze omgeving een zorgzame relatie vraagt, dan mogen we onze blik op het hier en nu niet verliezen in de trage weg naar systeemverandering.’
Echt schrobben doe ik niet. Niet omdat ik dat niet wil, maar omdat ik geen borstel heb. Met water, azijn en een flinke portie geduld ga ik aan de slag.
Een uur later is mijn balkon helemaal schoon. Al het mos en modder is van de tegels verdwenen, de ramen zijn perfect doorzichtig en mijn vogelvoedersysteem is weer stevig aan het vetvrije raam geplakt. De vogelmuur, een van mijn favoriete eetbare plantjes die zich spontaan tussen de bakstenen wortelde, laat ik zitten.
Liefdevol zorg dragen voor mijn woonomgeving heb ik als jong meisje geleerd. Zoals veel andere vrouwen leerde ik dat het creëren van een schone en prettige ruimte deel uitmaakt van mijn takenpakket. Het is een vorm van zorg. Ik vind poetsen niet erg, al steek ik mijn handen liever uit de mouwen voor “mannelijke” taakjes met meer uitdaging en afwisseling, zoals reparaties en kluswerk.
Als ik klaar ben neig ik even naar trots, maar dan zie ik mijn balkon voor de dode materie die ze geworden is. Bijna alles wat leeft, heb ik weggepoetst: met het water mee door een putje de grond in. Mijn liefde voor een fijne en schone woonomgeving betekent het einde van een ecosysteem dat in mijn halve jaar van luiheid is ontstaan.
Ecofeminisme
Met mijn keurige selectie voor wat mocht blijven werd ik heer en meester over dit kleine stukje buitenruimte. Als ik later Voor wie willen we zorgen beetpak, krijgt mijn poetsbui er nog een betekenis bij. In het ecofeministische boek omschrijven Dirk Holemans, Philsan Osman en Marie-Monique Franssen hoe verschillende vormen van onderdrukking met elkaar verbonden zijn.
Onderdrukte groepen, niet-menselijke dieren, natuur, allemaal verliezen ze hun eigen verhaal en worden ze de achtergrond waartegen de dominante groep zichzelf verwezenlijkt. Heer en meester. Niet alleen van de natuur, maar van alles en iedereen dat tot grondstof gereduceerd kan worden. Die houding heeft een naam: extractivisme.
Vanuit dat perspectief kijken de auteurs opnieuw naar zorg, vandaar de vraag voor wie we willen zorgen. We moeten anders leren denken, zeggen ze. We moeten onze afhankelijkheid van onze omgeving, inclusief andere mensen, opnieuw leren herkennen om échte zorg voor haar te dragen. De auteurs pleiten dan ook voor systeemverandering.
Maar terwijl ik bij het lezen van het boek hevig met de auteurs meeknik, zit ik achteraf nog steeds in mijn dode materie. Als de poetsbeurt al zorg was, was het een heel selectieve zorg. Deze zorg in de vorm van een poetsbeurt benaderde mijn omgeving hoogstens als het decor waar ik met vrienden goede gesprekken heb en herinneringen maak.
Met die houding was mijn balkon ook vóór mijn interventie al dode materie. In ieder geval vanuit mijn eigen perspectief. Want laten we eerlijk zijn: dit ecosysteem werd niet gevormd om niet-menselijke natuur te laten floreren. Mijn balkon werd ontworpen als achtergrond voor mijn leven.
Deze plek is niet zoals een rommelige tuin waarvan de wankele berg takken in de hoek ons charmeert, of een loods die al zo lang verlaten is dat de klimop de meest onverwachte hoekjes siert. Het is het product van een architect die de grond onder het gebouw waarschijnlijk als een leeg canvas bekeek.
Mijn balkon was altijd al bedoeld om dode materie te zijn, met hoogstens twee of drie vrolijke plantjes, in potten die de scheiding tussen het groen en het grijs bewaken. Mos hoort in dit ontwerp te worden weggeschrobd en planten in de voegen zijn hier ongewenste indringers. Iedere ingreep die deze materie tot leven kan wekken, zal waarschijnlijk niet worden toegelaten door mijn huurbaas of de syndicus.
Piratenzorg
Dat zorg niet vanzelf gaat, begrijpen de auteurs maar al te goed. Ze noemen onze samenleving onomwonden ‘zorgvijandig’. Zowel culturele als natuurlijke zorgvragen worden namelijk genegeerd of uitgebuit.
Ze pleiten daarom voor een revolutie in ons denken en onze houding naar onze omgeving. We moeten opnieuw over onszelf gaan nadenken als deel van een ecosysteem en opnieuw leren erkennen dat we kwetsbaar zijn waardoor ons welzijn samenhangt met de gezondheid van diezelfde omgeving.
Kijkend naar een architectuur die deze samenhang uitwist, ben ik niet zo hoopvol gestemd dat de zorgzame revolutie voor de deur staat. Hun boek zit bijvoorbeeld vol met ideeën over hoe we onze economie moeten vormgeven om van zorgvijandig naar zorgzaam te verschuiven. Een klein probleempje: de spelers die het grootste belang bij de status quo (denken te) hebben, moeten daarvoor meewerken.
Dus neem ik er een ander boek bij, ook van drie auteurs en ook over zorg: piratenzorg. In Pirate Care onderzoeken Valeria Graziano, Marcell Mars en Tomislav Medak initiatieven die opereren in de meest zorgvijandige omstandigheden.
In plaats van die systemen te veranderen, besluiten hulpverleners, kenniswerkers en zorgmedewerkers om in dat vijandige hier en nu zorg te verlenen. Als we denken dat onze omgeving een zorgzame relatie vraagt, dan mogen we onze blik op het hier en nu niet verliezen in de trage weg naar systeemverandering.
Moeten we ons toeleggen op een politieke omwenteling of op zorgzame en liefdevolle muiterij?
Zorgvijandige samenlevingen creëren dagelijks slachtoffers. Hier komt voor ons nieuwe trio de piratenzorg naar voren. Als de mensen die hulp vragen onwelkom zijn, is hun zorg dat vaak ook: humanitaire hulpverleners aan de Europese grenzen kiezen voor radicaal inclusieve zorg, waarbij de veiligheid van vluchtelingen en migranten, van wie het welzijn door overheden als onbelangrijk wordt beschouwd, wordt gewaarborgd. Deze hulpverleners worden daarvoor vervolgd.
Of nog: feministische abortusactivisten stellen medicatie beschikbaar. Ook zij lopen juridische risico’s.
Of dichterbij huis: Nederlandse krakers telen duurzame en biologische voeding voor hun buurt. Zij krijgen een rechtszaak aan hun broek.
Een Antwerpenaar plant illegaal bomen. Wie weet welke consequenties daaraan verbonden worden.
Als we erkennen dat we in een zorgvijandige samenleving leven, moeten we erkennen dat zorg verlenen risicovol is. Vooral als de architectuur van die samenleving ons de middelen van inclusieve zorg ontneemt.
Eilandjes van geslaagde zorgzame ecosystemen zouden onze verbeelding goed doen. Daar zouden al deze zorgzame auteurs het mee eens zijn. Maar hoe we daar komen is een moeilijkere vraag.
Moet ik de voorschriften van mijn huurbaas en de syndicus aanklagen of moet mijn betonnen blok een bolwerk van verzet worden? Moeten we ons toeleggen op een politieke omwenteling of op zorgzame en liefdevolle muiterij?
Ik weiger in ieder geval om nog langer de regels op te volgen die ik als jong meisje heb geleerd. Komend jaar laat ik het mos zorgzaam met rust.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.



