Over onzichtbaar verzet
“‘De moed om niet mee te doen’


Wat ís verzet eigenlijk? Moet het altijd zichtbaar zijn, op straat of online? Of begint het ergens veel stiller?
‘Niemand is verschoond van de plicht om een goed mens te zijn.’ Dat zei Geert Mak begin mei op de Van Randwijklezing over persvrijheid en journalistieke onafhankelijkheid.
Hij citeerde daarmee de Zwitserse filosofe Jeanne Hersch, die in 1933 als enige studente tijdens een universiteitsspeech weigerde mee te roepen met ‘Sieg Heil’.
Vandaag leven we in een heel andere wereld dan Hersch. Maar geen minder angstaanjagende. Oorlogen, genocides, desinformatie, steeds autoritairder wordende politieke leiders… Hoe doe je dat tegenwoordig, een goed mens zijn?
In zijn lezing zoekt Mak een antwoord bij verzetsman Henk Van Randwijk, die al in 1945 waarschuwde voor fascistische bacillen die democratieën ondergraven. Mak fileert feilloos de gevaren van onze tijd: de grootheidswaanzin in de Verenigde Staten, de polarisatie, de afbrokkelende internationale rechtsorde, de inwisseling van actief burgerschap door hersenloos consumentisme.
Zijn remedie? ‘Onze principes wakker houden, alert blijven, bereid zijn tot verzet, zo nodig woedend verzet.’
Verzet dus. Dat was ook mijn goede voornemen begin dit jaar. Na maanden van terugtrekking door verlies en rouw, wilde ik opnieuw de wereld in. Me engageren, deelnemen aan het publieke debat.
Door familiale omstandigheden en mijn autisme is me dat nauwelijks gelukt. Het deed me nadenken over wat verzet precies betekent. Want zo secuur Mak de ontwrichtende krachten van deze tijd ontleed, zo vaag blijft zijn oproep tot verzet.
Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
De meest voor de hand liggende en succesvolle vorm is straatprotest met spandoeken en slogans. Zo leidde de Witte Mars in 1996 na de onthullingen in de zaak-Dutroux mee tot een diepgaande hervorming van de Belgische justitie en politie. Recenter kan de laatste grote betoging in Brussel, tegen de forse besparingen in het Franstalige onderwijs, zo’n resultaat nog niet voorleggen, maar hij heeft de druk op de politiek tenminste verhoogd.
Toch heeft die klassieke vorm van verzet haar beperkingen. In Theorie van de Zieke Vrouw wijst de Amerikaanse kunstenaar Johanna Hedva erop dat niet iedereen zomaar kan deelnemen aan straatprotest. Hetzij ‘omdat ze gebonden zijn aan een baan en ontslag riskeren als ze aan demonstraties meedoen’, hetzij ‘door gevangenschap, of door de constante dreiging van agressie en politiegeweld’ of ‘omdat ze ziek zijn of een beperking hebben’.
Daarmee uit Hedva kritiek op filosofe Hannah Arendt voor wie politiek per definitie wordt uitgevoerd in de publieke ruimte. ‘Als aanwezigheid in de publieke ruimte noodzakelijk is voor politieke actie (lees: voor verzet)’, schrijft ze, ‘dan zijn er delen van de bevolking die apolitiek zijn, omdat ze simpelweg niet fysiek in staat zijn om hun lichamen de publieke ruimte in te bewegen.’
Natuurlijk kunnen die mensen elders verzet plegen: online. Veel hedendaags activisme speelt zich af op sociale media, kijk maar naar de beginselen van de Arabische Lente in 2010. Al duiken ook daar problemen op. Wie verzet organiseert via Facebook of Instagram of X doet dat op platformen van miljardairs wier belangen haaks staan op democratische waarden. Het afschaffen van professionele factcheckers door Mark Zuckerberg, de Hitlergroet van Elon Musk tijdens de inauguratie van president Trump… De bewijzen zijn legio.
Het doet me denken aan een zin van dichteres Adrienne Rich. ‘Dit is de taal van de onderdrukker’, schreef ze. ‘Toch heb ik het nodig om tegen je te praten.’
Zelfs verzet ontsnapt niet aan de systemen waartegen het zich richt. Tenminste, niet als het zich veruitwendigt. Maar moet verzet altijd zichtbaar zijn?
Precies daar duikt Hannah Arendt weer op. In haar essay Persoonlijke verantwoordelijkheid onder een dictatuur stelt ze een ongemakkelijke vraag: hoe konden mensen onder het naziregime moreel overeind blijven?
Het antwoord is verrassend. Niet door luidruchtig verzet. Niet door politieke actie.
Volgens Arendt slaagden juist degenen die zich uit het openbare leven terugtrokken erin om hun handen schoon te houden. Wie zich engageerde in het publieke leven daarentegen, raakte, hoe goed bedoeld ook, uiteindelijk medeplichtig aan de misdaden van het regime.
De mensen die niet meededen waren volgens Arendt niet noodzakelijk helden. Ze stelden zichzelf simpelweg een andere, belangrijke vraag: kan ik nog met mezelf leven nadat ik dit heb gedaan?
‘De voorwaarde voor deze manier van oordelen’, schrijft ze, ‘is de bereidheid om expliciet met zichzelf samen te leven, om met zichzelf in gesprek te gaan, dat wil zeggen, om deel te nemen aan die stille dialoog tussen het ik en ikzelf dat we, sinds Socrates en Plato, denken noemen.’
Misschien begint verzet daar. Niet bij een baksteen door een raam, maar bij lezen, kritisch zijn, zelfstandig blijven denken. En volgens die redenering ben ik, tussen de muren van mijn huis, nooit met verzet gestopt.
Lees ook
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in


