Is het oké om een luddiet te zijn?

Column

De maand van Paola Verhaert

Is het oké om een luddiet te zijn?

Black and white portrait of a woman on a colorful abstract background with green, blue, and cream tones featuring scribbles and brushed textures.
Black and white portrait of a woman on a colorful abstract background with green, blue, and cream tones featuring scribbles and brushed textures.

Kritiek op (de snelle opmars van) AI wordt vandaag te snel weggezet als technofobie, stelt MO*columniste Paola Verhaert. ‘Maar kritiek hebben op een technologie betekent nog niet dat je verlangt naar een wereld zonder technologie.’

‘Wat we zeker niet willen,’ zei een vakbondsleider laatst tegen me, ‘is dat we door onze kritiek op technologie zouden worden gelabeld als luddieten’.

Ik begreep meteen wat mijn gesprekspartner bedoelde: er is geen grotere dooddoener voor een debat over technologie dan bestempeld te worden als “luddiet”. In de volksmond betekent het zoveel als “technofoob”, maar in de praktijk wordt het vooral gebruikt om tech-critici weg te zetten als tech-haters.

Dat is zeker geen nieuw fenomeen. Zo verscheen in 1984 een artikel in de New York Times met de titel Is It O.K. To Be A Luddite?. Daarin toont de Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon hoe het label ‘luddiet’ tijdens de jaren ’80 werd gebruikt voor ‘iedereen die zijn twijfels heeft over technologie, en vooral over kerntechnologie’. Ook vandaag zijn “beschuldigingen” van luddisme schering en inslag, vooral aan het adres van personen die de beloften van artificiële intelligentie in twijfel trekken. 

Dat de term luddiet op deze manier wordt gebruikt is jammer. Ten eerste omdat open debatten niet samengaan met dooddoeners. Ten tweede omdat de gelijkstelling tussen het luddisme en technofobie historisch niet klopt, en we vandaag net heel wat kunnen leren uit de geschiedenis van deze beweging.

Van vreedzaam verzet naar “industriële sabotage”

Het verhaal van de luddieten begon in de vroege negentiende eeuw, toen de Industriële Revolutie in volle gang was en een groep textielmakers in Nottingham zich begon te ergeren aan én te organiseren tegen de komst van nieuwe machines op hun werkvloer.

Textielmakers moesten zich toen jarenlang toeleggen op het vergaren van complexe weeftechnieken. De komst van nieuwe weefmachines bracht daar verandering in, en leidde tot de automatisering van een aanzienlijk deel van hun werkproces. Daarmee werd het werk van deze gespecialiseerde textielmakers overbodig, wat zorgde voor lagere lonen, een lagere productiekwaliteit en de inzet van ongeschoolde werkkrachten.

In tegenstelling tot wat men vaak denkt, begon het protest van de luddieten op een vreedzame manier. Aanvankelijk maakten de textielmakers hun grieven op een brave manier kenbaar, bijvoorbeeld door brieven te publiceren in de krant. Veel andere democratische middelen hadden ze niet. Na een tijdje stelden de arbeiders vast dat de fabriekseigenaars geen gehoor gaven aan hun zorgen. 

Dat, gecombineerd met een piekende inflatie en werkloosheidsgraad, zorgde er uiteindelijk voor dat de luddieten naar meer gewelddadige middelen grepen om hun boodschap over te brengen. Ze trokken naar de fabrieken en vernielden er elke nieuwe machine die een bedreiging vormde voor hun stiel. 

De Britse overheid trad snel en hardhandig op en stuurde maar liefst 12.000 soldaten om het verzet van de luddieten de kop in te drukken. Het duurde niet lang vooraleer het Britse parlement een nieuwe wet goedkeurde die toeliet om luddieten te veroordelen met de doodstraf, als zij zich schuldig maakten aan het vernielen van machines en “industriële sabotage”.

Als arbeidersbeweging kwam het luddisme dus ‘aan zijn einde op het schavot’, om het met de woorden van E.P. Thompson te zeggen. In 1963 publiceerde deze Britse historicus The Making of the English Working Class, een monumentale geschiedenis van de Engelse ambachts- en arbeidersklasse tijdens de late achttiende en vroege negentiende eeuw. 

Een van de bewegingen die hij in het boek beschrijft, is die van de luddieten. Thompsons baanbrekende boek ontkracht het beeld van de luddieten als een groep nostalgici met een fobie voor vooruitgang. Want in feite, zo schrijft hij, keek de luddietenbeweging evenzeer vooruit als achteruit. 

Het klopt dat de luddieten terugkeken naar oude gebruiken die nooit meer zouden terugkomen. Tegelijk pleitten ze ook voor heel wat vernieuwende ideeën. Zo eisten ze onder meer een wettelijk minimumloon, het recht om vakbonden op te richten, maatregelen tegen de uitbuiting van vrouwen en minderjarigen, en een verplichting voor werkgevers om werk te vinden voor geschoolde arbeiders die door machines overbodig worden gemaakt.

Aan het einde van zijn boek schrijft Thompson dat de Luddieten niet vochten voor een terugkeer naar het verleden, maar wel voor een democratische toekomst. Eén ‘waarin de industriële groei zou moeten worden gereguleerd volgens ethische prioriteiten en waarin winstbejag ondergeschikt zou moeten zijn aan de noden van mensen’.

Waar is het democratische debat? 

Vandaag gaat de snelle en schijnbaar onvermijdelijke opmars van AI gepaard met een groeiend verzet tegen deze technologieën. Dat verzet uit zich op verschillende manieren. 

Zo was er recent een golf van studenten die tijdens afstudeerceremonies in de Verenigde Staten reageerden met boegeroep op optimistische speeches over AI. In London organiseerden de actiegroepen Pull The Plug en Pause AI enkele maanden een ‘anti-AI betoging’ die enkele honderden deelnemers aantrok. En dichter bij huis organiseerde Extinction Rebellion begin juli een actie tegen de bouw van een nieuw datacenter van Microsoft in Amsterdam.

De groepen die zich verzetten tegen de opkomst van AI zijn hyperdivers, verspreid over de hele wereld, hebben verschillende structuren, zijn niet onderling georganiseerd, hebben verschillende (en soms zelfs tegenstrijdige) doelstellingen en zetten diverse middelen in. Wat hen verbindt met elkaar, is hun kritiek op de ongebreidelde macht van AI-bedrijven en de impact van AI-technologieën op de economie, het klimaat en de samenleving in haar geheel. Bovenal, zijn ze volop op zoek naar manieren om gehoord te worden.

Het hedendaagse AI-verzet valt niet zomaar te vergelijken met de luddietenbeweging. In tegenstelling tot de oorspronkelijke luddieten, beperkt het verzet tegen AI zich niet tot mensen uit eenzelfde specifieke regio in Engeland of een beroepsgroep. (En als er één ding is dat we moeten onthouden uit het werk van E.P. Thompson, dan is het wel dat elke sociale beweging haar eigen en unieke verhaal heeft.)

Hoewel de verhalen van deze bewegingen verschillen, zie ik ze kruisen in de manier waarop ze worden miskend door buitenstaanders. Zowel de luddieten als AI-critici worden gemakkelijk afgeschilderd als technofoben die allergisch zijn voor vooruitgang. Niet als grote groepen mensen die (tevergeefs) vragen om democratische inspraak over een technologische toekomst waarin ook zij erop vooruit zouden gaan. 

De karakterisering is niet alleen onjuist, ze is ook weinig constructief. Kritiek hebben op een technologie betekent nog niet dat je verlangt naar een wereld zonder technologie. Net zoals dat het geval was bij de luddieten, willen aanhangers van het hedendaagse AI-verzet een breed democratisch debat over AI. 

Dat zo’n debat broodnodig is, zien we ook terug in studies die het hedendaagse sentiment over AI capteren. Zo toonde de meest recente Digimeter aan dat 74 procent van de Vlamingen bezorgd is over de negatieve impact van AI. Dat is een tendens die zich niet beperkt tot Vlaanderen, want in een recente Amerikaanse survey gaf slechts 18 procent van de Gen Z-ers aan hoopvol te zijn over AI.

Als de geschiedenis van het luddisme ons één ding leert, dan is het wel dat we dringend toe zijn aan een democratisch debat over de rol van technologie in onze samenleving, het liefst van al één zonder dooddoeners.

alt text

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld. 

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in

Tags