Column

Traag geweld

Collage met portret van Bieke Puenelle
Collage met portret van Bieke Puenelle

De warmste zomer ooit ligt achter ons, en we doen gewoon verder. Alsof er niets aan de hand is. Bieke Purnelle hield deze zomer één bloemperk in leven terwijl de bomen en planten eromheen verdorden. We zitten midden in een klimaatcrisis. ‘We zien het. We weten het. Maar we willen er niet écht iets aan doen.’

De warmste zomer ooit gemeten loopt op haar laatste benen. De dagen worden korter, de nachten frisser en we doen druk alsof alles normaal is, zoals het was en moet zijn. We brengen de kinderen naar school en haasten ons naar onze jobs. We doen gewoon verder. Want wat moeten we anders? Het maakt niet uit hoe hard je rent wanneer de feiten je blijven inhalen.

Maandenlang had ik een klein bloemperk behoed tegen de hardnekkige droogte. Water opgevangen bij het wassen van groenten en fruit, een emmer in de douche gezet, elke avond zachtjes de droge aarde bewaterd. Terwijl de bomen en de planten rondom het bonte perkje langzaam vaalbruin werden en hun bladeren moedeloos lieten vallen bleven de bloemen monter kleur en hoop verschaffen. Mijn inspanningen leken belachelijk in het licht van wat er gaande was, maar de bloemen stonden symbool voor iets anders, iets fundamentelers. Misschien ging het niet om de bloemen, maar om de daad van het redden zelf.

Ontzet zien we mensen wegspoelen als korrels zand, huizen branden als kampvuren. We zien het. We weten het. We erkennen het.

Op veel te veel plekken in de wereld ruimen bosbeheerders en vrijwilligers hectaren asresten weg, het enige wat overblijft van de bomen en planten die er ooit groeiden. In Colombia schudde de aarde. In Nepal werden honderden mensen verzwolgen door een woeste slijkstroom. De natuur wreekt zich altijd. Ontzet zien we mensen wegspoelen als korrels zand, huizen branden als kampvuren. We zien het. We weten het. We erkennen het.

Maar we willen er niets écht aan doen. Sociaal georganiseerde ontkenning, noemt Amerikaans sociologe Kari Marie Norgaard het. Hoe de mens omgaat met de klimaatcrisis omschrijft ze als het grootste sociale onderzoek in de geschiedenis, een onderzoek dat inzicht biedt in menselijk gedrag en het vermogen om ons te organiseren in tijden van crisis en ingrijpende verandering. We zien de urgentie wel, maar we zijn niet in staat om ernaar te handelen omdat wat nodig is emotioneel en sociaal ingrijpend en ingewikkeld is en ons wereldbeeld fundamenteel aantast. De werkelijkheid lijkt minder dreigend wanneer je haar uit de weg gaat.

In de twee boeken die ik deze zomer laat, maar eindelijk uitlas wordt er weinig uit de weg gegaan, en kijken de auteurs de realiteit onverschrokken in de ogen.

De personages in What we can know van Ian Mc Ewan beschouwen ons tijdperk vanuit het toekomstige jaar 2119, met de analytische blik die enkel door afstand kan ontstaan. Hun oordeel is allesbehalve fraai. De wereld is uit elkaar gevallen in geïsoleerde eilanden, de globale machtsverhoudingen zijn radicaal gewijzigd, het aantal dier- en plantensoorten is nog een fractie van wat vandaag leeft en bestaat, grondstoffen zijn uiterst schaars. Dat wrange toekomstbeeld is overigens niet de plot van de roman, maar vormde wel een pijnlijk treffende achtergrond bij deze zomer. Met ingehouden adem las ik Mc Ewan ’s even meedogenloze als liefdevolle beschrijving van de mens anno 2026. Vrij en achteloos. Hebberig en conflictueus. Brutaal en roekeloos. Briljant en tegelijk volslagen idioot.

In Archief van mogelijk verlies van Tine Hens rouwt de auteur om de dingen die we aan het verliezen zijn. Gletsjers, de kievit en de leeuwerik, de vroedmeesterpad, vuurvliegjes, stilte en duisternis. In ruil voor wat uitsterft krijgen we nieuwe woorden. Hittekoepel. Vuurstorm. Waterbom. Woordenschat die altijd tekortschiet om de werkelijkheid goed te beschrijven. Terminologie die abstractie maakt van de tastbare gevolgen, van uitstervende dieren, zwartgeblakerde aarde en dode mensen.

Taal is een krachtig en onderschat instrument. Hoe we de dingen noemen maakt een cruciaal verschil. Klimaatontwrichting zegt veel meer over de impact van het fenomeen dan het schijnbaar neutrale klimaatverandering. De schade die wordt aangericht krijgt pas echt vorm in onze gedachten wanneer we de oorzaken doordacht en accuraat benoemen en beschrijven. Actief, niet passief.

Volgens filosoof Harriët Bergman moeten we klimaatontwrichting als een vorm van geweld beschouwen, slow violence. Het is een opvatting die niet spoort met onze traditionele invulling van het begrip geweld: slaan, schoppen, vernielen met directe schadelijke impact. Acties die leiden tot klimaatontwrichting zien er helemaal anders uit: een handtekening zetten of net niet zetten onder een akkoord, een subsidie toekennen aan een fossiel bedrijf, een nieuwe parking goedkeuren waarvoor een bos moet wijken, openbaar vervoer afbouwen, … Beslissingen die we nooit als gewelddadig zouden omschrijven, maar die het in de gevolgen wel zijn.

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in

Tags