‘Mensen onderschatten de impact van literatuur, dat net helpt empathie ontwikkelen’

Interview

Desirée Custers bouwde een encyclopedie voor de Arabisch(e)talige literatuur

‘Mensen onderschatten de impact van literatuur, dat net helpt empathie ontwikkelen’

Collage met portret van Desirée Custers
Collage met portret van Desirée Custers

Sofie Hamdi

21 maart 202614 min leestijd

De Contemporary Arab(ic) Literature Encyclopedie is het passionele project van Desirée Custers, en herbergt verborgen parels uit de Arabisch(e)talige literatuur. Die schrijfwijze is niet toevallig. ‘In een tijd waarin talen, culturen en grenzen in elkaar overlopen, schieten traditionele definities tekort.’

Desirée Custers studeerde Arabisch aan de KU Leuven en werd in 2019 genomineerd voor de Vlaamse Scriptieprijs met haar tekst Arabische Science Fiction: een literaire lens om de Arabische Wereld te zien. Al in 2017 richtte ze EWANA mee op, het Center for Cultural Understanding dat zich richt op culturele uitwisseling en begrip tussen Europa, West-Azië en Noord-Afrika. En op dat platform heeft ze de Contemporary Arab(ic) Literature Encyclopedie (CAL) geplaatst, een digitale catalogus die Arabisch(e)talige romans, toneelstukken, kortverhalen en memoires vanaf 1945 in kaart brengt.

‘Toen ik Arabisch begon te studeren, wou ik dat via literatuur doen. Ik lees graag, kan helemaal opgaan in een verhaal en neem zo de taal ook sneller op. Maar een geschikt boek vinden was lastig’, glimlacht Custers.

Ze zocht een plek die Arabischtalige boeken samengebracht, zodat ze gericht kon kiezen. Maar het bestond nog niet. Bovendien had ze ook vertalingen nodig om te weten wat ze las. ‘Ik merkte hoe groot de kloof was tussen het Arabische aanbod en wat daarvan in westerse talen beschikbaar was. Dat intrigeerde me. Want wat weet ik niet omdat ik de taal niet ken?’

Custers begon een overzicht van verhalen aan te leggen. ‘Het werd een obsessie’, vertelt ze lachend. ‘Maar wel een boeiende.’ Zo las ze niet alleen literatuur, maar ook artikelen over die literatuur. ‘Waarom werd er plots een reeks vrouwelijke Libanese auteurs naar Europese talen vertaald? Daar was een reden voor.’

Impact van literatuur

Custers vertelt hoe ons beeld van Arabisch(e)talige literatuur sterk bepaald wordt door vertaal- en marktgedreven dynamieken. ‘De markt voor Nederlandstalige fictie krimpt, maar dat geldt nog meer voor vertalingen uit Arabisch(e)talige literatuur. Uitgeverijen kiezen voor boeken die rendabel zijn, maar ze kunnen zelf geen Arabisch lezen waardoor ze zich enkel kunnen baseren op vertaalde boeken. Vaak kiezen ze dan ook voor politiek actuele thema’s of bekende auteurs.’

Ze geeft het voorbeeld van Naguib Mahfouz die in 1988 de Nobelprijs voor literatuur won. Daardoor begonnen uitgeverijen zijn boeken vertaald uit te geven, want ‘ze dachten dat iedereen Mahfouz zou willen lezen’.

Maar dat selectieproces geeft volgens Custers maar een beperkt deel van de bestaande literatuur weer. ‘Er zijn zoveel verhalen die je niet kent of vindt, omdat niet alle Arabische literatuur is vertaald.’

Ze somt romans op over ziekte, voetbal, muziek, textiel, maar ook satirische boeken over conflicten, of Arabische bewerkingen van Europese klassiekers. ‘Het is fascinerend hoe een Griekse tragedie als Oedipus in een Arabische adaptatie een ironische wending krijgt. Herkenbaar, maar toch anders.’

Die speelsheid geldt ook voor literatuur die ernstige actuele onderwerpen aansnijdt, zoals de Europese migratiecrisis. Yūrū, dat verwijst naar het woord Euro, van Nathīr al-Zuʿabī, is ook opgenomen in de encyclopedie van Custers. In deze fantasieroman verandert een jonge man langzaam in staal, waarna hij zich aansluit bij een samenleving waartoe metalen voorwerpen, zoals de Euromunt, behoren. Op een fantasierijke manier wordt het thema migratie aangesneden, aan de hand van een Euromunt dat makkelijk grenzen overschrijdt.

Ook Katībah Sūdāʾ (De zwarte brigade) van Muḥammad Mansī Qandīl verrast. De roman vertelt een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis, waarin honderden tot slaaf gemaakte strijders uit Egypte en Soedan tussen 1863 en 1867 voor Napoleon III in Mexico gingen vechten. ‘Het verband tussen Frankrijk, Soedan en Mexico is toch verbluffend’, glimlacht Custers.

‘Daarnaast zijn er verhalen waarin persoonlijke verhoudingen symbool staan voor de ongelijke relatie tussen Europa en de Arabische wereld’, zegt ze. ‘Die verhalen tonen op een subtiele manier hoe westerse mogendheden kansen van mensen in Arabische landen afnemen.’

Literatuur leert ons veel, vindt Desirée Custers. Ze scherpt ons inlevingsvermogen aan, prikkelt onze verbeelding en vergroot onze nieuwsgierigheid naar de wereld. ‘Mensen onderschatten vaak de impact van literatuur. Verhalen raken aan ervaringen uit het eigen leven. Lezers bekijken die ervaringen dan opnieuw, bewuster, en scherper. Het is een innerlijke beweging die helpt om empathie te ontwikkelen voor de ervaringen van anderen, omdat je ze niet alleen rationeel maar ook emotioneel begrijpt.’

Daarnaast beïnvloedt literatuur hoe we naar mensen en regio’s kijken. Custers verwijst naar de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Saïd, die in zijn boek Oriëntalisme (1978) beschreef hoe westerse schrijvers en wetenschappers het Oosten op stereotiepe manier voorstelden.

‘We kozen bewust voor de term “West-Azië” in plaats van “het Midden-Oosten”, omdat die geografisch minder eurocentrisch is.’

‘Saïd vergeleek literatuur uit verschillende talen en culturen om te begrijpen hoe mensen verhalen over de wereld en elkaar vertellen. Hij zag dat als een tegengif voor stereotypering.’

‘Door te kijken naar verhalen die mensen over zichzelf schrijven, en niet naar hoe anderen hen afbeelden, kunnen culturen elkaar op een gelijkwaardige manier ontmoeten. Vertalen en vergelijken helpen ons hierbij. Als Saïd nog leefde, zou hij het daar vast mee eens zijn’, lacht ze.

Schrijven is politiek

De online encyclopedie biedt inspiratie aan vertalers en uitgeverijen, maar ook lezers die niet alleen via politieke- of non-fictie-analyses inzicht wil krijgen in de Arabische wereld, vinden er hun gading. ‘Een groot deel van de Arabisch(e)talige fictie staat in wisselwerking met ingrijpende sociale en politieke gebeurtenissen, zoals de Palestijnse catastrofe van 1948 (de Nakba; red.) of de Egyptische Vrije Officieren-revolutie van 1952.’

Dat is geen toeval, want in die tijd hadden schrijvers een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij moesten optreden als denkers die antwoorden formuleerden op belangrijke gebeurtenissen.

Dankzij vertalingen van Sartres ideeën over la littérature engagée, kreeg in de jaren ‘50 het begrip iltizām (engagement; red.) een centrale plaats in de Arabische schrijverswereld. ‘Schrijvers werden een soort Homo Universalis, een denker, zoals die in Europa ook bestond, die zich in alles interesseert, van astrologie tot de medische wereld. Ze schreven met een politiek doel.’

‘Dat betekent niet dat schrijvers letterlijk over bijvoorbeeld het feminisme als het juiste antwoord schreven’, legt Custers uit, ‘Maar ze maakten het wel op een subtiele manier duidelijk, zoals in Imraʾa Nāiḥa’ (Een succesvolle vrouw; red.), een kortverhaal van Suhayr al-Qalamāwī’.’

Daarin voelt het hoofdpersonage Naʿīma zich aangetrokken tot de baas van het kapsalon waar ze werkt, maar verdwijnt die aantrekking wanneer hij met een rijke vrouw trouwt. Samen met haar moeder keert Naʿīma terug naar hun dorp, waar ze een eigen kapsalon opent, wat een groot succes wordt. En dat staat dan weer symbool voor haar herwonnen onafhankelijkheid en zelfbeschikking.

‘Andere mooie voorbeelden van verhalen met een politiek doeleinde, zijn de novelles van Ghassān Kanafānī’, vertelt Custers. ‘Ze tonen hoe narratief, herinnering en verzet rond de Palestijnse kwestie met elkaar verweven raken, zonder dat literatuur louter propaganda wordt.’

mleden van het Ewanateam poseren voor de camera naast een pancarte van de organisatie

“Arabische” literatuur?

Om opgenomen te worden in de CAL moet een werk voldoen aan minstens twee van de drie volgende criteria: het moet in het Arabisch geschreven zijn, het moet van een auteur met Arabische afkomst zijn, of het thema moet relevant zijn voor de Arabische wereld.

‘Ik vind het moeilijk om te spreken over “Arabische” literatuur’, zegt Desirée Custers. ‘Alsof het gaat over iets van ver weg in een vreemde taal. De encyclopedie bevat ook verhalen van auteurs met bijvoorbeeld een Arabische achtergrond die in België wonen en in het Nederlands publiceren.’

‘Je kan hun werk beschouwen als zowel Arabische als Europese literatuur, want ze schrijven over de cultuur van herkomst, maar ook over de Europese samenleving waarvan die cultuur deel uitmaakt. Het gaat over ballingschap, maar ook over betrokkenheid en kritiek, wat het een uitdrukking maakt van de complexiteit van een Europese identiteit.’

Custers verwijst naar Brusselse vrouwen van Nisma Alaklouk. ‘Alaklouk geldt als voorbeeld van een nieuwe generatie Arabische schrijvers die respect toont voor de cultuur waaruit ze voorkomt, maar niet verlegen is om ze te bekritiseren. Haar roman vertelt de Nederlandstalige lezer iets over de Arabische cultuur, maar ook over de maatschappij waar die zelf in leeft. Daarnaast is het boek een getuigenis van de uitdagingen en het geluk die de liefde kan brengen, waarmee de roman elke culturele grens doorbreekt.’

De Arabische wereld bevat ook minderheden met eigen talen en culturen, zoals Koerden en Amazigh. ‘Er zijn schrijvers die niet Arabisch zijn, maar wel in het Arabisch schrijven’, legt Custers uit. ‘Ook dat ondermijnt het idee van een een-op-een-relatie tussen taal, etniciteit en cultuur.’

Zorgvuldig taalgebruik

Vandaag hebben mensen meerdere culturele referenties, zoals taal, afkomst, religie of opleiding. Ook samenlevingen zijn structureel divers. Dat maakt een culturele identiteit gelaagd en veranderlijk.

‘Dat tonen diasporaschrijvers zoals Hoda Barakat en Ali Bader goed aan. Identiteit wordt niet alleen gevormd door waar jij of je ouders vandaan komen, maar ook door de culturen waarmee je je vandaag associeert’, doceert Desirée Custers. ‘We zijn in België voorbij het punt waar we ons moeten afvragen hoe de Belgische en de Arabische cultuur samengaan. Ze vormen samen de Belgische cultuur.’

‘Identiteit wordt niet alleen gevormd door waar jij of je ouders vandaan komen, maar ook door de culturen waarmee je je vandaag associeert.’

Maar die complexiteit vraagt om een zorgvuldige taal. Het probleem begint volgens Custers bij de vragen die we stellen. ‘Het eerste wat we aan mensen vragen, is waar ze vandaan komen. Maar dat is niet altijd relevant. Waarom hebben we die behoefte om dat meteen te willen weten? Soms moeten we dingen laten zijn. Je kan niet alles weten of benoemen.’

Cultuur vormt zich hier. We zouden het niet moeten voorstellen als iets van “daar”. ‘Zorgvuldige taal en terminologie kunnen helpen om cultuur inclusiever te benaderen’, aldus Custers.

‘Toch is categoriseren soms onvermijdelijk om een gesprek te structureren, om toegang te creëren of om een beginpunt te maken’, vult ze aan. ‘Maar als culturele organisaties termen gebruiken als “Arabische cultuur” of “het Midden-Oosten”, moeten we ons dan niet afvragen in hoeverre ze hiermee bestaande stereotypen reproduceren?’

‘Als we een artiest die al twintig jaar in Brussel woont, omschrijven als “Arabisch”, wat zegt dat dan over hoe wij culturele verschillen interpreteren? Wat benadrukken we en wat maken we onzichtbaar?’

Alternatief narratief

De schrijfwijze Arab(ic) in de naam van de encyclopedie is bewust gekozen. Ze verbindt “Arab” als etnische en culturele aanduiding met “Arabic” als taal, zonder ze te vereenzelvigen. ‘In een tijd waarin talen, culturen en grenzen in elkaar overlopen, schieten traditionele definities tekort.’

Met een zeskoppig team ontwikkelde Desirée Custers binnen EWANA een alternatief narratief. ‘Wij willen culturele uitwisseling stimuleren en wederzijds begrip versterken binnen en tussen Europa, West-Azië en Noord-Afrika.’

‘We kozen bewust voor de term “West-Azië” in plaats van “het Midden-Oosten”, omdat die geografisch minder eurocentrisch is. We spreken niet over een centrum en een periferie, maar over een ruimte van ontmoeting. In de talen van West-Azië en Noord-Afrika betekent Iwan ook een architecturale ruimte voor ontmoeting en gesprek.’

‘In een politiek klimaat dat vaker inzet op vereenvoudiging en othering, helpt cultuur ons voorbij vooroordelen te denken.’

Literatuur is essentieel voor ontmoeting en gesprek. ‘Net zoals andere kunstvormen wakkert literatuur nieuwsgierigheid aan en precies dat is de kern van EWANA. Nieuwsgierigheid vraagt om geduld en nederigheid, om te leren en te luisteren zonder vooroordelen. Nieuwsgierigheid draagt hoop in zich, omdat ze ruimte maakt voor nieuwe sociale relaties en verandering. Dat impliceert de bereidheid om vragen van anderen niet als bedreigend, maar als waardevol te beschouwen.’

Bovendien is literatuur zelf een plek van culturele dialoog. ‘Het idee van geëngageerd schrijven ontwikkelde zich in dialoog tussen Europa en de Arabisch(e)talige wereld. Door vertalingen konden schrijvers teksten naast elkaar leggen en ontstond er geen hiërarchie, maar een gesprek over gedeelde vragen: wat is de rol van de schrijver in tijden van crisis? Hoe verhoudt artistieke vrijheid zich tot morele verantwoordelijkheid?’

‘In een politiek klimaat dat vaker inzet op vereenvoudiging en othering, helpt cultuur ons voorbij vooroordelen te denken. Ze nodigt uit om de “ander” niet te herleiden tot een categorie, maar te zien als mens.’

‘De CAL Encyclopedie maakt die dialoog concreet door een veelheid aan stemmen, thema’s en historische contexten zichtbaar te maken. Arabisch(e)talige literatuur is zo niet louter een studieobject, maar een uitnodiging tot dialoog. Het beschouwt cultuur niet als hokje, maar als gesprek.’

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld. 

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in