‘Heb je geen migranten voor ons?’ Wat Europa kan leren van het Spaanse platteland

Reportage

Migratie als deel van de oplossing voor Spaanse dorpen én Europa

‘Heb je geen migranten voor ons?’ Wat Europa kan leren van het Spaanse platteland

Twee oudere mannen en een vrouw voor een kerkje in een Spaans dorp

Burgemeester Ángel Delgado probeert met hulp van de ngo Cepaim migranten aan te trekken als nieuwe bewoners en te helpen integreren in zijn dorp, Monleras.

Twee oudere mannen en een vrouw voor een kerkje in een Spaans dorp

Burgemeester Ángel Delgado probeert met hulp van de ngo Cepaim migranten aan te trekken als nieuwe bewoners en te helpen integreren in zijn dorp, Monleras.

Op het Spaanse platteland is migratie zo nodig dat burgemeesters ngo’s opbellen om voor hun dorp ‘migranten te zoeken’. MO* trok naar leeglopende plattelandsdorpjes in de provincie Salamanca, waar migranten proberen integreren. Is die integratie een microkosmos van de bredere uitdaging waar Europa voor staat?

‘Weet je nog dat je me vroeg of we voor Huerta geen migranten hadden?’, lacht Javier Gonzáles Estevez. Terwijl hij door de lege straten van dit dorp van zo’n 280 inwoners wandelt, in het zuiden van Castilië en León, praat hij met burgemeester José María Casado Fortín (PSOE).

Estevez werkt voor de Spaanse ngo Fundación Cepaim. Sinds 2002 helpt de ngo het Spaanse platteland te overleven, door migranten te ondersteunen bij het opbouwen van een nieuw leven daar. Het project Nuevos Senderos, Nieuwe Wegen, kreeg erkenning van de Europese Unie én de Verenigde Naties.

Burgemeester Casado maakt zich zorgen. Opnieuw staat een Spaans gezin op het punt te vertrekken. ‘Als er nog één kind weggaat, moeten we alle leerlingen in één klas samenbrengen. En dan zullen nog meer gezinnen vertrekken’, zegt hij.

Veel Spaanse dorpen lopen al jaren leeg. Toch geven sommige burgemeesters niet op. Casado vraagt Cepaim geregeld of ze migranten kennen die zich in Huerta willen vestigen.

Tegelijk probeert hij het dorp aantrekkelijker te maken. ‘Veel migranten werken in twee grote fabrieken vlakbij’, legt hij uit. ‘Maar ze kunnen niet in ons dorp wonen, omdat weggetrokken inwoners hun leegstaande huizen niet willen verkopen of verhuren. Daarom bouwen we sociale woningen om nieuwe gezinnen aan te trekken.’

Een Peruaans koppel voor hun woning in een Spaans dorp
Een nieuwe straat in een Spaans dorp

Paul en Brenda uit Huerta staan in de deuropening van hun woning. De gemeente bouwt nieuwe sociale woningen.

Uitweg

Paul en Brenda, een Peruaans koppel met twee kinderen, gaan verhuizen naar die nieuwe sociale woningen. ‘We bezochten Huerta en enkele telefoontjes later hadden we een woning én werk in een van de fabrieken’, vertelt Paul.

Wat voorafging, verliep minder vlot. Toen ze in Spanje aankwamen, leefden ze enkele weken op straat in Madrid nadat ze naar eigen zeggen waren misleid door een crimineel netwerk. Zonder vaste woonplaats probeerden ze rond te komen, met zwartwerk.

‘Paul werkte op een bouwwerf en ik verzorgde ouderen bij hen thuis’, vertelt Brenda. ‘Het was moeilijk om mezelf plots in zo’n situatie terug te vinden. In Lima had ik een eigen zaak. Maar ik was ook dankbaar, want zo konden we tenminste huur betalen.’ Uiteindelijk bood een verhuis naar het platteland via Nuevos Senderos een uitweg.

Kaart van Castilla y León

De dorpen die MO* bezocht in de provincie Salamanca

Ook Ángel Delgado, burgemeester van Monleras, een dorp met zo’n 200 inwoners, neemt geregeld contact op met Cepaim. Het vertrek van een Braziliaans gezin had in zijn gemeente voor onrust gezorgd. De school telt slechts 18 leerlingen – van wie ongeveer de helft een migratieachtergrond heeft. Zonder die kinderen zou ze mogelijk moeten sluiten. En zonder school komt de toekomst van het dorp in gevaar.

Driedubbele winst

‘Wij zoeken niet alleen migranten voor dorpen, we zoeken ook dorpen die bij de migranten passen’, zegt Rosa Martín, die jarenlang voor Cepaim werkte en er nog steeds vrijwilliger voor is. Ze kent de regio goed: waar werk te vinden is, welke noden dorpen hebben en wat migranten zoeken in hun nieuwe leven.

‘Voor een geslaagde verhuis moeten alle sterren goed staan: werk, huisvesting, onderwijs, sociale contacten en kansen voor het hele gezin’, zegt ze. ‘Dat vraagt tijd, middelen en veel geduld. Als een samenleving daar niet in wil investeren, wordt succesvolle integratie moeilijk.’

In Monleras lijkt die aanpak te werken. Burgemeester Delgado zet al jaren in op de lokale economie en duurzame ontwikkeling.

Een voorbeeld daarvan is Terravita, een organisatie die producten van lokale landbouwers aan huis levert bij ouderen in de regio. Veel van hun chauffeurs hebben een migratieachtergrond. Zo ondersteunt Terravita migranten, oorspronkelijke inwoners én de lokale economie.

Edgar is een van die chauffeurs. Vroeger werkte hij voor een Chinees oliebedrijf in Venezuela. ‘De gemeente Monleras verhuurde ons een woning tegen een betaalbare prijs en hielp me snel een Spaans rijbewijs te halen’, vertelt hij. ‘Zo kon ik bij Terravita aan de slag én kon ik naar Monleras verhuizen.’

Volgens Rosa Martín is die ondersteuning richting zelfstandigheid essentieel. ‘Het is een investering in integratie op de lange termijn. Anders verliezen zowel de migranten als de dorpen.’

De komst van Edgar en zijn gezin leverde Monleras op verschillende manieren winst op. Het dorp kreeg er inwoners bij, hun kinderen helpen de school open te houden en ook Edgars vrouw Yohalet draagt bij, aan de ouderenzorg. Ze werkt in het woonzorgcentrum van het naburige dorpje El Manzano, waar burgemeester María del Carmen Ruano Delgado wanhopig op zoek is naar personeel.

‘Wij hebben maar veertig inwoners, inclusief de bewoners van het woonzorgcentrum’, zegt de burgemeester. Toch blijft ze vechten voor de toekomst van haar dorp. Op de muur van haar kantoor hangen een sticker van een netwerk van dorpen met minder dan honderd inwoners én een gedicht. ‘Iedereen behoort tot de plaats waar het hem gegeven is te leven’, luidt een vers.

Edgar en Yohalet maken nu deel uit van die plaats, ook al hebben ze nog geen officieel verblijfsstatuut. ‘Toch werden we vanaf het begin warm ontvangen’, vertelt Yohalet tijdens een werkpauze. ‘In Venezuela was ik docente rechten. Maar ik begreep dat ik me moest aanpassen aan de situatie in Spanje.’

Een koppel staat voor het gebouw van een woonzorgcentrum in een Spaans dorp

Yohalet en Edgar uit Venezuela voor het woonzorgcentrum van El Manzano, een dorpje met amper veertig bewoners.

Foto onder: een luchtfoto van El Manzano (links) en burgemeester Ruano Delgado (rechts).

luchtfoto van een dorp
een vrouw wijst naar een bordje met het cijfer 100

Thuiszorg

In de thuiszorg voor ouderen in Spanje heeft bijna drie op de vier werknemers een migratieachtergrond, blijkt uit een arbeidsmarktstudie van het Real Instituto Elcano. Het gaat vooral om vrouwen uit Latijns-Amerika. Velen hebben nog geen wettig verblijf, hoewel ze een cruciale rol spelen in het dagelijkse leven in veel Spaanse dorpen.

‘Er wordt veel in het zwart gewerkt, en dat leidt vaak tot uitbuiting’, zegt Juan Jesús Delgado, schepen van Sociale Zaken in Monleras. ‘Daarom werken we samen met Cepaim om mensen te helpen hun verblijf te regulariseren.’

In het sociaal centrum organiseert Cepaim infosessies voor migranten. Een van hen is Dunia Izaguirre uit Honduras. Ze hoopt haar verblijf snel in orde te krijgen, zodat haar dochter naar Spanje kan komen. Momenteel woont ze alleen in Monleras, waar ze zorgt voor de moeder van een Spaanse man die ze in Madrid leerde kennen.

‘Vooral het gebrek aan openbaar vervoer was hier een schok’, vertelt ze. ‘Je zit letterlijk vast. Alles is zo stil. Alleen platteland, verder niets. Maar de vrouw voor wie ik zorg, bleek heel vriendelijk. Ze houdt van breien. Op een dag maakte ze zelfs een wollen vest voor mijn dochter in Honduras.’

In de thuiszorg voor ouderen heeft bijna drie op de vier werknemers een migratieachtergrond.

Niet iedereen heeft positieve ervaringen. Maria Ibargüen uit Colombia werkte als thuiszorgster in een ander dorp. ‘De dochter van de man voor wie ik zorgde, behandelde me racistisch’, vertelt ze. ‘Ik kreeg beledigingen naar mijn hoofd gezwierd. Het ging zo ver dat ik psychologische hulp nodig had.’ Later vond ze werk in het woonzorgcentrum van Monleras, waar ze wel goed werd aanvaard.

Sonia García van Asprodes, een organisatie die ijvert voor betere ouderenzorg in de regio Salamanca, wijst op een risico: nadat migranten een verblijfsvergunning verkrijgen, blijven ze niet altijd in de zorg werken.

Volgens García zijn betere arbeidsvoorwaarden nodig om meer mensen voor de zorg te winnen. ‘Spaanse werkkrachten vinden we amper, en ook migranten nemen deze jobs vaak alleen aan omdat ze weinig alternatieven hebben. Er zijn te weinig zorgverleners, waardoor ze lange uren maken voor vaak erg kwetsbare ouderen.’

Vrouw voor oud gebouw in dorp
Spaanse vrouw met Colombiaanse vrouw in een een Spaans dorp

Links: Dunia Izaguirre uit Honduras. Rechts: Rosa Martín, vrijwilligster bij Cepaim, met Maria Ibargüen uit Colombia.

Een zelfstandig bestaan

Liliana Montaña Rangel uit Colombia vond werk in het woonzorgcentrum van Villaseco de los Reyes, op minder dan vijf kilometer van Monleras. Met hulp van Cepaim huurde haar gezin eerst een woning in Ledesma, een grotere gemeente in de buurt. Om Liliana aan te trekken, bood de directeur van het woonzorgcentrum hun later een betaalbare woning in Villaseco zelf aan.

Het gezin zit ondertussen al vier jaar in de asielprocedure. ‘Misschien is dat niet de juiste procedure voor hen. Regularisatie via werk lijkt een betere oplossing’, zegt Rosa Martín van Cepaim.

Tijdens een Colombiaans avondmaal vertelt Liliana hoe hun nieuwe leven begon. ‘Via vrijwilligerswerk voor het Rode Kruis kwamen we in contact met Cepaim en kon ik hun opleiding volgen voor migranten die op het platteland willen wonen en werken.’

Haar man, Julián Montaña Rangel, volgt momenteel een opleiding elektriciteit in Salamanca. Om dat mogelijk te maken, hielp de gemeente het gezin tijdelijk met de huur van een auto. Zo kon hij zich verplaatsen terwijl hij stap voor stap een zelfstandig bestaan opbouwde.

Op TikTok

Ook de autonome regio Castilië en León organiseert in de dorpen opleidingen, om personeel te vinden voor de ouderenzorg. Die opleidingen zijn alleen toegankelijk voor lokale inwoners. Wie afstudeert, krijgt gegarandeerd een baan. Tijdens de opleiding bouwen deelnemers bovendien al pensioenrechten op.

Erick Ramos uit Honduras volgt zo’n opleiding in Los Santos, een dorp aan de voet van de bergen ten zuiden van Salamanca. In Honduras werkte hij als laborant in ziekenhuizen. ‘In Madrid zijn er wel jobs voor laboranten, maar de huurprijzen zijn er veel te hoog’, vertelt hij na de les. ‘Op een dag zag ik op TikTok een video over het programma Nuevos Senderos van Cepaim, en de rest is geschiedenis.’

‘Ik woon niet graag in een dorp. Er zijn hier maar drie jongeren.’

Intussen voelt hij zich thuis in Los Santos. In de woonkamer zit het hele gezin samen. Ramos’ vrouw biedt nog snel wat borrelnootjes aan voor ze zich naar het woonzorgcentrum haast, waar haar shift begint.

Hun tienerzoon Samuel is minder enthousiast. ‘Ik woon niet graag in een dorp’, zegt hij. ‘Er zijn hier maar drie jongeren.’ Zijn vader grapt dat ze het toppunt van integratie zouden bereiken als ook zij voor hun kinderen naar de stad zouden verhuizen. ‘Dat is wat veel Spaanse inwoners gedaan hebben.’

Ramos is vastberaden om hun leven in Los Santos te doen slagen. Daarvoor legde hij immers een lange weg af.

Zo werkte hij een tijd in een slachthuis in Guijuelo, waar tijdens het slachtseizoen dagelijks tot 8000 varkens verwerkt worden voor de productie van de beroemde Iberische ham. ‘Werknemers worden er uitgebuit met wekelijkse contracten. Als je ziek wordt, kun je zomaar vervangen worden’, zegt hij. ‘De beesten zijn producten, en de werknemers zijn beesten.’

‘Migranten moeten niet zomaar elke baan aanvaarden omdat ze migrant zijn’, zegt Rosa Martín. ‘Ook zij hebben recht op waardig werk en respect, net als iedereen.’

een man zit in een veld met in de achtergrond een dorp
een gezin voor een kerk in een dorp

Erick Ramos uit Honduras (links) volgt een opleiding om te kunnen werken in het woonzorgcentrum van Los Santos.

Ramos had het geluk veilig naar Spanje te komen. Voor veel Afrikaanse migranten is dat anders. Zij bereiken het land via gevaarlijke, irreguliere routes, vaak met de hulp van smokkelaars die hen uitbuiten. Eenmaal aangekomen blijken ze hard nodig in de Spaanse industrie.

Youssoufa uit Gambia, bijvoorbeeld. Hij is de enige Afrikaanse man in Frades, een klein bergdorp op twintig kilometer van Guijuelo. Uitgeput komt hij thuis na een lange werkdag in de vleesfabriek. ‘Thuis’ is een vervallen huis zonder warm water. Er brandt één lamp, vastgemaakt aan een losse draad aan het plafond. Zijn baas houdt de huur rechtstreeks van zijn loon af.

Cepaim hielp hem eerst aan waardig werk als imker in de bergen. Maar via een kennis in Guijuelo kwam hij terecht in de vleesfabriek, waar hij nu werkt in omstandigheden die aan uitbuiting doen denken. ‘Ik betaal de schoolkosten van mijn zussen in Gambia’, vertelt hij. ‘Als ik geen geld stuur, kunnen zij niet meer naar school.’

Lessen van het Spaanse platteland

‘Migratie naar landelijke regio’s heeft de ontvolking daar vertraagd, maar niet gestopt’, zegt migratie-experte Carmen González Enríquez (zie ook dit interview met haar) van het Real Instituto Elcano.

Toch gelooft Cepaim dat met meer middelen meer succesverhalen mogelijk zijn. ‘Integratie verloopt vlot wanneer besturen er helemaal achter staan’, zegt Javier González Estevez. ‘Maar ook bemiddeling blijft cruciaal. Wij zetten gezinnen niet zomaar af in een dorp, we blijven hen begeleiden. Ons doel is de levenskwaliteit van zowel migranten als mensen in de ontvangende dorpen verbeteren.’

Sali Guntín, voorzitter van Cepaim, wijst tegelijk op de politieke context. Extreemrechts komt steeds meer op, en dat kan gevolgen hebben voor de financiering van de organisatie en voor het migratiebeleid.

Migratie werkt het best wanneer de noden van de arbeidsmarkt en de profielen van migranten perfect op elkaar worden afgestemd.

Dat staat volgens de Belgische denktank Minerva op gespannen voet met de economische en demografische realiteit. ‘In vergrijzende economieën is migratie geen vrijblijvende keuze, maar een structurele noodzaak’, klonk het in hun recente rapport.

Ook burgemeester José María Casado ziet in Huerta een groeiende invloed van wat hij ‘trumpisme’ noemt. ‘“Spanjaarden eerst”, hoor ik vaak. Zelfs hier, waar nauwelijks nog Spanjaarden zijn om de jobs uit te voeren. Maar wanneer mensen migranten echt leren kennen, zien ze dat die een essentiële bijdrage leveren. Voor mij betekent “Spanje eerst” juist migranten aantrekken in plaats van afstoten.’

Het Spaanse platteland toont dat migratie het best werkt wanneer de noden van de arbeidsmarkt en de profielen van migranten perfect op elkaar worden afgestemd. Migratie heeft potentieel als antwoord op ontvolking, arbeidskrapte of vergrijzing. Maar dat komt alleen tot zijn recht met investeringen in versnelde inschakeling van migranten op de arbeidsmarkt, in begeleiding, huisvesting, mobiliteit, sociale acceptatie en actieve arbeidsmarktbemiddeling.

Integratie is bovendien een wederzijds proces: ook ontvangende gemeenschappen moeten investeren in inclusie. Dat vraagt een constructieve houding van overheden en werkgevers, en een actieve strijd tegen zwartwerk, racisme en uitbuiting.

Dissident Spanje?

Spanje wordt vaak gezien als een afwijkende stem binnen Europa. Het land van premier Pedro Sánchez voert een milder migratiebeleid en spreekt zich regelmatig uit over mensenrechten, vrede en internationaal recht. Tegelijk bevindt Spanje zich intern in een evenwichtsoefening: de opmars van extreemrechts, regionale spanningen en de druk van Europese afspraken. In dit dossier onderzoekt MO* of de Spaanse koers echt zo sterk afwijkt van die van de rest van Europa.

Tags